afzwaaiers

Tien afzwaaiers voor het einde van jouw les

Tien afzwaaiers voor het einde van jouw les

Je weet dat het belangrijk is om je les goed af te sluiten. Maar het schiet er wel eens bij in. Je komt vaak tijd te kort, om wat voor reden dan ook. Maar je moet je les evaluaeren; je moet tenslotte weten of alle leerlingen het lesdoel hebben bereikt. Daarvoor kun je een afzwaaier gebruiken.

Een afzwaaier is snel en effectief

Een goede afzwaaier zorgt ervoor dat je iedere les goed kunt afsluiten:

  1. Test het lesdoel
  2. Duurt 3-5 minuten
  3. Geeft overzicht
  4. Zegt ook iets over het proces
  5. Geeft energie
  6. Nodigt uit voor de volgende les

Tien afzwaaiers voor effectieve leraren

  1. Stel drie vragen die alle leerlingen moeten beantwoorden met een wisbordje of op een blad
  2. Laat alle leerlingen een duim opsteken: naar boven voor begrip, naar beneden voor onbegrip (check random)
  3. Houd een mondelinge steekproef met ijslollystokjes
  4. Begin de volgende les met een kleine schriftelijke toets over de lesinhoud van de vorige les (begintaak)
  5. Laat de leerlingen een tekening of mindmap maken van het geleerde
  6. Geef een korte schriftelijke toets
  7. Deel post-its uit en laat daar opschrijven wat is blijven plakken
  8. Laat leerlingen een toetsvraag bedenken en ruilen met een klasgenoot
  9. Hardop: vraag en antwoordspel (en je wilt iedereen goed kunnen verstaan)
  10. Maak een lied (gebruik een bekende melodie) waarin de leerlingen klassikaal vragen moeten beantwoorden over het lesdoel (vooral leuk voor jongere leerlingen)

Wil je meedoen met het gratis webinar De drie wetten van Orde? Klik dan hier

Wil je meer informatie over afzwaaiers? Klik dan hier en hier

Het motiveren van leerlingen

Vijf manieren om je leerlingen (online) te motiveren

Vijf manieren om je leerlingen online te motiveren

Iedereen wil gemotiveerde leerlingen in zijn lessen. We willen leerlingen die opletten, meedoen en zich de lesstof eigen maken. In de klas is het al moeilijk genoeg om sommige leerlingen gemotiveerd te houden. In deze tijd van online lesgeven is dat nog moeilijker: leerlingen loggen niet in, leerlingen zijn met andere dingen bezig (hun telefoon) of ze doen alleen mee met de activiteiten die ze leuk vinden. Gelukkig zijn er een aantal trucs die je kunt inzetten. Ik noem ze: vijf manieren om je leerlingen online te motiveren.

Vandaag nog gehoord:

  • Juf, ik heb die opdracht vorige week al naar u gemaild. Heeft u die niet gekregen? Dan is dat de schuld van outlook.
  • Meneer, ik was er gisteren niet want ik kon niet inloggen. 
  • Ik wil mijn werk wel door hoor juf, maar ik moet de hele tijd op mijn zusjes passen.

En ach ja… of die smoezen nu waar zijn of niet, allemaal kiezen deze leerlingen ervoor om niet te doen wat ze moeten doen. Ze maken in eerste instantie al een foute keuze.

Vijf manieren om je leerlingen online te motiveren

  1. Jonge leerlingen zijn vooral extrinsiek gemotiveerd; ze werken voor jou. Maak hier gebruik van door altijd blij te zijn met alles wat ze doen: aanwezig zijn, opdracht inleveren, meedoen met de les. Geef overal vette complimenten voor. Straal voortdurend enthousiasme uit. Ook als het uit je tenen moet komen.
  2. Oudere leerlingen zouden al intrinsiek gemotiveerd moeten zijn. Degenen die dat inderdaad al zijn, ondersteun je extra door steeds te benoemen (zonder namen te noemen) waarom ze aanwezig zijn of hun opdrachten hebben gemaakt, wat ze daar aan hebben, waarom je daar blij mee bent (win-win) enzovoort. Hiermee geef je het goede voorbeeld. Misschien haakt de rest daar bij aan. En als het er maar één is mag je ook al blij zijn.
  3. Iedere leerling krijgt een stempelkaart. Voor iedere aanwezigheid en ook voor iedere ingeleverde opdracht krijgen leerlingen een stempel. Een volle stempelkaart kan ingeruild worden voor een beloning. En ja, deze methode werkt ook in het VO en MBO. Waarschijnlijk sparen hun ouders ook zegeltjes of airmiles; je bent nooit te oud voor een spaarkaart.
  4. Begin iedere les met een korte maar leuke activiteit waarin je de stof van de vorige les toetst; bijvoorbeeld een kahoot (VO) of spelletje (PO). Google staat vol met suggesties.
  5. Eindig iedere les met het trekken van een naam (van een leerling). Je noemt de naam niet, je doet de naam (op een briefje of ijslollystokje) in een envelop die je dichtplakt. Aan het einde van de volgende les maak je de envelop open. Als de leerling wiens naam getrokken is de hele les aanwezig was én de opdrachten heeft gemaakt, krijgt diegene een extra stempel. Of een andere beloning. En ja, je mag manipuleren, maar niemand mag dat doorhebben.

