Durf te kiezen

Durf te Kiezen!

Durf te kiezen

Er zijn van die momenten dat je je onzeker voelt als je voor de klas staat. Die momenten horen er bij; iedere leraar kent ze. 

Ken jij zulke momenten ook?

  • Dat je een vraag stelt aan een leerling en vervolgens een grote mond krijgt.
  • Je denkt dat je je les goed hebt voorbereid, maar wat klaar ligt klopt niet met de inhoud van je les.
  • De leerlingen zijn eindelijk in stilte aan het werk en er vliegt een wesp door het raam naar binnen.
  • Je collega maakt een denigrerende opmerking waarvan je vermoedt dat deze niet als grapje bedoeld is.

    Dit zijn van die momenten waarop de grond onder je voeten lijkt te verdwijnen, je knieën beginnen te knikken en je stem begint te trillen.

Je kunt natuurlijk in huilen uitbarsten en hard wegrennen

Maar je kunt het ook omkeren door de juiste keuze te maken. Pak je zelfvertrouwen terug. Durf te kiezen!

Dat doe je in drie stappen:
1. Je haalt diep adem.
2. Zet je voeten stevig op de grond.
3. Zeg tegen jezelf: “Laat ze maar kletsen, ik ga dit kunnen”.

Het lijkt alsof dit heel lang duurt, maar in werkelijkheid kost het je maar een paar seconden. 

Belangrijker is dat je durft! Durf te kiezen…

Daarna los je het probleem op

  • Je geeft die leerling de keus: alsnog antwoord geven op je vraag of er volgt een consequentie. De leerling mag na schooltijd met je hierover in discussie.
  • ‘Oeps! Ik ben wat vergeten. Sorry allemaal.’ Je past je les aan door te kiezen tussen a) het mondeling vervolgen van je les (laat ze schrijven), b) het materiaal uit te delen en daar mee verder te gaan of c) iets geheel anders te gaan doen. Ook hier is ruimte voor discussie… na schooltijd. Of je laat de leerlingen stemmen. Maar jij kiest.
  • Laat de leerlingen kort gillen, laat ze zich stil en klein maken – ‘Ja zeker, dat helpt’ en daarna onderneem je acties om de wesp te verwijderen cq. dood te (laten) meppen. Of jullie wachten tot ie vanzelf verdwijnt.
    Tegen je collega zeg je neutraal dat je schrikt van die opmerking en je vraagt wat hij of zij daar mee bedoelt. Of je haalt je schouders op en loopt weg.

Durf te kiezen

Kies altijd voor een actie die voor jou goed voelt, maar die je eigenlijk eng vindt. Dat ben je waard, als leraar! En het is heel goed voor je zelfvertrouwen als het lukt.

Lukt het niet meteen?

Dat kan. Soms moet je oefenen. Net als jouw leerlingen. Lezen, schrijven en fietsen kun je ook niet in één keer. Oefening baart kunst. Als je de eerste stap zet en durft, kom je al een heel eind.

Hulp nodig?

Als het goed is kun je hulp vragen aan een collega, duo-partner, leidinggevende, je schoolopleider of je maatje. 

Als dat er helaas niet inzit, kun je natuurlijk altijd terecht bij de beste site voor startende leraren: Sterke School

Vraag een vrijblijvend adviesgesprek aan en ga voor de strippenkaart, een kort traject om in balans te komen of een online cursus.

Een nieuw schooljaar, een nieuwe start

Een nieuw schooljaar, een nieuwe start

Het is nog vakantie en het duurt natuurlijk nog eeuwen voor je weer aan school hoeft te denken. Maar soms kruipt het bloed toch waar het niet gaan kan… en dan flitsen er al allerlei ideeën door je hoofd. Om je daarmee op weg te helpen, krijg je van mij alvast tien tips om het nieuwe schooljaar goed te beginnen.

