gedrag in de klas deel 4

Gedrag? Oplossingen! deel 4

Gedrag? Oplossingen!

Beth Aune, Beth Burt en Peter Gennaro hebben een boekje met praktische oplossingen voor gedragsproblemen in het passend onderwijs geschreven. Dit vierde en laatste deel gaat over leerlingen met sociaal-emotionele problemen. Het betreft leerlingen die zich eenzaam voelen op school doordat zij minder goed geaccepteerd worden door hun leeftijdsgenoten. Misschien worden ze gepest, buitengesloten en daarmee vaak niet gehoord en gezien door leraren en zelf ook door hun ouders.

We onderscheiden drie categorieën gedragsproblemen

  1. Sociaal vermijdend; leerlingen die zich onttrekken aan vrijwel elke vorm van sociale interactie
  2. Sociaal onverschillig; leerlingen die het prima vinden om met andere leerlingen samen te zijn maar net zo lief alles alleen doen
  3. Sociaal onhandig; leerlingen die enorm hun best doen, maar hun pogingen zien stranden in ruzie en/ of afwijzing

Een paar praktische tips

Verkeerde dingen zeggen

Laat merken dat jij begrijpt wat hij of zij bedoelde en vertel wat zij beter hadden kunnen zeggen. Geef een letterlijke voorbeeldzin en laat de leerlingen deze nazeggen en de volgende keer gebruiken

Problemen met kleding of hygiene

Neem de tijd voor een gesprek met de ouders (met of zonder de leerling erbij). Wees direct, zonder te schofferen of te beledigen

Niet tegen kritiek kunnen

Blijf rustig en spreek met vaste stem. Maak duidelijk dat kritiek bij het leven hoort, bedoeld is om van te leren en niet als een aanval op de persoon

Teveel aandacht trekken

Laat merken dat je de leerling vooral ook hoort en ziet zodra hij of zij niet op de voorgrond treedt. Zorg in ieder geval voor duidelijke regels en afspraken en corrigeer kort en duidelijk zodra deze worden overtreden

Heb je veel leerlingen met lastig gedrag in je klas? Dan adviseer ik je om een privéworkshop te boeken. De NPO-gelden zijn ook hier voor in te zetten!

Gedrag? Oplossingen! is een handig boekje. Mocht je belangstelling hebben, dan kun je het hier kopen.

Wil je meedoen met het eerstvolgende webinar van Sterke School? Klik dan hier.

gedrag in de klas deel 3

Gedrag? Oplossingen! deel 3

Gedrag in de klas

José kijkt uit het raam. Herman, de docent, loopt achter haar langs en ziet dat de te maken bladzijde in het werkboek nog helemaal leeg is. ‘Ga je ook aan het werk? Je hebt nog maar tien minuten.’ José kijkt Herman aan en pakt haar pen. Herman loopt door. Als hij tien minuten later alle werkboeken inneemt, ziet hij dat de bladzijde in het werkboek van José nog steeds leeg is.

Youssef valt van zijn stoel. Niet één keer, maar vijf keer achter elkaar. Juf Karima pakt hem, vriendelijk doch beslist, bij zijn arm, trekt hem overeind en zet hem stevig op zijn stoel. ‘Nu blijf je in de kring, op je stoel zitten. Ik weet zeker dat je het kunt.’ Voordat Karima verder kan gaan met het prentenboek, ligt Youssef alweer op de grond. De andere leerlingen roepen Youssef toe dat hij weer moet gaan zitten. Youssef grijnst.

Alle schriften van Casper zitten vol met krassen, scheuren en vouwen. Als hij zijn laatje omkeert op de tafel, valt er van alles uit: pennen, proppen papier, potloodslijpsel én natuurlijk het leesboek dat hij vanmorgen niet kon vinden. Meester Bert zucht. Hij weet niet zo goed hoe hij met Casper om moet gaan. Het is een lieve jongen, maar hij laat voortdurend een spoor van chaos na. Spullen, kwijt of kapot. Huiswerk niet gemaakt. Gymspullen zoek. Punt gebroken. Maar ook: ruzie in de rij. Gedoe tijdens de pauzes. Een onleesbaar handschrift. En niemand wil met hem samenwerken. Arme Casper.

Herken je dit?

