Goede les

Geef een hele goede les

Vlak voor toetsperiodes is het heel belangrijk dat je je lessen heel goed voorbereid. Iedere les die je geeft moet een goede les zijn. Alles moet erop gericht zijn dat alle leerlingen een 10 kunnen halen.

Nu kun je natuurlijk zo’n ouderwets lesvoorbereidingsformulier gebruiken, maar die zijn meestal veel te lang en onoverzichtelijk in de praktijk. Daarom geef ik je een stappenplan waarmee je in 7 stappen je les kunt voorbereiden en geven. Je hoeft alleen maar de antwoorden op te schrijven.

  1. Waar gaat de les over? Wat is het thema, het onderwerp? Hoe maak jij het ook een boeiende les?
  2. Waarom moeten jouw leerlingen dit leren? Wat moeten ze weten en/ of kunnen aan het eind van deze les? Wat is het doel van jouw les?
  3. Welke stappen moeten de leerlingen nemen (wat moeten ze precies doen en in welke volgorde) om het doel te bereiken?
  4. Hoe ziet jouw instructie eruit? Welke stappen moet jij nemen om ervoor te zorgen dat alle leerlingen precies doen (in de juiste volgorde) wat ze moeten doen om het doel te bereiken?
  5. Hoe ga je ervoor zorgen dat alle leerlingen betrokken worden én blijven bij jouw les? Hoe houd je ze bij de les?
  6. Welke voorbeelden geef jij zodat de leerlingen (begeleid) kunnen oefenen en welke opdrachten moeten de leerlingen maken om zelfstandig te kunnen oefenen (verwerken en zelfstandig werken)? Welke huiswerk hoort daarbij?
  7. Hoe ga je toetsen of de leerlingen het doel bereikt hebben en wanneer ga je dat doen?

Het is hierbij ook heel belangrijk dat je steeds aangeeft hoe de leerlingen het moeten doen. Zet op het bord aan welke eisen het werk (zowel tijdens de instructie als tijdens de verwerking en het zelfstandig werk) moet voldoen. Denk hierbij aan tijd, netjes werken, samen of alleen, wanneer moet het af zijn, in stilte of in overleg, enzovoort. Zo zorg je ervoor dat iedere les effectief is.

Belangrijk: Haal alle “flauwekulopdrachten” die de methode geeft eruit als ze niet tot het lesdoel leiden en vervang deze opdrachten door jouw eigen opdrachten die wél tot het doel leiden!

Kun je wel wat hulp gebruiken? Volg dan de spoedcursus klassenmanagement. Wil je liever lezen? Dat kan natuurlijk ook.

Toets maken

Toets maken? Zeven tips!

Toets maken? Zeven tips voor de leraar!

Het maken van een toets in de klas gaf mij altijd een dubbel gevoel. In principe houd ik niet van toetsen. Het zou niet nodig moeten zijn. Er zijn tenslotte andere manieren om erachter te komen of een leerling “klaar is om de maatschappij in te gaan”. En zeker in dat verband betwijfel ik dat een heel toets-systeem daar de juiste voorbereiding van is.

Aan de andere kant hielden mijn leerlingen erg van toetsen. Er hing een gezonde spanning. Het was heel rustig in de klas en het competitie-element van “hoe ga ik het doen?” beviel de meeste leerlingen prima.

Mijn leerlingen waren nooit zenuwachtig

Hoe dat kwam?

  1. Ik zorgde ervoor dat iedereen een voldoende kon halen
  2. Dat deed ik door van te voren te vertellen wat de leerlingen te vertellen wat ze moeten kunnen en wat ze moeten weten
  3. We namen de agenda’s erbij en maakten samen een planning waarin oefenwerk en leerwerk werden afgewisseld
  4. Ik vertelde duidelijk aan welke eisen de toets moest voldoen om een acht te halen
  5. Ook zei ik dat ik er vanuit ging dat iedereen die acht ging halen

Heb ik een oplossing voor de heersende afrekencultuur?

