Taalgebruik

Let op je taalgebruik in de klas

Let op je taalgebruik in de klas

Wij mensen gebruiken het woordje niet regelmatig. Het is ingeburgerd in ons taalgebruik. Ook in de klas hoor ik leraren regelmatig tegen leerlingen zeggen dat ze iets niet moeten doen. De opdracht lijkt dan duidelijk, maar eigenlijk is het dat niet.

Een paar voorbeelden

* Je hebt toch duidelijk gezegd dat Johanna niet meer moet praten, maar ze doet het toch…
* Een aantal leerlingen levert een opdracht in die met potlood is geschreven, terwijl je toch duidelijk had gezegd dat dat niet moest…
* De dubbele ontkenning: ‘Als jullie niet allemaal je opdracht af hebben, krijgen jullie geen beloning…’

Het woordje 'niet' is onduidelijk taalgebruik.

  • Dat komt omdat onze hersenen (en dus ook die van je leerlingen) het woord “niet” moeilijk kunnen verwerken. Als ik niet zeg, dan verwacht ik van jou dat jij iets verwijdert uit jouw hersenen. Maar hoe kun je iets verwijderen waar ik net de nadruk op heb gelegd?
  • Zodra een leerling hoort wat hij niet moet doen, weet hij nog niet wat hij wel moet doen. De enige optie is dan om de laatst gehoorde aanwijzing uit te voeren.

Dat is de roze olifant

Probeer hem maar uit: “Denk niet aan een roze olifant!”
Onmiddellijk projecteren jouw hersenen een roze olifant in jouw hoofd. Het is dus onmogelijk om er niet aan te denken.
Dus als jij tegen Johanna zegt dat zij NIET moet praten, dan vangen haar hersenen alleen het woordje “praten” op… en mag jij drie keer raden wat Johanna gaat doen – of gewoon mee doorgaat. Dat gaat onbewust, dus eigenlijk kan Johanna er niets aan doen…

De oplossing

Simpel: Je vertelt wat je wel wilt zien of horen.

  • Je mag zeggen wat beslist niet mag, als je je zin vervolgens aanvult met hoe het wel moet
  • Geef alle opdrachten in gewenst zichtbaar gedrag
  • Een voorbeeld van wat je wilt zien of horen maakt je taalgebruik nog duidelijker
  • Betrap jezelf op het gebruik van het woordje niet en corrigeer jezelf meteen

En ja: natuurlijk mag je je vergissen. Ik doe dat zelf ook heel vaak. Maar hoe meer je je ervan bewust bent, hoe beter je taalgebruik zal worden.

 

Succes!

Wil je wel eens weten wat er omgaat in het hoofd van jouw leerlingen? Misschien is dit een goed IDEE voor jou.

Heb je zin om mee te doen met ons eerstvolgende webinar of wil je een webinar on demand bekijken? Klik dan HIER

Zoek je een goede coach? Ik heb na de vakantie weer tijd voor nieuwe trajecten. Mail naar judith@sterkeschool.nl en we maken een afspraak voor een gratis en vrijblijvend kennismakingsgesprek.

Heb je geen behoefte aan een coach, maar kun je zo nu en dan een steuntje in de rug gebruiken? Kies dan voor de strippenkaart.

Let op je woorden: NEE

Wat als een leerling NEE zegt?

Wat als een leerling NEE zegt?

Je staat voor de klas. Je hebt net een vraag gesteld of een opdracht gegeven en één van de leerlingen zegt luid en duidelijk NEE. Ik heb dat best vaak meegemaakt. Vervolgens raakte ik  verzeild in een strijd met die leerling. Strijd = onrust = niet leuk. Het houdt je les op, zorgt voor gedoe omdat andere leerlingen zich ermee gaan bemoeien en in het ergste geval wordt de leerling er uiteindelijk uitgestuurd.

Ken jij dat ook?

Jij zegt: Stop met … 
Leerling zegt: Nee!
Of een leerling zegt JA, maar doet NEE.

Je stelt vragen, maakt positieve opmerkingen, probeert de leerling over te halen om toch…. maar nee. 
Voor je het weet zit je in een vervelende discussie (of strijd) die je teveel tijd en energie kost en die je waarschijnlijk nog verliest ook…

Wat kun je doen als een leerling NEE zegt?

Er zijn vier soorten nee: de NEE van…

  1. …het slachtoffer. Hij wil wel maar hij weet niet hoe.
  2. …de vechter. Hij wil de strijd met jou aangaan.
  3. …de verhevene. Hij wil zich beter voelen dan jij.
  4. … de vluchter. Hij wil er onderuit komen.

Het is zaak om er snel achter te komen wat voor nee je hebt gekregen. Als het goed is kun je dat goed inschatten door de toon van de stem, de houding en de gezichtsuitdrukking. Check wel even na of jouw interpretatie klopt. Benoem wat je hoort en ziet.

Je voorkomt gedoe door je zinnen op een andere manier te formuleren

Als je een opdracht geeft in een vragende zin, hebben leerlingen de mogelijkheid om nee te zeggen. Geef opdrachten altijd in de gebiedende wijs en zorg dat zichtbaar is wat ze precies moeten doen (bijvoorbeeld op het bord).

