Solliciteren in het onderwijs

Effectief solliciteren in het onderwijs

Effectief solliciteren in het onderwijs

Het is weer tijd om te gaan solliciteren in het onderwijs. Het kan zijn dat je ergens werkt waar je helemaal niet gelukkig bent. Of je gaat iedere dag met buikpijn naar school. Dan is het zeker tijd om te solliciteren. Maar misschien wil je wel eens op een andere school kijken, misschien ga je invallen bij een bestuur (en daarvoor moet je tegenwoordig ook vaak een sollicitatiegesprek voeren), of misschien zoek je gewoon jouw eerste echte vaste baan in het onderwijs. Hoe dan ook: nu begint te tijd waarin er steeds meer vacatures verschijnen.

Bereid je goed voor als je gaat solliciteren in het onderwijs

  1. Bekijk de website van de school heel uitgebreid. Lees vooral de visie en de missie. Sluiten ze aan bij jouw ideeën over onderwijs?
  2. Als je de school niet kent: vraag of je van te voren even mag komen kijken als de school in bedrijf is. Loop rond, stel vragen en proef de sfeer. Als dat niet kan: pak de telefoon en stel drie algemene vragen over de school en de vacature.
  3. Iedere school vraagt bepaalde competenties en vaardigheden. Die staan meestal in de vacature – en zo niet, dan kun je ze zelf wel bedenken.
  4. Bedenk praktijkvoorbeelden bij iedere competentie en vaardigheid; het bewijs dat jij die competentie of vaardigheid beheerst. Dit voorbeeld mag ook uit stage- of vrijwilligerswerkervaring komen.
  5. Bedenk van tevoren wat jij bij kunt dragen op deze school; wat ga jij brengen dat zij nog niet hebben?
  6. Welk verschil maak jij voor de leerlingen? Wat maakt jou de beste leraar voor deze klas of vakgroep?
  7. Noteer ook alvast drie mogelijke vragen die je kunt stellen tijdens het gesprek.

Het gesprek

  1. Zorg dat je er verzorgd uitziet; tanden en schoenen gepoetst.
  2. Neem je telefoon niet mee naar binnen of zet ‘m uit.
  3. Accepteer alleen water om te drinken.
  4. Kom precies op tijd.
  5. Geef iedereen een hand en stel je duidelijk verstaanbaar voor. Herhaal de namen van de mensen waar je mee spreekt.
  6. Stel minimaal drie vragen.
  7. Kijk degene aan die jou een vraag stelt en kijk iedereen om de beurt aan bij het beantwoorden van de vraag.
  8. Spreek positief over anderen, ook als je ergens een negatieve ervaring hebt gehad.
  9. Lach! Heb plezier in het gesprek. Onderwijs is leuk!
  10. Je mag zenuwachtig zijn. Dat helpt je om goed te kunnen focussen.

Online solliciteren in het onderwijs

Online solliciteren is momenteel de norm. In principe gelden dezelfde regels als hier boven. Er komt wel een tip bij: test van tevoren je techniek. En je mag je pantoffels aan.

En daarna...

Is het afwachten. Als je niet wordt aangenomen, is het waarschijnlijk een school waar je niet past of waar je nooit gelukkig zult worden. Er is ergens een school waar ze wel op je zitten te wachten; die moet je alleen nog vinden. Word je wel aangenomen? Gefeliciteerd!

Bedenk...

Solliciteren in het onderwijs kan makkelijk zijn. Een school heeft vaak een duidelijk beeld van de persoon die zij zoeken. Als jij in dat plaatje past, hoef je alleen goed over te komen en de baan is voor jou.

Wil je meedoen aan het webinar met handige tips voor invallers? Klik dan hier

Wil je onze gratis cursus Solliciteren in het onderwijs volgen? Klik dan hier

Succes met jouw sollicitatiegesprek 🙂

Dat doen wij zo niet

Dat doen wij zo niet

Dat doen wij zo niet

‘Dat doen wij zo niet.’ Een opmerking die veel starters (en vooral zij-instromers) op een nieuwe  school te horen krijgen. Jij hebt misschien ook wel die ervaring. Je neemt je eigen kennis en ervaring mee, hebt een frisse blik en hebt goede ideeën over hoe dingen anders zouden kunnen. Dus je brengt een idee in. En dan hoor je: ‘dat doen wij zo niet’. Alsof zij jouw idee al jaren geleden hebben bedacht en uitgeprobeerd. 

Wij doen het al jaren zus en zo en dat bevalt prima

Nog zo’n opmerking waar je niks mee kunt als je een verandering voorstelt. Alsof ze niet wíllen veranderen. Wat voor hen werkt, moeten anderen precies hetzelfde doen en als die anderen het liever anders doen omdat die manier voor hen niet werkt, dan hebben ze pech

Toen ik pas begon had ik ook van die wilde plannen

…is ook zo’n opmerking, gevolgd door ‘maar je zult zien dat dat vanzelf overgaat’. Eigenlijk vind ik die opmerking nog de ergste van de drie. Ik heb dan meteen het idee dat ik terecht ben gekomen in een werkomgeving zonder enig perspectief. Een tredmolen waarin iedereen alleen maar bezig is met de volgende vakantie. ‘Nog maar 119 dagen, 4 uur en 23 minuten, jongens!’ 