Ja hoor: gewoon mee stoppen met ons allen.
Maar zo lang dat niet het geval is, is het van belang je leerlingen goed voor te bereiden op een toets. 

Zeven tips om je leerlingen goed voor te bereiden op een toets

1. Vertel precies wanneer de toets is. Datum en tijd zijn belangrijk om te weten voor leerlingen. Bij voorkeur vier tot zes weken van te voren, zodat de leerlingen de tijd hebben voor hun voorbereiding. En voorkom dat de datum of de tijd verplaatst worden.
2. Vertel wat precies het belang van de toets is. Wat hangt er van af? Zet de resultaten in relatief perspectief.
3. Vraag de leerlingen welk cijfer (of welke score) ze minimaal willen halen. Noteer die cijfers en laat de leerling een lijstje maken van alles wat ze moeten doen om dát cijfer te halen. Check regelmatig of ze op schema zijn.
4. Vertel exact wat de leerlingen moeten kunnen en weten. Neem ruim van te voren een oefentoets af.
5. Zorg voorafgaand aan de toets voor een lachmoment. Moppen tappen, leuke filmpjes kijken, gekke verhalen vertellen, een lach-energizer… Alles is goed, als er maar even flink gelachen wordt. Lachen zorgt ervoor dat je hersenen beter werken, dat je daarna beter kunt focussen en de ontspanning haalt de spanning weg.
6. Vlak voor de toets: Doe een focus-oefening. Ademhaling, voeten, kijk naar binnen; rust en vertrouwen in je hoofd.
7. Als het kan: kijk de toets meteen na afloop na. Maak een analyse en deel die met de leerlingen. Zorg ervoor dat uitvallers meteen remediërende opdrachten krijgen en regel een hele snelle herkansing.

Veel succes en ja toch: plezier met de komende toetsen.

Zoek je een goede coach? Ik heb weer tijd voor een paar nieuwe trajecten. Mail naar judith@sterkeschool.nl en we maken een afspraak voor een gratis en vrijblijvend kennismakingsgesprek.

Heb je geen behoefte aan een coach, maar kun je zo nu en dan een steuntje in de rug gebruiken? Kies dan voor de strippenkaart.

het einde van je les

Haal meer uit het einde van je les

Eindig je les goed

Als leraar zorg je voor een goed einde van je les. Iedere les die je geeft moet je netjes afsluiten. Vorige week heb ik al verteld welke elementen een goede afsluiter bevat: 

  • Controle van begrip aan de hand van het lesdoel – hebben alle leerlingen de lesstof begrepen? 
  • Evaluatie van het proces – hoe hebben jij en de leerlingen gewerkt?
  • Evaluatie van het product – wat moet er gebeuren met alle verwerkingsopdrachten van deze les?
  • Vooruitblik naar de volgende les/ huiswerk – wat moeten de leerlingen doen ter voorbereiding van de volgende les?

Als je regelmatig verschillende lesafsluiters inzet, zul je merken dat je leerlingen uitkijken naar de volgende werkvorm en er (mede) voor zullen zorgen dat jij op tijd met je afsluiter kunt beginnen.

Deze week krijg je een tweede werkvorm van Meneer Gaarthuis.

Frank Gaarthuis heeft nóg een boek geschreven

Het boekje Haal meer uit het einde van je les geeft 40 creatieve en inspirerende werkvormen om je les goed af te sluiten. Frank (leraar economie) heeft het geschreven voor het VO, maar naar mijn mening zijn de werkvormen net zo goed te gebruiken in de bovenbouw van het PO. Met toestemming van Frank plaats ik lesafsluiter 4.1. Veel plezier met het organiseren van deze werkvorm!