Maak aan het begin van iedere duidelijk dat er opdrachten gemaakt moeten worden. Leg dan meteen uit waarom dat moet (= wat de leerlingen er aan hebben) en herhaal dat zodra de leerlingen moeten beginnen met de opdracht.

In houding en taal laat je altijd zien dat je ervan uitgaat dat iedereen doet wat je wilt. Jij hebt de regie.

Stel hoge eisen; vraag nooit minder. Je doet het niet voor jezelf, maar voor de leerlingen. Maak duidelijk dat zij zelf verantwoordelijk zijn voor hun toekomst en jij niet. Jij hebt tenslotte al een toekomst.

Zie de lol er van in: het is een spelletje. Je mag dus best lachen omdat je het een leuke grap vindt of  je hoort gewoon niet wat de leerling zei – en dat zeg je luidkeels.

Vertel overdreven verhalen over andere leerlingen die ook NEE zeiden – en slecht terecht kwamen.

NEE zeggen is niet jouw probleem, maar van de leerling

Kaats in alle gevallen het probleem weer terug.

  1. Aan het slachtoffer kun je vragen op welke manier je kunt helpen zodat het wel lukt. Overdrijf hierbij flink.
  2. De vechter laat je in zijn sop gaar koken of je geeft de keus tussen twee opties die voor jou allebei oké zijn.
  3. De verhevene bejegen je tactisch. Toon begrip, beweeg mee en stel hem voor de keus te kiezen wat jij wilt zonder dat hij gezichtsverlies lijdt.
  4. De vluchter zal je eerst moeten uitvragen… waarom wil hij er onderuit komen? Wat levert hem dat op? Pas daarna weet je hoe je verder moet reageren. Je komt dan meestal op een van de reacties hierboven uit, maar soms is er iets anders aan de hand wat eerst opgelost moet worden.

JA zeggen en NEE doen?

Dat betekent dat ze van jou de mogelijkheid hebben gekregen om iets te vermijden. Het is beter om een duidelijke keus te geven (en ze daar ook aan te houden). Gebruik het woord OF:
“Ga je je werk nu afmaken OF na schooltijd?”
“Ga je nu stoppen met praten OF ga je op de gang 3 minuten tegen de muur praten en dan terugkomen en opletten bij de les?”

Wees je bewust van je woorden, hoe je reageert op de NEE van de ander. Schiet niet zelf in de weerstand, maar besef dat jij de ander de mogelijkheid hebt gegeven om NEE te zeggen.

 

Als je geen NEE wilt horen, zorg er dan voor dat de ander geen NEE kan zeggen

Voorkom te allen tijde discussies. Ze zijn zonde van je tijd.

Mocht je toch in een discussie terecht komen: voer de discussie nooit waar de andere leerlingen bij zijn. Stel uit of verplaats.

Stoppen of doorgaan

Een vraag van startende leraren en zijinstromers: stoppen of doorgaan?

Stoppen of doorgaan?

Is stoppen of doorgaan de belangrijkste vraag in het leven van een startende leraar of zijinstromer? Geen idee. Ik weet wel dat de uitval groot is; ik zag een getal van 31% langskomen. Dat was schrkken. Het is toch niet waar dat bijna één op de drie starters er binnen vijf jaar weer mee stopt? Hoe moeten we dán het lerarentekort oplossen?

Na een rondje langs de velden weet ik dat het waar is: bijna alle starters en zijinstromers vragen het zich minimaal één keer per maand af:

Zal ik er mee stoppen?

Omdat je verschrikkelijk moe bent, geen zin meer hebt in het dagelijkse gezeur van de moeder van Bo, de opleiding teveel is (nee, de opleiding is niet moeilijk, maar het is zóveel), het eindeloze gebemoei met elkaar, het geroep door de klas, de vechtpartijen op het plein, de grote mond van Idriss, de stapel nakijkwerk die alleen maar groeit, die collega die je boos aankijkt omdat je iets niet hebt gedaan – maar je hebt geen idee wat.

Froukje die na 500 keer uitleggen nog steeds alle sommen onder de 100 fout maakt, de methode waarvan de handleiding weg is en je doet maar wat en niemand heeft tijd om je te vertellen wat je dan moet doen en vooral hóe, de digibordpen die je al maanden kwijt bent en de begeleider van de opleiding die alleen maar reflectievragen stelt, in plaats van je te vertellen hoe je iets moet doen, die saaie vergadering over de nieuwe formulering van de visie van het bestuur waar je voor spek en bonen bijzit, terwijl je in die tijd die enorme stapel rekenwerk had kunnen nakijken… en zo kan ik nog wel even doorgaan.

Want vooral: hoe moet je alles doen in zo weinig tijd?

Kan ik niet beter stoppen? Moet ik wel doorgaan?