Laten we eerlijk zijn

Het is niet leuk om dergelijke opmerkingen te horen. En gelukkig worden ze steeds minder gemaakt. Maar als je op een school zit waar je wel zulke opmerkingen te horen krijgt, kun je natuurlijk ontslag nemen en een andere school zoeken. Of je gaat tactisch manoeuvreren. In ieder geval is het belangrijk dat je alle opmerkingen niet persoonlijk aantrekt. Ze hebben namelijk niets met jou te maken. Opmerkingen als ‘zo doen wij dat niet’ zijn symptomen van een systeem dat goed werkt voor de mensen die er al in zitten. Ze hebben geen enkele reden om het bestaande systeem te veranderen of aan te passen.

Alle opmerkingen zijn goed bedoeld

1. Het komt misschien anders over, maar in de grond zijn het allemaal welwillende adviezen met het doel om jou te beschermen. Tegen teleurstellingen of tegen negatieve reacties van anderen. Het is belangrijk dat je alle opmerkingen in dat licht ziet. Heel lief eigenlijk, van je nieuwe collega’s.
2. Jij mag dan namelijk ook welwillend en begrijpend reageren. ‘Ik begrijp het’, zeg je dan. Of ‘natuurlijk, het werkt voor jou en dan zal het voor mij vast ook werken’. Daarna kun je vragen naar de bezwaren die er zijn. Zoek de weerstand op, vraag door. Uit nieuwsgierigheid. Misschien heeft diegene wel een punt. 
3. Vervolgens vraag je of je jouw plan toch mag uitproberen. Bij wijze van pilot. Bijvoorbeeld in jouw klas. In de meeste gevallen wordt daar positief op gereageerd.
4. Je gaat aan de slag.
5. En je vertelt iedere keer enthousiast over de vorderingen die je maakt.
6. Als je ergens tegenaan loopt, dan vraag je om hulp aan iemand die (min of meer) positief t.o.v. jouw ‘nieuwe idee’ staat.
7. Je houdt vol. Grote kans dat iemand jouw plan adopteert.

Veel succes!

Wil je meedoen aan het webinar voor invallers in het PO? Klik dan HIER

Wil je meer weten over verandermanagament? Klik dan HIER

Kennis of kunde?

Kennis of Kunde?

Kennis of kunde?

Wat is belangrijker: kennis of kunde?
Wat moeten wij onze leerlingen leren om ze goed voorbereid af te kunnen leveren op de volgende school of opleiding?

Ik heb een hoop kreten gehoord, de afgelopen jaren:
* Scholen bereiden leerlingen slecht voor op het bedrijfsleven.
* Leerlingen struikelen op HBO of Universiteit door gebrek aan kennis en vaardigheden.
* Onze leerlingen gaan beroepen uitvoeren die nu nog niet bestaan.
* Het lees-, taal- en rekenniveau van leerlingen is bedroevend slecht.
* Je kunt alle kennis vinden op internet.
* Kinderen en jongeren zijn handiger op de computer dan volwassenen.
* Het huidige onderwijs is verkeerd ingericht: het systeem moet anders.

Mijn vraag aan jou:

Waar draait het in het onderwijs echt om?

Gaat het er om leerlingen kennis bij te brengen? Of moeten we ze coachen bij het dingen kunnen? En wat moeten leerlingen eigenlijk allemaal kunnen en weten als ze klaar zijn met leren? En wie bepaalt wat ze allemaal moeten kunnen en weten? Scholen met een ander onderwijsconcept schieten als paddestoelen uit de grond. En allemaal hebben ze een duidelijke visie en een mooi verhaal. De leerling staat centraal, de leraar is coach en de leerling geeft zelf “sturing aan zijn of haar leerproces”. Maar ik heb er wel wat vragen over.

Wat is dan precies “gepersonaliseerd leren?” Hoe ziet “samen ontdekken” eruit? Welke ICT-vaardigheden en andere “21th centuryskills” moeten leerlingen beheersen? Hoeven leerlingen niet meer netjes te schrijven omdat toch alles op computer gaat? En wanneer zijn leerlingen eigenlijk “eigenaar” van hun eigen leren? Wanneer is een school “ontwikkelingsgericht”? Wordt er echt gekozen tussen “kennis of kunde”?

Ik heb geen tips voor je deze week

Ik heb alleen een opdracht:
Denk er eens over na. Wat wil jij jouw leerlingen meegeven? Wat wil jij dat ze kunnen en weten aan het eind van dit schooljaar? Wat vind jij het meest belangrijk?
Ik denk dat ik het antwoord weet. In zoverre… ik kan heel veel mogelijke antwoorden bedenken. En waar het om gaat is dat jouw antwoord verschilt van het antwoord van een andere leraar.

Het maakt nogal uit waar je lesgeeft

Op een zelfstandig gymnasium mag je ervan uit gaan dat de leerlingen een aardige algemene ontwikkeling hebben, over veel ICT-vaardigheden beschikken en op een redelijk niveau met elkaar kunnen communiceren. Kritisch leren denken lijkt me daar een belangrijk doel. Maar je kunt pas kritisch denken als je meer dan voldoende kennis hebt.

In MBO niveau 1 stel je hele andere doelen. Op tijd komen. Gezond eten. Goed omgaan met geld. Een foutloos briefje schrijven.
En dat is dus mijn bezwaar tegen die zogenaamde 21th Century Skills. Hartstikke leuk op een school waar “leerlingen met een flinke bagage” zitten. Maar het overgrote deel van onze leerlingen zit op het VMBO en gaat daarna naar het MBO. En daar kom je om een beroep te leren. Vaardigheden. Met ook hier: kennis als basis. VMBO-leerlingen in de Rotterdam-Zuid kun je natuurlijk in een open ruimte zetten om daar “hun eigen gepersonaliseerd leren vorm te geven”. 