Ongetwijfeld heb ook jij een José, Youssef of Casper in de klas. Of alle drie… Soms heb je snel een oplossing gevonden om rust en orde in de klas te houden, maar het komt ook voor dat dergelijk gedrag zo’n impact op jou en de klas heeft, dat andere leerlingen én jijzelf niet goed meer kunnen functioneren. 

Gedrag? Oplossingen!

Beth Aune, Beth Burt en Peter Gennaro hebben een boekje met praktische oplossingen voor gedragsproblemen in het passend onderwijs geschreven. Deze week deel ik tips uit het derde deel van het boekje: Probleemgedrag dat te maken heeft vaste regels en schoolwerk.

Dit kun je in ieder geval doen

  • Vraag altijd aan de leerling om te herhalen welk gedrag je van hem of haar wilt zien. Zo weet je precies wat de leerling van jou begrepen heeft. Vragen als ‘heb je het begrepen?’  of ‘heb je me gehoord’ zijn vragen waar je meestal een gewenst antwoord op krijgt.
  • Vertel ’s morgens altijd welke zaken deze dag anders gaan dan normaal, vertel ook waarom en wat er anders zal zijn. Dit scheelt onrust, gedoe en storend gedrag.
  • Jonge leerlingen zet je het liefst bij je in de buurt. Met oudere leerlingen kun je vaste tekens afspreken, een vaste plek geven om ‘bij te komen’  of met een emotiethermometer werken.
  • Onrustige leerlingen kunnen gebaat zijn met een stressbal of tangel.
  • Oefen vaste routines net zolang totdat alle leerlingen deze onder de knie hebben. Heb geduld; als het niet meteen lukt vertel je opnieuw welk gedrag je wilt zien en oefen je het nog een keer.
  • Chaotische leerlingen geef je de keuze tussen twee opties. Houd het simpel.
  • Samenwerken moeten leerlingen ook stap voor stap leren. Hoe je dat aanleert, lees je hier.

Heb je veel leerlingen met lastig gedrag in je klas? Dan adviseer ik je om een privéworkshop te boeken. De NPO-gelden zijn ook hier voor in te zetten!

Gedrag? Oplossingen! is een handig boekje. Mocht je belangstelling hebben, dan kun je het hier kopen.

Wil je meedoen met het eerstvolgende webinar van Sterke School? Klik dan hier.

gedrag in de klas deel 2

Gedrag? Oplossingen! Deel 2

Gedrag in de klas

Maartje zit achter in de klas. Het is een stille meid die eigenlijk niet opvalt. Maar als je haar observeert, zie je dat ze iedere keer in elkaar duikt als haar klasgenoten schreeuwen of hun boek met een knal op de tafel laten ploffen. Maartje houdt niet van harde geluiden. Als haar buurvrouw een hand op haar schouder legt, deinst ze terug.

Herken je dit?

Deze keer gaat het over leerlingen die overgevoelig zijn voor geluiden, aanrakingen of angstig zijn voor nieuwe, onbekende gebeurtenissen. Soms is er sprake van ASS, maar dit hoeft niet perse. Maartje trekt zich terug, maar er zijn ook leerlingen die plotseling agressief kunnen reageren. Alle angst knalt er dan als het ware in één keer uit.

Gedrag? Oplossingen!

Beth Aune, Beth Burt en Peter Gennaro hebben een boekje met praktische oplossingen voor gedragsproblemen in het passend onderwijs geschreven. Deze week deel ik tips uit het tweede deel van het boekje: Vermijdingsgedrag en zich terugtrekken

Onttrekken aan activiteiten, op 'slot' gaan of wegrennen?

  1. Ten eerste moeten alle andere leerlingen weten dat dit gedrag af en toe voorkomt. Maak duidelijke afspraken hoe ze erop dienen te reageren. Wees daar consequent in.
  2. Vat dit gedrag nooit persoonlijk op, welke ongepaste woorden je ook naar je hoofd krijgt geslingerd.
  3. Wees zelf alert of onverwachte zaken (brandalarm, wesp in de klas, storm) en bereid de leerling alvast voor.
  4. Dwing leerlingen nooit om ergens aan mee te doen. Moedig ze wél aan om steeds een klein stapje verder te doen.
  5. Geef weglopers een vaste plek buiten de klas, waar ze even tot rust kunnen komen en uit zichzelf weer terugkomen.
  6. Leer je leerlingen samen te werken volgens een vaststaande procedure. Zet deze afspraken op het bord of op een poster.
  7. Ga met deze leerlingen altijd pas later in gesprek; onder vier ogen, in een rustige situatie. Forceer geen gesprek, maar geef wel duidelijk aan dat (en wanneer) je zijn of haar versie van het verhaal wilt horen.
  8. Leer deze leerlingen twee dingen:
    1. Het herkennen dat er ‘iets’ gaat gebeuren. Benoem de triggers. Geef een andere escapemogelijkheid dan ze nu kennen. Dat kan met een emotiethermometer.
    2. Wat ze kunnen zeggen of doen in sociale situaties. Oefen dit met de leerling.