Heb jij dat óók gedacht, afgelopen tijd? Dacht je dat rond Sinterklaas, toen het dak er bijna afvloog? Of plopte het idee pas in je hoofd vlak voor kerst, toen de leerlingen helemáál geen oren meer leken te hebben? En wat dacht je tijdens de vakantie, toen je eindelijk vrij was, maar tussen de kalkoen en de oliebollen tóch bezig was met opdrachten voor de opleiding, het nakijken van werkstukken en het maken van to-do-lijstjes voor ná de vakantie?

Als ik eind november aan mijn starters en zijinstromers vertel dat de zwaarste tijd van het jaar er aan komt (ja, heel leuk, maar ook chaotisch en gewoon zwaar), dan kijken ze me aan met een scheve blik: Het zal wel…

En na de kerstvakantie zeggen ze: ‘Wat ben ik blij dat je dat toen gezegd had, anders had ik de kerstvakantie niet gehaald. Dan had ik gedacht dat ik de enige was en ik denk dat ik er dan mee gestopt was.’

Ik snap dat niet

Je werkt op een school waar iedereen twee keer per jaar op zijn tandvlees loopt en er is niemand die jou dat heeft verteld? Waarom? Is het een geheim? Moet je iets bewijzen? Is het een niet-officiële geheime ontgroening?

Dit hoor ik te vaak: Ik heb gewoon te weinig tijd voor alle starters bij ons op school. Hopelijk houden ze het vol.

Deze zinnen horen zij-instromers vaak:

  • Als jij denkt dat jij dat zo moet doen… ga je gang, ik houd je niet tegen.
  • Het is toch eigenlijk raar dat jij gewoon meteen voor de klas mag terwijl ik daar vier jaar voor heb moeten leren?
  • Waarom snap je dat niet? In de methode staat toch wat je moet doen?
  • Die arme kinderen, dat ze een meester hebben die alles nog moet leren.
  • Ach, vorig jaar was het ook al niks, dus er is weinig te verpesten aan die klas.
  • Ik snap jouw probleem niet, ik heb dat nooit.

Als ik al die opmerkingen achter elkaar lees dan denk ik: ja, waarom zou je blijven? Zulke collega’s wil je toch niet? En dat brengt me op de volgende vraag:

Is het waar dat alleen startende leraren met collega’s die zulke opmerkingen maken ermee stoppen?

Of:

Is het zo dat startende leraren er alleen mee stoppen als ze zich dergelijke opmerkingen van hun collega’s persoonlijk aantrekken?

Stoppen of doorgaan? Ik zeg: Blijf en ga door. Houd vol. Ik ben ervan overtuigd dat iedereen het kan leren, dus jij ook. Weet dat je niet de enige bent.

Tien tips waardoor je kunt doorgaan

  1. Onderwijs is zwaar omdat het zoveel is. Doe niet alles. Kies. Schrap. Doe alleen wat ECHT moet. De rest hoeft niet. Zeg ‘nee’.
  2. Wees tevreden met wat je wel kunt doen. Perfectionisme is mooi, maar in het onderwijs werkt het contraproductief.
  3. Focus op wat goed gaat. Blunders en fouten maak je om te kunnen groeien.
  4. Schrijf iedere dag alleen díe dingen op die goed zijn gegaan. Noteer ze in een mooi boekje.
  5. Realiseer je dat er regelmatig een overlevingsdag voorbij komt als je in het onderwijs werkt. Dat blijft, ook na 35 jaar – dat weet ik uit ervaring. Het goede nieuws is dat het er steeds minder worden.
  6. Leerlingen geven je iedere dag weer een nieuwe kans. Vertel ze dat je iets nieuws wilt uitproberen en je zult zien dat ze je daar graag mee willen helpen. Beloon ze daar voor.
  7. Vier ieder succesje. Eet een veel te grote reep chocolade, geef jezelf een dagje sauna cadeau, neem je beste vriendin mee uit eten.
  8. Een goede leraar leren worden is hetzelfde als leren fietsen: zo nu en dan val je om. Opstaan, vuil van je knieën vegen, opstappen en opnieuw proberen.
  9. Leraar worden is ook hetzelfde als leren zwemmen: je hebt iemand nodig die je voorziet van bandjes, plankjes, een haak en een reddingsboei. Een goede begeleider leert je de technieken aan, zodat je leert om zónder hulpmiddelen goed te zwemmen. Zoek zo iemand. Je hebt niets aan iemand die jou alleen maar vragen stelt of algemene opmerkingen maakt.
  10. Als je op een school zit waar je ongelukkig wordt van de opmerkingen van je collega’s: zoek een andere school. Je kunt kiezen. Er is ergens een school waar ze om jou zitten te springen.

Zoek je een goede begeleider? Ik heb momenteel tijd voor twee nieuwe trajecten. Mail naar judith@sterkeschool.nl en we maken een afspraak voor een gratis kennismakingsgesprek.

Heb je moeite met orde houden? Volg ons webinar De drie wetten van orde.