Wat denk jij dat er dan gebeurt?

Wij willen in Nederland steeds weer dat iedereen hetzelfde kan en weet, dat iedereen dezelfde kennis heeft en dezelfde vaardigheden beheerst. Iedereen moet naar het VWO. Iedereen moet studeren. Iedereen moet zelfstandig kunnen werken. Iedereen moet samen kunnen werken. Waarom? Van wie? Worden we daar met ons allen gelukkiger van?

Als we nou gewoon eens alle Skills en Bla Bla van curriculum.nu ergens dumpen en gewoon kijken naar iedere leerling kan en wat hij nodig heeft om nog meer te kunnen. Met als basis: taal, rekenen, lezen, spelling en algemene kennis. Die ICT-vaardigheden komen vanzelf. Ik heb ook gewoon geleerd op welke knopjes ik moet drukken om mijn blogs te plaatsen. Voor die tijd ontbeerde ik die kennis en kunde en dat was geen probleem. Ik had het namelijk niet nodig. En met mijn uitgebreide basiskennis, kon ik op zoek naar de hoe, wat en waarom van de kunde. Wat bij betreft is het niet: kennis of kunde? Maar eerst kennis en daarna kunde.

Ik denk dat we tijd genoeg hebben. De hersenen van onze leerlingen zijn pas volgroeid als ze rond de 25 zijn. Dus we hebben tijd genoeg om onze kinderen voor te bereiden op de toekomst. Waarom zo’n haast? Laat ze lekker groeien, leren, spelen, puberen, feesten en de tijd nemen om na te denken over wat ze willen met hun leven. Ze worden vanzelf groot. En het is onze taak om ze tot die tijd te steunen. En daarna ook, als het even mee zit.

Meedoen met het webinar over invallen? Klik hier

Meer weten over Curriculum.nu? Klik hier

Saaie les

Saaie les? Dit is de oplossing!

Saaie les? Dit is de oplossing!

Ik heb zelf – zeker weten – wel eens een saaie les gegeven. Zeker als je moe bent of als het warm is in je lokaal, dan wordt een les al gauw saai. Maar wat ik wel weet, is dat ik mijn les aanpaste als de leerlingen begonnen te roepen dat het saaaaai was. En meestal lukte het me om de boel te keren. 

Mijn zoon heeft - toen hij in 4 HAVO zat - maandenlang geen aardrijkskunde gehad

Dat vond ik nogal onhandig, omdat hij daar het jaar erop eindexamen in moest doen. Mijn zoon echter vond het prima, want dat waren toch een aantal chill-uren en bovendien kon hij ook nog eens een ochtend uitslapen.

Maar uiteindelijk vond de school een invaller

De mentor had de klas verteld dat dit echt een hele goede leraar is – en ook nog eens jong. Onze verwachtingen waren dus hooggespannen. Maar na de eerste les kwam mijn zoon gedesillusioneerd thuis: ‘Mama, die man is zooo saai…’ 

Na enig doorvragen kwam ik er achter wat deze leraar 'zooo saai' maakte

  • Hij keek de leerlingen niet aan. Hij keek alleen naar de presentatie op het bord en las deze op monotone toon voor.
  • Als iemand een vinger opstak om iets te vragen, keek de leraar verstoord op en reageerde  bits: ‘Ja, wat is er?’ De leerlingen voelden zich niet gezien en niet gehoord.
  • Aan het eind van zijn monoloog wees hij op de laatste pagina van zijn presentatie. Daar stond standaard dat de leerlingen de hand-out van de presentatie en het huiswerk voor de volgende les konden vinden in Magister.
  • Vervolgens ging hij zitten, ging de bel en de leerlingen vertrokken. Gaperig en slaperig.

    En weet je? Ik vind het ook saai, als ik het zo hoor. Volgens mij kan dit beter.

Daarom krijg je vijf tips om je saaie les leuker te maken

  1. Maak contact met je leerlingen. Heb belangstelling, sta bij de deur, kijk ze aan, geef ze een hand, stel vragen, maak grapjes, reageer enthousiast en geduldig. En neem ook weer netjes afscheid na afloop van je les.
  2. Vertel over jezelf. En niet alles hoeft waar te zijn wat je vertelt. Zorg ervoor dat leerlingen zich in jou kunnen herkennen, zich met jou kunnen verbinden.
  3. Laat leerlingen meedenken over de les. Stel vragen zoals:
    • Wie van jullie heeft wel eens meegemaakt dat…?
    • Kennen jullie ook zo iemand?
    • Wie van jullie denkt dat het heel moeilijk is om…
  4. Laat de leerlingen zelf oplossingen bedenken (alleen, in duo’s of groepjes) voor de leervragen die je stelt. Geef zelf ook oplossingen voor de leervragen, maar daag de leerlingen uit om zelf met andere oplossingen te komen en deze te delen.
  5. En natuurlijk: zorg voor afwisseling. Let op je stemgebruik. Zet een raam open. Gebruik filmpjes, puzzels, interactie, energizers… alles om de energie hoog- en de leerlingen betrokken te houden. En huiswerk geef je alleen op als dat zinvol is. Vertel dan ook precies wat ze moeten doen, waar ze het kunnen vinden (en ja: het moet óók op het bord staan), en vooral: waarom het zinvol (en leuk) is om dit huiswerk te maken.