Tien tips om een nieuw schooljaar goed te starten

  1. Neem in de startweek ruim de tijd om te acclimatiseren. Praat lekker met iedereen bij, kijk eens goed om je heen en stel alles uit dat niet meteen hoeft. Of maak een goede planning voor die week.
  2. Bedenk even in welke valkuilen je vorig schooljaar getrapt bent en maak een lijst van zeven goede voornemens voor dit schooljaar. Hang die lijst in je klas of aan de binnenkant van de deur van je locker. Check iedere week of je je er nog aan houdt. (En ja hoor, aanpassen mag…)
  3. Maak alvast mapjes in je e-maibox. Kies namen zoals moet vandaag, misschien later en als ik tijd over heb. Zet inkomende e-mails meteen in de juiste map. Gooi de rest meteen in de prullenbak.
  4. Start in een heerlijk leeg, opgeruimd lokaal. Begin eens met (bijna) kale muren. Er komt nog genoeg aan de muur.
  5. Kijk of je ergens een krijtbord op de kop kunt tikken en hang het in je lokaal. Of laat het door een ander ophangen. Op je digibord kom je altijd ruimte te kort en een krijtbord is voor iedereen goed zichtbaar, het schrijft prettiger en je kunt er bordwerk op maken..
  6. Bedenk nog eens dat multitasken slecht is voor je gezondheid. Doe dus één ding tegelijk en stel prioriteiten.
  7. Verzamel liedjes, filmpjes, quotes en moppen zodat je altijd iets hebt waar je om kunt lachen. Ook met de leerlingen. Humor is onmisbaar voor alle leraren; het houdt jezelf overeind en het versterkt de band met je leerlingen.
  8. Als je geen eigen lokaal hebt: zorg ervoor dat je je thuis voelt in ieder lokaal waar je lesgeeft. Zet een plantje neer, hang een poster(tje) op of zoiets… en doe het op zo’n manier dat het de eigenaar van het lokaal niet opvalt – maar jouw leerlingen wel meteen zien dat het bij jou hoort.
  9. Bedenk welke mooie herinnering van afgelopen vakantie je het hele jaar mee wilt dragen. Een foto of voorwerp kan het je helpen onthouden.
  10. Have fun! Heb plezier! Lach! Geniet! En vier nog even lekker vakantie.

Hulp nodig?

Vraag hulp aan een collega, duo-partner, leidinggevende, je schoolopleider of je maatje. Het is veel leuker om samen te werken dan alleen.

Als dat er helaas niet inzit, kun je natuurlijk altijd terecht bij de beste site voor startende leraren: Sterke School

Vraag een vrijblijvend adviesgesprek aan en ga voor de strippenkaart, een spoedcursus klassenmanagement of een online cursus.

Krijg je te weinig begeleiding op jouw school? Overweeg dan eens een kort begeleidingstraject.

Ik help je graag verder, zodat jij sterk voor de klas kunt staan.

goede leraar 5

Wat doen goede leraren anders – deel 5

Goede leraren

Dit is het laatste deel van een serie blogs met tips uit het boek ‘Wat doen goede leraren anders’ van Frans Ottenhof en Gerard Rozing. Ik heb deze keer gekozen voor thema 13: Maak het niet groter dan het is.

In een klaslokaal gebeuren 100 dingen tegelijk

Iemand gaapt, één leerling kijkt uit het raam, een derde kletst met zijn buur, nummer vier laat een pen vallen en als je goed kijkt, lijkt het wel alsof Bram onder de tafel op zijn telefoon zit. 

Je kunt overal op reageren

En aan het begin van het jaar moet dat ook, dan moet je kleine dingen groot maken. Maar er komt een moment waarop je keuzes moet maken. Reageer je of reageer je niet? En als je reageert, op welke manier doe je dat dan?

Sommige leerlingen maken er een sport van om met jou in discussie te gaan

Discussiëren is een leuk tijdverdrijf, maar je staat daar om les te geven. Iedere minuut dat jij in gesprek bent met een leerling, betekent een minuut minder effectieve lestijd. Je hebt verschillende opties, je moet uitproberen wat bij jou past en wat werkt in een bepaalde klas.

