hartvaardigheden in het onderwijs

Hartvaardigheden in het onderwijs

Hartvaardigheden maken het onderwijs mooier

Hartvaardigheden in het onderwijs zijn eigenlijk heel gewoon. De meeste leraren geven les met hun hart. Ze houden van hun vak én hun leerlingen. Ze geven kennis door en leren vaardigheden aan. Leraren willen dat al hun leerlingen goed terechtkomen; kinderen zijn de toekomst en via de kinderen hebben alle leraren invloed op de maatschappij van de toekomst.

Kennis alleen is niet genoeg

Naast kennis over de leerstof, staat ook het omgaan met elkaar centraal in het onderwijs. De groep leerlingen vormt, samen met de leraar, een maatschappij in het klein. In deze maatschappij worden leerlingen gevormd binnen de culturele waarden en normen van de school. Leraren zijn daardoor eveneens opvoeders – ook als ze vinden dat opvoeding op zich thuis plaats moet vinden. En voor die vorming worden vaak programma’s gebruikt, ontwikkeld door pedagogen en uitgeverijen.

Er zijn veel programma's op de markt

Kanjertraining, Leefstijl, Kiva, Pbs, M5, De vreedzame school… allemaal programma’s waarvan het positieve effect op leerlingen en de manier waarop zij met elkaar omgaan in meer of mindere mate bewezen is. 

Wat heb je eraan?

Zo’n programma is meestal redelijk makkelijk uit te voeren. Je zet het op je rooster en je geeft één of twee keer per week een les volgens het boekje. Als je een beetje ervaring hebt met zo’n programma, ben je relatief weinig tijd kwijt aan de voorbereiding. Maar in alle eerlijkheid vraag ik me af of dergelijke programma’s echt werken – en dan vooral: in alle klassen en op alle scholen. Want laten we eerlijk zijn: in sommige groepen lijken de leerlingen inmiddels geprogrammeerd om sociaal wenselijke antwoorden te geven. Op het plein of in vrije situaties laten ze gedrag zien dat beslist onwenselijk is: de transitie van programma naar dagelijkse werkelijkheid is soms ver te zoeken.

Hartvaardigheden

Wij hebben een ander idee. Een nieuw idee: hartvaardigheden in het onderwijs. Het is geen programma, het zijn geen lessen, het is geen methode. Het is de wil om het hart terug te brengen in het onderwijs. Want wij denken dat er in het huidige onderwijsklimaat te weinig aandacht is voor het hart. De doorgeslagen toetscultuur, het afrekenen op resultaten, de ver doorgevoerde marktwerking: het economisch model staat centraal in plaats van de wil om op een fijne manier met elkaar te leven en te leren in een klaslokaal. 

Relatief goedkoop en praktisch

Hartvaardigheden gaat uit van een aantal vaardigheden die mensen moeten beheersen – en kinderen moeten leren – om de wereld leefbaar te houden. Alle hartvaardigheden geven richting aan de manier waarop je met elkaar omgaat – en daarmee de wereld van de toekomst inricht. Om te beginnen bij het onderwijs.

Twintig hartvaardigheden

Gunnen, helpen, liefhebben, dankbaar zijn, confronteren, incasseren, genieten, loslaten, kiezen, je inhouden, verwonderen, vieren, vergeven, je kwetsbaar opstellen, verantwoordelijkheid nemen, vertrouwen, durven, spelen, toegeven, verwonderen en schaamte voelen. 

De hartvaardige school

Op een hartvaardige school geven alle leraren (en directie én OOP) het goede voorbeeld. Altijd. Iedereen kent de hartvaardigheden en laat de leerlingen in de dagelijkse praktijk zien wat het betekent om hartvaardig te zijn. 

Zo werkt het in de klas

Op het moment dat er iets in je klas gebeurt, pak je de nodige hartvaardigheid (of -heden) erbij en kies je als leraar zelf wat voor soort activiteit er bij deze groep leerlingen en deze situatie past. Natuurlijk bieden wij ook een set mogelijke activiteiten aan, maar een leraar weet zelf wat het beste is. Zo leren leerlingen in de dagelijkse praktijk leven vanuit hun hart

Meedoen?

De pilot met hartvaardigheden met voorbeeldactiviteiten voor in de klas kan iedere leraar gratis opvragen. Maar als je als school hartvaardig wilt worden, dan kan dat nu ook. Wij zijn op zoek naar pilotscholen die met ons willen gaan onderzoeken wat daarvoor nodig is. Wij denken zelf aan een eenmalige training voor alle leraren, directie en OOP waarin zij leren wat alle hartvaardigheden precies inhouden en daarnaast kunnen we assisteren bij de implementatie op school. 