Heb jij zelf nog meer tips? Zet ze in het commentaarveld!

Ga je invallen in het PO? Doe dan mee aan het webinar op 21 april. Klik hier om je aan te melden

Zoek je leuke energizers voor in de klas? Klik dan eens hier

Klaagverhaal

Een klaagverhaal

Een klaagverhaal

Het laatste wat ik wil is het schrijven van een klaagverhaal; daar wordt niemand vrolijk van. Daarom zal ik bij ieder klaagpuntje ook een lichtpuntje beschrijven. Dat houdt de boel in evenwicht 🙂

Er wordt al zoveel geklaagd in het onderwijs

Zeker nu, in Corona-tijd, is er ook een hoop te klagen. Opgelopen leerachterstanden, tochtige lokalen, klassen in quarantaine, onvermijdelijk schuldgevoel, een nog hogere werkdruk en tot slot: het lerarentekort en het daarbij behorende onvermogen om startende leraren binnen te houden.

Hoe is het eigenlijk met de leerachterstanden?

Laten we eerlijk zijn: met de meeste leerlingen gaat het gewoon goed; zelfs beter dan verwacht. Geen achterstanden, grote sprongen zijn zelfs gemaakt en iedereen is blij dat ze weer op school rondhuppelen. En de leerlingen die in de knel zitten… echt waar: die zaten dat al. Het achterstandenprobleem is boven komen drijven in de snelkookpan die Corona heet. En joepie: met de verkiezingen in zicht hebben we een enorme bak geld gekregen om iets aan die achterstanden te doen. Ik vertrouw erop dat scholen het juiste doen met hún bak geld. Is het genoeg? Zeker niet. Maar laten we blij zijn met iedere druppel op de gloeiende plaat.

Corona blijkt nog meer positieve bijkomstigheden mee te nemen

Zonder Corona hadden we dat geld nooit gekregen, waren de meeste achterstanden ongezien gebleven en maakten de meeste leraren nog steeds bezwaren tegen online contact. En er zijn dingen aan het verschuiven. Er wordt steeds meer nagedacht over hoe we ons onderwijs willen vorm geven. Er circuleren interessante discussies over EDI en gepersonaliseerd leren en alle standpunten daartussen. Laten we vooral van gedachten blijven wisselen en naar elkaar blijven luisteren. Ik weet zéker dat dit mooie initiatieven op gaat leveren. Ik geloof in een nieuwe onderwijsvorm met ‘best of both worlds’. Ik noem het Hartvaardig onderwijs.

Maar het lerarentekort blijft groot

Zijinstromers zijn steeds minder welkom op scholen omdat ze veel begeleiding vergen, er is een enorm tekort aan goede IB-ers en startende leraren stoppen er sneller mee dan ooit. En dat terwijl alle besturen ook geld hebben gekregen om schoolopleiders aan te stellen en begeleidingstrajecten in te richten. Maar ja: we weten allemaal wat er met dat geld is gebeurd. Het geld is op een plank gelegd en men heeft taakuren gegeven aan de zittende, ervaren leraren om nieuwe collega’s te coachen. Alle goede bedoelingen ten spijt: coaching en begeleiding van leraren is gewoon een vak. En het goede nieuws is dat men daar zo langzamerhand achter begint te komen. Steeds meer besturen zetten in op goed personeelsbeleid en goede trajecten – ook van zijinstromers –  begeleid door externe deskundigen. Niet omdat intern niet deugt, integendeel. Maar omdat intern en extern elkaar enorm kunnen versterken en samen het beste naar boven halen in elke starter en zij-instromer. Daar liggen zoveel kansen…

Ja. We kunnen eindeloos klagen over corona en alles wat er mis is in het onderwijs. Maar laten we deze tijd vooral gebruiken om te kijken wat wel goed gaat en hoe we samen creatief vooruit kunnen denken. Zonder klaagverhaal.

Ben jij ook onderwijscoach en wil je meepraten over betere begeleiding van startende leraren? Zoek ons op op Linkedin. Wij hebben een actiegroep opgericht en willen een netwerk oprichten.

Wil je meedoen met het volgende webinar op 21 april met Handige tips voor invallers? Klik dan hier

Wil je meedoen met het initiatief ‘Breng het hart terug in het onderwijs‘? Neem dan contact op.

Geen zin

Geen zin

Geen zin

Ik heb geen zin. 

Het gebeurt me wel eens dat ik geen zin heb om een blog te schrijven. Niet vaak, maar nu dus wel.
Ik heb zin om vakantie te houden.
Lekker niets doen.
Heb jij dat ook wel eens?
Ik heb het vandaag.

Morgen gaan we allemaal weer fris en fit aan het werk

Heb jij zin om morgen weer aan het werk te gaan? Je leerlingen weer te zien? Je collega’s? Ik denk dat ik er morgen ook weer klaar voor ben. Maar vandaag? Vandaag doe ik liever niets.
Toch schrijf ik. Je leest deze regels en ik schrijf tot ik iets heb geschreven waar drie tips in zitten.
Heb ik dan geen lijstje met onderwerpen liggen?
Jawel hoor. Ideeën genoeg, maar zoals ik al zei: vandaag even niet. Dan maar even drie tips bedenken.