Een heel praktisch e-boek voor startende leraren is Een sterke start voor de klas

Zoek je tips voor goed klassenmanagement? Lees mijn blogs.

passief-agressieve leerlingen

Tips voor Passief-agressief gedrag bij leerlingen

Tips voor passief-agressief gedrag bij leerlingen

Misschien ken je het wel. Je wilt beginnen met je les en leerling Joost staat op en loopt naar een medeleerling. Begint een praatje. Een paar andere leerlingen beginnen te lachen. Je vraagt aan Joost of hij op zijn plaats wil gaan zitten. Joost kijkt je minzaam aan en loopt tergend langzaam terug naar zijn plaats. Op het moment dat jij je mond open doet om echt te beginnen, laat hij zijn pen vallen.
Geen brutale opmerking. Geen openlijk agressief gedrag. Maar je hebt er wel last van.
Dergelijk trainerend gedrag noemen we “passief-agressief”. Het doel is om je les te verstoren, om jouw aandacht en van de medeleerlingen te trekken. Passief-agressieve leerlingen tonen weerstand en opstandig gedrag, maar doen dat op een indirecte manier.

Welk gedrag zie je? Leerlingen met passief-agressief gedrag:

* zijn subtiel oppositioneel en eigenwijs
* proberen de situatie naar hun hand te zetten
* gaan net over de grens en stoppen dan
* verstoren op slinkse wijze de orde
* hangen op hun stoel
* zijn de laatste die reageren op aanwijzingen of instructies

Hoe kun je hier invloed op uitoefenen? Jij als leraar kunt:

* iedere les/ dag de leerling begroeten en een praatje met hem maken
* na de les benoemen welk gedrag je gesignaleerd hebt
* vervolgens vragen wat hem dwars zat
* de leerling vragen naar zijn eigen gedrag te kijken
* een spiegel voor houden door door te vragen
* afspraken maken met de leerling over gewenst gedrag en vragen hoe je hem daarbij kunt helpen

Het is erg belangrijk om je te blijven verbinden met deze leerlingen en jouw houding positief en open te houden. Wees consequent en oprecht. Je mag zeggen dat je je ergert aan het gedrag, maar je blijft het vertrouwen houden in deze leerling; weerstand heeft altijd een reden.

En heel belangrijk: laat alles wat de leerling zegt van je afglijden; het gedrag zegt niets over jou, maar alles over de leerling.

Heb jij nog meer tips? Zet ze in het commentaarveld.

Wil je weten welk effect jouw handelen op je leerlingen heeft? Misschien is dit een goed IDEE voor jou.

Heb je zin om mee te doen met ons eerstvolgende webinar of wil je een webinar on demand bekijken? Klik dan HIER

Vijandige leerlingen

Strategisch handelen bij vijandige leerlingen

Strategisch handelen bij vijandige leerlingen

De aanwezigheid van één of meer vijandige leerlingen in je klas heeft impact op de hele groep, maar vooral op jouzelf.
Het zijn de leerlingen die snel ruzie hebben, moeite hebben om ruzies op te lossen en het moeilijk vinden om hun “ongelijk” toe te geven; zij blijven makkelijk hangen in het vijandige gedrag.

Welk gedrag laten vijandige leerlingen zien? Ze:

  • laten direct en intens vijandig gedrag zien
  • zijn moeilijk onder controle te houden
  • intimideren andere leerlingen
  • hebben een grote mond tegen jou
  • slaan, duwen en (zetten aan tot) vechten
  • beschadigen andermans eigendommen
  • vertonen opstandig gedrag
  • zijn snel kwaad
  • liegen
  • stelen
  • manipuleren

Er zijn strategieën die jou kunnen helpen om dergelijk gedrag de baas te worden. Probeer ze uit en noteer welke strategieën werken bij welke leerling.

De volgende handeling blijken effectief bij vijandige leerlingen:

* Bouw een persoonlijke band op met een vijandige leerling door:
– bij binnenkomst en afscheid te groeten
– te praten over leuke dingen (hobby’s)
– ongevraagd positieve aandacht te geven
– herhaaldelijk succesmogelijkheden uit te spreken
– veel complimenten te geven

* Confronteer de leerling met het effectief van het eigen gedrag; laat hem daarvoor verantwoordelijkheid nemen (= uitspreken…)
* Zoek samen uit welke copingstrategieën kunnen helpen om beter met woede om te gaan (afleiden, time-out, tot 10 tellen, blokje om, schelden tegen een muur, aan iets leuks denken, ed.)

* Wijs de leerling terecht zonder zelf emotionele betrokkenheid te tonen; kort, zakelijk en met begrip

* Beschrijf samen wat de logische gevolgen zijn van de acties van de leerling (zonder terechtwijzing)

* Registreer alle incidenten met data en gevolg en confronteer de leerling daar regelmatig mee

* Spreek duidelijke consequenties/ strafmaatregelen af (samen!) en vraag commitment

* Hanteer alle regels heel consequent en zonder discussie

* Keur het gedrag af en nooit de persoon

* Maak altijd werk van het agressieve gedrag

* Blijf zelf rustig (tel tot 10)

* Neem de slachtoffers in bescherming

* Geef de leerling verantwoordelijkheden en taken die hij kan en wil uitvoeren

Succes!

Wil je weten welk effect jouw handelen op je leerlingen heeft? Misschien is dit een goed IDEE voor jou.