Over de bedenkers

De term Hartvaardigheden is bedacht door Maarten Stoffers. De pilot voor in de klas heb ik samen met hem ontwikkeld. Inmiddels zijn we bezig met het oprichten van een steungroep, die gaat brainstormen over hoe we het hart terug kunnen brengen in het onderwijs. Zonder zweefgedoe, want structuur en veiligheid blijven voor Sterke School altijd voorop staan.

Meedoen? Meer weten? Opgeven als pilotschool?

Stuur een e-mail naar info@sterkeschool.nl

De regels van anderen

De regels van anderen… hoe ga jij daarmee om?

De regels van anderen - hoe ga jij daarmee om?

De regels van anderen hoeven niet altijd jouw regels te zijn. Dat merken we vandaag de dag zeer regelmatig. Onze leerlingen, die vanwege de avondklok niet naar buiten kunnen, zijn het grotendeels oneens met die regel – opgelegd door bovenaf. Sommigen overtreden de regel en dan scholen ze ’s avonds stiekem samen op een plein of trapveldje. Sommigen van ons hebben daar begrip voor, anderen niet. Zo zie je in een oogopslag al minstens vier verschillende manieren om om te gaan met één regel.

Zo is het ook op school

De meeste regels op een school zijn regels van anderen. Ze zijn opgesteld door de tweede kamer, door een paar bestuursleden, door een directeur of democratisch tijdens een teamvergadering – waar je zelf al dan niet bij aanwezig was.  Zeker als je het eigenlijk niet eens bent met een bepaalde regel, kan het moeilijk zijn om je eraan te houden. Je kunt dan net doen alsof een regel voor jou niet geldt

Ik heb me daar filnk schuldig aan gemaakt

Toen ik dramalessen gaf op een grote MBO-school had ik moeite met een aantal schoolregels. Ik werkte er maar een paar uur per week, ik was niet in dienst en ik voelde me ook geen lid van het team. Dus ik maakte mijn eigen regels.

Voorbeelden?

Er mochten geen petten gedragen worden. Maar tijdens de les vond ik het tijdens het maken van toneelstukjes en sketches natuurlijk logisch dat er wel een pet gedragen werd.
Er mocht niet gedronken worden in de les. Maar ik had vaak blokuren, waarin flink bewogen werd. Natuurlijk kreeg iedereen op gezette tijden dorst en er was ook nog eens een kraan aanwezig in het lokaal.
Mobiele telefoons waren verboden. Maar ik deed vaak een kahootquiz om te kijken wie had onthouden wat ze vorige les hadden geleerd en daarvoor heb je toch echt een telefoon nodig.
De leerlingen mochten niet naar het toilet tijdens de les. Maar er was altijd wel een meisje dat ongesteld was en dan streek ik weer over mijn hart. Controleren is ook weer zo wat, in zo’n geval.

Ik viel flink door de mand

Er waren nog wat schoolregels waar ik in de praktijk last van had en ja… ik lapte ze dus aan mijn laars. En de eerste paar maanden ging dat goed. Tot het moment dat drie leerlingen doodleuk de klas binnenwandelden met een kop thee. Ik had het niet in de gaten, want ik was in gesprek met een leerling die nogal emotioneel was en net haar verhaal aan mij deed. Vlak achter de drie leerlingen stormde de directeur mijn lokaal in, die razendsnel zag hoe de vlag erbij hing: thee, flesjes water, telefoons, petten en een juf die er niets van zei. Oeps.

Ik moest op gesprek bij de directeur

Hij verzocht me vriendelijk doch dringend om me aan de regels te houden. Ik voelde me flink betrapt. Maar ik schaamde me ook. Ik wilde me niet aan de schoolregels houden, maar ik moest wel. De directeur had eigenlijk gewoon gelijk. De sfeer in mijn lessen was ronduit chaotisch geworden. Ik had veel minder orde dan aan het begin van het schooljaar en de leerlingen gingen met me in discussie als ik eens iets verbood (zoals bijvoorbeeld met meenemen van thee). Ik was niet (meer) consequent. En eigenlijk had ik daar best wel last van.

Hoe heb ik het opgelost?

Ik heb de schoolregels weer in ere hersteld, met de leerlingen doorgenomen en duidelijke procedures met ze opgesteld:
1. Pet af in de klas. Als je een pet op wilt in een toneelstuk, dan krijg je er een van de juf.
2. Niet drinken in de les. Sorry. Geen uitzonderingen.
3. Telefoon inleveren bij de juf. Ik deelde ze uit als het echt nodig was (voor een opname of een quiz).
4. Toiletbezoek verboden. Sorry dames. (En prompt bleven de periodes uit.)

Het heeft me een maand strijd gekost, maar daarna verliepen mijn lessen weer prima. Er was weer rust, orde en structuur.

Conclusie?

Schoolregels, daar moet je je gewoon aan houden.