Drie tips voor als jij of jouw leerlingen geen zin hebben:

1. Dit is weerstand. Weerstand is er en het heeft geen zin om er tegen te vechten of het te negeren. Benoem het. Erken het! Jij hebt geen zin. Ik heb geen zin. Dat geeft niks, er komt vanzelf weer een moment dat je wel zin hebt. Je kunt het gewoon hardop zeggen, tegen jezelf of tegen een leerling. Meer hoeft niet.

2. Doe een energizer. Ga pinkelen (ook wel tokkelen genoemd), maak een dansje, kijk wie het langste op één been kan staan… Beweeg als een boom in de wind… maakt niet uit. Doe iets waardoor je even uitstel van executie hebt. Het werkt het beste als het een energizer is waar je bij moet lachen. Lachen geeft energie.

3. Je kunt ook nog proberen er achter te komen waarom. Maar eigenlijk is dit een tip van niks, behalve als er echt een goede reden is, die je zou moeten kennen. Maar twee tips in mijn blog, dat kan natuurlijk niet. Misschien heb jij wel een goede derde tip? Zet hem in het commentaarveld hieronder.

En dan ga ik nu weer verder met niets doen.

Oh... nog even reclame maken

  1. Ik heb afgelopen week aan mijn website gewerkt. Misschien vind je het leuk om even rond te kijken.
  2. Aanstaande woensdagavond: gratis webinar De drie wetten van orde
  3. Het volgende webinar gaat over invallen in het PO. Zet 21 april maar vast in je agenda, als je invaller bent (of wordt)
  4. In de webshop van Sterke Aap staat een gratis les Solliciteren in het onderwijs. Heb je die al gevolgd?
hartvaardigheden in het onderwijs

Hartvaardigheden in het onderwijs

Hartvaardigheden maken het onderwijs mooier

Hartvaardigheden in het onderwijs zijn eigenlijk heel gewoon. De meeste leraren geven les met hun hart. Ze houden van hun vak én hun leerlingen. Ze geven kennis door en leren vaardigheden aan. Leraren willen dat al hun leerlingen goed terechtkomen; kinderen zijn de toekomst en via de kinderen hebben alle leraren invloed op de maatschappij van de toekomst.

Kennis alleen is niet genoeg

Naast kennis over de leerstof, staat ook het omgaan met elkaar centraal in het onderwijs. De groep leerlingen vormt, samen met de leraar, een maatschappij in het klein. In deze maatschappij worden leerlingen gevormd binnen de culturele waarden en normen van de school. Leraren zijn daardoor eveneens opvoeders – ook als ze vinden dat opvoeding op zich thuis plaats moet vinden. En voor die vorming worden vaak programma’s gebruikt, ontwikkeld door pedagogen en uitgeverijen.

Er zijn veel programma's op de markt

Kanjertraining, Leefstijl, Kiva, Pbs, M5, De vreedzame school… allemaal programma’s waarvan het positieve effect op leerlingen en de manier waarop zij met elkaar omgaan in meer of mindere mate bewezen is. 

Wat heb je eraan?

Zo’n programma is meestal redelijk makkelijk uit te voeren. Je zet het op je rooster en je geeft één of twee keer per week een les volgens het boekje. Als je een beetje ervaring hebt met zo’n programma, ben je relatief weinig tijd kwijt aan de voorbereiding. Maar in alle eerlijkheid vraag ik me af of dergelijke programma’s echt werken – en dan vooral: in alle klassen en op alle scholen. Want laten we eerlijk zijn: in sommige groepen lijken de leerlingen inmiddels geprogrammeerd om sociaal wenselijke antwoorden te geven. Op het plein of in vrije situaties laten ze gedrag zien dat beslist onwenselijk is: de transitie van programma naar dagelijkse werkelijkheid is soms ver te zoeken.

Hartvaardigheden

Wij hebben een ander idee. Een nieuw idee: hartvaardigheden in het onderwijs. Het is geen programma, het zijn geen lessen, het is geen methode. Het is de wil om het hart terug te brengen in het onderwijs. Want wij denken dat er in het huidige onderwijsklimaat te weinig aandacht is voor het hart. De doorgeslagen toetscultuur, het afrekenen op resultaten, de ver doorgevoerde marktwerking: het economisch model staat centraal in plaats van de wil om op een fijne manier met elkaar te leven en te leren in een klaslokaal. 

Relatief goedkoop en praktisch

Hartvaardigheden gaat uit van een aantal vaardigheden die mensen moeten beheersen – en kinderen moeten leren – om de wereld leefbaar te houden. Alle hartvaardigheden geven richting aan de manier waarop je met elkaar omgaat – en daarmee de wereld van de toekomst inricht. Om te beginnen bij het onderwijs.

Twintig hartvaardigheden

Gunnen, helpen, liefhebben, dankbaar zijn, confronteren, incasseren, genieten, loslaten, kiezen, je inhouden, verwonderen, vieren, vergeven, je kwetsbaar opstellen, verantwoordelijkheid nemen, vertrouwen, durven, spelen, toegeven, verwonderen en schaamte voelen. 

De hartvaardige school

Op een hartvaardige school geven alle leraren (en directie én OOP) het goede voorbeeld. Altijd. Iedereen kent de hartvaardigheden en laat de leerlingen in de dagelijkse praktijk zien wat het betekent om hartvaardig te zijn. 

