Duo-partner

Tips voor een goede samenwerking met je duo-partner

Goed samenwerken met je duo-partner

Als je parttime op een school gaat werken, is het belangrijk om goed af te stemmen met je (toekomstige) duo-partner. Je kent elkaar (nog) niet, maar toch ben je samen verantwoordelijk voor het leren en welzijn van jullie leerlingen. Goede communicatie en afstemming zijn voorwaarden om er samen een leuk en succesvol schooljaar van te maken.

Van te voren:

– Organiseer een gesprek met je toekomstige duo-partner. Trek hier minimaal een uur voor uit.
– Zorg dat je al je vragen hebt opgeschreven.
– Wissel meteen telefoonnummers en e-mailadressen uit.
– Maak meteen een afspraak om bij je duo-partner in de klas te komen kijken – en hij/ zij bij jou.
– Plan samen een uitje (borrel, etentje, wandeling), waarin jullie samen de volgende onderwerpen bespreken:

  1. Wat vinden jullie belangrijk voor jullie leerlingen?
  2. Welke sterke punten en valkuilen hebben jullie?
  3. Wat moet de ander beslist over jou weten?
  4. Wanneer en hoe hebben jullie overleg?
  5. Wat willen jullie bereikt hebben aan het eind van het schooljaar?

Andere bespreekpunten:

Er gelden in het onderwijs veel ongeschreven regels en onuitgesproken verwachtingen. Maak meteen duidelijk dat je nieuw bent en dus helemaal niets weet. Stel je open op, stel vragen.

    • Vraag ook naar:
      – De verwachtingen die jouw nieuwe collega van jou heeft
      – Gebruik van methodes
      – Afnemen van toetsen
      – Communicatie naar ouders en externen
    • – Registratie in Parnassys/ Magister/ Esis (en andere programma’s)

Vergeet deze zaken niet:

  • – Afspraken over roosters en lessen
  • – Het opruimen en netjes houden van het lokaal
  • – Pleinwacht lopen – hoe en wat
  • – Excursies en uitjes
  • – Rapporten
  • – De school- en klassenregels en de consequenties van overtreding
  • – Toiletgebruik
  • – Omgaan met materialen en spullen
  • – Gewenst gedrag (lokaal – gang – plein)
  • – Gebruik digitale middelen
  • – Taken van leerlingen
  • – Plattegrond van het lokaal

En tot slot... heel belangrijk:

Leerlingen en de communicatie met ouders en externen:
o T.a.v. zorg
o Niveauverschillen & differentiëren
o Instructiegroepen

Routines in de klas:
o Luisterhouding
o Instructie
o Leswisselingen
o Nakijken
o Hulpmiddelen

Succes!

Wil je één van onze webinars on demand bekijken? Klik dan HIER

Zoek je een goede coach? Ik heb weer tijd voor een paar nieuwe trajecten. Mail naar judith@sterkeschool.nl en we maken een afspraak voor een gratis en vrijblijvend kennismakingsgesprek.

Heb je al een coach, maar kun je zo nu en dan best wel een steuntje in de rug gebruiken van een externe? Kies dan voor de strippenkaart.

Ja maar

Ja maar… in de klas

Ja maar... in de klas

“Ja maar…” is misschien wel het meest gegeven antwoord in de klas.
“Ja maar… ik heb geen…, ik kan niet…, ik weet niet…, ik doe niets.., ik…”
En natuurlijk de variatie daarop: “Ja maar hij… (of zij…)”
Het eerste woord dat je hoort is “ja”. ‘Fijn’, denk je dan. De wil is er. En nu de actie nog.
Maar die actie komt niet. Omdat er weerstand zit bij de leerling tussen de JA en de ACTIE. 

Wat betekent 'Ja maar' eigenlijk?

Ja maar betekent eigenlijk Ik ben nu in de weerstand omdat jij iets anders zegt dan ik had willen horen. De leerling in kwestie zegt nee, maar dan in andere bewoordingen. Ja maar is altijd bedoeld als verdediging èn aanval tegelijk. Een uitnodiging naar jou om in de verdediging te schieten. En zodra je in die val trapt, heb je een discussie gecreëerd. 

Welke opties heb je?