Heb je hulp nodig bij het opstellen van regels in jouw klas(sen)? Of met het invoeren daarvan? Of wil je een goed doordachte consequentieladder opstellen? Overweeg dan een coachsessie. In ongeveer anderhalf uur heb je alles geregeld.

Wil je goed orde leren houden? Volg dan de online cursus Orde Houden in onze webshop.

 

Een verkeerd advies

Een verkeerd advies

Een verkeerd advies

Op vrijdag 12 februari is dit artikel ‘Een verkeerd advies’ in de Komenskypost geplaatst. Ik kreeg er veel positieve reacties op; daarom plaats ik mijn artikel ook hier. Want ja: als je in het onderwijs werkt, deel je regelmatig adviezen uit. En wij leraren, wij zijn ook maar mensen. En mensen maken fouten. In het verleden heb ik een verkeerd advies gegeven, maar ik vermoed dat:

  1. ik niet de enige ben
  2. daarvoor en daarna ik ook foute adviezen heb gegeven – maar dat weet ik dan niet
  3. anderen ook wel eens een fout advies hebben gegeven – of zullen geven
  4. niet iedereen dat wil, of durft, toegeven

En dat is allemaal prima – het mag, een verkeerd advies hoort bij het leven. 

Ik werkte al een tijdje in het Praktijkonderwijs

En toen ik op de lijst zag dat ik Floris in de klas zou krijgen, baalde ik. En dat is nog zacht uitgedrukt. Ik weet dat ik bij de afdelingsleider langs ben gegaan om te vragen of Floris écht niet in een parallelklas geplaatst kon worden. Maar nee. De afdelingsleider weigerde om hem van klas te laten veranderen. ‘Hij was inmiddels bevriend met zijn klasgenoten’, was het argument. Dat betwijfelde ik ten zeerste. Maar goed. Ik ging me er geestelijk op voorbereiden om een heel schooljaar lang Floris voor mijn neus te hebben. Letterlijk. Want Floris zat altijd vooraan. In elk lokaal.

Ik gaf les aan de tweedejaars

In dat tweede jaar draaide alles om de schifting die aan het eind van het jaar gemaakt zou worden. En als mentor was ik de persoon die die schifting ging maken. Weliswaar in overleg met de zorgcoördinator, maar toch. Ik nam mijn taak zeer serieus. 

Drie richtingen

Onze derde jaar had drie richtingen. De basisgroep, die één dag per week buiten de deur stage mocht gaan lopen. De arbeidsgroep, die één dag per week intern stage zou gaan lopen: op de afdeling ‘arbeidstraining’. Stel je rijen tafels voor waar 15-jarigen onderdelen van een deurklink of headset in een zakje stoppen. En dan hadden we nog de steungroep. Dat waren de leerlingen die, onder begeleiding van de mentor, een paar uur per week arbeidstraining mochten doen, maar verder eigenlijk alleen maar leerden hoe ze 1) ergens op tijd moesten komen, 2) hun eigen lunchpakket konden klaarmaken en 3) hun veters zelf konden strikken. Die steungroep was de kwetsbare groep. In die groep heb ik nooit lesgegeven. Wel in de andere twee groepen.

Kwetsbare leerlingen

Ik schaam me om het te bekennen, maar ik was allergisch voor kwetsbare leerlingen. Gaf mij maar drie ADHD’ers, een club meiden met een grote bek en een autist in de klas… en ik had ze allemaal binnen een jaar op stage. Extern. Want dat was natuurlijk het uiteindelijke doel van de zogenaamde arbeidstraining. En toen ik een basisgroep had? Die liepen binnen het jaar twee dagen stage. Omdat hun stagebegeleider dat aan hen had gevraagd. Maar die kwetsbare groep… die konden met een beetje mazzel een extra jaar arbeidstraining doen en daarna rechtstreeks naar de sociale werkplaats. Ja: die waren er toen nog. En ik vond er niks an.

Terug naar Floris

Floris had wat mij betreft alle kenmerken van een leerling voor de steungroep. Hij was eenzaam. Hij had geen enkele aansluiting bij zijn klasgenoten; die vonden hem raar. Hij zat op schoonspringen en een spelletjesclub. Zijn klasgenoten lachten hem uit. Hij zag er kwetsbaar uit. Mocht zich bij gym omkleden in het invalidentoilet. Floris keek me nooit aan en praatte altijd met een zielig klein stemmetje. En wat ik het ergste vond: zijn leerlingdossier was verzegeld. Ik wist helemaal niets van hem. Niet eens een geboortedatum. ‘Op verzoek van de ouders en Floris zelf’, volgens de zorgcoördinator. Ik dacht er het mijne van, maar vooral: ik was geschokt en boos door zoveel wantrouwen. En daardoor deed ik geen enkele poging om Floris beter te leren kennen. Eigenlijk ging ik alleen maar -steeds opnieuw- in discussie met moeder over het verzegelde dossier.