Zo werkt het in de klas

Op het moment dat er iets in je klas gebeurt, pak je de nodige hartvaardigheid (of -heden) erbij en kies je als leraar zelf wat voor soort activiteit er bij deze groep leerlingen en deze situatie past. Natuurlijk bieden wij ook een set mogelijke activiteiten aan, maar een leraar weet zelf wat het beste is. Zo leren leerlingen in de dagelijkse praktijk leven vanuit hun hart

Meedoen?

De pilot met hartvaardigheden met voorbeeldactiviteiten voor in de klas kan iedere leraar gratis opvragen. Maar als je als school hartvaardig wilt worden, dan kan dat nu ook. Wij zijn op zoek naar pilotscholen die met ons willen gaan onderzoeken wat daarvoor nodig is. Wij denken zelf aan een eenmalige training voor alle leraren, directie en OOP waarin zij leren wat alle hartvaardigheden precies inhouden en daarnaast kunnen we assisteren bij de implementatie op school. 

Over de bedenkers

De term Hartvaardigheden is bedacht door Maarten Stoffers. De pilot voor in de klas heb ik samen met hem ontwikkeld. Inmiddels zijn we bezig met het oprichten van een steungroep, die gaat brainstormen over hoe we het hart terug kunnen brengen in het onderwijs. Zonder zweefgedoe, want structuur en veiligheid blijven voor Sterke School altijd voorop staan.

Meedoen? Meer weten? Opgeven als pilotschool?

Stuur een e-mail naar info@sterkeschool.nl

De regels van anderen

De regels van anderen… hoe ga jij daarmee om?

De regels van anderen - hoe ga jij daarmee om?

De regels van anderen hoeven niet altijd jouw regels te zijn. Dat merken we vandaag de dag zeer regelmatig. Onze leerlingen, die vanwege de avondklok niet naar buiten kunnen, zijn het grotendeels oneens met die regel – opgelegd door bovenaf. Sommigen overtreden de regel en dan scholen ze ’s avonds stiekem samen op een plein of trapveldje. Sommigen van ons hebben daar begrip voor, anderen niet. Zo zie je in een oogopslag al minstens vier verschillende manieren om om te gaan met één regel.

Zo is het ook op school

De meeste regels op een school zijn regels van anderen. Ze zijn opgesteld door de tweede kamer, door een paar bestuursleden, door een directeur of democratisch tijdens een teamvergadering – waar je zelf al dan niet bij aanwezig was.  Zeker als je het eigenlijk niet eens bent met een bepaalde regel, kan het moeilijk zijn om je eraan te houden. Je kunt dan net doen alsof een regel voor jou niet geldt

Ik heb me daar filnk schuldig aan gemaakt

Toen ik dramalessen gaf op een grote MBO-school had ik moeite met een aantal schoolregels. Ik werkte er maar een paar uur per week, ik was niet in dienst en ik voelde me ook geen lid van het team. Dus ik maakte mijn eigen regels.

Voorbeelden?

Er mochten geen petten gedragen worden. Maar tijdens de les vond ik het tijdens het maken van toneelstukjes en sketches natuurlijk logisch dat er wel een pet gedragen werd.
Er mocht niet gedronken worden in de les. Maar ik had vaak blokuren, waarin flink bewogen werd. Natuurlijk kreeg iedereen op gezette tijden dorst en er was ook nog eens een kraan aanwezig in het lokaal.
Mobiele telefoons waren verboden. Maar ik deed vaak een kahootquiz om te kijken wie had onthouden wat ze vorige les hadden geleerd en daarvoor heb je toch echt een telefoon nodig.
De leerlingen mochten niet naar het toilet tijdens de les. Maar er was altijd wel een meisje dat ongesteld was en dan streek ik weer over mijn hart. Controleren is ook weer zo wat, in zo’n geval.

Ik viel flink door de mand

Er waren nog wat schoolregels waar ik in de praktijk last van had en ja… ik lapte ze dus aan mijn laars. En de eerste paar maanden ging dat goed. Tot het moment dat drie leerlingen doodleuk de klas binnenwandelden met een kop thee. Ik had het niet in de gaten, want ik was in gesprek met een leerling die nogal emotioneel was en net haar verhaal aan mij deed. Vlak achter de drie leerlingen stormde de directeur mijn lokaal in, die razendsnel zag hoe de vlag erbij hing: thee, flesjes water, telefoons, petten en een juf die er niets van zei. Oeps.

Ik moest op gesprek bij de directeur

Hij verzocht me vriendelijk doch dringend om me aan de regels te houden. Ik voelde me flink betrapt. Maar ik schaamde me ook. Ik wilde me niet aan de schoolregels houden, maar ik moest wel. De directeur had eigenlijk gewoon gelijk. De sfeer in mijn lessen was ronduit chaotisch geworden. Ik had veel minder orde dan aan het begin van het schooljaar en de leerlingen gingen met me in discussie als ik eens iets verbood (zoals bijvoorbeeld met meenemen van thee). Ik was niet (meer) consequent. En eigenlijk had ik daar best wel last van.

Hoe heb ik het opgelost?

Ik heb de schoolregels weer in ere hersteld, met de leerlingen doorgenomen en duidelijke procedures met ze opgesteld:
1. Pet af in de klas. Als je een pet op wilt in een toneelstuk, dan krijg je er een van de juf.
2. Niet drinken in de les. Sorry. Geen uitzonderingen.
3. Telefoon inleveren bij de juf. Ik deelde ze uit als het echt nodig was (voor een opname of een quiz).
4. Toiletbezoek verboden. Sorry dames. (En prompt bleven de periodes uit.)

