Saaie les

Saaie les? Dit is de oplossing!

Saaie les? Dit is de oplossing!

Ik heb zelf – zeker weten – wel eens een saaie les gegeven. Zeker als je moe bent of als het warm is in je lokaal, dan wordt een les al gauw saai. Maar wat ik wel weet, is dat ik mijn les aanpaste als de leerlingen begonnen te roepen dat het saaaaai was. En meestal lukte het me om de boel te keren. 

Mijn zoon heeft - toen hij in 4 HAVO zat - maandenlang geen aardrijkskunde gehad

Dat vond ik nogal onhandig, omdat hij daar het jaar erop eindexamen in moest doen. Mijn zoon echter vond het prima, want dat waren toch een aantal chill-uren en bovendien kon hij ook nog eens een ochtend uitslapen.

Maar uiteindelijk vond de school een invaller

De mentor had de klas verteld dat dit echt een hele goede leraar is – en ook nog eens jong. Onze verwachtingen waren dus hooggespannen. Maar na de eerste les kwam mijn zoon gedesillusioneerd thuis: ‘Mama, die man is zooo saai…’ 

Na enig doorvragen kwam ik er achter wat deze leraar 'zooo saai' maakte

  • Hij keek de leerlingen niet aan. Hij keek alleen naar de presentatie op het bord en las deze op monotone toon voor.
  • Als iemand een vinger opstak om iets te vragen, keek de leraar verstoord op en reageerde  bits: ‘Ja, wat is er?’ De leerlingen voelden zich niet gezien en niet gehoord.
  • Aan het eind van zijn monoloog wees hij op de laatste pagina van zijn presentatie. Daar stond standaard dat de leerlingen de hand-out van de presentatie en het huiswerk voor de volgende les konden vinden in Magister.
  • Vervolgens ging hij zitten, ging de bel en de leerlingen vertrokken. Gaperig en slaperig.

    En weet je? Ik vind het ook saai, als ik het zo hoor. Volgens mij kan dit beter.

Daarom krijg je vijf tips om je saaie les leuker te maken

  1. Maak contact met je leerlingen. Heb belangstelling, sta bij de deur, kijk ze aan, geef ze een hand, stel vragen, maak grapjes, reageer enthousiast en geduldig. En neem ook weer netjes afscheid na afloop van je les.
  2. Vertel over jezelf. En niet alles hoeft waar te zijn wat je vertelt. Zorg ervoor dat leerlingen zich in jou kunnen herkennen, zich met jou kunnen verbinden.
  3. Laat leerlingen meedenken over de les. Stel vragen zoals:
    • Wie van jullie heeft wel eens meegemaakt dat…?
    • Kennen jullie ook zo iemand?
    • Wie van jullie denkt dat het heel moeilijk is om…
  4. Laat de leerlingen zelf oplossingen bedenken (alleen, in duo’s of groepjes) voor de leervragen die je stelt. Geef zelf ook oplossingen voor de leervragen, maar daag de leerlingen uit om zelf met andere oplossingen te komen en deze te delen.
  5. En natuurlijk: zorg voor afwisseling. Let op je stemgebruik. Zet een raam open. Gebruik filmpjes, puzzels, interactie, energizers… alles om de energie hoog- en de leerlingen betrokken te houden. En huiswerk geef je alleen op als dat zinvol is. Vertel dan ook precies wat ze moeten doen, waar ze het kunnen vinden (en ja: het moet óók op het bord staan), en vooral: waarom het zinvol (en leuk) is om dit huiswerk te maken.

Heb jij zelf nog meer tips? Zet ze in het commentaarveld!

Ga je invallen in het PO? Doe dan mee aan het webinar op 21 april. Klik hier om je aan te melden

Zoek je leuke energizers voor in de klas? Klik dan eens hier

De regels van anderen

De regels van anderen… hoe ga jij daarmee om?

De regels van anderen - hoe ga jij daarmee om?

De regels van anderen hoeven niet altijd jouw regels te zijn. Dat merken we vandaag de dag zeer regelmatig. Onze leerlingen, die vanwege de avondklok niet naar buiten kunnen, zijn het grotendeels oneens met die regel – opgelegd door bovenaf. Sommigen overtreden de regel en dan scholen ze ’s avonds stiekem samen op een plein of trapveldje. Sommigen van ons hebben daar begrip voor, anderen niet. Zo zie je in een oogopslag al minstens vier verschillende manieren om om te gaan met één regel.