Afscheidnemer

De afsluiting van de les is hét moment om met een positieve noot te eindigen. Dit kun je als docent zelf verzorgen, zoals we traditioneel al vaak doen, maar de regie uit handen geven is ook leuk!

Wacht dus niet langer op een voorspeelavond, open podium of ander moment waarop je jouw leerlingen ziet schitteren buiten het klaslokaal, maar maak de bühne vrij en geef talent ruim baan aan het einde van jouw les.

Geef de paar laatste minuten van je les aan een leerling. Hij of zij probeert de les samen te vatten en vertelt de belangrijkste punten aan jou en de klas. Hierin kun je de leerling helpen door in meer of mindere mate structuur te bieden of hem of haar op weg te helpen. Daarna mag hij of zij op geheel eigen wijze afscheid nemen van de klas.

Haal meer uit het einde van je les

Wil je meer informatie over het boekje of wil je het boekje kopen? Kijk dan op de site van Meneer Gaarthuis

Heb je wel eens moeite met het houden van orde in de klas? In ons webinar De drie wetten van orde op woensdagavond 20 oktober a.s. krijg je praktische tips. Deelname kost € 3,- administratiekosten en je kunt je hier opgeven. 

Het einde van je les

Haal meer uit het einde van je les

Eindig je les goed

Het is jouw taak om iedere les niet alleen goed te beginnen, maar ook om deze goed af te sluiten. En ik weet het… door tijdgebrek schiet het er wel eens bij in. Als je voor jezelf een goede lesstructuur (met tijd!) ontwerpt, wen je jezelf er aan om al je lessen goed af te sluiten. Als je je consequent aan je eigen structuur houdt, zal je nog zelden tijd tekort komen. Bovendien rekenen je leerlingen erop dat je iedere les netjes afsluit: heldere overgangen zorgen voor duidelijkheid en overzicht. Niet alleen voor jou, maar óók voor je leerlingen. Er zijn vele manieren om het einde van je les in te kleden, maar in principe moet een lesafsluiting de volgende elementen bevatten:

  • Controle van begrip aan de hand van het lesdoel – hebben alle leerlingen de lesstof begrepen? 
  • Evaluatie van het proces – hoe hebben jij en de leerlingen gewerkt?
  • Evaluatie van het product – wat moet er gebeuren met alle verwerkingsopdrachten van deze les?
  • Vooruitblik naar de volgende les/ huiswerk – wat moeten de leerlingen doen ter voorbereiding van de volgende les?

Als je regelmatig verschillende lesafsluiters inzet, zul je merken dat je leerlingen uitkijken naar de volgende werkvorm en er (mede) voor zullen zorgen dat jij op tijd met je afsluiter kunt beginnen.

Frank Gaarthuis heeft nóg een boek geschreven

Het boekje Haal meer uit het einde van je les geeft 40 (!) creatieve en inspirerende werkvormen om je les goed af te sluiten. Frank (leraar economie) heeft het geschreven voor het VO, maar naar mijn mening zijn de werkvormen net zo goed te gebruiken in de bovenbouw van het PO. Met toestemming van Frank plaats ik lesafsluiter 4. Veel plezier met het einde van je les!

Differentiëren in huiswerk

Voor iedereen hetzelfde lesprogramma, voor elke leerling hetzelfde huiswerk en een toets over de stof op een vaststaand moment: op veel scholen is dit de normale gang van zaken. Doorbreek deze cyclus met de werkvorm Differentiëren in huiswerk.

Differentiëren is in een notendop terug te brengen tot het voorbereiden van een les of andere onderwijsactiviteit op basis van wat je weet over je leerlingen. Als je kennis hebt van de verschillen tussen leerlingen, is het een logische stap om huiswerk mee te geven dat hieraan tegemoet komt. Verzamel dus gegevens (data) over de leervoortgang van je leerlingen en selecteer op basis daarvan huiswerkopdrachten die passen bij het niveau van twee (of meer) niveaugroepen die te onderscheiden zijn vanuit je data-analyse.