Wat kan ik met de leerlingen die ongemotiveerd blijven?

Bij sommige leerlingen werken de vijf manieren om leerlingen online te motiveren niet. Met die leerlingen ga je het gesprek aan. Ga voor een snelle online meeting of facetime. Stel vragen, toon belangstelling. Vraag naar wat hem of haar drijft, wat de leerling wél belangrijk vindt. Zoek in de antwoorden een reden om jouw lessen belangrijk te maken voor hem of haar. Leg de verantwoordelijkheid bij de leerling en maak duidelijk dat hij of zij op jouw steun kan rekenen.

Wil je spelletjes die je online met je collega’s kunt spelen (en -aangepast- ook met je leerlingen)? Klik dan HIER

Wil je zelf een strippenkaart? Klik dan HIER En misschien krijg jij ook een beloning als ie vol is…

effectieve online les

Zeven tips voor een effectieve online les

Zeven tips voor een effectieve online les

Afgelopen maandagavond keek ik naar de zesde aflevering van Klassen. Ik zag de juffen – die live voor de klas hun lessen uit hun mouw leken te schudden – stuntelen met de online lessen in de eerste lock-downperiode. Leerlingen kakelden door elkaar, de techniek haperde en de effectieve leertijd leek me nog geen 10%. Kortom: een feest van herkenning. 

En nu is het weer zover

Waarschijnlijk heb je heel veel geleerd tijdens die eerste periode en pak je het nu weer makkelijk op. Veel beginnersfouten maak je niet meer. Misschien is het voor jou de eerste keer, dat kan natuurlijk ook. Ik ga je niet vertellen hoe je online les moet geven, het internet staat vol met goede ideeën en online tools en tips om te gebruiken. Voor dergelijke zaken heb je mij niet nodig. Ik ben van de basis – en dat is dus ook precies wat ik ga vertellen: je krijgt zeven basisregels zodat je online les in ieder geval effectief is. 

Zie het maar als een checklist

  1. Doe ik dit allemaal?
  2. Zo nee: wil ik dit doen?
  3. Zo ja: wat moet ik dan anders gaan doen?
  4. Actie!

Zeven tips voor een effectieve online les

1. Maak een vaste routine van de eerste 10 minuten van iedere les. Kies een vaste volgorde van bepaalde onderdelen die je erin wilt hebben, zoals de aanwezigenlijst, huiswerkcontrole, hoe zit iedereen erbij?, afspraken m.b.t. hulplijnen, etc. Eindig je routine met het lesdoel van deze les.

2. Geef de leerlingen dagelijks een duidelijk overzicht van alles wat ze af moeten hebben, wat ze mogen maken, wat ze alleen kunnen en waar ze hulp bij nodig kunnen hebben. Zorg voor vakjes zodat de leerlingen fijn kunnen afvinken.

3. Geef duidelijk aan wanneer jij beschikbaar bent voor ouders en wanneer voor leerlingen. Stel desnoods een dagelijks spreekuur in. Voorkom dat je geleefd wordt door je telefoon of PC; je hoeft echt niet meteen op ieder appje of mailtje te reageren. Maak duidelijk dat je ’s avonds vrij bent. Neem dan tijd voor jezelf.

4. Vooral bij online lesgeven: voorkom het woord “NIET” in je taalgebruik. Luisteren is nog moeilijker voor leerlingen als dat online moet. Houd je zinnen dus kort, duidelijk en gericht op actie. Positief gesteld – zonder nieten.