Zo is het ook op school

De meeste regels op een school zijn regels van anderen. Ze zijn opgesteld door de tweede kamer, door een paar bestuursleden, door een directeur of democratisch tijdens een teamvergadering – waar je zelf al dan niet bij aanwezig was.  Zeker als je het eigenlijk niet eens bent met een bepaalde regel, kan het moeilijk zijn om je eraan te houden. Je kunt dan net doen alsof een regel voor jou niet geldt

Ik heb me daar filnk schuldig aan gemaakt

Toen ik dramalessen gaf op een grote MBO-school had ik moeite met een aantal schoolregels. Ik werkte er maar een paar uur per week, ik was niet in dienst en ik voelde me ook geen lid van het team. Dus ik maakte mijn eigen regels.

Voorbeelden?

Er mochten geen petten gedragen worden. Maar tijdens de les vond ik het tijdens het maken van toneelstukjes en sketches natuurlijk logisch dat er wel een pet gedragen werd.
Er mocht niet gedronken worden in de les. Maar ik had vaak blokuren, waarin flink bewogen werd. Natuurlijk kreeg iedereen op gezette tijden dorst en er was ook nog eens een kraan aanwezig in het lokaal.
Mobiele telefoons waren verboden. Maar ik deed vaak een kahootquiz om te kijken wie had onthouden wat ze vorige les hadden geleerd en daarvoor heb je toch echt een telefoon nodig.
De leerlingen mochten niet naar het toilet tijdens de les. Maar er was altijd wel een meisje dat ongesteld was en dan streek ik weer over mijn hart. Controleren is ook weer zo wat, in zo’n geval.

Ik viel flink door de mand

Er waren nog wat schoolregels waar ik in de praktijk last van had en ja… ik lapte ze dus aan mijn laars. En de eerste paar maanden ging dat goed. Tot het moment dat drie leerlingen doodleuk de klas binnenwandelden met een kop thee. Ik had het niet in de gaten, want ik was in gesprek met een leerling die nogal emotioneel was en net haar verhaal aan mij deed. Vlak achter de drie leerlingen stormde de directeur mijn lokaal in, die razendsnel zag hoe de vlag erbij hing: thee, flesjes water, telefoons, petten en een juf die er niets van zei. Oeps.

Ik moest op gesprek bij de directeur

Hij verzocht me vriendelijk doch dringend om me aan de regels te houden. Ik voelde me flink betrapt. Maar ik schaamde me ook. Ik wilde me niet aan de schoolregels houden, maar ik moest wel. De directeur had eigenlijk gewoon gelijk. De sfeer in mijn lessen was ronduit chaotisch geworden. Ik had veel minder orde dan aan het begin van het schooljaar en de leerlingen gingen met me in discussie als ik eens iets verbood (zoals bijvoorbeeld met meenemen van thee). Ik was niet (meer) consequent. En eigenlijk had ik daar best wel last van.

Hoe heb ik het opgelost?

Ik heb de schoolregels weer in ere hersteld, met de leerlingen doorgenomen en duidelijke procedures met ze opgesteld:
1. Pet af in de klas. Als je een pet op wilt in een toneelstuk, dan krijg je er een van de juf.
2. Niet drinken in de les. Sorry. Geen uitzonderingen.
3. Telefoon inleveren bij de juf. Ik deelde ze uit als het echt nodig was (voor een opname of een quiz).
4. Toiletbezoek verboden. Sorry dames. (En prompt bleven de periodes uit.)

Het heeft me een maand strijd gekost, maar daarna verliepen mijn lessen weer prima. Er was weer rust, orde en structuur.

Conclusie?

Schoolregels, daar moet je je gewoon aan houden.

Heb je hulp nodig bij het opstellen van regels in jouw klas(sen)? Of met het invoeren daarvan? Of wil je een goed doordachte consequentieladder opstellen? Overweeg dan een coachsessie. In ongeveer anderhalf uur heb je alles geregeld.

Wil je goed orde leren houden? Volg dan de online cursus Orde Houden in onze webshop.

 

Grote Opruiming

Grote Opruiming

Grote opruiming

Er komt een nieuw jaar aan. We kunnen eindelijk 2020 achter ons laten en de beste manier om dat te doen is door een grote opruiming te houden. In jouw lokaal. Ergens tussen nu en 18 januari. 

Waarom? Omdat:

  1. er zich alweer van alles heeft opgehoopt in jouw lokaal
  2. je denkt dat jouw pennen ergens onder een kast liggen maar je weet niet welke kast
  3. de leerlingen de posters niet meer zien omdat ze er al te lang hangen
  4. de planten er al enige tijd uitzien als moderne kunst
  5. het een heerlijke klus is, die ervoor zorgt dat je het gevoel krijgt dat je het jaar echt hebt opgeruimd

Redenen genoeg dus. En als je er een paar vrijwilligers bij uitnodigt, kun je er meteen een fijne schoonmaakbeurt aan vastknopen.
Opruimen is ook best lekker. Maar hoe en waar begin je?