Ik was dus een beetje dom...

Maar goed. Floris en ik worstelden ons dat schooljaar door en in juni vertelde ik Floris en zijn moeder dat ik Floris had verwezen naar de steungroep. Ze waren woedend, maar niet verrast. Ik had van het begin af aan duidelijk gemaakt wat ik van Floris vond. Moeder en Floris dienden een klacht in. Hun klacht werd afgewezen vanwege dossiervorming.

Zoveel jaren later schaam ik mij nog steeds dood:

Ik had een verkeerd advies gegeven

Het pleit voor mijn zorgcoördinator en de schoolleiding dat ze mij gesteund hebben (nog steeds: dank daarvoor) maar ik zat natuurlijk helemaal fout. Ik had de eerste regel geschonden: de regel van relatie. Mijn vooringenomenheid heeft Floris (en zijn moeder) verdriet berokkend. Zinloos geweld.

Gelukkig hebben mijn collega’s van het derde jaar het toentertijd allemaal snel opgelost. De kerstvakantie was een ijkpunt voor leerlingen die tot dan hadden laten zien dat zij een stapje hoger mochten. Of twee, zoals in Floris’ geval. In januari ging hij extern stage lopen en binnen een jaar was hij uitgestroomd naar het MBO. Uiteindelijk hebben docenten daar ervoor gezorgd dat hij kon doorstromen naar het niveau waar hij hoorde.

Floris heeft nu een eigen bedrijf

Als gediplomeerd maatschappelijk verzorgende zorgt hij ervoor dat ouderen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen. Dit alles weet ik pas sinds een jaar of tien. Ik kreeg een vriendelijk mailtje van Floris, met de link naar de website van zijn bedrijf…

Ik ben natuurlijk hartstikke trots op hem – met terugwerkende kracht. Maar als we het over blunders en advisering hebben…. Au.

Wil je meer weten over de online training op 27 januari? Klik dan hier

Wil je dit artikel lezen op KomenskyPost? Klik dan hier

Een goed klassenklimaat in zeven stappen

Een goed klassenklimaat in zeven stappen

Een goed klassenklimaat in zeven stappen

Afgelopen week heb ik een poll gedeeld op Linkedin:

Een goed klassenklimaat

Hoe sta jij er in? Hoeveel zin heb jij?

Een aantal leraren vindt het best eng. Dat snap ik wel. Je weet tenslotte niet of het veilig genoeg is. En dan niet voor jezelf, maar voor de ouderen en zwakkeren in jouw omgeving. We weten nog zoveel niet. De deskundigen weten het ook niet. Eigenlijk doen we maar wat.

Maar als de leerlingen dan toch komen, aanstaande maandag...

Laten we er dan het beste van maken. Laten we er in ieder geval voor zorgen dat er vanaf het eerste moment veiligheid is, plezier om elkaar weer te zien en een goed gevoel.

Herstel jouw goede klassenklimaat in zeven stappen

  1. Start met een hartelijk welkom. Zorg ervoor dat je iedere leerling persoonlijk begroet en organiseer een activiteit met de hele klas om elkaar weer te leren kennen
  2. Geef na de hernieuwde kennismaking een klassikale les, waarin je terugkomt op de stof die je behandeld hebt in je laatste online les
  3. Geef daarna meteen de les die op deze les volgt. Maak je les interactief met wisbordjes en beurtenstokjes
  4. Daarna organiseer je een vraag- en antwoordsessie. Hoe je dat doet, hangt een beetje van de leeftijd van je leerlingen af. Waar het om gaat, is dat je in korte tijd zoveel mogelijk vragen beantwoordt. Want reken er maar op dat leerlingen veel vragen hebben. Als je ruimte geeft om vragen te stellen en te beantwoorden, kun je in korte tijd weer neerzetten hoe je wilt dat men in jouw klas met elkaar omgaat
  5. Als leerlingen negatief of lacherig reageren op vragen (of antwoorden) van anderen, grijp je meteen in. Maak meteen duidelijk hoe de omgangsregels zijn, doe het voor/ geef het goede voorbeeld en geef leerlingen de kans om hun gedrag aan te passen aan het gewenste gedrag
  6. Stel de doelen vast voor de komende periode. Vertel waar je op gaat focussen en welke vakken je gaat laten vervallen of samenvoegen met andere vakken. Kies bewust. Als je het nog niet precies weet, zeg dan wat je wel al weet en wees eerlijk. Niemand weet tenslotte of dit de laatste lockdown was
  7. Neem de tijd om de dag af te sluiten. Geef leerlingen de ruimte om terug te kijken op deze dag. Hoe was het om elkaar weer te zien? Hebben ze iets gemist? Wat hebben ze geleerd? Waar kijken ze (morgen) naar uit?