Het heeft me een maand strijd gekost, maar daarna verliepen mijn lessen weer prima. Er was weer rust, orde en structuur.

Conclusie?

Schoolregels, daar moet je je gewoon aan houden.

Heb je hulp nodig bij het opstellen van regels in jouw klas(sen)? Of met het invoeren daarvan? Of wil je een goed doordachte consequentieladder opstellen? Overweeg dan een coachsessie. In ongeveer anderhalf uur heb je alles geregeld.

Wil je goed orde leren houden? Volg dan de online cursus Orde Houden in onze webshop.

 

Een verkeerd advies

Een verkeerd advies

Een verkeerd advies

Op vrijdag 12 februari is dit artikel ‘Een verkeerd advies’ in de Komenskypost geplaatst. Ik kreeg er veel positieve reacties op; daarom plaats ik mijn artikel ook hier. Want ja: als je in het onderwijs werkt, deel je regelmatig adviezen uit. En wij leraren, wij zijn ook maar mensen. En mensen maken fouten. In het verleden heb ik een verkeerd advies gegeven, maar ik vermoed dat:

  1. ik niet de enige ben
  2. daarvoor en daarna ik ook foute adviezen heb gegeven – maar dat weet ik dan niet
  3. anderen ook wel eens een fout advies hebben gegeven – of zullen geven
  4. niet iedereen dat wil, of durft, toegeven

En dat is allemaal prima – het mag, een verkeerd advies hoort bij het leven. 

Ik werkte al een tijdje in het Praktijkonderwijs

En toen ik op de lijst zag dat ik Floris in de klas zou krijgen, baalde ik. En dat is nog zacht uitgedrukt. Ik weet dat ik bij de afdelingsleider langs ben gegaan om te vragen of Floris écht niet in een parallelklas geplaatst kon worden. Maar nee. De afdelingsleider weigerde om hem van klas te laten veranderen. ‘Hij was inmiddels bevriend met zijn klasgenoten’, was het argument. Dat betwijfelde ik ten zeerste. Maar goed. Ik ging me er geestelijk op voorbereiden om een heel schooljaar lang Floris voor mijn neus te hebben. Letterlijk. Want Floris zat altijd vooraan. In elk lokaal.

Ik gaf les aan de tweedejaars

In dat tweede jaar draaide alles om de schifting die aan het eind van het jaar gemaakt zou worden. En als mentor was ik de persoon die die schifting ging maken. Weliswaar in overleg met de zorgcoördinator, maar toch. Ik nam mijn taak zeer serieus. 

Drie richtingen

Onze derde jaar had drie richtingen. De basisgroep, die één dag per week buiten de deur stage mocht gaan lopen. De arbeidsgroep, die één dag per week intern stage zou gaan lopen: op de afdeling ‘arbeidstraining’. Stel je rijen tafels voor waar 15-jarigen onderdelen van een deurklink of headset in een zakje stoppen. En dan hadden we nog de steungroep. Dat waren de leerlingen die, onder begeleiding van de mentor, een paar uur per week arbeidstraining mochten doen, maar verder eigenlijk alleen maar leerden hoe ze 1) ergens op tijd moesten komen, 2) hun eigen lunchpakket konden klaarmaken en 3) hun veters zelf konden strikken. Die steungroep was de kwetsbare groep. In die groep heb ik nooit lesgegeven. Wel in de andere twee groepen.

Kwetsbare leerlingen

Ik schaam me om het te bekennen, maar ik was allergisch voor kwetsbare leerlingen. Gaf mij maar drie ADHD’ers, een club meiden met een grote bek en een autist in de klas… en ik had ze allemaal binnen een jaar op stage. Extern. Want dat was natuurlijk het uiteindelijke doel van de zogenaamde arbeidstraining. En toen ik een basisgroep had? Die liepen binnen het jaar twee dagen stage. Omdat hun stagebegeleider dat aan hen had gevraagd. Maar die kwetsbare groep… die konden met een beetje mazzel een extra jaar arbeidstraining doen en daarna rechtstreeks naar de sociale werkplaats. Ja: die waren er toen nog. En ik vond er niks an.

Terug naar Floris

Floris had wat mij betreft alle kenmerken van een leerling voor de steungroep. Hij was eenzaam. Hij had geen enkele aansluiting bij zijn klasgenoten; die vonden hem raar. Hij zat op schoonspringen en een spelletjesclub. Zijn klasgenoten lachten hem uit. Hij zag er kwetsbaar uit. Mocht zich bij gym omkleden in het invalidentoilet. Floris keek me nooit aan en praatte altijd met een zielig klein stemmetje. En wat ik het ergste vond: zijn leerlingdossier was verzegeld. Ik wist helemaal niets van hem. Niet eens een geboortedatum. ‘Op verzoek van de ouders en Floris zelf’, volgens de zorgcoördinator. Ik dacht er het mijne van, maar vooral: ik was geschokt en boos door zoveel wantrouwen. En daardoor deed ik geen enkele poging om Floris beter te leren kennen. Eigenlijk ging ik alleen maar -steeds opnieuw- in discussie met moeder over het verzegelde dossier.

Ik was dus een beetje dom...