  • Je antwoordt in standaardzinnen
    Voorbeeld: ‘Ik wil het hier graag met je over hebben. Na de les.’
  • Je kijkt afwisselend streng (!)  rond en op je horloge. Als het te lang duurt begin je een donderpreek en geef je extra huiswerk mee aan de ordeverstoorders.
  • Je negeert ‘grappige’ opmerkingen met een frons en gaat door met de les. Tijdens de les maak je een nonchalante opmerking over ‘hoe fijn het is als leerlingen de stof beheersen en hun toetsen goed maken’.

Leerlingen willen drie dingen van een les

  1. Het moet gezellig zijn
  2. Er moeten duidelijke regels zijn – met heldere consequenties
  3. Ze willen iets leren (ja, echt waar)

Discussies zijn enerzijds een manier om de leraar te testen, maar kan ook een teken aan de wand zijn. Je instructie is onduidelijk, je praat te lang, er is te weinig zuurstof in het lokaal of er is een andere (externe) reden, zoals feestdagen, het weer of een emotionele gebeurtenis. Goede leraren kijken en luisteren goed naar hun leerlingen en zijn zich bewust van wat er aan de hand is. 

Wees je steeds bewust van wat er precies aan de hand is

En als je niet weet wat er aan de hand is, dan vraag je het aan de leerlingen. Wedden dat één van hen een eerlijk antwoord geeft?

Wil je meedoen met ons volgende webinar ‘Timemanagement voor leraren’ op 17 november a.s.? Klik dan hier

goede leraar 4

Wat doen goede leraren anders – deel 4

Goede leraren

Ik hoor wel eens zeggen dat goede leraren ‘nooit een leerling de klas uit sturen’. En ik vind daar iets van. Voor mij valt zo’n opmerking in de categorie Leuk in theorie maar de praktijk is anders, net als ‘moeilijke klassen bestaan niet’ en ‘de leerling staat centraal’. 

Ik beschouw mijzelf als een goede leraar

Jij doet dat, hoop ik, ook. Waarschijnlijk heb je net als ik minimaal één leerling – ooit – jouw klas uitgezet, of in ieder geval geïsoleerd van de groep. Tijdens een les, nog geen 10 jaar geleden, heb ik zelfs zeven (!) leerlingen uit de les verwijderd. Waarom? Omdat de veiligheid van de groep in het gedrang kwam. Het was een moeilijke klas, met zowel kwetsbare als primair agressief reagerende leerlingen. De veiligheid van een groep gaat altijd voor. Goede leraren hebben de verantwoordelijkheid om die veiligheid te waarborgen en als dat betekent dat er een leerling even uit de groep moet, dan heb je geen keus.

Hoe doen goede leraren dat?

Een klaslokaal is een plek om te leren en als leerlingen niet kunnen leren door het gedrag van een medeleerling, dan moet je die leerling verwijderen. Het is een noodgreep, de laatste stap van jouw consequentieladder en je moet er zuinig mee zijn. Anders wordt het een sport of een strijd.

Een handleiding

  1. Neem een duidelijke beslissing en deel deze overtuigend. De criteria moeten helder zijn voor de leerlingen. Dat betekent dat je altijd moet uitleggen waarom je deze leerling er op dit moment uitzet.
  2. Geef de leerling een taak mee. Op een afgesproken tijdstip dient de leerling zich bij jou te melden met de gemaakte taak.
  3. Als een leerling weigert te vertrekken, geef je de keus tussen twee opties. Beide opties moeten oké voor jou zijn. Kies bewust. Spreek kort en duidelijk. Wees zelfbewust. Ga meteen door met je les, negeer de betreffende leerling; voor jou is hij/zij al vertrokken.
  4. Houd het zakelijk. Laat persoonlijke aanvallen van je afglijden en ga, na vertrek van de leerling, door met je les. Kap discussies meteen af.
  5. Herstel de relatie met je strafklant. Maak altijd meteen duidelijk dat hij of zij de volgende les weer welkom is en spreek de verwachting uit dat je zeker weet dat de leerling zich dan beter zal gedragen. Beschrijf het gedrag (zichtbaar) dat je verwacht.
  6. De volgende les begroet je de leerling met vriendelijke woorden, laat zien dat je blij bent dat hij/zij er weer is. Laat ouwe koeien lekker in de sloot zitten.