Oftewel: Ruim je klas op in 10 stappen.

  1. Vraag een collega om het samen te doen. Niet alleen omdat het dan makkelijker is om kasten te verplaatsen, maar ook om punaises aan te geven én om allebei een stok achter de deur te hebben. En twee zien meer dan één alleen. En het is gezelliger met twee.
  2. Ga samen in het midden van het lokaal staan. Draai langzaam een rondje om jullie as en vraag je collega wat er volgens hem of haar allemaal weg of verplaatst moet worden. Jij noteert alles (zonder “ja maar”).
  3. Hang alles wat moet blijven hangen maar wat al langer dan 2 maanden op dezelfde plek hangt op een andere plek. Nu “zie” je die dingen weer.
  4. Haal alles uit je lokaal wat je niet (meer) nodig hebt. Gooi weg, verplaats of verkoop. Zet desnoods een kast op de gang om spullen in te doen.
  5. Maak je eigen bureau leeg. Houd alleen dat wat je echt nodig hebt. Doe alles weg wat je eigenlijk niet nodig hebt. Als je niks wilt weggooien, stop het dan in een doos en zet de doos in een magazijn met jouw naam erop.
  6. Richt je kasten opnieuw in. Maak ze overzichtelijk; bedenk een systeem wat voor jou en je leerlingen werkt. Zet de kasten zo dat de leerlingen er makkelijk bij kunnen en markeer met stickers, zodat de kast netjes blijft. Zorg dat jij je eigen kast of plank hebt.
  7. Vervang de dode planten door nieuwe. Plastic mag ook.
  8. Koop (online) aantrekkelijk uitziende bakken voor papier, leesboeken, losse materialen enzovoort. Zorg dat de maten kloppen met wat er in zit, dat geeft een nette indruk.
  9. Ga op alle leerling-stoelen zitten terwijl je collega voor in de klas iets vertelt. Check of je hem/ haar goed kunt horen en zien. En kijk wat jou “als leerling” helpt of afleidt. Zet alle meubels op een handige plek. Koop iets MOOIS NIEUWS GEKS voor in de klas.
  10. Vier, samen met je collega, dat jullie klaar zijn met de Grote Opruiming! Champagne, taart, bitterballen….

Veel plezier met de grote opruiming

Wil je meedoen met de eerstvolgende (online) training? Klik dan hier voor meer informatie

Wil je schoonmaaktips voor je huis? Klik dan hier

digibord

Doe mee met de grote digibord test!

Doe mee met de grote digibord test!

Heerlijk hè, zo’n digibord. Ik vind het echt een van de meest fijne uitvindingen voor het onderwijs:
* Je kunt er filmpjes en plaatjes op laten zien.
* Je kunt steeds de achtergrond kiezen die jij nodig hebt (regels, ruiten, leeg).
* Je heb alle mogelijke tools en andere handige dingen (zandlopers, verjaardagstaarten, afstanden, karaoke, enzovoort).
Maar het meest blij was ik toch wel met de “schrijflettertoepassing”. Je typt het woord op je toetsenbord en hetzelfde woord verschijnt in perfecte schrijfletters op het digibord! En ook nog eens precies tussen de lijntjes! Voor iemand die drie maal is gezakt voor het vak “bordschrijven” op de Pabo (zoals ik…) is dat echt heel fijn. Nu sta ik zelf nog maar weinig voor de klas, maar ik zit wel heel vaak achter in een klas. En er valt me dan wel erg vaak hetzelfde op:

De leerlingen achterin kunnen het bord vaak slecht zien

• Het zicht op het bord is echt heel slecht op sommige plekken in het lokaal. Dat heeft soms te maken met zonlicht (tegenlicht) en soms ook met de verlichting in het lokaal. Filmpjes, ondertitels… alles wordt “flitserig” en veel te wit.

• Er staan vaak dingen geschreven op het whiteboard. Stift schrijft echter aanmerkelijk kleiner dan een krijtje… het programma van de dag is meestal onleesbaar. Ik vraag dan aan een leerling wat er staat, maar die kan het ook niet lezen. Het ligt dus echt niet aan mijn slechte ogen.

• Leerlingen melden vaak niet dat het bord onleesbaar is. Dat doen ze wel als er een som wordt uitgelegd, maar niet als er naar een filmpje gekeken wordt of als het om de informatie op een van de whiteboards gaat.