Met een goed klassenklimaat ga jij tevreden naar huis

En daar gaat het tenslotte om.

Ga jij hybride lesgeven? Of aan groepjes? Trek dan vooral je eigen plan. De tips hierboven zullen je zeker helpen.

Blijf jij online lesgeven? Check dan eens online hoe het met jouw klassenklimaat is….

Was jouw klassenklimaat al slecht en wordt het niet beter?

Dan kan het zijn dat jij een ‘moeilijke’ klas hebt: een klas met leerlingen die gedrag vertonen waar jij moeite mee hebt. Kom dan meedoen aan de online oefensessie op 27 augustus: Pak de regie over jouw moeilijke klas

Klik hier voor meer informatie en opgeven.

Wil je iets anders?
Kiva heeft lesbrieven gemaakt die je gratis kunt downloaden

onvoldoende

Oooo! Waarom hebben ze nu weer een onvoldoende?

Oooo! Waarom hebben ze nu weer een onvoldoende?

Vlak voor de lockdown was ik in een klas waar een slecht gemaakt proefwerk werd nabesproken. Het proefwerk was niet moeilijk geweest, de docent begreep niet waarom zoveel leerlingen een onvoldoende hadden gehaald.

De leerlingen mopperden

De docent deed haar best om de moed erin te houden. “Kom op jongens, over twee weken is de herkansing en als jullie nu goed meedoen, dan gaan jullie allemaal een voldoende halen.”

Het gemopper verstomde. Een beetje. En alle leerlingen deden echt hun best om actief mee te doen.

De docent nam de tijd om het proefwerk na te bespreken

De docent las de eerste vraag voor en gaf vervolgens het juiste antwoord.
Een leerling riep: “ja, maar dat bedoelde ik ook! Het staat er toch? En toch heb je me daar geen punten voor gegeven. En nu heb ik een onvoldoende.”

Het werd weer onrustig in de klas. De docent keek een beetje wanhopig rond en wist blijkbaar niet wat ze nu moest doen. Ze zei: “Oké. Als je een individuele vraag hebt, dan mag je na afloop van de les even bij me komen.”

Na afloop van de les bleven alle leerlingen zitten. Ze hadden allemaal een individuele vraag.
Ze wilden er punten bij. Want de vraag was onduidelijk gesteld. Of de docent had hun antwoord niet goed begrepen. De docent besloot contact op te nemen met de teamleider, want ze wist niet zo goed wat ze hier mee moest.

De conclusie van de teamleider was, dat de meeste leerlingen de vragen niet goed hadden gelezen. De vragen bestonden uit lange, samengestelde zinnen. Sommige vragen konden anders geïnterpreteerd worden. De docent had het proefwerk niet zelf gemaakt. Alle parallelklassen hadden hetzelfde proefwerk gemaakt, maar niet in alle klassen zo slecht als bij haar. En de docent had het proefwerk wel nabesproken, maar niet vóórbesproken. En daar zat de crux.

Als je wilt dat je leerlingen geen onvoldoende halen, dan:

1. Neem je de tijd om (belangrijke) proefwerken voor te bespreken.
2. Deel je een “proef-proefwerk” uit en maak het klassikaal, interactief.
3. Leer je je leerlingen samengestelde zinnen goed lezen.
4. Laat je de leerlingen steeds hardop bedenken: “Wat wordt hier precies gevraagd?”
5. Vraag je je leerlingen hun ogen dicht te doen en zich in te beelden dat ze in de toekomst zijn. Dat ze hier over een paar weken weer zitten en een voldoende hebben gehaald voor hetzelfde proefwerk.
6. Daarna laat je de leerlingen hun ogen weer opendoen en (eventueel) in tweetallen bedenken wat ze nodig hebben om het proefwerk goed te kunnen maken.
7. Laat je leerlingen een eigen stappenplan maken om een vraag goed te kunnen beantwoorden. Samenwerken mag hierbij.
8. Zorg je ervoor dat ze dit stappenplan bij zich hebben bij de toets.
9. Eindig je met een energizer, zodat iedereen fit en vol goede moed het proefwerk kan gaan maken.
10. Vlak voor het echte proefwerk doe je diezelfde energizer nog een keer!

Welke tips heb jij om onze leerlingen goede cijfers te laten halen? Deel ze hieronder.

Meedoen met de online workshop De drie wetten van Orde? Klik hier

Meer weten over online toetsen? Klik hier

afzwaaiers

Tien afzwaaiers voor het einde van jouw les

Tien afzwaaiers voor het einde van jouw les

Je weet dat het belangrijk is om je les goed af te sluiten. Maar het schiet er wel eens bij in. Je komt vaak tijd te kort, om wat voor reden dan ook. Maar je moet je les evalueren; je moet tenslotte weten of alle leerlingen het lesdoel hebben bereikt. Daarvoor kun je een afzwaaier gebruiken.