Wil je meedoen met ons volgende webinar ‘Timemanagement voor leraren’ op 17 november a.s.? Klik dan hier

goede leraar 3

Wat doen goede leraren anders – deel 3

Goede leraren

Er zijn heel veel dingen die goede leraren doen en het bijzondere is, dat hetgeen dat voor leraar A goed werkt, bij leraar B een tegengesteld effect kan hebben. Dat komt doordat er drie belangrijke gegevens zijn die het gedrag van een leraar beïnvloeden. Het eerste (en belangrijkste) gegeven is de persoon van de leraar. Ieder mens is anders, denkt anders, handelt anders en daarmee reageert ook iedere leraar anders op eenzelfde situatie. Ten tweede is iedere klas anders. De samenstelling van een groep bepaalt voor een groot gedeelte de sfeer in de klas. Twee open deuren, net als het derde gegeven: de schoolcultuur. 

Dat wist je al

Maar… In feite hebben mensen geen enkele invloed op andere mensen. Ieder mens heeft de vrijheid van keuze: hoe te denken, hoe te reageren en om iets wel of niet te doen. Dat geldt voor leerlingen net zo goed als voor volwassenen. Het enige verschil is dat je je als (goede) leraar bewust bent van de consequenties die het maken van bepaalde keuzes tot gevolg kan hebben. 

En daar zit de crux

Om de juiste keuze te kunnen maken, moet je dus heel stevig in je schoenen staan. Je moet weten wat je doet en waarom. Want alleen dan heb je de rust om de consequenties te overzien en uit te leggen aan anderen waarom je een bepaalde keuze te maken. Voora in contact met leerlingen luistert dit heel nauw.

Leerlingen voelen feilloos aan hoe zeker een leraar is van zichzelf

Goede leraren staan sterk voor de klas. Leerlingen proberen iedere leraar uit – dat hoort bij het spelletje, maar de reactie van de leraar bepaalt hoe het verder gaat. Een goede leraar heeft daarmee invloed op de leerlingen.

Goede leraren gebruiken de cirkel van invloed

De cirkel van invloed (Steven Covey) is de basis van een goede leraar. Het gaat er niet om wat je doet, maar dat je reageert vanuit jouw cirkel van invloed: weten waar je invloed op hebt en de manier waarop je vervolgens jouw invloed uitoefent. Schoolleiders en IB-ers noemen dat een proactieve houding. Maar dan blijft de vraag: wat voor houding willen ze eigenlijk zien?

  • Sta altijd stevig – in balans
  • Neem denktijd – denk na over de mogelijkheden die je hebt
  • Weet waar je wel en geen invloed op hebt. – realiseer je dat iedere leerling zelf kiest hoe hij of zij reageert
  • Bedenk van te voren hoe je gaat reageren op een vervelende situatie – want die komen altijd terug
  • Neem je verantwoordelijkheid – anderen zijn nooit verantwoordelijk voor jouw gedrag of situatie

Conclusie van het boek

Ik citeer uit het boek Wat doen goede leraren anders

Reactieve docenten laten hun gedrag bepalen door de omstandigheden en en besteden veel tijd aan gemopper op zaken waar zij niets aan kunnen veranderen.

Proactieve docenten laten hun gedrag bepalen door hun eigen besluiten en vragen zich af wat zij kunnen doen om een situatie te verbeteren.

Punt.

Wil je meedoen met ons volgende webinar ‘De drie wetten van orde’ op 20 oktober a.s.? Klik dan hier

Goede leraren 2

Wat doen goede leraren anders – deel 2

Goede leraren

Vandaag mijn tweede blog met tips uit het onderwijsboek van Frans Ottenhof en Gerard Rozing: Wat doen goede leraren anders

Maak je eigen onderwijs

Het laatste wat je moet doen is het kopiëren van andere leraren. Het mag wel, maar als je iets gaat doen dat eigelijk niet bij je past, is je les gedoemd te mislukken. Als je de leerlingen goed kent kun je wel eens een steekje laten vallen, maar indien je een les van iemand moet overnemen of als je invaller bent, is het belangrijk dat je iets doet wat je zelf heel goed kan, goed kunt uitleggen waarom je deze les geeft en het liefst is het een les die je eerder hebt gegeven en waar je zelf tevreden over was. Maar als je liever niet klassikaal les geeft, kan het de moeite lonen om de klas aan het werk te zetten met samenwerkend leren. In ieder geval: organiseer je les tot in de details.