Heb je zin om mee te doen met ons eerstvolgende webinar of wil je een webinar on demand bekijken? Klik dan HIER

het vak van leraar

Quiz: Ben ik geschikt voor het vak van leraar?

Ben jij ook geschikt voor het vak van leraar?

Deze week heb ik een quiz bedacht: ben ik geschikt voor het vak van leraar?

Veel plezier met het maken van de quiz 😉

1. Ga jij met plezier naar je werk?

a. Ja, ik ga iedere dag fluitend naar school

b. Ja, meestal wel maar soms heb ik minder zin

c. Nee, ik stap bijna altijd met buikpijn een klaslokaal in

2. Voel je je gesteund door je leidinggevende?

a. Ja, altijd en ik steun mijn leidinggevende ook

b. Ja, maar soms moet ik daar wel om vragen

c. Nee, ik voel me over het algemeen niet gesteund

3. Hoe is de samenwerking met je collega’s?

a. Heel goed. We gaan ook privé met elkaar om

b. Met de meeste collega’s kan ik goed samenwerken

c. Ik voel me best vaak eenzaam

4. Heb je het gevoel dat je geschikt bent voor je werk?

a. Ja, ik ben een geboren leraar

b. Jawel, maar ik moet nog veel leren

c. Nee, ik vraag me dat regelmatig af

5. Hoe verlopen de contacten met ouders?

a. Uitstekend; alle ouders doen precies wat ik zeg

b. Met de meeste ouders lukt het me prima

c. Over het algemeen moeizaam of slecht

6. Lukt het je goed om je klas te managen?

a. Ja, alles loopt bij mij op rolletjes. Altijd

b. Jawel, maar soms moet ik wel eens improviseren

c. Nee, ik heb bij alles het gevoel dat het me overkomt

7. Kun je goed orde houden?

a. Ja, ik heb zelfs nog nooit ordeproblemen gehad

b. Ja, meestal wel, maar soms stormt het buiten

c. Nee, het is eigenlijk altijd een puinhoop in mijn klas(sen)

8. Doe je alle niet-lesgebonden taken met plezier?

a. Ja, die doe ik er even bij

b. Ja, meestal wel, maar soms kom ik tijd tekort

c. Nee, ik doe ze niet of met tegenzin

9. Wordt er over het algemeen naar je geluisterd als je iets zegt?

a. Altijd

b. Ik vind het fijner om te horen wat anderen vinden of denken

c. Nee, ik denk dat anderen vinden dat ik veel zeur

10. Vind jij jouw leerlingen altijd leuk?

a. Zeker weten. En ze vinden mij ook heel leuk.

b. Meestal wel, maar soms wil ik ze liever achter het behang plakken

c. Als ik eerlijk ben, ben ik bang voor sommige leerlingen

Tel de letters op die je gekozen hebt:

Meestal a:

Ik vraag me eerlijk gezegd af of jij wel echt voor de klas staat. Of ben je echt zo’n blij ei? In dat geval lijk je in ieder geval geschikt. Maar wordt het geen tijd voor een nieuwe uitdaging?

Meestal b:

Als je de vragen eerlijk hebt beantwoord, ben je natuurlijk geschikt. Je staat er realistisch in en je weet wat je aan het doen bent. Blijf wel nadenken over de balans werk-privé.

Meestal c:

Zoek een andere baan of verander je mindset. Wil je dit echt?

Heb je meestal c. ingevuld en wil je je mindset veranderen? Of wil je er achter komen of je wel leraar wilt zijn? Vraag dan een gratis adviesgesprek aan.

Heb je zin om mee te doen met ons eerstvolgende webinar of wil je een webinar on demand bekijken? Klik dan HIER

Geef een knipoog

Even afgeleid? Geef een knipoog!

Sommige leerlingen zijn snel en vaak afgeleid

Er zijn leerlingen die nooit lijken op te letten.
Arthur kijkt steeds uit het raam.
Melissa heeft een spanningsboog van 30 seconden.
Een groepje leerlingen achterin heeft moeite om hun aandacht erbij te houden. Ze zien alles wat er gebeurt (binnen en buiten de klas) maar lijken nooit naar jou te luisteren. Ze luisteren alleen naar elkaar…
Yassine heeft moeite om zijn werk op tijd af te hebben.
Reda en Asil vinden het niet fijn als dingen anders gaan dan normaal. Dan zijn ze de hele dag onrustig en snel afgeleid door anderen.

Waarom zijn ze zo snel afgeleid?

Hebben ze een motivatieprobleem? Vervelen ze zich?

Dat zou kunnen. En natuurlijk moet je in een gesprek nagaan wat de reden is dat deze leerlingen snel en vaak afgeleid zijn.

Je zou deze vragen kunnen stellen:

  • Vertel eens eerlijk hoe je mijn lessen vindt? 
  • Kost het je moeite om je lang te concentreren en goed te luisteren?
  • Wat kan jou helpen om de focus terug te pakken als je die kwijt bent?

Maar soms kan een leerling niet goed aangeven wat de reden is. Dan is het zaak om door te vragen met als doel om er achter te komen wat er zich in het hoofd van een leerling afspeelt tijdens jouw les. Wat denkt en voelt de leerling?