Sluit de les af door leerlingen huiswerk op te geven dat voortvloeit uit jouw data-analyse. Deze data kun je hebben verzameld in een les die je eerder hebt gegeven, en voor de snelle analyseerders: in de les van vandaag!

Haal meer uit het einde van je les

Wil je meer informatie over het boekje of wil je het boekje kopen? Kijk dan op de site van Meneer Gaarthuis

Ben jij begeleider of schoolopleider van startende leraren / zij-instromers, dan kun je je HIER opgeven voor het webinar op 22 september, waarin je handige tips krijgt die jou helpen om je starters nog sneller op de rit te krijgen.

Een goed begin is het halve werk

Begin je instructie op maat

Na het vangen van de aandacht van je klas, is het tijd voor de lesopening. De beste manier om je les te openen is met een (individuele) begintaak. Ook hier geldt: een goed begin is het halve werk. Een goede begintaak grijpt terug op de (voorafgaande) stof die de basis vormt van je huidige les. Je wilt -voor je begint met je instructie- weten of alle benodigde lesstof is begrepen en verwerkt in het langetermijngeheugen van je leerlingen. Natuurlijk check je kort aan het eind van je les, maar aan het begin van de volgende les doe je dat nog een keer. Zo krijg je zicht op wat iedere leerling precies wel en niet beheerst. 

Een lesopening van Meneer Gaarthuis

Het boekje Een goed begin is het halve werk met 10 aandachtvangers & 30 lesopeningen helpt je op creatieve en inspirerende manier op weg. Frank (leraar economie) heeft het geschreven voor het VO, maar naar mijn mening zijn de werkvormen net zo goed te gebruiken in de bovenbouw van het PO. Deze week (wederom met toestemming van Frank) plaats ik Lesopening 28. Probeer ‘m uit!

Fix it

Fouten ontdekken is één ding maar fouten herstellen gaat een stapje verder! Hebben de leerlingen tijdens de voorgaande lessen geoefend met bepaalde lesstof en wil je echt checken of het is geland? Dan zet je Fix It in als lesopening om leerlingen fouten te laten herstellen in de uitwerking van een gemaakte opgave uit de methode of een (eind)examen.

Bewaar voor deze lesopening bijvoorbeeld kopieën van de antwoordbladen die al echt schoolexamens of eindexamen hebben gedaan. Zet de gereedschapskist klaar en klussen maar!

Een goed begin is het halve werk

Wil je meer informatie over het boekje of wil je het boekje kopen? Kijk dan op de site van Meneer Gaarthuis

Ben jij begeleider of schoolopleider van startende leraren / zij-instromers, dan kun je je HIER opgeven voor het webinar op 22 september, waarin je handige tips krijgt die jou helpen om je starters nog sneller op de rit te krijgen.

een goed begin

Een goed begin is het halve werk

Begin je les goed

Natuurlijk weet je dat je als leraar allereerst gastheer of gastvrouw bent. Je bent verantwoordelijk voor een warm welkom en een heldere logistiek. Daarnaast is het jouw taak om bepaalde leerstof over te brengen. Als je dat op een goede manier wilt doen zijn twee dingen belangrijk. Aandachtvangers zorgen ervoor dat iedere leerling de volle aandacht op jou richt en lesopeningen maken dat alle leerlingen de leerstof op een constructieve wijze op kunnen nemen. Een goed begin is het halve werk.

Frank Gaarthuis heeft een boek geschreven

Het boekje Een goed begin is het halve werk met 10 aandachtvangers & 30 lesopeningen helpt je op creatieve en inspirerende manier op weg. Frank (leraar economie) heeft het geschreven voor het VO, maar naar mijn mening zijn de werkvormen net zo goed te gebruiken in de bovenbouw van het PO. Met toestemming van Frank plaats ik Aandachtvanger 8. Doe er je voordeel mee!