Vijf sleutelbegrippen voor samenwerkend leren

  1. Positieve wederzijdse afhankelijkheid
    Zorg ervoor dat iedere leerling één of meer taken heeft; ze moeten elkaar nodig hebben
  2. Individuele aanspreekbaarheid
    Iedere leerling is zowel verantwoordelijk voor zijn eigen deel als voor het uiteindelijke resultaat; maak dit meteen duidelijk
  3. Directe interactie
    De formulering van de opdracht moet dwingen tot duidelijke communicatie tussen leerlingen; denk er goed over na hoe je dit gaat doen
  4. Aandacht voor sociale vaardigheden
    Bespreek de rollen van iedere deelnemer van een groep of duo; leer expliciet aan welk gedrag verwacht wordt
  5. Aandacht voor groepsprocessen
    Evalueer na afloop zowel proces als product; gebruik hiervoor van te voren opgestelde criteria 

En hoe start je een les, als goede leraar?

  • Je bent op tijd in je lokaal
  • Al je materiaal ligt klaar
  • Er staat een planning op het bord – met lesdoelen
  • De techniek werkt naar wens
  • Je begroet alle leerlingen persoonlijk, bij de deur
  • Bij de start herhaal je de gemaakte afspraken/ routines en controleer je of alle leerlingen zich er aan houden – grijp meteen in als een leerling zich eraan onttrekt
  • Geef positieve feedback aan de leerlingen

Wat verwachten goede leraren van leerlingen?

  1. Bij binnenkomst groet je de leraar terug
  2. Je houdt je aan de gemaakte afspraken en routines – huiswerk, telefoon, begintaak
  3. Alle spullen zijn waar ze moeten zijn
  4. Zodra de les begint richt je je aandacht op de leraar

Wil je meer tips over routines? Klik hier

Wil je meedoen met ons volgende webinar ‘De drie wetten van orde’ op 20 oktober a.s.? Klik dan hier

Goede leraren 3

Wat doen goede leraren anders – deel 1

Goede leraren

In 2018 werd ik uitgenodigd voor de presentatie van een nieuw onderwijsboek van Frans Ottenhof en Gerard Rozing: Wat doen goede leraren anders. Dus ik ging naar Amsterdam en liet mij onderdompelen in een actieve workshop, waarin de heren enthousiast en betrokken tips gaven om leerlingen meer te betrekken bij de les. Het was een leuke middag. Alles was praktisch en sloot goed aan bij de praktijk. En we kregen het boek cadeau. Ik denk dat het hoog tijd wordt om dit boek opnieuw onder de aandacht te brengen, dus in de hele maand oktober deel ik tips uit dit boek. 

Elke leerling wil gezien worden

Natuurlijk: we stappen allemaal wel eens met het verkeerde been uit bed. De meeste mensen komen dan de dag wel op de een of andere manier goed door, maar als je voor de klas staat is het een ander verhaal. 

Ken je eigen blinde vlek

Voor de klas heb je altijd 100% focus nodig. Zodra je even ‘in je hoofd’ zit, ben je eigenlijk geen goede leraar meer; je mist belangrijke informatie waardoor je de grip op je leerlingen kwijt kunt raken. Er is er namelijk altijd wel één die blindelings aanvoelt dat je er even niet bij bent en deze leerling zal onmiddellijk onprettig gedrag gaan vertonen om je terug te halen. 