Heb je veel leerlingen met lastig gedrag in je klas? Dan adviseer ik je om een privéworkshop te boeken. De NPO-gelden zijn ook hier voor in te zetten!

Het is een handig boekje. Mocht je belangstelling hebben, dan kun je het hier kopen.

Wil je meedoen met het eerstvolgende webinar van Sterke School? Klik dan hier.

Gedrag in de klas deel 1

Gedrag? Oplossingen! deel 1

Gedrag in de klas

Hannes kan niet op zijn stoel blijven zitten. Ook al zit hij voorin in de klas, vlak bij de juf, het lukt hem gewoon niet. Hij heeft een wiebelkussen én een koptelefoon maar het lijkt niet te helpen. Hij stoort andere leerlingen, laat regelmatig zijn pen vallen en staat steeds weer opnieuw op om de klas uit te lopen. Zomaar. Juf Brecht heeft er haar handen aan vol. Maar ze kan niet de hele dag alleen met Hannes bezig zijn, ze heeft nog 35 andere leerlingen.

Herken je dit?

Het gaat om leerlingen die moeite hebben met het interpreteren van prikkels. Het is belangrijk om samen met deze leerlingen te onderzoeken welke denkfouten zij maken. Soms hebben leerlingen een diagnose, maar soms ook niet. Maar eigenlijk maakt het niet uit. Als leraar heb je te dealen met het gedrag van een leerling. Jij moet beslissen hoe je reageert op dat storende gedrag. En natuurlijk: je wilt het liefst dat je het storende gedrag gewoon uit kunt zetten, maar helaas… ik heb geen toverstokje voor je.

Gedrag? Oplossingen!

Beth Aune, Beth Burt en Peter Gennaro hebben een boekje met praktische oplossingen voor gedragsproblemen in het passend onderwijs geschreven. Deze week deel ik tips uit het eerste deel van het boekje: Probleemgedrag dat te maken heeft met beweging.

Hyperactief overkomen, wild gedrag vertonen of gevaarlijke acties ondernemen?

  1. Ten eerste moeten alle andere leerlingen weten dat dit gedrag af en toe voorkomt. Maak duidelijke afspraken hoe ze erop dienen te reageren. Wees daar consequent in.
  2. Laat wiebelige leerlingen staand werken.
  3. Geef ze iets in hun handen op de momenten dat ze moeten luisteren.
  4. Geef deze leerlingen een speciale taak, waarbij ze regelmatig even kunnen wandelen, bewegen of iets doen met hun handen.
  5. Houd deze leerlingen bij je op de momenten dat je het klaslokaal verlaat
  6. Stel duidelijke grenzen. Deze leerlingen zullen moeten leren dat ze niet de hele tijd mogen doen wat ze willen; ze zullen moeten leren om hun gedrag aan te passen. Stel per week kleine, haalbare doelen en wees zeer consequent in het straffen en belonen.

Heb je veel leerlingen met lastig gedrag in je klas? Dan adviseer ik je om een privéworkshop te boeken. De NPO-gelden zijn ook hier voor in te zetten!

Het is een handig boekje. Mocht je belangstelling hebben, dan kun je het hier kopen.

Wil je meedoen met het eerstvolgende webinar van Sterke School? Klik dan hier.

goede leraar 5

Wat doen goede leraren anders – deel 5

Goede leraren

Dit is het laatste deel van een serie blogs met tips uit het boek ‘Wat doen goede leraren anders’ van Frans Ottenhof en Gerard Rozing. Ik heb deze keer gekozen voor thema 13: Maak het niet groter dan het is.