5. Als een leerling met je in discussie gaat, kap je de discussie meteen af (mute) en nodig je de leerling uit om op een ander moment te discussiëren. Bij voorkeur aan het eind van de dag. Waarschijnlijk is hij/ zij tegen die tijd vergeten waar het ook al weer over ging.

6. Leerlingen zijn kort van memorie. Dat betekent dat je alles ongeveer zeven keer moet herhalen voordat iets onthouden wordt. Online geldt dit extra.

7. Het korte online instructie-model:
a. Het lesdoel
b. Het nut van deze les
c. Leg het concept uit
d. Doe de vaardigheid voor
e. Doe de vaardigheid samen
f. Controle van begrip (afzwaaier)

Extra TIP: Veel humor! Heb plezier!

En oh ja… adviseer om samen te werken; koppel leerlingen aan elkaar die fysiek samen de online lessen volgen en die dag samenwerken bij één van de ouders thuis. De leerlingen werken beter, vragen minder aandacht en de vrije ouders kunnen hun eigen werk doen.

Jaaa… je kunt je nog opgeven voor het gratis webinar Timemanagement van a.s. woensdagavond

En…. er is nog één plek bij de online dagtraining van aanstaande zaterdag. Klik hier voor inspiratie en zelfvertrouwen

En kijk hier voor tips en tools van Leraar 24

goede voornemens voor leraren 2021

Zeven goede voornemens voor leraren

Zeven goede voornemens voor leraren

Ook in dit nieuwe jaar horen ze erbij: goede voornemens. Dit jaar heb ik er alvast zeven voor je bedacht… Je hoeft ze alleen uit te printen, ergens op te hangen en uit te voeren: Zeven goede voornemens voor leraren 🙂

  1. Geef je klas(sen) iedere dag minimaal één (klassikaal) compliment.
  2. Delegeer een (terugkomende) klus die je vervelend vindt.
  3. Maak (met je leerlingen) een to-do lijst van drie leuke dingen die jullie de laatste maanden gaan doen, als…..
  4. Organiseer een online quiz of Kahoot, waarin vragen gesteld worden over jou (als leraar) en ook over je leerlingen. Denk aan lievelingskleuren, favoriete hobby, muzieksmaak, enzovoort.
  5. Maak regelmatig een (gratis) sociogram van je klas(sen) op Stoeltjesdans
  6. Ga iedere dag op tijd naar huis.
  7. Doe alleen leuke (werkklussen) thuis; ’s avonds of in het weekend.

Succes enneh… Gelukkig Nieuwjaar!

Doe op woensdag 13 januari om 19.30 uur mee met de gratis online training Timemanagement voor het onderwijs

Heb jij al eens in onze webshop gekeken? 

Grote Opruiming

Grote Opruiming

Grote opruiming

Er komt een nieuw jaar aan. We kunnen eindelijk 2020 achter ons laten en de beste manier om dat te doen is door een grote opruiming te houden. In jouw lokaal. Ergens tussen nu en 18 januari. 

Waarom? Omdat:

  1. er zich alweer van alles heeft opgehoopt in jouw lokaal
  2. je denkt dat jouw pennen ergens onder een kast liggen maar je weet niet welke kast
  3. de leerlingen de posters niet meer zien omdat ze er al te lang hangen
  4. de planten er al enige tijd uitzien als moderne kunst
  5. het een heerlijke klus is, die ervoor zorgt dat je het gevoel krijgt dat je het jaar echt hebt opgeruimd

Redenen genoeg dus. En als je er een paar vrijwilligers bij uitnodigt, kun je er meteen een fijne schoonmaakbeurt aan vastknopen.
Opruimen is ook best lekker. Maar hoe en waar begin je?

Oftewel: Ruim je klas op in 10 stappen.