We denken snel aan AD(H)D

Alle leerlingen, ook die met een label of stoornis kunnen (en moeten) leren omgaan met hun belemmering. Ik weet best dat dat voor de ene leerling makkelijker is dan voor de andere. Maar uiteindelijk zullen alle leerlingen moeten leren schrijven, lezen en rekenen. En wat algemene ontwikkeling is ook wel handig voor de rest van je leven. Jezelf neerleggen bij het label of de stoornis die je hebt is een excuus om je niet meer in te hoeven zetten en alle verantwoordelijkheid voor jouw gedrag bij een ander te leggen.

Als leraar kun je veel doen om alle leerlingen meer bij de les te betrekken

  • Maak met je leerlingen afspraken over focus: wat is focus en hoe pak je die?
  • Film je eigen les en kijk terug; ben je boeiend genoeg? Praat je niet teveel?
  • Heb geduld! Geef iedere leerling de tijd om de aandacht naar jou te verplaatsen.
  • Zet bepaalde leerlingen vooraan bij de instructie, maar achteraan bij het zelfstandig (ver)werken.
  • Maak regelmatig oogcontact; geef bijvoorbeeld een knipoog.
  • Betrek alle leerling actief bij de instructie; geef klassikale iedereen-mag-roepen-beurten, gebruik wisbordjes, instructieschriften en duo-opdrachten
  • Wacht na een vraag vijf seconden voordat je de beurt geeft; leerlingen hebben tijd nodig om na te denken over het antwoord
  • Leer je leerlingen aantekeningen maken en schematiseren
  • Gebruik checklisten en afvinklijstjes
  • Zet opdrachten in stappen op het bord
  • Controleer met een proefopdracht op een wisbordje of de opdracht begrepen is
  • Leer de leerling het eigen werk controleren met een checklist

Heb jij nog meer tips? Schrijf ze in het commentaarveld!

Ik wens je veel plezier en succes!

Kost het je moeite om veranderingen in je klas door te voeren? Vraag dan een gratis adviesgesprek aan.

Heb je zin om mee te doen met ons eerstvolgende webinar of wil je een webinar on demand bekijken? Klik dan HIER

Veilig klassenklimaat

Een veilig klassenklimaat

Hoe zorg je voor een goed klassenklimaat?

Het zijn onrustige tijden. Leerlingen hebben er moeite mee om in het gareel te blijven nu er steeds onzekerheid is over opening danwel sluiting van scholen. Iedere keer als de leerlingen weer fysiek met elkaar in een klaslokaal zitten, moet de sociale orde weer opnieuw ingericht worden. Het is de taak van de leraar om ervoor te zorgen dat dat binnen kaders gebeurt, zodat het klassenklimaat veilig blijft… of wordt. 

Leerlingen hebben in onrustige periodes vijf vragen

  1. Is de leraar nog steeds dezelfde? Kan ik hem of haar (nog steeds) vertrouwen? Liggen zijn/ haar grenzen nog op dezelfde plek?
  2. Wie is nu de (informele) leider van de klas en wat vind ik daarvan?
  3. Welke regels gelden er nu en wil ik mij daaraan conformeren?
  4. Bij wie kan ik terecht als ik een probleem heb?
  5. Hoe gaan we met ons allen dit schooljaar leuk afmaken?

Als leraar zou je eigenlijk in ieder geval zo snel mogelijk een antwoord moeten hebben op al deze vragen.

Wat je kunt doen voor een veilig klassenklimaat

Daarnaast zijn er zeven dingen die je moet doen om ervoor te zorgen dat al je leerlingen zich veilig voelen in jouw klas.

  1. Iedere leerling wil erbij horen. Maak vanaf begin af aan duidelijk dat iedereen erbij hoort, ongeacht gedrag, houding of taalgebruik.
  2. Iedereen is wel eens boos. Boos zijn mag. De manier waarop je je boosheid uit is aan regels gebonden.
  3. Onbekend maakt onbemind. Praat met elkaar over wat men heeft meegemaakt afgelopen weken. Is er iets veranderd in onze levens?
  4. Er is een verschil tussen waarnemen en interpreteren. Een interpretatie is (bijvoorbeeld) een mening en kan dus per mens verschillen. Een waarneming is objectief en daar valt niet over te discussiëren (behalve tijdens de filosofieles).
  5. Mediation is een mooie manier om conflicten op te lossen in de klas. Mediation moet je organiseren en instrueren.
  6. Filosoferen over dingen, gevoelens en gebeurtenissen schept een band en kweekt begrip.
  7. Veiligheid is superbelangrijk, zowel fysiek als emotioneel. Iedereen moet kunnen leren en werken zonder ongelukken. Iedereen moet kunnen zeggen wat ie wil zonder daarop afgerekend te worden. 

Je zult er dus in gesprekken en/ of met werkvormen aan moeten blijven werken met je leerlingen.

Als je deze twaalf punten in je achterhoofd houdt en steeds checkt of er nog aan wordt voldaan, dan wordt de rest van dit schooljaar ongetwijfeld goed te doen met z’n allen. Met en zonder lockdowns.