Maar goed. Floris en ik worstelden ons dat schooljaar door en in juni vertelde ik Floris en zijn moeder dat ik Floris had verwezen naar de steungroep. Ze waren woedend, maar niet verrast. Ik had van het begin af aan duidelijk gemaakt wat ik van Floris vond. Moeder en Floris dienden een klacht in. Hun klacht werd afgewezen vanwege dossiervorming.

Zoveel jaren later schaam ik mij nog steeds dood:

Ik had een verkeerd advies gegeven

Het pleit voor mijn zorgcoördinator en de schoolleiding dat ze mij gesteund hebben (nog steeds: dank daarvoor) maar ik zat natuurlijk helemaal fout. Ik had de eerste regel geschonden: de regel van relatie. Mijn vooringenomenheid heeft Floris (en zijn moeder) verdriet berokkend. Zinloos geweld.

Gelukkig hebben mijn collega’s van het derde jaar het toentertijd allemaal snel opgelost. De kerstvakantie was een ijkpunt voor leerlingen die tot dan hadden laten zien dat zij een stapje hoger mochten. Of twee, zoals in Floris’ geval. In januari ging hij extern stage lopen en binnen een jaar was hij uitgestroomd naar het MBO. Uiteindelijk hebben docenten daar ervoor gezorgd dat hij kon doorstromen naar het niveau waar hij hoorde.

Floris heeft nu een eigen bedrijf

Als gediplomeerd maatschappelijk verzorgende zorgt hij ervoor dat ouderen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen. Dit alles weet ik pas sinds een jaar of tien. Ik kreeg een vriendelijk mailtje van Floris, met de link naar de website van zijn bedrijf…

Ik ben natuurlijk hartstikke trots op hem – met terugwerkende kracht. Maar als we het over blunders en advisering hebben…. Au.

Wil je meer weten over de online training op 27 januari? Klik dan hier

Wil je dit artikel lezen op KomenskyPost? Klik dan hier

Een goed klassenklimaat in zeven stappen

Een goed klassenklimaat in zeven stappen

Een goed klassenklimaat in zeven stappen

Afgelopen week heb ik een poll gedeeld op Linkedin:

Een goed klassenklimaat

Hoe sta jij er in? Hoeveel zin heb jij?

Een aantal leraren vindt het best eng. Dat snap ik wel. Je weet tenslotte niet of het veilig genoeg is. En dan niet voor jezelf, maar voor de ouderen en zwakkeren in jouw omgeving. We weten nog zoveel niet. De deskundigen weten het ook niet. Eigenlijk doen we maar wat.

Maar als de leerlingen dan toch komen, aanstaande maandag...

Laten we er dan het beste van maken. Laten we er in ieder geval voor zorgen dat er vanaf het eerste moment veiligheid is, plezier om elkaar weer te zien en een goed gevoel.

Herstel jouw goede klassenklimaat in zeven stappen

  1. Start met een hartelijk welkom. Zorg ervoor dat je iedere leerling persoonlijk begroet en organiseer een activiteit met de hele klas om elkaar weer te leren kennen
  2. Geef na de hernieuwde kennismaking een klassikale les, waarin je terugkomt op de stof die je behandeld hebt in je laatste online les
  3. Geef daarna meteen de les die op deze les volgt. Maak je les interactief met wisbordjes en beurtenstokjes
  4. Daarna organiseer je een vraag- en antwoordsessie. Hoe je dat doet, hangt een beetje van de leeftijd van je leerlingen af. Waar het om gaat, is dat je in korte tijd zoveel mogelijk vragen beantwoordt. Want reken er maar op dat leerlingen veel vragen hebben. Als je ruimte geeft om vragen te stellen en te beantwoorden, kun je in korte tijd weer neerzetten hoe je wilt dat men in jouw klas met elkaar omgaat
  5. Als leerlingen negatief of lacherig reageren op vragen (of antwoorden) van anderen, grijp je meteen in. Maak meteen duidelijk hoe de omgangsregels zijn, doe het voor/ geef het goede voorbeeld en geef leerlingen de kans om hun gedrag aan te passen aan het gewenste gedrag
  6. Stel de doelen vast voor de komende periode. Vertel waar je op gaat focussen en welke vakken je gaat laten vervallen of samenvoegen met andere vakken. Kies bewust. Als je het nog niet precies weet, zeg dan wat je wel al weet en wees eerlijk. Niemand weet tenslotte of dit de laatste lockdown was
  7. Neem de tijd om de dag af te sluiten. Geef leerlingen de ruimte om terug te kijken op deze dag. Hoe was het om elkaar weer te zien? Hebben ze iets gemist? Wat hebben ze geleerd? Waar kijken ze (morgen) naar uit?

Met een goed klassenklimaat ga jij tevreden naar huis

En daar gaat het tenslotte om.

Ga jij hybride lesgeven? Of aan groepjes? Trek dan vooral je eigen plan. De tips hierboven zullen je zeker helpen.

Blijf jij online lesgeven? Check dan eens online hoe het met jouw klassenklimaat is….

Was jouw klassenklimaat al slecht en wordt het niet beter?

Dan kan het zijn dat jij een ‘moeilijke’ klas hebt: een klas met leerlingen die gedrag vertonen waar jij moeite mee hebt. Kom dan meedoen aan de online oefensessie op 27 augustus: Pak de regie over jouw moeilijke klas

Klik hier voor meer informatie en opgeven.

Wil je iets anders?
Kiva heeft lesbrieven gemaakt die je gratis kunt downloaden