Dus eigenlijk… ik snap nu wel waarom het oude schoolbord donker was en krijtjes wit; het zicht vanuit alle hoeken in het lokaal was aanmerkelijk beter. Betekent dit dat ik hier naar terug wil? Nee, beslist niet – er zijn zelfs steeds meer scholen die zowel een krijtbord als een digibord hebben. Maar ik nodig je wel uit om zelf eens te testen hoe het zicht op alle plekken in jouw lokaal is, en dan ook nog eens bij alle soorten licht en tegenlicht. Je kunt dit alleen of met een collega doen, maar samen met de leerlingen is nog leuker:

 

Doe de digibordtest

1. Vertel de leerlingen dat jullie een test gaan doen waar je hun hulp absoluut bij nodig hebt: de Grote Bord Test
2. Van te voren heb je verschillende soorten beeld klaar gezet:
a. Filmpje (uit een methode);
b. Instructie;
c. PowerPointpresentatie of Prezi;
d. Plaatje;
e. Journaal of jeugdjournaal;
f. Oefenprogramma uit een methode;
g. …
3. Je whiteboard(s) is (of zijn) leeg.
4. Je spreekt met de leerlingen verschillende tekens af, bijvoorbeeld:
a. Linkerhand omhoog als je het kunt zien met je linkeroog (rechteroog dicht);
b. Linkerhand omhoog als je het kunt zien met je linkeroog (rechteroog dicht);
c. Twee handen omhoog als het met 2 ogen open goed te zien is;
d. Opstaan als je het kunt zien met beide ogen dicht.
5. Voor je neus liggen meerdere exemplaren van de plattegrond van jouw lokaal; eventueel met de namen van de leerlingen. Op iedere plattegrond heb je opgeschreven welke test er bij hoort; wat op het (digi)bord staat in combinatie met het soort licht.
6. Vervolgens noteer jij (of een leerling of een stagiaire) welke leerlingen hun vinger(s) opsteken bij iedere test.
7. Na het digibord komt het whiteboard (of komen de whiteboards) aan de beurt. Kies verschillende kleuren (is bij het digibord trouwens ook handig), verschillende groottes en verschillende plaatsen op het bord.
8. Het is meteen ook een test welke leerlingen misschien wel een bril nodig hebben…

Ik heb mijn coachingpagina aangepast (behalve de foto’s – die komen nog…). Neem eens een kijkje
En de SchoolTV-beeldbank is onmisbaar op jouw digibord.

Orde Houden

Pak de orde terug in vijf stappen

Pak de orde terug in vijf stappen

Pak de orde terug in vijf stappen. Dat heb je soms nodig. Omdat iedere leraar ook mens is.

Herken je dit?

Dat je een klas hebt waar het wel aardig loopt. Er zitten wel wat stoorzenders tussen de lieverdjes van leerlingen, maar die weet je over het algemeen best in het gareel te houden. Meestal gaat het prima met de orde in jouw klas.

Maar dan gebeurt het. HET. Je bent moe of sacherijnig of wat dan ook en in ieder geval niet alert. En dan kun je verkeerd op een leerling reageren. En met een beetje pech begint de hele klas zich er mee te bemoeien en PATS – 

Ik weet nog precies hoe dat voelde...

Ik maakte per ongeluk een vervelende opmerking, keek de verkeerde kant op waardoor ik iets niet zag, of mijn hele houding was gewoon FOUT. Onzeker, niet-overtuigd. Ik stond niet op twee benen. En ik voelde de orde als zand tussen mijn vingers wegglippen.

Meestal probeerde ik dan nog krampachtig te redden wat er te redden valt, maar in het begin lukte dat nooit. Het bleek – steeds weer – een kwestie van de les uitzitten en volgende les opnieuw proberen. Het fijne is wel dat dat altijd lukt, omdat leerlingen je altijd weer een nieuwe kans geven. En als je dan zelf alert bent (en uitgeslapen en vrolijk) dan is het net alsof die vorige les nooit geweest is.

En toen viel het kwartje

Eén keer deed ik iets compleet anders dan anders. En dat werkte echt supersnel; ik had de orde binnen no time terug. Ik heb er vijf stappen van gemaakt die ik hier met jou deel.