  1. Vraag een collega om het samen te doen. Niet alleen omdat het dan makkelijker is om kasten te verplaatsen, maar ook om punaises aan te geven én om allebei een stok achter de deur te hebben. En twee zien meer dan één alleen. En het is gezelliger met twee.
  2. Ga samen in het midden van het lokaal staan. Draai langzaam een rondje om jullie as en vraag je collega wat er volgens hem of haar allemaal weg of verplaatst moet worden. Jij noteert alles (zonder “ja maar”).
  3. Hang alles wat moet blijven hangen maar wat al langer dan 2 maanden op dezelfde plek hangt op een andere plek. Nu “zie” je die dingen weer.
  4. Haal alles uit je lokaal wat je niet (meer) nodig hebt. Gooi weg, verplaats of verkoop. Zet desnoods een kast op de gang om spullen in te doen.
  5. Maak je eigen bureau leeg. Houd alleen dat wat je echt nodig hebt. Doe alles weg wat je eigenlijk niet nodig hebt. Als je niks wilt weggooien, stop het dan in een doos en zet de doos in een magazijn met jouw naam erop.
  6. Richt je kasten opnieuw in. Maak ze overzichtelijk; bedenk een systeem wat voor jou en je leerlingen werkt. Zet de kasten zo dat de leerlingen er makkelijk bij kunnen en markeer met stickers, zodat de kast netjes blijft. Zorg dat jij je eigen kast of plank hebt.
  7. Vervang de dode planten door nieuwe. Plastic mag ook.
  8. Koop (online) aantrekkelijk uitziende bakken voor papier, leesboeken, losse materialen enzovoort. Zorg dat de maten kloppen met wat er in zit, dat geeft een nette indruk.
  9. Ga op alle leerling-stoelen zitten terwijl je collega voor in de klas iets vertelt. Check of je hem/ haar goed kunt horen en zien. En kijk wat jou “als leerling” helpt of afleidt. Zet alle meubels op een handige plek. Koop iets MOOIS NIEUWS GEKS voor in de klas.
  10. Vier, samen met je collega, dat jullie klaar zijn met de Grote Opruiming! Champagne, taart, bitterballen….

Veel plezier met de grote opruiming

Wil je meedoen met de eerstvolgende (online) training? Klik dan hier voor meer informatie

Wil je schoonmaaktips voor je huis? Klik dan hier

Tien keer een leuke quote over onderwijs

Tien leuke quotes over onderwijs

quote van www.sterkeschool.nl
quote van www.sterkeschool.nl
quote van www.sterkeschool.nl
quote van www.sterkeschool.nl
quote van www.sterkeschool.nl
quote van www.sterkeschool.nl
quote van www.sterkeschool.nl
quote van www.sterkeschool.nl
quote van www.sterkeschool.nl
quote van www.sterkeschool.nl

Wat is jouw favoriete quote over onderwijs? Plaats jouw quote hieronder 🙂

Zin in een online training? Klik hier

Online begeleiding voor een actieprijs? Klik hier

Een quote van Saskia bekijken? Klik hier

succesles

Een succes-les!

Vijf tips voor een succes-les

Soms gaat een les precies zoals je hem hebt bedacht. Dan heb je een succes-les gegeven:
1. Je denkt aan alles
2. Alles ligt klaar op de goede plek
3. De leerlingen zijn betrokken
4. Je hebt voldoende tijd
5. De sfeer is de klas is heel goed
6. De leerlingen hebben aan het eind van de les geleerd wat jij ze wilde leren
7. De leerlingen zeggen dat ze het een leuke les vonden
Dat geeft een goed gevoel. Maar weet je dan ook wat je precies allemaal deed en dacht, zodat het ook een goede les is geworden?

Het is heel makkelijk om jouw succes te wijten aan de omstandigheden:

1. De leerlingen hadden er zin in.
2. Het is een erg leerbare groep.
3. Alles stond heel duidelijk in de handleiding.
4. Het weer was prima.
5. Alles zat gewoon mee.

Je mag ook gewoon hardop zeggen: “Ik heb het goed gedaan!”

Het is redelijk simpel om dergelijke succeslessen vaker te geven. Vandaag krijg je vijf tips om dat mogelijk te maken:
1. Bedenk goed wanneer je de laatste keer een succes-les hebt gegeven en doe je ogen dicht. Visualiseer:
a. Hoe was jouw voorbereiding?
b. Wat deed je vlak voordat de les begon?
c. Wat deden de leerlingen?
d. Wat zei je en wat deed je precies waar de leerlingen om reageerden zoals jij dat had bedacht?
e. Hoe sloot je de les af?
f. Hoe gingen de leerlingen weg uit jouw les?
2. Roep het positieve gevoel op dat je toen had, zodra je een nieuwe les gaat voorbereiden.
3. Maak een stappenplan, zodat je overal aan denkt.
4. Bedenk een leuke lesopener, zodat de leerlingen meteen actief meedoen.
5. Zorg ook voor een goede afsluiter.
Veel plezier met je volgende succes-les. En laat me even weten hoe het ging!