Een afzwaaier is snel en effectief

Een goede afzwaaier zorgt ervoor dat je iedere les goed kunt afsluiten:

  1. Test het lesdoel
  2. Duurt 3-5 minuten
  3. Geeft overzicht
  4. Zegt ook iets over het proces
  5. Geeft energie
  6. Nodigt uit voor de volgende les

Tien afzwaaiers voor effectieve leraren

  1. Stel drie vragen die alle leerlingen moeten beantwoorden met een wisbordje of op een blad
  2. Laat alle leerlingen een duim opsteken: naar boven voor begrip, naar beneden voor onbegrip (check random)
  3. Houd een mondelinge steekproef met ijslollystokjes
  4. Begin de volgende les met een kleine schriftelijke toets over de lesinhoud van de vorige les (begintaak)
  5. Laat de leerlingen een tekening of mindmap maken van het geleerde
  6. Geef een korte schriftelijke toets
  7. Deel post-its uit en laat daar opschrijven wat is blijven plakken
  8. Laat leerlingen een toetsvraag bedenken en ruilen met een klasgenoot
  9. Hardop: vraag en antwoordspel (en je wilt iedereen goed kunnen verstaan)
  10. Maak een lied (gebruik een bekende melodie) waarin de leerlingen klassikaal vragen moeten beantwoorden over het lesdoel (vooral leuk voor jongere leerlingen)

Wil je meedoen met het gratis webinar De drie wetten van Orde? Klik dan hier

Wil je meer informatie over afzwaaiers? Klik dan hier en hier

Het motiveren van leerlingen

Vijf manieren om je leerlingen (online) te motiveren

Vijf manieren om je leerlingen online te motiveren

Iedereen wil gemotiveerde leerlingen in zijn lessen. We willen leerlingen die opletten, meedoen en zich de lesstof eigen maken. In de klas is het al moeilijk genoeg om sommige leerlingen gemotiveerd te houden. In deze tijd van online lesgeven is dat nog moeilijker: leerlingen loggen niet in, leerlingen zijn met andere dingen bezig (hun telefoon) of ze doen alleen mee met de activiteiten die ze leuk vinden. Gelukkig zijn er een aantal trucs die je kunt inzetten. Ik noem ze: vijf manieren om je leerlingen online te motiveren.

Vandaag nog gehoord:

  • Juf, ik heb die opdracht vorige week al naar u gemaild. Heeft u die niet gekregen? Dan is dat de schuld van outlook.
  • Meneer, ik was er gisteren niet want ik kon niet inloggen. 
  • Ik wil mijn werk wel door hoor juf, maar ik moet de hele tijd op mijn zusjes passen.

En ach ja… of die smoezen nu waar zijn of niet, allemaal kiezen deze leerlingen ervoor om niet te doen wat ze moeten doen. Ze maken in eerste instantie al een foute keuze.

Vijf manieren om je leerlingen online te motiveren

  1. Jonge leerlingen zijn vooral extrinsiek gemotiveerd; ze werken voor jou. Maak hier gebruik van door altijd blij te zijn met alles wat ze doen: aanwezig zijn, opdracht inleveren, meedoen met de les. Geef overal vette complimenten voor. Straal voortdurend enthousiasme uit. Ook als het uit je tenen moet komen.
  2. Oudere leerlingen zouden al intrinsiek gemotiveerd moeten zijn. Degenen die dat inderdaad al zijn, ondersteun je extra door steeds te benoemen (zonder namen te noemen) waarom ze aanwezig zijn of hun opdrachten hebben gemaakt, wat ze daar aan hebben, waarom je daar blij mee bent (win-win) enzovoort. Hiermee geef je het goede voorbeeld. Misschien haakt de rest daar bij aan. En als het er maar één is mag je ook al blij zijn.
  3. Iedere leerling krijgt een stempelkaart. Voor iedere aanwezigheid en ook voor iedere ingeleverde opdracht krijgen leerlingen een stempel. Een volle stempelkaart kan ingeruild worden voor een beloning. En ja, deze methode werkt ook in het VO en MBO. Waarschijnlijk sparen hun ouders ook zegeltjes of airmiles; je bent nooit te oud voor een spaarkaart.
  4. Begin iedere les met een korte maar leuke activiteit waarin je de stof van de vorige les toetst; bijvoorbeeld een kahoot (VO) of spelletje (PO). Google staat vol met suggesties.
  5. Eindig iedere les met het trekken van een naam (van een leerling). Je noemt de naam niet, je doet de naam (op een briefje of ijslollystokje) in een envelop die je dichtplakt. Aan het einde van de volgende les maak je de envelop open. Als de leerling wiens naam getrokken is de hele les aanwezig was én de opdrachten heeft gemaakt, krijgt diegene een extra stempel. Of een andere beloning. En ja, je mag manipuleren, maar niemand mag dat doorhebben.