Pak de orde terug in vijf stappen

1. Ga op een andere plek staan; achter in het lokaal en vraag de leerlingen op zachte toon om hun spullen op te ruimen en even naar je te luisteren. Kijk daar heel ernstig en bezorgd bij. Omdat je iets onverwachts doet, luistert iedereen redelijk snel. De leerlingen moeten zich omdraaien en zijn daardoor met jou bezig en niet meer met elkaar.
2. Ga heel stevig staan: beide benen op de grond. Haal een paar keer diep adem en kijk omhoog – dat geeft nieuwe energie. Kijk alle leerlingen één voor één aan. Snel.
3. Bied in één zin je excuses aan voor het verstoren van de orde en zeg dat je deze les een andere keer gaat geven, als je deze beter hebt voorbereid. Vandaag is blijkbaar niet het goede moment.
4. Geef de leerlingen een simpele zelfstandige opdracht (individueel & schriftelijk). Bijvoorbeeld het maken van een lesje. Zodra de leerlingen allemaal bezig zijn heb je de orde terug: binnen tien minuten doet iedereen weer mee met de les. Leerlingen die niet meteen beginnen, die kijk je aan en glimlach je toe. Leerlingen die hun mond open doen, daar ga je achter staan. Zonder iets te zeggen. Loop door de klas zonder de leerlingen te storen.
5. Na afloop bedank je de leerlingen voor hun coöperatie.

Wil je nog meer tips voor het houden van orde?

Woensdag 11 november geef ik weer het gratis webinar De drie wetten van Orde. Je kunt je opgeven via deze pagina.

Een stappenplan om je leerlingen te leren samenwerken

Een stappenplan om je leerlingen te leren samenwerken

Samenwerken is een vaardigheid die niet alle leerlingen vanzelf kunnen. Jij als leraar moet ze die vaardigheid aanleren. Samenwerken kan voor iedereen wat anders zijn. Voor sommige leerlingen betekent het dat ze mogen praten. En dat hoeft niet per se te zijn over het bedoelde onderwerp. Andere leerlingen gebruiken de mogelijkheid om zelf niets te hoeven doen; dan schrijven ze alles over van hun buur. Of ze werken tegen, door geen enkele bijdrage te leveren. 

Het begint dus met een plan

Een stappenplan waarin je de leerlingen leert hoe samenwerken er in jouw klas uit moet zien. Wat je ziet, wat je hoort en wat de leerlingen precies moeten doen. Het gaat altijd over zichtbaar gedrag.

Stap 1: Wat is samenwerken eigenlijk?

Vraag het eens aan je leerlingen: wat is samenwerken eigenlijk? Wat doen ze? Met wie? Wat is het doel? Hoe ziet het eruit?
Zet de uitkomsten op het bord. Denk ook aan afspraken m.b.t. luisterhouding, lopen door de klas en stemvolume.

Stap 2: Hoe ziet samenwerken eruit in onze klas?

Schrijf samen met de leerlingen alle stappen op die je moet zetten om goed samen te kunnen werken:

a. Wat moet er allemaal gebeuren?

b. Welke taken zijn er nog meer?

c. Wie heeft welke rol of taak?

d. Wat doe je als je het niet met elkaar eens bent?

e. Wat doe je als je klaar bent met je taak?

f. Hoe gaan jullie de gedane taken controleren?

g. Wanneer, aan wie en op welke manier gaan jullie hulp vragen?

Stap 3: Wat is samenwerken niet?

Ook dit is een een leuke vraag om samen met de leerlingen te beantwoorden. Waarschijnlijk komen de volgende punten dan aan de orde:

a. Welke ongeschreven regels gelden er?

b. Is het erg als één iemand meer doet dan de rest?

c. Is het erg als iemand helemaal niets doet?

d. Hoe moet je samenwerken met iemand die geen vriend van jou is?

Zorg ervoor dat je een mooie lijst maakt van alle afspraken. Hang de afspraken zichtbaar in de klas.

Stap 4: Aan welke eisen moet het eindproduct voldoen en hoe wordt het beoordeeld?

Dit is natuurlijk een vraag aan jou, als leraar. De eisen kunnen per opdracht verschillen. Geef hierbij ook aan wanneer een taak af moet zijn en hoeveel tijd de duo’s of groepjes per keer hebben om de opdracht te maken.
Zorg ervoor dat alle eisen en de procedure duidelijk en transparant zijn.
Zorg ervoor dat deze afspraken ergens na te lezen zijn voor de leerlingen. Op het bord of op een poster.

Veel plezier en succes.

Wil je meer informatie over de tweedaagse training voor startende leraren in de herfstvakantie? Klik dan hier

Wil je meer weten over samenwerken in de klas? Klik hier

Zeven manieren om je les leuk te starten!