In een klaslokaal gebeuren 100 dingen tegelijk

Iemand gaapt, één leerling kijkt uit het raam, een derde kletst met zijn buur, nummer vier laat een pen vallen en als je goed kijkt, lijkt het wel alsof Bram onder de tafel op zijn telefoon zit. 

Je kunt overal op reageren

En aan het begin van het jaar moet dat ook, dan moet je kleine dingen groot maken. Maar er komt een moment waarop je keuzes moet maken. Reageer je of reageer je niet? En als je reageert, op welke manier doe je dat dan?

Sommige leerlingen maken er een sport van om met jou in discussie te gaan

Discussiëren is een leuk tijdverdrijf, maar je staat daar om les te geven. Iedere minuut dat jij in gesprek bent met een leerling, betekent een minuut minder effectieve lestijd. Je hebt verschillende opties, je moet uitproberen wat bij jou past en wat werkt in een bepaalde klas.

  • Je antwoordt in standaardzinnen
    Voorbeeld: ‘Ik wil het hier graag met je over hebben. Na de les.’
  • Je kijkt afwisselend streng (!)  rond en op je horloge. Als het te lang duurt begin je een donderpreek en geef je extra huiswerk mee aan de ordeverstoorders.
  • Je negeert ‘grappige’ opmerkingen met een frons en gaat door met de les. Tijdens de les maak je een nonchalante opmerking over ‘hoe fijn het is als leerlingen de stof beheersen en hun toetsen goed maken’.

Leerlingen willen drie dingen van een les

  1. Het moet gezellig zijn
  2. Er moeten duidelijke regels zijn – met heldere consequenties
  3. Ze willen iets leren (ja, echt waar)

Discussies zijn enerzijds een manier om de leraar te testen, maar kan ook een teken aan de wand zijn. Je instructie is onduidelijk, je praat te lang, er is te weinig zuurstof in het lokaal of er is een andere (externe) reden, zoals feestdagen, het weer of een emotionele gebeurtenis. Goede leraren kijken en luisteren goed naar hun leerlingen en zijn zich bewust van wat er aan de hand is. 

Wees je steeds bewust van wat er precies aan de hand is

En als je niet weet wat er aan de hand is, dan vraag je het aan de leerlingen. Wedden dat één van hen een eerlijk antwoord geeft?

Wil je meedoen met ons volgende webinar ‘Timemanagement voor leraren’ op 17 november a.s.? Klik dan hier

goede leraar 4

Wat doen goede leraren anders – deel 4

Goede leraren

Ik hoor wel eens zeggen dat goede leraren ‘nooit een leerling de klas uit sturen’. En ik vind daar iets van. Voor mij valt zo’n opmerking in de categorie Leuk in theorie maar de praktijk is anders, net als ‘moeilijke klassen bestaan niet’ en ‘de leerling staat centraal’. 

Ik beschouw mijzelf als een goede leraar

Jij doet dat, hoop ik, ook. Waarschijnlijk heb je net als ik minimaal één leerling – ooit – jouw klas uitgezet, of in ieder geval geïsoleerd van de groep. Tijdens een les, nog geen 10 jaar geleden, heb ik zelfs zeven (!) leerlingen uit de les verwijderd. Waarom? Omdat de veiligheid van de groep in het gedrang kwam. Het was een moeilijke klas, met zowel kwetsbare als primair agressief reagerende leerlingen. De veiligheid van een groep gaat altijd voor. Goede leraren hebben de verantwoordelijkheid om die veiligheid te waarborgen en als dat betekent dat er een leerling even uit de groep moet, dan heb je geen keus.

Hoe doen goede leraren dat?

Een klaslokaal is een plek om te leren en als leerlingen niet kunnen leren door het gedrag van een medeleerling, dan moet je die leerling verwijderen. Het is een noodgreep, de laatste stap van jouw consequentieladder en je moet er zuinig mee zijn. Anders wordt het een sport of een strijd.