Van deel naar geheel

Soms is het een hele uitdaging om je, bij het vangen van de aandacht, te richten op de klas als geheel. Dit kan te maken hebben met de dynamiek (een klas die omschreven wordt als ‘hele drukke klas’), het aantal leerlingen of misschien vind je het wel lastig om je verstaanbaar te maken in een drukke omgeving.

Wat dan uitkomst biedt is de van deel naar geheel aandachtvanger. Hierbij richt je je in eerste instantie op delen van de klas in plaats van op de klas als geheel. Je kunt leerlingen die in een klassieke busopstelling zitten bijvoorbeeld per rij aanspreken en voorbereiden op het feit dat je instructie wilt gaan geven. Om echt indruk te maken verpak je een compliment in je aandachtvanger door bijvoorbeeld te zeggen (met een knipoog) terwijl je een rij aanwijst: ‘Ik richt mij even tot het slimste gedeelte van de klas’. Dan zul je merken dat andere rijen dit oppikken.

In hele drukke klassen kies ik er ook wel eens voor om leerlingen per tweetal of individueel aan te spreken. Iedereen even persoonlijke aandacht geven om vervolgens de klas als geheel aan te spreken is een techniek die bij de wat meer uitdagende klassen heel goed werkt.

Verdeel eerst je aandacht over delen van de klas om vervolgens geheel naar tevredenheid aan de les te beginnen.

Een goed begin is het halve werk

Wil je meer informatie over het boekje of wil je het boekje kopen? Kijk dan op de site van Meneer Gaarthuis

Ben jij begeleider of schoolopleider van startende leraren / zij-instromers, dan kun je je HIER het webinar bekijken, waarin je handige tips krijgt die jou helpen om je starters nog sneller op de rit te krijgen.

onvoldoende

Oooo! Waarom hebben ze nu weer een onvoldoende?

Oooo! Waarom hebben ze nu weer een onvoldoende?

Vlak voor de lockdown was ik in een klas waar een slecht gemaakt proefwerk werd nabesproken. Het proefwerk was niet moeilijk geweest, de docent begreep niet waarom zoveel leerlingen een onvoldoende hadden gehaald.

De leerlingen mopperden

De docent deed haar best om de moed erin te houden. “Kom op jongens, over twee weken is de herkansing en als jullie nu goed meedoen, dan gaan jullie allemaal een voldoende halen.”

Het gemopper verstomde. Een beetje. En alle leerlingen deden echt hun best om actief mee te doen.

De docent nam de tijd om het proefwerk na te bespreken

De docent las de eerste vraag voor en gaf vervolgens het juiste antwoord.
Een leerling riep: “ja, maar dat bedoelde ik ook! Het staat er toch? En toch heb je me daar geen punten voor gegeven. En nu heb ik een onvoldoende.”

Het werd weer onrustig in de klas. De docent keek een beetje wanhopig rond en wist blijkbaar niet wat ze nu moest doen. Ze zei: “Oké. Als je een individuele vraag hebt, dan mag je na afloop van de les even bij me komen.”

Na afloop van de les bleven alle leerlingen zitten. Ze hadden allemaal een individuele vraag.
Ze wilden er punten bij. Want de vraag was onduidelijk gesteld. Of de docent had hun antwoord niet goed begrepen. De docent besloot contact op te nemen met de teamleider, want ze wist niet zo goed wat ze hier mee moest.

De conclusie van de teamleider was, dat de meeste leerlingen de vragen niet goed hadden gelezen. De vragen bestonden uit lange, samengestelde zinnen. Sommige vragen konden anders geïnterpreteerd worden. De docent had het proefwerk niet zelf gemaakt. Alle parallelklassen hadden hetzelfde proefwerk gemaakt, maar niet in alle klassen zo slecht als bij haar. En de docent had het proefwerk wel nabesproken, maar niet vóórbesproken. En daar zat de crux.