De begintaak

Als leraar begin je het best met een begintaak. Dan kun jij bij de deur staan en alle leerlingen persoonlijk welkom heten en alvast een praatje en compliment maken. De leerlingengaan rustig op hun plaats zitten en beginnen met hun begintaak. Dat voorkomt onrust en onnodig geloop door de klas. Ik geef je zeven manieren om je les leuk te starten

Een begintaak moet voldoen aan zes eisen

  1. De instructies staan op het bord
  2. Er staat een timer ingesteld, zodat men weet hoelang er aan gewerkt moet worden
  3. Het benodigde materiaal ligt op de tafels of in jouw buurt, waar leerlingen de taak pakken voor ze gaan zitten
  4. De leerlingen moeten de taak zelfstandig en zonder hulp kunnen uitvoeren
  5. Het is (bij voorkeur) een schriftelijke taak
  6. De taak is een terugblik op de vorige les óf een opwarmer voor de komende les

Zeven tips om je les leuk te starten

  1. Begin met een breinbreker, rebus of puzzel
  2. Zet een kijkplaat of foto op het digibord en geef daar een gerichte opdracht bij
  3. Geef een korte, schriftelijke toets waarin je één lesdoel toetst
  4. Laat de leerlingen reflecteren op een gebeurtenis van de vorige les – met open én gesloten vragen
  5. Laat de leerlingen een stuk lezen en daar vragen over beantwoorden
  6. Begin met een origami-opdracht; bijvoorbeeld een kikker of een kraanvogel
  7. Laat de leerlingen een mindmap maken over een bepaald onderwerp

Veel plezier!

Wil je meedoen met de gratis online workshop Sterk starten voor de klas? Klik dan hier.

Wil je meer weten over het online jaarprogramma? Klik dan hier.

De zeven dingen die wél op jouw bureau mogen liggen

Het bureau van de leraar

‘Is jouw lokaal al leeg?’ Simone steekt haar hoofd om de deurpost.
Ik knik. ‘Alles zit in dozen, ik moet alleen nog mijn bureau leeghalen. Wordt dit jouw lokaal volgend jaar?’
‘Ja. Kan ik er zo in? Ik wil graag alles klaar hebben voor de vakantie. Dan is het niet zo druk straks in de inloopweek.’
Ik twijfel. Eigenlijk wil ik afscheid nemen in een leeg lokaal. Ik besluit tot een compromis. ‘Vijf minuten.’
Aan het einde van de dag loop ik nog even langs – voor de laatste keer. Simone is druk bezig met het uitpakken van een grote actiontas. Ze schuift met haar arm een stapel plastic verpakkingen in de prullenbak.
‘Stickers, pennen, wisbordjes, stiften… ik kan bijna niet wachten om weer te beginnen.’
Ik lach haar toe. ‘Fijne vakantie.’

Simone is, wat ik noem, een verzamelaar

Mijn bureau was altijd zo leeg mogelijk. Op een vol bureau kan ik niks vinden. Ik ben een opruimer.

Hoe ziet jouw bureau eruit?

Nu is het leeg, hoop ik.

Maar als je straks weer gaat beginnen… maar hoe ziet het eruit na de eerste schoolweek?
Een laptop, pennen, stickers, een plantje, stapels schriften, de boeken en handleidingen die je die dag nodig hebt en natuurlijk je kopje thee en de resten van een traktatie van gisteren.

Maar als je het goede voorbeeld wilt geven...

Houd je je bureau straks zo leeg mogelijk.
Eigenlijk mogen er maar zeven dingen liggen.De dingen die je nodig hebt voor je lessen (zoals de klassenmap, handleidingen en je nakijkpen), liggen op een aparte plank of op een lage kast. 

1. Een spreekstok. Wie de spreekstok vast heeft mag spreken. Alle anderen luisteren.
2. Hele bijzondere plaatjes (of een stempel) voor de leerlingen die iets speciaals hebben gepresteerd. 
3. Een to-do-lijstje in blokvorm. Hier staan dingen op die je vandaag moet onthouden.
4. Een boek. Om uit voor te lezen of om energizers of moppen in op te zoeken.
5. Water, thee of koffie.
6. Drie hele speciale pennen, waar je niet zomaar mee mag schrijven. Daar moet een leerling eerst iets voor doen.
7. Een envelop met de naam van een collega erop en een briefje met een nonsensvraag erin. Dan heb je altijd een loopje voor een leerling die niet meer op zijn stoel kan blijven zitten.

Voel je je nog wat onzeker in jouw klas? Zet dan een achtste item op je bureau: een anker. Iets waar je zelfvertrouwen aan kunt ontlenen. Een foto, een plantje of een beeldje. 