Ben je toch nog wat onzeker en heb je behoefte aan meer zekerheid? Kom dan meedoen aan de online training: Sterk voor de klas op 22 december a.s. Klik hier voor meer informatie

Wil je meer informatie over het geven van goede lessen, klik dan hier.

schoolplein

Geen gedonder op het schoolplein

Geen gedonder op het schoolplein

Op de meeste scholen wordt er in de pauzes lekker gespeeld. Leerlingen rennen over het schoolplein, doen spelletjes of hangen heerlijk rond. De pleinwachten hebben tijd voor kletspraatjes en kunnen zelfs even koffie halen.

Op sommige scholen gaat het anders. Ruzies en vechtpartijen. Kinderen mogen niet meedoen van andere kinderen. Ballen vliegen alle kanten op. Spullen worden afgepakt. Schreeuwen en schelden. Boze gezichten. Tranen. De pleinwacht heeft het druk met observeren, ingrijpen en preken. Geen tijd voor koffie of kletspraatjes. Eigenlijk heeft niemand écht pauze.

Hoe los je dat op?

Er zijn veel programma’s op de markt die leerlingen kunnen leren hoe ze beter met elkaar kunnen omgaan. Meestal zijn dit programma’s die uitgevoerd worden in de klas. Maar de transitie naar het schoolplein (laat staan naar “na schooltijd”) wordt niet door alle leerlingen gemaakt.

Er zijn ook trainingen waarbij leerlingen geleerd wordt om als (peer)mediator op te treden tijdens conflicten op het plein. Ze zijn vaak herkenbaar aan hesjes of T-shirts en doordat ze hebben geleerd hoe ze om kunnen gaan met conflicten, is het veel leuker op het plein dan daarvoor.

Maar stel nou dat het opleiden van leerlingen tot mediator schoolbreed geen optie is? Wat kan je doen als individuele leraar?

Een schoolpleinplan in negen stappen

Het maakt echt niet uit hoe oud jouw leerlingen zijn. Deze aanpak werkt zowel bij 4- als bij 16-jarigen; alleen je taalgebruik pas je aan). Je kunt met jouw (mentor)klas het goede voorbeeld geven en je eigen “mediators” opleiden. De implementatie van jouw plan duurt vier – zes weken en kan makkelijk tussen twee vakanties ingevoerd worden. Het enige wat je hoeft te doen is even te recetten na de vakantie: weet iedereen nog hoe het ook alweer moest?

1. Je vertelt dat het doel van de komende maand is dat men zich “positief gedraagt” op het schoolplein (op de gang, onderweg naar de gymzaal, na schooltijd, enzovoort). Samen bespreek je wat positief gedrag is, hoe dat er uit ziet, wat je dan zegt en doet.

2. Je vraagt aan de leerlingen hoe zij willen dat men buiten de klas (op de gang, op het schoolplein en na schooltijd) met elkaar omgaat. Je laat iedereen drie (positief gestelde) afspraken opschrijven. Je vraagt alle leerlingen hun belangrijkste afspraak te noemen.
a. De leerlingen die positief gedrag benoemen, complimenteer en versterk je.
b. De leerlingen die negatief gedrag benoemen of dwars gaan liggen, negeer je.
Bij sociaal gewenste uitlatingen vraag je door. Hoe ziet het eruit? Wat doe je precies? Waarom?

Maak een werkwijze van regels, afspraken, acties en reacties

3. Uit alle genoemde afspraken destilleer je drie tot vijf (positief geformuleerde) regels. Deze schrijf je op het bord. Je laat twee vrijwilligers deze regels overnemen op een groot vel papier en je hangt deze poster in het lokaal.

4. Je vraagt aan de leerlingen hoe het mogelijk wordt dat iedereen (in deze klas) zich aan deze regels gaat houden. Benadruk dat het niet voor alle leerlingen even makkelijk is, maar dat iedereen het kan leren.
a. Het noemen van consequenties wuif je niet weg; je vertelt dat dit op een later moment aan de orde komt.
b. Alle suggesties die in de richting van “helpen door….” wijzen, beaam je en noteer je.
c. Je mag sturen in de richting van mediation. Als jullie ergens anders uit komen, dan is dat ook prima.

5. Verzamel alle suggesties en probeer ze allemaal met de leerlingen uit. Dat kan met rollenspelen en dat doen jullie het best buiten, op het schoolplein. Per keer probeer je een suggestie en je bespreekt het rollenspel meteen na: Wat werkte wel en wat werkte niet? En hoe kwam dat? Alles dat effectief is wordt onderdeel van de werkwijze.