Ook goede leraren worden wel eens boos

En dat mag natuurlijk. Het gaat erom dat je:

  • Je bewust bent van je eigen irritatie
  • Beseft dat het van jou is en dat jij er iets mee moet doen
  • Nooit afreageert op een leerling of op de klas – en als je het toch doet: bied je excuses meteen aan
  • Gewoon deelt met de klas dat je vandaag niet op je best bent
  • Laat zien dat je mens bent
  • Daarmee altijd accepteert dat ook leerlingen mens zijn – en fouten maken

Hoe zorg je ervoor dat je alle leerlingen ziet?

  1. Wees je bewust van het Pygmalion-effect: positieve self-fullfilling prophecy betekent in dit geval dat je altijd 100% vertrouwen hebt in al je leerlingen
  2. Deel informatie en ervaringen van jezelf, laat leerlingen informatie en ervaringen delen; leg nadruk op de overeenkomsten en benoem de verschillen – want die mogen er ook zijn
  3. Als je onzeker bent: stel je kwetsbaar op maar blijf vertrouwen in wat je te vertellen hebt
  4. En natuurlijk: zie je je leerlingen ook letterlijk; bij binnenkomst sta je bij de deur en spreek je iedereen persoonlijk aan

Wil je een artikel lezen waarin beschreven wordt wat de link is tussen goede leraren en het lerarentekort? Klik hier

Wil je meedoen met ons volgende webinar ‘De drie wetten van orde’ op 20 oktober a.s.? Klik dan hier

functioneringsgesprek

Functioneringsgesprek

Functioneringsgesprek? Ga ervoor!

Op de meeste scholen worden functioneringsgesprekken gevoerd. Op alle scholen wordt dat anders geregeld.
Een functioneringsgesprek heeft een andere functie dan een beoordelingsgesprek. Het is zaak om daar alert op te zijn.

Vraag naar het doel van jouw functioneringsgesprek

Er bestaat veel onduidelijkheid over het verschil tussen een functioneringsgesprek en een beoordelingsgesprek. Beide gesprekken horen onderdeel te zijn van een cyclus en vinden jaarlijks plaats, maar ze hebben iedere een ander doel. Een functioneringsgesprek is een gestructureerd tweerichtingsverkeer-gesprek tussen jou en je leidinggevende. Jullie bespreken de huidige werkpraktijk om knelpunten op te sporen. Voor de geconstateerde problemen bedenk je samen oplossingen en daarover maak je afspraken. Het functioneringsgesprek is dus toekomstgericht. De verbetering (van beide kanten) staat centraal.

Soms krijg je van te voren een formulier met vragen, of een lijstje met onderwerpen.
Soms is er van te voren een klassenbezoek waar je wordt geobserveerd.
Soms krijg je alleen een datum en een tijd door en moet je maar afwachten wat de onderwerpen zullen zijn.

Soms is degene waar je het gesprek mee hebt ook degene die jou (als je starter of invaller bent) begeleidt. Dat is eigenlijk geen goede zaak; jullie hebben dan allebei twee petten op. In dat geval zou je kunnen vragen of je je functioneringsgesprek met iemand anders mag hebben.

In alle gevallen: ga ervoor!

Of je nu invaller bent of vaste kracht, de volgende tips kunnen je helpen

  1. Maak van te voren twee lijstjes. Een met dingen die je heel erg leuk vindt in je werk en een met zaken waar je niet blij mee bent. Als je tweede lijstje langer is dan het eerste, zal je je moeten afvragen of je hier wel wilt blijven werken. De uitkomst daarvan is van invloed op het gesprek dat je hebt.
  2. De dingen die je leuk vindt, kan je allemaal noemen. Doe dat met enthousiasme!
  3. De zaken die je niet leuk vindt, kun je omzetten in “wensen”. Tijdens je gesprek vraag je dan of er mogelijkheden zijn om die wensen te vervullen. Zo zorg je voor een positieve insteek.
  4. Spreek vanuit jezelf en niet over, of namens anderen.
  5. Je mag je kwetsbaar opstellen, zolang je er een leerdoel aan koppelt. Zo laat je zien dat je je bewust bent van je tekortkomingen, maar dat je er aan werkt.
  6. Alles waar je goed in bent, mag je ook zeker benoemen. Geef daar ook voorbeelden bij.
  7. Vraag of je zelf het verslag mag maken. Je maakt dan alleen een lijst met actiepunten en de data waarop deze actiepunten  (en door wie) uitgevoerd moeten zijn. Een uitgebreid verslag schrijven is zonde van je tijd!