Een handleiding

  1. Neem een duidelijke beslissing en deel deze overtuigend. De criteria moeten helder zijn voor de leerlingen. Dat betekent dat je altijd moet uitleggen waarom je deze leerling er op dit moment uitzet.
  2. Geef de leerling een taak mee. Op een afgesproken tijdstip dient de leerling zich bij jou te melden met de gemaakte taak.
  3. Als een leerling weigert te vertrekken, geef je de keus tussen twee opties. Beide opties moeten oké voor jou zijn. Kies bewust. Spreek kort en duidelijk. Wees zelfbewust. Ga meteen door met je les, negeer de betreffende leerling; voor jou is hij/zij al vertrokken.
  4. Houd het zakelijk. Laat persoonlijke aanvallen van je afglijden en ga, na vertrek van de leerling, door met je les. Kap discussies meteen af.
  5. Herstel de relatie met je strafklant. Maak altijd meteen duidelijk dat hij of zij de volgende les weer welkom is en spreek de verwachting uit dat je zeker weet dat de leerling zich dan beter zal gedragen. Beschrijf het gedrag (zichtbaar) dat je verwacht.
  6. De volgende les begroet je de leerling met vriendelijke woorden, laat zien dat je blij bent dat hij/zij er weer is. Laat ouwe koeien lekker in de sloot zitten.

Wil je meedoen met ons volgende webinar ‘Timemanagement voor leraren’ op 17 november a.s.? Klik dan hier

goede leraar 3

Wat doen goede leraren anders – deel 3

Goede leraren

Er zijn heel veel dingen die goede leraren doen en het bijzondere is, dat hetgeen dat voor leraar A goed werkt, bij leraar B een tegengesteld effect kan hebben. Dat komt doordat er drie belangrijke gegevens zijn die het gedrag van een leraar beïnvloeden. Het eerste (en belangrijkste) gegeven is de persoon van de leraar. Ieder mens is anders, denkt anders, handelt anders en daarmee reageert ook iedere leraar anders op eenzelfde situatie. Ten tweede is iedere klas anders. De samenstelling van een groep bepaalt voor een groot gedeelte de sfeer in de klas. Twee open deuren, net als het derde gegeven: de schoolcultuur. 

Dat wist je al

Maar… In feite hebben mensen geen enkele invloed op andere mensen. Ieder mens heeft de vrijheid van keuze: hoe te denken, hoe te reageren en om iets wel of niet te doen. Dat geldt voor leerlingen net zo goed als voor volwassenen. Het enige verschil is dat je je als (goede) leraar bewust bent van de consequenties die het maken van bepaalde keuzes tot gevolg kan hebben. 

En daar zit de crux

Om de juiste keuze te kunnen maken, moet je dus heel stevig in je schoenen staan. Je moet weten wat je doet en waarom. Want alleen dan heb je de rust om de consequenties te overzien en uit te leggen aan anderen waarom je een bepaalde keuze te maken. Voora in contact met leerlingen luistert dit heel nauw.

Leerlingen voelen feilloos aan hoe zeker een leraar is van zichzelf

Goede leraren staan sterk voor de klas. Leerlingen proberen iedere leraar uit – dat hoort bij het spelletje, maar de reactie van de leraar bepaalt hoe het verder gaat. Een goede leraar heeft daarmee invloed op de leerlingen.

Goede leraren gebruiken de cirkel van invloed

De cirkel van invloed (Steven Covey) is de basis van een goede leraar. Het gaat er niet om wat je doet, maar dat je reageert vanuit jouw cirkel van invloed: weten waar je invloed op hebt en de manier waarop je vervolgens jouw invloed uitoefent. Schoolleiders en IB-ers noemen dat een proactieve houding. Maar dan blijft de vraag: wat voor houding willen ze eigenlijk zien?

  • Sta altijd stevig – in balans
  • Neem denktijd – denk na over de mogelijkheden die je hebt
  • Weet waar je wel en geen invloed op hebt. – realiseer je dat iedere leerling zelf kiest hoe hij of zij reageert
  • Bedenk van te voren hoe je gaat reageren op een vervelende situatie – want die komen altijd terug
  • Neem je verantwoordelijkheid – anderen zijn nooit verantwoordelijk voor jouw gedrag of situatie

Conclusie van het boek

Ik citeer uit het boek Wat doen goede leraren anders

Reactieve docenten laten hun gedrag bepalen door de omstandigheden en en besteden veel tijd aan gemopper op zaken waar zij niets aan kunnen veranderen.

Proactieve docenten laten hun gedrag bepalen door hun eigen besluiten en vragen zich af wat zij kunnen doen om een situatie te verbeteren.

Punt.