Ik wens je veel plezier en succes!

Krijg je het in je eentje niet voor elkaar om een veilig klassenklimaat te organiseren? Vraag dan een gratis adviesgesprek aan.

Heb je zin om mee te doen met ons eerstvolgende webinar of wil je een webinar on demand bekijken? Klik dan HIER

Rust in de klas

Hoe je stappenplannen inzet om rust in de klas te creëren

Hoe je stappenplannen inzet om rust in de klas te creëren

Het valt me op dat veel klassen onrustig zijn. Leerlingen zijn geprikkeld, letten constant op elkaar, bemoeien zich met anderen en de leraar en kunnen niet langer dan vier minuten luisteren. De concentratieboog is kort. Daarom leer ik je deze week hoe je stappenplannen inzet om rust in de klas te creëren.

Ik zie leraren worstelen

  • De klas stil krijgen duurt (te) lang
  • Als ze eindelijk stil zijn begint er weer één te praten
  • Leerlingen staan zomaar op en gaan aan de wandel
  • Er wordt soms amper gewerkt door de leerlingen

Het steeds opnieuw ingrijpen kost soms meer tijd dan de instructie zelf

Ik snap heel goed dat sommige leraren uitgeput zijn na een schooldag. Zoals Juf Dana. ’s Avonds zit ze uitgeteld op de bank; scrolt Feestboek door maar ze ziet niks. Dana heeft amper zin om te koken; leeft op maaltijdsalades van de Appie. ’s Nachts slaapt ze onrustig en ‘s  morgens staat ze moe op. Elke dag begint ze toch met goede zin, want leerlingen geven je iedere dag weer een nieuwe kans. En Dana heeft ook iedere dag lol met haar leerlingen. Maar ze zijn zo druk…

Dana wil rust in de klas

Tijdens ons eerste gesprek ziet ze wit van moeheid. Ik weet niet hoe ik rust in deze groep krijg als invaljuf nummer 8. In de groep van juf Dana ontbreekt structuur. Er zijn geen routines.

Als je (als zoveelste invaller) een klas overneemt, zijn alle regels en routines die de leerlingen aan het begin van het schooljaar geleerd hebben spoorloos verdwenen. Soms hangen de klassenregels nog aan de muur, maar niemand houdt zich er meer aan. De enige manier om weer structuur in een klas te krijgen, is door nieuwe, duidelijke regels en routines in te stellen. Dat doe je door het introduceren van stappenplannen.

Rust creëren in je klas doe je stap voor stap

  1. Je stelt drie regels op. Positief, zonder niet. Hang de regels op en verwijst ernaar (met preek en eventueel een consequentie) zodra leerlingen een regel overtreden. Bijvoorbeeld:
    • Ik werk in stilte
    • Als ik iets zeg doe ik dat vriendelijk en beleefd 
    • Ik ga voorzichtig om met alle spullen

Laat alle leerlingen commitment geven aan deze regels

  1. Bedenk welke routines je wilt hebben in jouw klas. Toilet, waterdrinken, leswisselingen, uitdelen & inleveren, de beurt krijgen, spullen pakken, nakijken, binnenkomen, het lokaal verlaten, opruimen, het geven & krijgen van consequenties, tafel leegmaken, schrijven in je schrift of werkboek, het lokaal netjes houden, instructie krijgen, huiswerk maken, aantekeningen maken, een opdracht uitvoeren, enzovoort. Maak een gedetailleerde lijst en zet de belangrijkste bovenaan. Daar begin je mee.
  2. Voor iedere routine maak je een stappenplan. Met nummers. Zet ze op een poster. Bedenk maximaal zeven stappen per routine. Liefst drie.

NB: gebruik een poster i.p.v. het bord, dat heb je nodig voor andere zaken

  1. Iedere stap beschrijft zichtbaar gedrag van de leerlingen. 

Rust in de klas begint bij het benoemen van zichtbaar gedrag

Een voorbeeld van een routine: de klas binnenkomen

  • Op de gang: ik hang mijn jas en tas op, op een vaste plek
  • Bij de deur: ik geeft de leraar een teken (hand, hi five, elleboog, knikje) en ik zeg goedemorgen
  • Rustig loop ik naar mijn plaats
  • Ik pak zachtjes mijn boek
  • In stilte lees ik tot de timer gaat
  • Mijn boek gaat in stilte in mijn laatje
  • Ik kijk stil naar de juf: de eerste les begint dus ik neem een luisterhouding aan

Sta voor stap; routine voor routine

  1. Je introduceert de posters één voor één. Je neemt pas een volgende routine als de vorige er goed in zit.
  2. Hang de poster in de klas en je vertelt:
    • Om welke routine het gaat
    • Waarom je deze routine wilt zien in de klas
    • Wat je leerlingen er aan hebben; geef ze een reden om zich er aan te houden
    • Dat je zeker weet dat jouw leerlingen dit kunnen
  3. Ga de routine oefenen met de leerlingen. Je geeft een aantal seconden per stap. Zet een timer. Oefen minimaal zeven keer, vaker als dat moet.
  4. Geef veel complimenten, maak er een wedstrijd van, beloon de leerlingen met gejuich of een mooi verhaal.