Heb je al gekeken naar het online jaarprogramma van Sterke School? 

Fijne vakantie!

Ik wil het kunnen: orde houden

Maar... waar begin ik als ik orde wil kunnen houden? Wat is het geheim?

Het geheim zit ‘m in de houding die je uitstraalt. Als je laat zien dat je orde kunt houden, dan kun je orde houden.
Als je laat zien dat je het niet altijd kunt, dan kun je het ook niet altijd.

Hoe komt dat?

Dat komt omdat leerlingen speciale, onzichtbare voelhorens hebben. Hiermee vangen ze al jouw non-verbale signalen op. Signalen als: Help, hoe moet ik hier op reageren? pikken leerlingen onmiddellijk op. Vervolgens gaan ze testen of het signaal dat ze hebben opgevangen klopt.

Ze lijkt onzeker, even kijken of ze dat ook echt is

Als jij vervolgens niet-adequaat op de test reageert, dan ben je de orde kwijt. Dat is namelijk een signaal voor andere leerlingen om jou ook te testen.

Mag ik nooit onzeker zijn?

Je mag zeker wel onzeker zijn. De hele tijd, als je dat wilt. Maar je mag het niet laten merken aan je leerlingen. Je zeker voelen en orde kunnen houden zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden.

Hoe doe ik dat – me zeker voelen?

De eerste stap is het bedenken van wetten die voor jou belangrijk zijn. Wetten zijn géén regels en geen richtlijnen, maar duidelijke grenzen voor wat wél en voor wat niet mag in een klas. Ik noem dat: Wetten van Orde. Drie wetten zijn voldoende.

De eerste wet van orde: Een Leraar zet de Trias Politica buiten spel

In een democratie kennen wij de trias politica, dat is de scheiding der machten. Regering, politie en rechter staan los van elkaar en controleren elkaar – zoals bij ons in Nederland.

  1. In een klaslokaal is géén democratie. Er is géén scheiding der machten. Een leraar is koning in zijn eigen lokaal. Hij bepaalt wat wél en niet mag in zijn lokaal, hij staat bij de deur en heet zijn onderdanen iedere dag opnieuw hartelijk welkom. Een goede koning is geen tiran maar wél een autoriteit met gezag; vriendelijk doch beslist. Hij heeft het beste voor met zijn onderdanen, maar ze moeten wel doen wat hij zegt. Zonder autoritair te zijn.

  2. Naast koning is de leraar ook politieagent. Hij heeft immers de macht om leerlingen aan te houden en op de bon te slingeren. Als een agent dreigt om je op de bon te slingeren maar hij doet het niet, dan haalt hij zijn eigen gezag onderuit. Je neemt die agent niet meer serieus.

  3. Tot slot is een leraar ook rechter, want hij beslist wie uiteindelijk welke straf krijgt en omkleedt de straf met redenen. Een rechter moet altijd goed uitleggen waarom hij een bepaalde straf geeft, anders komt iedereen in opstand. En dat is terecht: iedere boef heeft rechten en daarmee recht op uitleg. Dat wordt in een klaslokaal wel eens vergeten.

    Realiseer je deze eerste Wet van Orde goed: in een klaslokaal kent men geen Trias Politica.

De tweede wet van orde: Een Leraar blijft buiten het grijze gebied

Dat betekent: een leraar is altijd consequent. Ik heb het ook vaak meegemaakt: het grijze gebied. De leerlingen waren druk en bleven maar door me heen praten. Mijn geduld was op en ik zei: ‘degene die nu zijn mond nog open doet, die vliegt eruit!’ En de eerste die haar mond open deed, was natuurlijk het liefste meisje van de klas. In zo’n geval moet je consequent zijn en haar eruit sturen, terwijl je weet dat de rest van de klas in opstand komt. De truc is om dan uit te leggen dat je haar er wel uit moet sturen: het meisje heeft gewoon stomme pech. Dat gebeurt. Iedereen heeft wel eens pech. Een leraar die niet consequent is, krijgt problemen met gezag en orde. Je moet consequent zijn, ook als je dat niet wilt. Ook als een leerling smoesjes heeft en in discussie gaat. Iedere discussie kap je af – leg uit waarom en ga door met je les. Blijf vriendelijk, dat noemen we warm-streng. Na schooltijd heb je tijd voor klachten en discussies, maar nu moet de les verder.

Als je twijfelt of je in moet grijpen: denk dan: Er is één leerling die X doet, vind ik het nog steeds goed als 20 leerlingen X ook doen? Ik denk het niet en daarom moet je altijd ingrijpen. Meteen.