Als je wilt dat je leerlingen geen onvoldoende halen, dan:

1. Neem je de tijd om (belangrijke) proefwerken voor te bespreken.
2. Deel je een “proef-proefwerk” uit en maak het klassikaal, interactief.
3. Leer je je leerlingen samengestelde zinnen goed lezen.
4. Laat je de leerlingen steeds hardop bedenken: “Wat wordt hier precies gevraagd?”
5. Vraag je je leerlingen hun ogen dicht te doen en zich in te beelden dat ze in de toekomst zijn. Dat ze hier over een paar weken weer zitten en een voldoende hebben gehaald voor hetzelfde proefwerk.
6. Daarna laat je de leerlingen hun ogen weer opendoen en (eventueel) in tweetallen bedenken wat ze nodig hebben om het proefwerk goed te kunnen maken.
7. Laat je leerlingen een eigen stappenplan maken om een vraag goed te kunnen beantwoorden. Samenwerken mag hierbij.
8. Zorg je ervoor dat ze dit stappenplan bij zich hebben bij de toets.
9. Eindig je met een energizer, zodat iedereen fit en vol goede moed het proefwerk kan gaan maken.
10. Vlak voor het echte proefwerk doe je diezelfde energizer nog een keer!

Welke tips heb jij om onze leerlingen goede cijfers te laten halen? Deel ze hieronder.

Meedoen met de online workshop De drie wetten van Orde? Klik hier

Meer weten over online toetsen? Klik hier

afzwaaiers

Tien afzwaaiers voor het einde van jouw les

Tien afzwaaiers voor het einde van jouw les

Je weet dat het belangrijk is om je les goed af te sluiten. Maar het schiet er wel eens bij in. Je komt vaak tijd te kort, om wat voor reden dan ook. Maar je moet je les evalueren; je moet tenslotte weten of alle leerlingen het lesdoel hebben bereikt. Daarvoor kun je een afzwaaier gebruiken.

Een afzwaaier is snel en effectief

Een goede afzwaaier zorgt ervoor dat je iedere les goed kunt afsluiten:

  1. Test het lesdoel
  2. Duurt 3-5 minuten
  3. Geeft overzicht
  4. Zegt ook iets over het proces
  5. Geeft energie
  6. Nodigt uit voor de volgende les

Tien afzwaaiers voor effectieve leraren

  1. Stel drie vragen die alle leerlingen moeten beantwoorden met een wisbordje of op een blad
  2. Laat alle leerlingen een duim opsteken: naar boven voor begrip, naar beneden voor onbegrip (check random)
  3. Houd een mondelinge steekproef met ijslollystokjes
  4. Begin de volgende les met een kleine schriftelijke toets over de lesinhoud van de vorige les (begintaak)
  5. Laat de leerlingen een tekening of mindmap maken van het geleerde
  6. Geef een korte schriftelijke toets
  7. Deel post-its uit en laat daar opschrijven wat is blijven plakken
  8. Laat leerlingen een toetsvraag bedenken en ruilen met een klasgenoot
  9. Hardop: vraag en antwoordspel (en je wilt iedereen goed kunnen verstaan)
  10. Maak een lied (gebruik een bekende melodie) waarin de leerlingen klassikaal vragen moeten beantwoorden over het lesdoel (vooral leuk voor jongere leerlingen)

Wil je meedoen met het gratis webinar De drie wetten van Orde? Klik dan hier

Wil je meer informatie over afzwaaiers? Klik dan hier en hier

Het motiveren van leerlingen

Vijf manieren om je leerlingen (online) te motiveren

Vijf manieren om je leerlingen online te motiveren

Iedereen wil gemotiveerde leerlingen in zijn lessen. We willen leerlingen die opletten, meedoen en zich de lesstof eigen maken. In de klas is het al moeilijk genoeg om sommige leerlingen gemotiveerd te houden. In deze tijd van online lesgeven is dat nog moeilijker: leerlingen loggen niet in, leerlingen zijn met andere dingen bezig (hun telefoon) of ze doen alleen mee met de activiteiten die ze leuk vinden. Gelukkig zijn er een aantal trucs die je kunt inzetten. Ik noem ze: vijf manieren om je leerlingen online te motiveren.