Een paar voetnoten...

  • Besteed veel aandacht aan gezichtsuitdrukkingen, nonverbaal gedrag en hoe iemand over komt.
  • Laat leerlingen op verschillende manieren reageren: maak ze bewust van hun eigen perspectief en dat van de ander.
  • Leg steeds opnieuw de nadruk op de vrije keuze: iedereen kiest er zelf voor om wel of niet te reageren en op welke manier.

Nu heb je een werkwijze die werkt - en dan?

6. Zodra jullie als groep iets hebben gevonden wat werkt, dan wordt de werkwijze (in een paar stappen) op een groot papier gezet en opgehangen.

7. Je vraagt wat een goede consequentie zou kunnen zijn voor het je niet houden aan deze werkwijze. Zijn er ook uitzonderingen mogelijk? Welke leerlingen hebben extra hulp nodig om geen consequenties op hun dak te hoeven krijgen? Hoe ziet die hulp eruit? En hoeveel waarschuwingen mogen gegeven worden? En door wie? Jij kiest de consequentie. Je zet de afspraken hierover op een kleiner papier en hangt deze op naast de andere poster.

8. Iedere leerling committeert zich aan de consequenties en de werkwijze, door handopsteking, handtekening, vingerafdruk, of iets anders.

9. Je evalueert dagelijks kort en past aan zodra dat nodig is.

Wil je nog meer doen op SEO-gebied? Probeer onze gratis Pilot Hartvaardigheden in de klas eens.

Wil je meer lezen over peermediation? Dat kan hier

lind worden van een vakbond

Moet ik lid worden van een vakbond?

Ik ben starter in het onderwijs. Moet ik lid worden van een vakbond?

Deze vraag krijg ik regelmatig en ik vind het een goede vraag! Ik zet alles even op een rijtje.

Wat doet een vakbond?

Een vakbond is er om de rechten van werknemers te beschermen. Zolang jouw rechten niet geschonden worden, hoef je eigenlijk geen lid te zijn van een vakbond.
Maar… op het moment dat jouw rechten geschonden worden (bijvoorbeeld bij een arbeidsconflict) en je bent géén lid van een vakbond dan heb je een probleem. Je staat er in dat geval alleen voor en de enige oplossing is het in de arm nemen van een dure advocaat. Maar als je al lid bent helpt de vakbond je.
Kort door de bocht is een lidmaatschap bij een vakbond vooral een zeer goede rechtsbijstandsverzekering als je in het onderwijs werkt en je een arbeidsconflict krijgt. Je krijgt een goede advocaat toegewezen die alles voor je doet wat nodig is om goed uit het conflict te komen.

Als er een staking is (georganiseerd door de vakbond), krijg je op de stakingsdag geen salaris, maar ontvang je een vergoeding uit de stakingskas van de vakbond.

De vakbond onderhandelt voor jou met werkgevers over de cao. Hierbij behartigen ze ook jouw belangen. Mensen die in (vaste dienst) in het onderwijs werken, hebben te maken met twee zeer actieve bonden (CNV & AOB) en wij hebben daardoor een van de beste cao’s in Nederland. Onderwijspersoneel kan niet makkelijk ontslagen worden; dat hebben we aan de vakbonden te danken.

Als werknemer (al dan niet in vaste dienst) hoor je jouw rechten en plichten te kennen en dus ook je cao (net als ons burgerlijk wetboek). Maar helaas… dergelijke wetten en regels zijn moeilijker te begrijpen dan we eigenlijk willen en ze echt doorgronden is een taaie klus.
Als er iets op school verandert (pauzes, werktijden, taakverdeling, enzovoort), heb je meestal geen zin om de hele cao door te nemen. Je kunt de bond bellen en meteen je vraag stellen, zodat je meteen weet waar je aan toe bent. Ze kunnen je in vrijwel alle gevallen helpen als er problemen ontstaan op school.

De vakbonden hebben hun eigen tijdschrift, waar veel informatie in staat waar je echt iets aan hebt. Tenminste, dat vind ik. Het is van een veel hoger niveau dan, laten we zeggen, de Kampioen.

Als lid heb je recht op allerlei hulpdiensten. Korting op (collectieve) verzekeringen, gratis hulp bij aangifte inkomstenbelasting, leuke boeken, cursussen, scholingen en nog veel meer.