Wat kan ik met de leerlingen die ongemotiveerd blijven?

Bij sommige leerlingen werken de vijf manieren om leerlingen online te motiveren niet. Met die leerlingen ga je het gesprek aan. Ga voor een snelle online meeting of facetime. Stel vragen, toon belangstelling. Vraag naar wat hem of haar drijft, wat de leerling wél belangrijk vindt. Zoek in de antwoorden een reden om jouw lessen belangrijk te maken voor hem of haar. Leg de verantwoordelijkheid bij de leerling en maak duidelijk dat hij of zij op jouw steun kan rekenen.

Wil je spelletjes die je online met je collega’s kunt spelen (en -aangepast- ook met je leerlingen)? Klik dan HIER

Wil je zelf een strippenkaart? Klik dan HIER En misschien krijg jij ook een beloning als ie vol is…

effectieve online les

Zeven tips voor een effectieve online les

Zeven tips voor een effectieve online les

Afgelopen maandagavond keek ik naar de zesde aflevering van Klassen. Ik zag de juffen – die live voor de klas hun lessen uit hun mouw leken te schudden – stuntelen met de online lessen in de eerste lock-downperiode. Leerlingen kakelden door elkaar, de techniek haperde en de effectieve leertijd leek me nog geen 10%. Kortom: een feest van herkenning. 

En nu is het weer zover

Waarschijnlijk heb je heel veel geleerd tijdens die eerste periode en pak je het nu weer makkelijk op. Veel beginnersfouten maak je niet meer. Misschien is het voor jou de eerste keer, dat kan natuurlijk ook. Ik ga je niet vertellen hoe je online les moet geven, het internet staat vol met goede ideeën en online tools en tips om te gebruiken. Voor dergelijke zaken heb je mij niet nodig. Ik ben van de basis – en dat is dus ook precies wat ik ga vertellen: je krijgt zeven basisregels zodat je online les in ieder geval effectief is. 

Zie het maar als een checklist

  1. Doe ik dit allemaal?
  2. Zo nee: wil ik dit doen?
  3. Zo ja: wat moet ik dan anders gaan doen?
  4. Actie!

Zeven tips voor een effectieve online les

1. Maak een vaste routine van de eerste 10 minuten van iedere les. Kies een vaste volgorde van bepaalde onderdelen die je erin wilt hebben, zoals de aanwezigenlijst, huiswerkcontrole, hoe zit iedereen erbij?, afspraken m.b.t. hulplijnen, etc. Eindig je routine met het lesdoel van deze les.

2. Geef de leerlingen dagelijks een duidelijk overzicht van alles wat ze af moeten hebben, wat ze mogen maken, wat ze alleen kunnen en waar ze hulp bij nodig kunnen hebben. Zorg voor vakjes zodat de leerlingen fijn kunnen afvinken.

3. Geef duidelijk aan wanneer jij beschikbaar bent voor ouders en wanneer voor leerlingen. Stel desnoods een dagelijks spreekuur in. Voorkom dat je geleefd wordt door je telefoon of PC; je hoeft echt niet meteen op ieder appje of mailtje te reageren. Maak duidelijk dat je ’s avonds vrij bent. Neem dan tijd voor jezelf.

4. Vooral bij online lesgeven: voorkom het woord “NIET” in je taalgebruik. Luisteren is nog moeilijker voor leerlingen als dat online moet. Houd je zinnen dus kort, duidelijk en gericht op actie. Positief gesteld – zonder nieten.

5. Als een leerling met je in discussie gaat, kap je de discussie meteen af (mute) en nodig je de leerling uit om op een ander moment te discussiëren. Bij voorkeur aan het eind van de dag. Waarschijnlijk is hij/ zij tegen die tijd vergeten waar het ook al weer over ging.

6. Leerlingen zijn kort van memorie. Dat betekent dat je alles ongeveer zeven keer moet herhalen voordat iets onthouden wordt. Online geldt dit extra.

7. Het korte online instructie-model:
a. Het lesdoel
b. Het nut van deze les
c. Leg het concept uit
d. Doe de vaardigheid voor
e. Doe de vaardigheid samen
f. Controle van begrip (afzwaaier)

Extra TIP: Veel humor! Heb plezier!

En oh ja… adviseer om samen te werken; koppel leerlingen aan elkaar die fysiek samen de online lessen volgen en die dag samenwerken bij één van de ouders thuis. De leerlingen werken beter, vragen minder aandacht en de vrije ouders kunnen hun eigen werk doen.