De derde wet van orde: Een Leraar geeft een aap altijd terug aan de leerling

De leerling is zelf verantwoordelijk voor zijn gedrag, Ook als hij ADHD heeft of niet wordt opgevoed. De leraar is NOOIT verantwoordelijk voor het gedrag van een leerling. Maar: een leerling zal wel altijd proberen de verantwoordelijkheid bij de leraar te leggen. Dat is menselijk, dat is wat mensen doen: de verantwoordelijkheid afschuiven: Ze zetten hun aap op andermans schouder. Geef die AAP altijd terug aan de eigenaar, die aap is niet van jou.

Dat doe je door leerlingen altijd een keus te geven, zonder waarschuwing: Je mag kiezen: je doet dit of je doet dat. De leerling kiest, jij beslist waartussen. Zo houd je de regie.

Denk even na over hoe consequent jij bent

Voel jij je vaak een politieagent?
Zie  je vaak iets door de vingers?
Raak je vaak in discussie verzeild met leerlingen?
Hoevaak schiet je in de verdediging als een leerling je van repliek dient?

Dit zijn allemaal tekenen van onduidelijkheid. Er ontbreken duidelijke wetten.

Ik was vroeger vaak veel te lief. Ik vond het moeilijk om  meteen in te grijpen. Tot het te ver ging, dan werd ik zo boos dat ik bijna iedereen straf gaf. Dan ging ik dus weer te ver – de andere kant op.

Pas toen ik duidelijke wetten voor mijzelf had opgesteld, kon ik mijn leerlingen daar aan houden. Vanaf dat moment kon ik het: orde houden.

Wil jij ook orde kunnen houden?

Deze training volg je in je eigen tijd en in je eigen tempo.
De training kost € 149,-, maar met deze kortingscode krijg je € 50,- korting:

IKGAORDEHOUDEN

Wil je eerst een voorproefje?
Je kunt ons webinar De Drie wetten van Orde hier terugkijken

Afspraken met leerlingen

Afspraken met leerlingen

De sfeer in de klas en de wijze waarop je als leraar de orde kunt bewaren hangen af van de regels die er in de klas zijn. Natuurlijk zijn er schoolregels waar zowel leraren als leerlingen zich aan moeten houden, maar in je eigen (klas) is het belangrijk om te weten waar iedereen zich aan moet houden. Daarom moet je duidelijke afspraken met leerlingen maken.

Die afspraken gaan over drie gebieden:

  1. De wijze waarop je met elkaar omgaat en met elkaar spreekt
  2. De manier waarop je je gedraagt
  3. Welke consequenties er volgen als een regel wordt overtreden

Als leraar moet je eerst zelf bedenken wat jij belangrijk vindt. Welke regels wil jij dat er gelden? Die moet je eerst bedenken en opschrijven.

Hoe creëer je vervolgens draagvlak voor jouw afspraken?

Als je wilt dat leerlingen zich aan afspraken houden, moet je zorgen dat je daar draagvlak voor creëert. Dat doe je in drie stappen:

  1. Je vraagt aan de leerlingen waarom er afspraken gemaakt moeten worden.
  2. Je laat de leerlingen met (bijvoorbeeld) de placematmethode zelf afspraken bedenken.
  3. Bij de klassikale inventarisatie zorg je dat de afspraken die de leerlingen bedacht worden, door ze in jouw woorden (passend bij jouw afspraken) te herhalen. Hierbij herhaal je de woorden van de leerlingen, eventueel in een andere context.

Hierna moet je nog vijf dingen doen:

  1. Afspraken van leerlingen bevatten vaak de woorden NIET en GEEN. Verander die afspraken zo, dat ze positief gesteld zijn: wat moeten ze WEL doen?
  2. Spreek consequenties af met de leerlingen. Ook hier kun je de leerlingen bij betrekken, maar je kun ook gewoon zelf een – redelijk – voorstel doen.
  3. Zorg dat alle afspraken en consequenties op posters in de klas – duidelijk zichtbaar – komen te hangen.
  4. Laat alle leerlingen zich committeren aan de afspraken door hand opsteken, een handtekening of een andere actie. Maak er een klein feestje van.
  5. Nu gaan leerlingen je testen: grijp dus meteen in, bij iedere (kleine) overtreding en verwijs naar de posters. Zet ook meteen een passende consequentie in. Als je vanaf het begin consequent bent, heb je daar de rest van de tijd plezier van.

Veel plezier!

Hulp nodig? Stuur me een bericht op mijn nieuwe website