Vandaag nog gehoord:

  • Juf, ik heb die opdracht vorige week al naar u gemaild. Heeft u die niet gekregen? Dan is dat de schuld van outlook.
  • Meneer, ik was er gisteren niet want ik kon niet inloggen. 
  • Ik wil mijn werk wel door hoor juf, maar ik moet de hele tijd op mijn zusjes passen.

En ach ja… of die smoezen nu waar zijn of niet, allemaal kiezen deze leerlingen ervoor om niet te doen wat ze moeten doen. Ze maken in eerste instantie al een foute keuze.

Vijf manieren om je leerlingen online te motiveren

  1. Jonge leerlingen zijn vooral extrinsiek gemotiveerd; ze werken voor jou. Maak hier gebruik van door altijd blij te zijn met alles wat ze doen: aanwezig zijn, opdracht inleveren, meedoen met de les. Geef overal vette complimenten voor. Straal voortdurend enthousiasme uit. Ook als het uit je tenen moet komen.
  2. Oudere leerlingen zouden al intrinsiek gemotiveerd moeten zijn. Degenen die dat inderdaad al zijn, ondersteun je extra door steeds te benoemen (zonder namen te noemen) waarom ze aanwezig zijn of hun opdrachten hebben gemaakt, wat ze daar aan hebben, waarom je daar blij mee bent (win-win) enzovoort. Hiermee geef je het goede voorbeeld. Misschien haakt de rest daar bij aan. En als het er maar één is mag je ook al blij zijn.
  3. Iedere leerling krijgt een stempelkaart. Voor iedere aanwezigheid en ook voor iedere ingeleverde opdracht krijgen leerlingen een stempel. Een volle stempelkaart kan ingeruild worden voor een beloning. En ja, deze methode werkt ook in het VO en MBO. Waarschijnlijk sparen hun ouders ook zegeltjes of airmiles; je bent nooit te oud voor een spaarkaart.
  4. Begin iedere les met een korte maar leuke activiteit waarin je de stof van de vorige les toetst; bijvoorbeeld een kahoot (VO) of spelletje (PO). Google staat vol met suggesties.
  5. Eindig iedere les met het trekken van een naam (van een leerling). Je noemt de naam niet, je doet de naam (op een briefje of ijslollystokje) in een envelop die je dichtplakt. Aan het einde van de volgende les maak je de envelop open. Als de leerling wiens naam getrokken is de hele les aanwezig was én de opdrachten heeft gemaakt, krijgt diegene een extra stempel. Of een andere beloning. En ja, je mag manipuleren, maar niemand mag dat doorhebben.

Wat kan ik met de leerlingen die ongemotiveerd blijven?

Bij sommige leerlingen werken de vijf manieren om leerlingen online te motiveren niet. Met die leerlingen ga je het gesprek aan. Ga voor een snelle online meeting of facetime. Stel vragen, toon belangstelling. Vraag naar wat hem of haar drijft, wat de leerling wél belangrijk vindt. Zoek in de antwoorden een reden om jouw lessen belangrijk te maken voor hem of haar. Leg de verantwoordelijkheid bij de leerling en maak duidelijk dat hij of zij op jouw steun kan rekenen.