 

Heb jij ook nog goede tips?

Zet ze in het commentaarveld 🙂

Heb jij het webinar over Timemanagement in het onderwijs nog niet bekeken? Dat kan hier

Nog meer lezen over functioneringsgesprekken in het onderwijs? Dat kan hier

Drie situaties waarin je als startende leraar een grens moet trekken

Drie situaties bij de deur van het klaslokaal

‘Waarom heb je de notulen nog niet af?’ Ria, de directeur, staat met haar armen over elkaar in de opening van de deur van het klaslokaal. ‘Ik wil ze voor vijven hebben.’ Ze draait zich om en beent met grote passen weg. ‘Vandáág’, klinkt het in de verte.
Berend haalt zijn schouders op en gaat verder met nakijken. Als hij zin heeft doet hij het vanavond thuis en anders niet. Met excuses.

‘Goedemorgen.’ Petra staat bij de deur en kijkt haar leerlingen één voor één in de ogen bij het binnenkomen. Daarna maakt ze een Japanse Buiging.
‘Goedemorgen juf.’ De meeste leerlingen kijken en buigen terug.
Chris stapt zonder boe of ba de klas in. Als hij bij zijn tafel is, kijkt hij achterom.
Petra staat in de deur en wenkt hem met een strenge vinger terug.
Schoorvoetend schuifelt Chris terug naar de deur. ‘Goedemorgen, juf Petra.’
‘Je vergeet iets.’ Petra is onverbiddelijk. Ze buigt opnieuw.
Chris buigt terug. Zuchtend.
Petra glimlacht. ‘Goedemorgen Chris, fijn dat je er nu ook bent.’

‘Selena is weer geslagen vandaag en jij hebt er niks aan gedaan. Wéér niet.’ De moeder van Selena staat met haar armen in haar zij op de drempel.
Gerda legt haar bordpen op haar bureau en loopt rustig naar moeder toe. ‘Komt u even zitten, dan kunnen we even rustig praten.’
Moeder maakt een wegwerpgebaar. ‘Ik wil niet praten, ik wil dat je er iets aan doet.’
‘Ik kan er alleen iets aan doen als u me eerst vertelt wat Selena u heeft verteld.’ Gerda haalt twee stoelen van de tafels af en zet ze – op gepaste afstand – neer. ‘Komt u zitten, dan gaan we samen een oplossing bedenken.’
Moeder gaat zitten.

Als startende leraar is het makkelijk om in bovenstaande situaties anders te reageren dan Berend, Petra en Gerda deden.

Bedenk eens wat er dan gebeurd zou (kunnen) zijn:

Berend roept een verontschuldiging naar Ria en begint meteen aan het uitwerken van de notulen. Dat kost hem meer tijd dan hij dacht. Als Berend eindelijk naar huis gaat, is het nakijkwerk niet af is en heeft hij nog niet alle lessen voorbereid. Hij weet nu niet hoe de leerlingen gewerkt hebben en wat hij morgen nog een keer moet uitleggen.

Petra laat toe dat Chris niet groet en geen buiging maakt. Misschien zegt ze: ‘Morgen wel doen, hè Chris…’ Misschien zegt ze niks en gaat ze door met de andere leerlingen. In ieder geval kun je nu voorspellen dat Petra nu dagelijks strijd zal hebben met Chris. En niet alleen om het groeten bij de deur. Chris weet nu dat hij niet hoeft te doen wat de juf van hem vraagt.

Gerda heeft eigenlijk geen tijd om met de moeder van Selena te praten. Ze weet precies wat er gebeurd is: Selena heeft in de pauze een opmerking gemaakt over de kleren van een klasgenootje. Iets met Zeeman. Het klasgenootje haalde uit.
Gerda vertelt moeder dat de ruzie al is opgelost. Ze heeft nu helaas geen tijd voor moeder, maar binnenkort is het ouderavond en dan kunnen ze verder spreken.
Moeder voelt zich afgescheept en zal ten alle tijden de kant van haar dochter kiezen – tegen Gerda. De volgende keer stapt ze rechtstreeks naar de directeur.