Wil je meedoen met ons volgende webinar ‘De drie wetten van orde’ op 20 oktober a.s.? Klik dan hier

Goede leraren 2

Wat doen goede leraren anders – deel 2

Goede leraren

Vandaag mijn tweede blog met tips uit het onderwijsboek van Frans Ottenhof en Gerard Rozing: Wat doen goede leraren anders

Maak je eigen onderwijs

Het laatste wat je moet doen is het kopiëren van andere leraren. Het mag wel, maar als je iets gaat doen dat eigelijk niet bij je past, is je les gedoemd te mislukken. Als je de leerlingen goed kent kun je wel eens een steekje laten vallen, maar indien je een les van iemand moet overnemen of als je invaller bent, is het belangrijk dat je iets doet wat je zelf heel goed kan, goed kunt uitleggen waarom je deze les geeft en het liefst is het een les die je eerder hebt gegeven en waar je zelf tevreden over was. Maar als je liever niet klassikaal les geeft, kan het de moeite lonen om de klas aan het werk te zetten met samenwerkend leren. In ieder geval: organiseer je les tot in de details.

Vijf sleutelbegrippen voor samenwerkend leren

  1. Positieve wederzijdse afhankelijkheid
    Zorg ervoor dat iedere leerling één of meer taken heeft; ze moeten elkaar nodig hebben
  2. Individuele aanspreekbaarheid
    Iedere leerling is zowel verantwoordelijk voor zijn eigen deel als voor het uiteindelijke resultaat; maak dit meteen duidelijk
  3. Directe interactie
    De formulering van de opdracht moet dwingen tot duidelijke communicatie tussen leerlingen; denk er goed over na hoe je dit gaat doen
  4. Aandacht voor sociale vaardigheden
    Bespreek de rollen van iedere deelnemer van een groep of duo; leer expliciet aan welk gedrag verwacht wordt
  5. Aandacht voor groepsprocessen
    Evalueer na afloop zowel proces als product; gebruik hiervoor van te voren opgestelde criteria 

En hoe start je een les, als goede leraar?

  • Je bent op tijd in je lokaal
  • Al je materiaal ligt klaar
  • Er staat een planning op het bord – met lesdoelen
  • De techniek werkt naar wens
  • Je begroet alle leerlingen persoonlijk, bij de deur
  • Bij de start herhaal je de gemaakte afspraken/ routines en controleer je of alle leerlingen zich er aan houden – grijp meteen in als een leerling zich eraan onttrekt
  • Geef positieve feedback aan de leerlingen

Wat verwachten goede leraren van leerlingen?

  1. Bij binnenkomst groet je de leraar terug
  2. Je houdt je aan de gemaakte afspraken en routines – huiswerk, telefoon, begintaak
  3. Alle spullen zijn waar ze moeten zijn
  4. Zodra de les begint richt je je aandacht op de leraar

Wil je meer tips over routines? Klik hier

Wil je meedoen met ons volgende webinar ‘De drie wetten van orde’ op 20 oktober a.s.? Klik dan hier

Goede leraren 3

Wat doen goede leraren anders – deel 1

Goede leraren

In 2018 werd ik uitgenodigd voor de presentatie van een nieuw onderwijsboek van Frans Ottenhof en Gerard Rozing: Wat doen goede leraren anders. Dus ik ging naar Amsterdam en liet mij onderdompelen in een actieve workshop, waarin de heren enthousiast en betrokken tips gaven om leerlingen meer te betrekken bij de les. Het was een leuke middag. Alles was praktisch en sloot goed aan bij de praktijk. En we kregen het boek cadeau. Ik denk dat het hoog tijd wordt om dit boek opnieuw onder de aandacht te brengen, dus in de hele maand oktober deel ik tips uit dit boek. 

Elke leerling wil gezien worden

Natuurlijk: we stappen allemaal wel eens met het verkeerde been uit bed. De meeste mensen komen dan de dag wel op de een of andere manier goed door, maar als je voor de klas staat is het een ander verhaal. 

Ken je eigen blinde vlek

Voor de klas heb je altijd 100% focus nodig. Zodra je even ‘in je hoofd’ zit, ben je eigenlijk geen goede leraar meer; je mist belangrijke informatie waardoor je de grip op je leerlingen kwijt kunt raken. Er is er namelijk altijd wel één die blindelings aanvoelt dat je er even niet bij bent en deze leerling zal onmiddellijk onprettig gedrag gaan vertonen om je terug te halen. 