Wil je spelletjes die je online met je collega’s kunt spelen (en -aangepast- ook met je leerlingen)? Klik dan HIER

Wil je zelf een strippenkaart? Klik dan HIER En misschien krijg jij ook een beloning als ie vol is…

effectieve online les

Zeven tips voor een effectieve online les

Zeven tips voor een effectieve online les

Afgelopen maandagavond keek ik naar de zesde aflevering van Klassen. Ik zag de juffen – die live voor de klas hun lessen uit hun mouw leken te schudden – stuntelen met de online lessen in de eerste lock-downperiode. Leerlingen kakelden door elkaar, de techniek haperde en de effectieve leertijd leek me nog geen 10%. Kortom: een feest van herkenning. 

En nu is het weer zover

Waarschijnlijk heb je heel veel geleerd tijdens die eerste periode en pak je het nu weer makkelijk op. Veel beginnersfouten maak je niet meer. Misschien is het voor jou de eerste keer, dat kan natuurlijk ook. Ik ga je niet vertellen hoe je online les moet geven, het internet staat vol met goede ideeën en online tools en tips om te gebruiken. Voor dergelijke zaken heb je mij niet nodig. Ik ben van de basis – en dat is dus ook precies wat ik ga vertellen: je krijgt zeven basisregels zodat je online les in ieder geval effectief is. 

Zie het maar als een checklist

  1. Doe ik dit allemaal?
  2. Zo nee: wil ik dit doen?
  3. Zo ja: wat moet ik dan anders gaan doen?
  4. Actie!

Zeven tips voor een effectieve online les

1. Maak een vaste routine van de eerste 10 minuten van iedere les. Kies een vaste volgorde van bepaalde onderdelen die je erin wilt hebben, zoals de aanwezigenlijst, huiswerkcontrole, hoe zit iedereen erbij?, afspraken m.b.t. hulplijnen, etc. Eindig je routine met het lesdoel van deze les.

2. Geef de leerlingen dagelijks een duidelijk overzicht van alles wat ze af moeten hebben, wat ze mogen maken, wat ze alleen kunnen en waar ze hulp bij nodig kunnen hebben. Zorg voor vakjes zodat de leerlingen fijn kunnen afvinken.

3. Geef duidelijk aan wanneer jij beschikbaar bent voor ouders en wanneer voor leerlingen. Stel desnoods een dagelijks spreekuur in. Voorkom dat je geleefd wordt door je telefoon of PC; je hoeft echt niet meteen op ieder appje of mailtje te reageren. Maak duidelijk dat je ’s avonds vrij bent. Neem dan tijd voor jezelf.

4. Vooral bij online lesgeven: voorkom het woord “NIET” in je taalgebruik. Luisteren is nog moeilijker voor leerlingen als dat online moet. Houd je zinnen dus kort, duidelijk en gericht op actie. Positief gesteld – zonder nieten.

5. Als een leerling met je in discussie gaat, kap je de discussie meteen af (mute) en nodig je de leerling uit om op een ander moment te discussiëren. Bij voorkeur aan het eind van de dag. Waarschijnlijk is hij/ zij tegen die tijd vergeten waar het ook al weer over ging.

6. Leerlingen zijn kort van memorie. Dat betekent dat je alles ongeveer zeven keer moet herhalen voordat iets onthouden wordt. Online geldt dit extra.

7. Het korte online instructie-model:
a. Het lesdoel
b. Het nut van deze les
c. Leg het concept uit
d. Doe de vaardigheid voor
e. Doe de vaardigheid samen
f. Controle van begrip (afzwaaier)

Extra TIP: Veel humor! Heb plezier!

En oh ja… adviseer om samen te werken; koppel leerlingen aan elkaar die fysiek samen de online lessen volgen en die dag samenwerken bij één van de ouders thuis. De leerlingen werken beter, vragen minder aandacht en de vrije ouders kunnen hun eigen werk doen.

Jaaa… je kunt je nog opgeven voor het gratis webinar Timemanagement van a.s. woensdagavond

En…. er is nog één plek bij de online dagtraining van aanstaande zaterdag. Klik hier voor inspiratie en zelfvertrouwen

En kijk hier voor tips en tools van Leraar 24