lind worden van een vakbond

Moet ik lid worden van een vakbond?

Ik ben starter in het onderwijs. Moet ik lid worden van een vakbond?

Deze vraag krijg ik regelmatig en ik vind het een goede vraag! Ik zet alles even op een rijtje.

Wat doet een vakbond?

Een vakbond is er om de rechten van werknemers te beschermen. Zolang jouw rechten niet geschonden worden, hoef je eigenlijk geen lid te zijn van een vakbond.
Maar… op het moment dat jouw rechten geschonden worden (bijvoorbeeld bij een arbeidsconflict) en je bent géén lid van een vakbond dan heb je een probleem. Je staat er in dat geval alleen voor en de enige oplossing is het in de arm nemen van een dure advocaat. Maar als je al lid bent helpt de vakbond je.
Kort door de bocht is een lidmaatschap bij een vakbond vooral een zeer goede rechtsbijstandsverzekering als je in het onderwijs werkt en je een arbeidsconflict krijgt. Je krijgt een goede advocaat toegewezen die alles voor je doet wat nodig is om goed uit het conflict te komen.

Als er een staking is (georganiseerd door de vakbond), krijg je op de stakingsdag geen salaris, maar ontvang je een vergoeding uit de stakingskas van de vakbond.

De vakbond onderhandelt voor jou met werkgevers over de cao. Hierbij behartigen ze ook jouw belangen. Mensen die in (vaste dienst) in het onderwijs werken, hebben te maken met twee zeer actieve bonden (CNV & AOB) en wij hebben daardoor een van de beste cao’s in Nederland. Onderwijspersoneel kan niet makkelijk ontslagen worden; dat hebben we aan de vakbonden te danken.

Als werknemer (al dan niet in vaste dienst) hoor je jouw rechten en plichten te kennen en dus ook je cao (net als ons burgerlijk wetboek). Maar helaas… dergelijke wetten en regels zijn moeilijker te begrijpen dan we eigenlijk willen en ze echt doorgronden is een taaie klus.
Als er iets op school verandert (pauzes, werktijden, taakverdeling, enzovoort), heb je meestal geen zin om de hele cao door te nemen. Je kunt de bond bellen en meteen je vraag stellen, zodat je meteen weet waar je aan toe bent. Ze kunnen je in vrijwel alle gevallen helpen als er problemen ontstaan op school.

De vakbonden hebben hun eigen tijdschrift, waar veel informatie in staat waar je echt iets aan hebt. Tenminste, dat vind ik. Het is van een veel hoger niveau dan, laten we zeggen, de Kampioen.

Als lid heb je recht op allerlei hulpdiensten. Korting op (collectieve) verzekeringen, gratis hulp bij aangifte inkomstenbelasting, leuke boeken, cursussen, scholingen en nog veel meer.

Bij alle bonden kun je terecht als je invaller of OOP bent.

Welke vakbonden zijn er en wat zijn de verschillen?

AOB: de Algemene Onderwijsbond.
Deze staat bekend als “openbaar” en is de grootste onderwijsvakbond. Is altijd als eerste op de hoogte en heeft goede rechtsbijstand. Met veel informatie voor startende leraren.

CNV-onderwijs: de Christelijke Onderwijsbond.
Ook heel groot en met goede rechtsbijstand. Verschilt niet veel van de AOB. CNV organiseert gratis trainingen voor invallers en heeft ook veel informatie voor startende leraren.

UnieNFTO: De bond voor VO, MBO en HBO en dergelijke.
Goede rechtsbijstand en ze hebben veel invloed op inhoudelijke ontwikkelingen.

AVV: van Beter Onderwijs Nederland.
Zij willen de belangen van leraren écht gaan behartigen, maar zij hebben geen rechtsbijstand in geval van een arbeidsconflict. Ze krijgen wel steeds meer invloed op beleid. De luis in de pels.

AVV-kunsteducatie: voor docenten in kunstvakken. 

LIA: Leraren in Actie.
Zijn ontstaan uit onvrede met de huidige grote vakbonden. Met rechtshulp (wel aan criteria gebonden) en enkele scholingen, maar niet zo uitgebreid als van de grote bonden.

FvOv: Vereniging van Onderwijs Vakbonden.
Blijkbaar praten zij ook al jaren mee over de cao’s en ze bieden scholing op het gebied van MR. Verder lijkt het een erg handige site, want al het officiële onderwijsnieuws staat er meteen op, evenals alle cao’s en de aanvullingen daarop. Geen rechtsbijstand.

AVS: Voor schoolleiders.
Uitstekende helpdesk en mogelijkheid tot rechtsbijstand. 

Waarom zou ik lid worden van een vakbond?

  1. Ook al denk je van niet, er is altijd een kans dat je in een arbeidsconflict terecht komt:
    Omdat je tussen wal en schip valt bij een nieuwe cao.
    Omdat de nieuwe leidinggevende en jij elkaar niet liggen.
    Omdat je moet samenwerken met een collega en dat werkt echt niet.
    Omdat het nieuwe bestuur heeft besloten dat je er zomaar uit of naar een andere school moet.