Ook goede leraren worden wel eens boos

En dat mag natuurlijk. Het gaat erom dat je:

  • Je bewust bent van je eigen irritatie
  • Beseft dat het van jou is en dat jij er iets mee moet doen
  • Nooit afreageert op een leerling of op de klas – en als je het toch doet: bied je excuses meteen aan
  • Gewoon deelt met de klas dat je vandaag niet op je best bent
  • Laat zien dat je mens bent
  • Daarmee altijd accepteert dat ook leerlingen mens zijn – en fouten maken

Hoe zorg je ervoor dat je alle leerlingen ziet?

  1. Wees je bewust van het Pygmalion-effect: positieve self-fullfilling prophecy betekent in dit geval dat je altijd 100% vertrouwen hebt in al je leerlingen
  2. Deel informatie en ervaringen van jezelf, laat leerlingen informatie en ervaringen delen; leg nadruk op de overeenkomsten en benoem de verschillen – want die mogen er ook zijn
  3. Als je onzeker bent: stel je kwetsbaar op maar blijf vertrouwen in wat je te vertellen hebt
  4. En natuurlijk: zie je je leerlingen ook letterlijk; bij binnenkomst sta je bij de deur en spreek je iedereen persoonlijk aan

Wil je een artikel lezen waarin beschreven wordt wat de link is tussen goede leraren en het lerarentekort? Klik hier

Wil je meedoen met ons volgende webinar ‘De drie wetten van orde’ op 20 oktober a.s.? Klik dan hier

het einde van je les

Haal meer uit het einde van je les

Eindig je les goed

Als leraar zorg je voor een goed einde van je les. Iedere les die je geeft moet je netjes afsluiten. Vorige week heb ik al verteld welke elementen een goede afsluiter bevat: 

  • Controle van begrip aan de hand van het lesdoel – hebben alle leerlingen de lesstof begrepen? 
  • Evaluatie van het proces – hoe hebben jij en de leerlingen gewerkt?
  • Evaluatie van het product – wat moet er gebeuren met alle verwerkingsopdrachten van deze les?
  • Vooruitblik naar de volgende les/ huiswerk – wat moeten de leerlingen doen ter voorbereiding van de volgende les?

Als je regelmatig verschillende lesafsluiters inzet, zul je merken dat je leerlingen uitkijken naar de volgende werkvorm en er (mede) voor zullen zorgen dat jij op tijd met je afsluiter kunt beginnen.

Deze week krijg je een tweede werkvorm van Meneer Gaarthuis.

Frank Gaarthuis heeft nóg een boek geschreven

Het boekje Haal meer uit het einde van je les geeft 40 creatieve en inspirerende werkvormen om je les goed af te sluiten. Frank (leraar economie) heeft het geschreven voor het VO, maar naar mijn mening zijn de werkvormen net zo goed te gebruiken in de bovenbouw van het PO. Met toestemming van Frank plaats ik lesafsluiter 4.1. Veel plezier met het organiseren van deze werkvorm!

Afscheidnemer

De afsluiting van de les is hét moment om met een positieve noot te eindigen. Dit kun je als docent zelf verzorgen, zoals we traditioneel al vaak doen, maar de regie uit handen geven is ook leuk!

Wacht dus niet langer op een voorspeelavond, open podium of ander moment waarop je jouw leerlingen ziet schitteren buiten het klaslokaal, maar maak de bühne vrij en geef talent ruim baan aan het einde van jouw les.

Geef de paar laatste minuten van je les aan een leerling. Hij of zij probeert de les samen te vatten en vertelt de belangrijkste punten aan jou en de klas. Hierin kun je de leerling helpen door in meer of mindere mate structuur te bieden of hem of haar op weg te helpen. Daarna mag hij of zij op geheel eigen wijze afscheid nemen van de klas.

Haal meer uit het einde van je les

Wil je meer informatie over het boekje of wil je het boekje kopen? Kijk dan op de site van Meneer Gaarthuis

Heb je wel eens moeite met het houden van orde in de klas? In ons webinar De drie wetten van orde op woensdagavond 20 oktober a.s. krijg je praktische tips. Deelname kost € 3,- administratiekosten en je kunt je hier opgeven.