  1. Je kunt er een strijd van maken door jezelf te gaan verdedigen. Negen van de tien keer verlies je die strijd overigens; het kost (effectieve les)tijd en met een beetje pech krijgt de leerling medestanders en ontstaat er weerstand bij de hele klas. Meestal levert deze strategie onrust en gedoe op.
  2. Je voorkomt iedere discussie door te zeggen: “Helaas heb ik nu geen tijd om hier nu op in te gaan, maar je bent vanmiddag om drie uur van harte welkom. Dan kunnen we het er over hebben. Nu gaan we door met de les.”
  3. Je kunt ook vasthouden aan wat jij van de leerling wilt:“Geen ja maar, gewoon doen. Nu graag. Onmiddellijk.” Blijf de leerling daarbij strak aankijken, net zolang tot het gebeurt. De leerling kan er dan voor kiezen om de weerstand uiteindelijk weg te halen. In sommige gevallen gaat de leerling de strijd met je aan en die strijd win je alleen als je heel stevig in je schoenen staat.
  4. Een variatie hierop is om een leerling in vragende vorm een opdracht te geven en gewoon door te gaan met je les. Je controleert niet (of onopvallend) of de opdracht wordt uitgevoerd. “Ach, wil jij even…? Dank je wel.”
  5. Als je geen zin hebt in gedoe neem je de maar weg en committeer je de leerling aan een actie. Erg handig bij het ontbreken van pennen en andere missende schoolspullen. “Dus als je wel een pen hebt dan kun je beginnen? Mooi, dan heb je hier een pen. Alsjeblieft. Begin maar.”
  6. Je kunt de weerstand ook gewoon negeren en de verantwoordelijkheid bij de leerling leggen. “Oké, prima. Dan mag je het zelf oplossen. Kun jij dit zelf oplossen op een positieve manier waar iedereen mee kan leven? Fijn, ga je gang. Dan laat ik het verder aan jou.”
  7. Als je vermoed dat er meer achter zit, zet je de klas aan een zelfstandige opdracht en neem je de leerling even apart. Onder vier ogen vraag je naar de oorzaak van de weerstand. Zorg dat de leerling zich gezien en gehoord voelt, maar houdt wel vast aan wat jij wilt.

SUCCES!

Wil je wel eens weten wat er omgaat in het hoofd van jouw leerlingen? Misschien is dit een goed IDEE voor jou.

Heb je zin om mee te doen met ons eerstvolgende webinar of wil je een webinar on demand bekijken? Klik dan HIER

Zoek je een goede coach? Ik heb weer tijd voor een paar nieuwe trajecten. Mail naar judith@sterkeschool.nl en we maken een afspraak voor een gratis en vrijblijvend kennismakingsgesprek.

Heb je geen behoefte aan een coach, maar kun je zo nu en dan een steuntje in de rug gebruiken? Kies dan voor de strippenkaart.

Invallen in het primair onderwijs

Tien tips voor Invallers in het Basisonderwijs

Tien Tips Voor Invallers In Het Basisonderwijs

Ik heb meer dan tien jaar ingevallen op heel veel verschillende scholen, omdat er in de tijd dat ik mijn Pabo-diploma kreeg (1988) nauwelijks werk was; zelfs niet voor mannen. Mijn mannelijke klasgenoten vertrokken de ICT in, dat was toen een geweldig ontwikkelgebied.
In die tien jaar heb ik heel veel geleerd en ben ik door schade en schande (onder)wijzer geworden.
Soms had ik weken achtereen geen werk; als ik een half jaar op dezelfde school werkte had ik geluk, maar regelmatig zag ik in één week zes verschillende scholen.
In de meeste gevallen lag alles klaar met een keurig overzicht van de dag. Een enkele keer lag er helemaal niets. En heel soms probeerden de leerlingen me weg te pesten.
Dat lukte ze nooit… daarvoor had ik teveel lol. Maar ik had heel graag tips gewild voor invallers.

Invallen kan heel leuk zijn

Het doel is vooral om ervoor te zorgen dat zowel jij als de leerlingen een goede en gezellige dag hebben. Directeuren zijn vaak al tevreden als ouders niet klagen. Als er geen overlast is, zijn de collega’s blij. Als de leerlingen ook nog iets nieuws geleerd hebben, is de eigen juf of meester ook nog blij. Maar niet alle invallers scoren goed op alle scholen.

Invallen is in ieder geval heel erg leerzaam

Je leert in een soort snelkookpan belangrijke vaardigheden:

  1. In no-time een band opbouwen met leerlingen die je niet kent
  2. Orde houden in zowel moeilijke als makkelijke klassen
  3. Lesgeven zonder methodes, zonder digibord, zonder schriften
  4. Flexibiliteit in alle omstandigheden
  5. De enorme verschillen tussen scholen en leerlingen

Tien tips voor invallers in het basisonderwijs

1. Zorg dat je er netjes uitziet!
2. Geef iedereen een hand. Collega’s, OOP, leerlingen en ouders.
3. Neem een invalkoffer mee met lessen en activiteiten.
4. Houdt een logboek bij per school/ klas met dingen die je moet onthouden voor de volgende keer dat je daar komt.
5. Sta op twee benen, drink genoeg en maak lol.
6. Neem je eigen regels mee (letterlijk) en houd je leerlingen daar aan.
7. Maak met de leerlingen leuke naamstickers.
8. Houd een quiz over jezelf.
9. Neem een beker met ijslollystokjes mee, zet daar de namen op en trek namen om beurten te geven.
10. Kijk alles meteen na afloop van de les samen met de leerlingen na. Dan weet je meteen hoe je les is gegaan en je hoeft niet na schooltijd na te kijken.

Extra tip voor invallers: Zorg voor een hele leuke activiteit aan het einde van de dag, zodat iedereen vrolijk naar huis gaat. Jij vooral!

Wil je goed voorbereid kunnen invallen op alle scholen? Koop dan onze online les Invallen in het PO in de webshop.