Als startende leraar moet je bij situaties bij de deur van het klaslokaal even nadenken wat op dit moment een handige actie is.

Daar zijn drie denkstappen voor:

1. Wat wil diegene precies van mij?
2. Wat gebeurt er als ik geen tijd voor de ander maak?
3. Wat is op dit moment belangrijker?

Voor het bepalen van wat belangrijker is, kun je deze drie criteria hanteren:

1. Veiligheid (zowel fysiek als emotioneel) gaat vóór alles
2. Het belang van de leraar staat op twee
3. Het belang van de leerling (zowel groep als individueel) komt daarna

Bewaak je grenzen op drie manieren:

1. Je laat merken dat je de ander hebt gehoord en gezien
2. Je vertelt hoe je wilt dat het gaat – oplossingsgericht
3. Je blijft consequent

Ga jij volgend schooljaar starten als leraar of zij-instromer? Dan is het online jaarprogramma misschien wel iets voor jou. Klik hier voor meer informatie

Wil je meer weten over communiceren met ouders? Kijk dan eens hier

Tien praktische tips voor startende leraren en zij-instromers

Tien praktische tips voor startende leraren en zij-instromers

1. Bereid je goed voor

Laat je rondleiden door de school, maak met iedereen contact en als je een eigen lokaal krijgt, denk dan vast na over de inrichting.
Maak je eigen onderwijsboek, met daarin:
* schoolregels
* klassenregels
* routines
* consequentieladder
* leerlijnen

2. Zorg voor een sterke start

Organiseer de eerste dag/les en de eerste week strak. Bedenk leuke activiteiten om kennis te maken en weet goed wat jouw leerlingen straks van- en over jou mogen weten – en wat niet.

3. Wordt vrienden met het OOP

Als je goed overweg kunt met de conciërge, krijg je altijd hulp als het kopieerapparaat vastloopt. Ook kan je, met enig geluk, zo nu en dan een kopje koffie of thee verwachten.

4. Sta sterk

Stel duidelijke grenzen. Praat vriendelijk met al je collega’s, maar ga niet in op roddel en achterklap. Wees ook vriendelijk voor je leerlingen, maar grijp wél meteen in bij overtredingen.

5. Besef dat je (nog) niet alles kunt

Je hoeft ook nog niet alles te kunnen, en zeker niet alles tegelijk. Iedereen heeft zijn sterke en zwakke punten, jij ook. Kies wat belangrijk is en focus daar op.

6. Zorg dat je plezier hebt

Heb lol in het houden van orde – zie het als een spelletje. Geef je lessen enthousiast en met passie. Verzamel leuke werkvormen en activiteiten.

7. Neem de tijd

Laat je niet opjagen, voorkom dat je wordt overvallen door de waan van de dag. Wat vandaag niet kan dat komt morgen wel. De school loopt niet weg.

8. Maak een jaarkalender

Zorg dat je een goed overzicht hebt van alles wat er moet gebeuren komend schooljaar. Toetsen, feesten, oudercontacten, rapporten, overleggen, excursies… zet alles erop.

9. Vraag om hulp

Als je ergens niet uitkomt vraag je om hulp. Het is handig als dat een vast persoon is. Spaar je vragen op; je collega heeft het óók druk. Spreek een wekelijks vragenuurtje af.

10. Doe het voor de leerlingen

Bouw met al je leerlingen zo snel mogelijk een goede relatie op. Onthoudt hun namen en hobby’s zo snel mogelijk. Wordt géén vriend, maar wel een betrouwbare en duidelijke leraar.

In onze online workshop krijg je nog meer praktische tips en krijg je handige invulformulieren om mee aan de slag te gaan. Klik hier voor meer informatie en opgeven

Wil je aan de slag in jouw klas met de Gouden Weken? Klik dan hier