Jaaa… je kunt je nog opgeven voor het gratis webinar Timemanagement van a.s. woensdagavond

En…. er is nog één plek bij de online dagtraining van aanstaande zaterdag. Klik hier voor inspiratie en zelfvertrouwen

En kijk hier voor tips en tools van Leraar 24

goede voornemens voor leraren 2021

Zeven goede voornemens voor leraren

Zeven goede voornemens voor leraren

Ook in dit nieuwe jaar horen ze erbij: goede voornemens. Dit jaar heb ik er alvast zeven voor je bedacht… Je hoeft ze alleen uit te printen, ergens op te hangen en uit te voeren: Zeven goede voornemens voor leraren 🙂

  1. Geef je klas(sen) iedere dag minimaal één (klassikaal) compliment.
  2. Delegeer een (terugkomende) klus die je vervelend vindt.
  3. Maak (met je leerlingen) een to-do lijst van drie leuke dingen die jullie de laatste maanden gaan doen, als…..
  4. Organiseer een online quiz of Kahoot, waarin vragen gesteld worden over jou (als leraar) en ook over je leerlingen. Denk aan lievelingskleuren, favoriete hobby, muzieksmaak, enzovoort.
  5. Maak regelmatig een (gratis) sociogram van je klas(sen) op Stoeltjesdans
  6. Ga iedere dag op tijd naar huis.
  7. Doe alleen leuke (werkklussen) thuis; ’s avonds of in het weekend.

Succes enneh… Gelukkig Nieuwjaar!

Doe op woensdag 13 januari om 19.30 uur mee met de gratis online training Timemanagement voor het onderwijs

Heb jij al eens in onze webshop gekeken? 

Grote Opruiming

Grote Opruiming

Grote opruiming

Er komt een nieuw jaar aan. We kunnen eindelijk 2020 achter ons laten en de beste manier om dat te doen is door een grote opruiming te houden. In jouw lokaal. Ergens tussen nu en 18 januari. 

Waarom? Omdat:

  1. er zich alweer van alles heeft opgehoopt in jouw lokaal
  2. je denkt dat jouw pennen ergens onder een kast liggen maar je weet niet welke kast
  3. de leerlingen de posters niet meer zien omdat ze er al te lang hangen
  4. de planten er al enige tijd uitzien als moderne kunst
  5. het een heerlijke klus is, die ervoor zorgt dat je het gevoel krijgt dat je het jaar echt hebt opgeruimd

Redenen genoeg dus. En als je er een paar vrijwilligers bij uitnodigt, kun je er meteen een fijne schoonmaakbeurt aan vastknopen.
Opruimen is ook best lekker. Maar hoe en waar begin je?

Oftewel: Ruim je klas op in 10 stappen.

  1. Vraag een collega om het samen te doen. Niet alleen omdat het dan makkelijker is om kasten te verplaatsen, maar ook om punaises aan te geven én om allebei een stok achter de deur te hebben. En twee zien meer dan één alleen. En het is gezelliger met twee.
  2. Ga samen in het midden van het lokaal staan. Draai langzaam een rondje om jullie as en vraag je collega wat er volgens hem of haar allemaal weg of verplaatst moet worden. Jij noteert alles (zonder “ja maar”).
  3. Hang alles wat moet blijven hangen maar wat al langer dan 2 maanden op dezelfde plek hangt op een andere plek. Nu “zie” je die dingen weer.
  4. Haal alles uit je lokaal wat je niet (meer) nodig hebt. Gooi weg, verplaats of verkoop. Zet desnoods een kast op de gang om spullen in te doen.
  5. Maak je eigen bureau leeg. Houd alleen dat wat je echt nodig hebt. Doe alles weg wat je eigenlijk niet nodig hebt. Als je niks wilt weggooien, stop het dan in een doos en zet de doos in een magazijn met jouw naam erop.
  6. Richt je kasten opnieuw in. Maak ze overzichtelijk; bedenk een systeem wat voor jou en je leerlingen werkt. Zet de kasten zo dat de leerlingen er makkelijk bij kunnen en markeer met stickers, zodat de kast netjes blijft. Zorg dat jij je eigen kast of plank hebt.
  7. Vervang de dode planten door nieuwe. Plastic mag ook.
  8. Koop (online) aantrekkelijk uitziende bakken voor papier, leesboeken, losse materialen enzovoort. Zorg dat de maten kloppen met wat er in zit, dat geeft een nette indruk.
  9. Ga op alle leerling-stoelen zitten terwijl je collega voor in de klas iets vertelt. Check of je hem/ haar goed kunt horen en zien. En kijk wat jou “als leerling” helpt of afleidt. Zet alle meubels op een handige plek. Koop iets MOOIS NIEUWS GEKS voor in de klas.
  10. Vier, samen met je collega, dat jullie klaar zijn met de Grote Opruiming! Champagne, taart, bitterballen….

Veel plezier met de grote opruiming

Wil je meedoen met de eerstvolgende (online) training? Klik dan hier voor meer informatie

Wil je schoonmaaktips voor je huis? Klik dan hier