Bij alle bonden kun je terecht als je invaller of OOP bent.

Welke vakbonden zijn er en wat zijn de verschillen?

AOB: de Algemene Onderwijsbond.
Deze staat bekend als “openbaar” en is de grootste onderwijsvakbond. Is altijd als eerste op de hoogte en heeft goede rechtsbijstand. Met veel informatie voor startende leraren.

CNV-onderwijs: de Christelijke Onderwijsbond.
Ook heel groot en met goede rechtsbijstand. Verschilt niet veel van de AOB. CNV organiseert gratis trainingen voor invallers en heeft ook veel informatie voor startende leraren.

UnieNFTO: De bond voor VO, MBO en HBO en dergelijke.
Goede rechtsbijstand en ze hebben veel invloed op inhoudelijke ontwikkelingen.

AVV: van Beter Onderwijs Nederland.
Zij willen de belangen van leraren écht gaan behartigen, maar zij hebben geen rechtsbijstand in geval van een arbeidsconflict. Ze krijgen wel steeds meer invloed op beleid. De luis in de pels.

AVV-kunsteducatie: voor docenten in kunstvakken. 

LIA: Leraren in Actie.
Zijn ontstaan uit onvrede met de huidige grote vakbonden. Met rechtshulp (wel aan criteria gebonden) en enkele scholingen, maar niet zo uitgebreid als van de grote bonden.

FvOv: Vereniging van Onderwijs Vakbonden.
Blijkbaar praten zij ook al jaren mee over de cao’s en ze bieden scholing op het gebied van MR. Verder lijkt het een erg handige site, want al het officiële onderwijsnieuws staat er meteen op, evenals alle cao’s en de aanvullingen daarop. Geen rechtsbijstand.

AVS: Voor schoolleiders.
Uitstekende helpdesk en mogelijkheid tot rechtsbijstand. 

Waarom zou ik lid worden van een vakbond?

  1. Ook al denk je van niet, er is altijd een kans dat je in een arbeidsconflict terecht komt:
    Omdat je tussen wal en schip valt bij een nieuwe cao.
    Omdat de nieuwe leidinggevende en jij elkaar niet liggen.
    Omdat je moet samenwerken met een collega en dat werkt echt niet.
    Omdat het nieuwe bestuur heeft besloten dat je er zomaar uit of naar een andere school moet.

    Als je dan niet lid bent van een vakbond, dan baal je echt. En het onderwijs-arbeidsrecht is dermate anders dan andere arbeidsrechten, dat een gewone advocaat minder voor je kan doen dan een advocaat van de vakbond.
  2. Omdat je het heerlijk vindt om regelmatig een tijdschrift te lezen met nieuws over rechten en plichten in het onderwijs en ook wel wat andere zaken.
  3. Omdat je gratis of voor een klein bedrag scholing kunt krijgen.
  4. Omdat een telefoontje genoeg is om er achter te komen of jouw bestuur of directeur zomaar *** mag doen.
  5. Je krijgt betaald op de eerstvolgende echte stakingsdag.
  6. Je mag een gedeelte van de lidmaatschapskosten aftrekken van de belasting.
  7. En… als je nog op de opleiding zit, betaal je niets of een piepklein beetje.

En waarom zou ik geen lid worden?

  1. Ook een arbeidsconflict overleef je. Je zoekt ergens anders een leuke baan en laat ze hun flauwekul houden. Je hoeft niet altijd genoegdoening te halen.
  2. Een lidmaatschap kost geld.
  3. Er zijn voldoende andere collectieve verzekeringen, leuke boeken en leerzame scholingen in de aanbieding.
  4. Je werkt via een uitzendbureau of detachering. Dan val je onder een andere cao.

Oké. Ik word lid. Welke vakbond zal ik kiezen?

Kies op je gevoel.
Bekijk alle sites en neem degene die bij jou past.

En je kunt natuurlijk lid worden van twee vakbonden. Dan wordt je lid van AOB of CNV voor de zekerheid en kies je daarnaast AVV of LIA omdat jij ook wilt dat er iets gaat veranderen.
En als je een speciaal vak geeft (gym, muziek of je bent IB-er) dan word je natuurlijk (ook) lid van de FOV.

Die laatste site zet je in ieder geval bij je favorieten. Erg handig.

Ik heb geen vaste aanstelling. Is het dan een extra goed idee om lid te worden?