Het inoefenen van routines kost tijd

Die tijd moet je investeren om de klas rustig en aan het werk te krijgen. Schrap tijdelijk een paar vakken, focus op de basis. Je zult merken dat de leerlingen steeds beter gaan luisteren en rustiger worden.

Ik wens je veel plezier en succes!

Ben jij, net als Juf Dana, de zoveelste invaller en heb je hulp nodig om rust in je klas te krijgen? Vraag dan een gratis adviesgesprek aan.

Wil je weten hoe je stappenplannen ondersteunt met picto’s? Klik dan HIER

Heb je zin om mee te doen met ons eerstvolgende webinar of wil je een webinar on demand bekijken? Klik dan HIER

Jouw gedrag

Kijken naar jezelf als leraar

Peter Teitler geeft lessen in orde

In het boek is veel aandacht voor Kijken naar jezelf als leraar. Ieder mens heeft een bepaalde grondhouding, maar als leraar moet je je goed inzicht hebben in je eigen houding; ken uzelve. Als leraar switch je de hele dag tussen verschillende gedragingen en houdingen; het is wel handig als je deze bewust kunt inzetten om het gedrag van anderen – bijvoorbeeld leerlingen – te beïnvloeden.

Je kunt alleen jezelf veranderen

Misschien wil je wel dat een leerling, ouder of collega zich anders gaat gedragen, maar het begin ligt bij jou. Zolang jij blijft doen wat je altijd al deed, blijf je krijgen wat je altijd al kreeg. Op het moment dat jij je gedrag verandert, zal een ander anders reageren. Om te weten hoe je anders moet reageren, moet je weten welke elementen van jouw houding/ gedrag helpend zijn of juist tegen werken. Alleen die elementen moet je veranderen om het gewenste effect te bereiken.

Jouw eigen houding en gedrag

Hoe kom je erachter welke elementen helpend zijn en welke tegenwerken? Door jezelf een aantal vragen te stellen:

  1. Vind ik mijzelf als leraar de moeite waard?
  2. En vind ik mijn leerlingen de moeite waard?
  3. Vind ik mijn collega’s de moeite waard?
  4. En vind ik mijn leidinggevende(n) de moeite waard?
  • Als je op alle vier de punten volmondig Ja kunt zeggen, heb je een positieve grondhouding en is er een grote kans dat anderen willen luisteren naar wat jij zegt. Er is vermoedelijk sprake van een gezonde relatie, waardoor je invloed kunt uitoefenen op anderen.
  • Als je anderen wel de moeite waard vindt maar jezelf niet, zul je eerst moeten werken aan jouw zelfvertrouwen. 
  • Indien je jezelf wel de moeite waard vindt maar anderen niet, zul je je waarschijnlijk eenzaam en ongehoord voelen. Anderen (vooral: leerlingen) voelen dat je hen (onbewust) de schuld geeft van alles wat mis gaat in jouw lessen. Eerst moet je jezelf afvragen of het onderwijs wel de juiste werkomgeving voor jou is. Als jouw antwoord op die vraag Ja is, wordt het tijd om je kwetsbaar op te stellen en te vragen aan anderen hoe je op hen overkomt. Bij een Nee wordt het tijd om een andere baan te zoeken.
  • In het geval dat je zowel jezelf als anderen geenszins de moeite waard vindt, stel ik voor dat je begint met een gesprek met iemand die jij vertrouwt en je verder kan helpen, anders loop je steeds verder vast.

Praktische tips

Een onderzoek naar je eigen grondhouding is een proces dat je misschien niet alleen kunt leiden maar waar je een coach, collega of vriend bij nodig hebt. Er zijn echter een paar dingen die je in ieder geval zelf kunt doen:

  1. Noteer iedere dag drie dingen waar je blij mee of tevreden over bent; groot en klein
  2. Herken impliciete boodschappen van anderen zoals metaforen, kritische opmerkingen vermomd als grap en blikwisselingen nadat jij iets gezegd hebt. Train jezelf in opmerkzaamheid en vraag expliciet naar de betekenis – en ja, dat mag eng zijn
  3. Realiseer je dat je het product bent van je jeugd en je opvoeding. Ieder mens draagt zaken mee die niet meer in deze tijd thuishoren, maar onbewust meegenomen zijn uit het verleden. Ballast is er om achter te laten en een coach kan je daar bij helpen.

Succes 🙂

Vind jij dat het nu echt tijd is om aan jouw zelfvertrouwen te werken? Neem dan vrijblijvend contact met me op. In een gratis intake zoeken we naar een traject dat past bij jou en jouw portemonnee. Het resultaat van een coachtraject bij Sterke School is dat je sterk voor de klas kunt staan en vertrouwen hebt in jouw eigen kunnen en in de mogelijkheden van jouw leerlingen.

Het boek van Peter Teitler kun je hier kopen.

Wil je meedoen met het eerstvolgende webinar van Sterke School? Klik dan hier.