Moeilijke vraag. Ik kan geen ja of nee antwoorden.

De huidige flexwet is een heel groot probleem voor invallers. De bond kan je niet beschermen tegen een bestuur dat jou drie maanden op non-actief zet om je niet in vaste dienst te hoeven nemen.

Gelukkig zijn er steeds meer besturen die flexpools organiseren of detacheringsbureaus in de arm nemen. Als je in een flexpool werkt die onder een bestuur valt, dan val je onder de onderwijs-cao. Dan is het wel handig om lid te worden.

Als je steeds losse dagen invalt bij verschillende besturen, dan zou ik het even aankijken. Lid worden kan altijd nog als je ergens wat vaster zit.

Als je een hele lange tijd (lees: maanden) invalt op een school, kan het wel handig zijn om lid te worden.

Als je voor een detacheringsbureau werkt, dan val je niet onder de onderwijs-cao en heeft een lidmaatschap weinig zin. Behalve natuurlijk als je wel op de hoogte wilt zijn en blijven.

Heb jij nog aanvullingen? Zet ze in het commentaarveld.

functioneringsgesprek

Functioneringsgesprek

Functioneringsgesprek? Ga ervoor!

Op de meeste scholen worden functioneringsgesprekken gevoerd. Op alle scholen wordt dat anders geregeld.
Een functioneringsgesprek heeft een andere functie dan een beoordelingsgesprek. Het is zaak om daar alert op te zijn.

Vraag naar het doel van jouw functioneringsgesprek

Er bestaat veel onduidelijkheid over het verschil tussen een functioneringsgesprek en een beoordelingsgesprek. Beide gesprekken horen onderdeel te zijn van een cyclus en vinden jaarlijks plaats, maar ze hebben iedere een ander doel. Een functioneringsgesprek is een gestructureerd tweerichtingsverkeer-gesprek tussen jou en je leidinggevende. Jullie bespreken de huidige werkpraktijk om knelpunten op te sporen. Voor de geconstateerde problemen bedenk je samen oplossingen en daarover maak je afspraken. Het functioneringsgesprek is dus toekomstgericht. De verbetering (van beide kanten) staat centraal.

Soms krijg je van te voren een formulier met vragen, of een lijstje met onderwerpen.
Soms is er van te voren een klassenbezoek waar je wordt geobserveerd.
Soms krijg je alleen een datum en een tijd door en moet je maar afwachten wat de onderwerpen zullen zijn.

Soms is degene waar je het gesprek mee hebt ook degene die jou (als je starter of invaller bent) begeleidt. Dat is eigenlijk geen goede zaak; jullie hebben dan allebei twee petten op. In dat geval zou je kunnen vragen of je je functioneringsgesprek met iemand anders mag hebben.

In alle gevallen: ga ervoor!

Of je nu invaller bent of vaste kracht, de volgende tips kunnen je helpen

  1. Maak van te voren twee lijstjes. Een met dingen die je heel erg leuk vindt in je werk en een met zaken waar je niet blij mee bent. Als je tweede lijstje langer is dan het eerste, zal je je moeten afvragen of je hier wel wilt blijven werken. De uitkomst daarvan is van invloed op het gesprek dat je hebt.
  2. De dingen die je leuk vindt, kan je allemaal noemen. Doe dat met enthousiasme!
  3. De zaken die je niet leuk vindt, kun je omzetten in “wensen”. Tijdens je gesprek vraag je dan of er mogelijkheden zijn om die wensen te vervullen. Zo zorg je voor een positieve insteek.
  4. Spreek vanuit jezelf en niet over, of namens anderen.
  5. Je mag je kwetsbaar opstellen, zolang je er een leerdoel aan koppelt. Zo laat je zien dat je je bewust bent van je tekortkomingen, maar dat je er aan werkt.
  6. Alles waar je goed in bent, mag je ook zeker benoemen. Geef daar ook voorbeelden bij.
  7. Vraag of je zelf het verslag mag maken. Je maakt dan alleen een lijst met actiepunten en de data waarop deze actiepunten  (en door wie) uitgevoerd moeten zijn. Een uitgebreid verslag schrijven is zonde van je tijd!

 

Heb jij ook nog goede tips?

Zet ze in het commentaarveld 🙂

Heb jij je nog niet opgegeven voor het gratis webinar Timemanagement? Dat kan hier

Nog meer lezen over functioneringsgesprekken in het onderwijs? Dat kan hier