    Als je dan niet lid bent van een vakbond, dan baal je echt. En het onderwijs-arbeidsrecht is dermate anders dan andere arbeidsrechten, dat een gewone advocaat minder voor je kan doen dan een advocaat van de vakbond.
  2. Omdat je het heerlijk vindt om regelmatig een tijdschrift te lezen met nieuws over rechten en plichten in het onderwijs en ook wel wat andere zaken.
  3. Omdat je gratis of voor een klein bedrag scholing kunt krijgen.
  4. Omdat een telefoontje genoeg is om er achter te komen of jouw bestuur of directeur zomaar *** mag doen.
  5. Je krijgt betaald op de eerstvolgende echte stakingsdag.
  6. Je mag een gedeelte van de lidmaatschapskosten aftrekken van de belasting.
  7. En… als je nog op de opleiding zit, betaal je niets of een piepklein beetje.

En waarom zou ik geen lid worden?

  1. Ook een arbeidsconflict overleef je. Je zoekt ergens anders een leuke baan en laat ze hun flauwekul houden. Je hoeft niet altijd genoegdoening te halen.
  2. Een lidmaatschap kost geld.
  3. Er zijn voldoende andere collectieve verzekeringen, leuke boeken en leerzame scholingen in de aanbieding.
  4. Je werkt via een uitzendbureau of detachering. Dan val je onder een andere cao.

Oké. Ik word lid. Welke vakbond zal ik kiezen?

Kies op je gevoel.
Bekijk alle sites en neem degene die bij jou past.

En je kunt natuurlijk lid worden van twee vakbonden. Dan wordt je lid van AOB of CNV voor de zekerheid en kies je daarnaast AVV of LIA omdat jij ook wilt dat er iets gaat veranderen.
En als je een speciaal vak geeft (gym, muziek of je bent IB-er) dan word je natuurlijk (ook) lid van de FOV.

Die laatste site zet je in ieder geval bij je favorieten. Erg handig.

Ik heb geen vaste aanstelling. Is het dan een extra goed idee om lid te worden?

Moeilijke vraag. Ik kan geen ja of nee antwoorden.

De huidige flexwet is een heel groot probleem voor invallers. De bond kan je niet beschermen tegen een bestuur dat jou drie maanden op non-actief zet om je niet in vaste dienst te hoeven nemen.

Gelukkig zijn er steeds meer besturen die flexpools organiseren of detacheringsbureaus in de arm nemen. Als je in een flexpool werkt die onder een bestuur valt, dan val je onder de onderwijs-cao. Dan is het wel handig om lid te worden.

Als je steeds losse dagen invalt bij verschillende besturen, dan zou ik het even aankijken. Lid worden kan altijd nog als je ergens wat vaster zit.

Als je een hele lange tijd (lees: maanden) invalt op een school, kan het wel handig zijn om lid te worden.

Als je voor een detacheringsbureau werkt, dan val je niet onder de onderwijs-cao en heeft een lidmaatschap weinig zin. Behalve natuurlijk als je wel op de hoogte wilt zijn en blijven.

Heb jij nog aanvullingen? Zet ze in het commentaarveld.

functioneringsgesprek

Functioneringsgesprek

Functioneringsgesprek? Ga ervoor!

Op de meeste scholen worden functioneringsgesprekken gevoerd. Op alle scholen wordt dat anders geregeld.
Een functioneringsgesprek heeft een andere functie dan een beoordelingsgesprek. Het is zaak om daar alert op te zijn.

Vraag naar het doel van jouw functioneringsgesprek

Er bestaat veel onduidelijkheid over het verschil tussen een functioneringsgesprek en een beoordelingsgesprek. Beide gesprekken horen onderdeel te zijn van een cyclus en vinden jaarlijks plaats, maar ze hebben iedere een ander doel. Een functioneringsgesprek is een gestructureerd tweerichtingsverkeer-gesprek tussen jou en je leidinggevende. Jullie bespreken de huidige werkpraktijk om knelpunten op te sporen. Voor de geconstateerde problemen bedenk je samen oplossingen en daarover maak je afspraken. Het functioneringsgesprek is dus toekomstgericht. De verbetering (van beide kanten) staat centraal.

Soms krijg je van te voren een formulier met vragen, of een lijstje met onderwerpen.
Soms is er van te voren een klassenbezoek waar je wordt geobserveerd.
Soms krijg je alleen een datum en een tijd door en moet je maar afwachten wat de onderwerpen zullen zijn.

Soms is degene waar je het gesprek mee hebt ook degene die jou (als je starter of invaller bent) begeleidt. Dat is eigenlijk geen goede zaak; jullie hebben dan allebei twee petten op. In dat geval zou je kunnen vragen of je je functioneringsgesprek met iemand anders mag hebben.

In alle gevallen: ga ervoor!

Of je nu invaller bent of vaste kracht, de volgende tips kunnen je helpen

  1. Maak van te voren twee lijstjes. Een met dingen die je heel erg leuk vindt in je werk en een met zaken waar je niet blij mee bent. Als je tweede lijstje langer is dan het eerste, zal je je moeten afvragen of je hier wel wilt blijven werken. De uitkomst daarvan is van invloed op het gesprek dat je hebt.
  2. De dingen die je leuk vindt, kan je allemaal noemen. Doe dat met enthousiasme!
  3. De zaken die je niet leuk vindt, kun je omzetten in “wensen”. Tijdens je gesprek vraag je dan of er mogelijkheden zijn om die wensen te vervullen. Zo zorg je voor een positieve insteek.
  4. Spreek vanuit jezelf en niet over, of namens anderen.
  5. Je mag je kwetsbaar opstellen, zolang je er een leerdoel aan koppelt. Zo laat je zien dat je je bewust bent van je tekortkomingen, maar dat je er aan werkt.
  6. Alles waar je goed in bent, mag je ook zeker benoemen. Geef daar ook voorbeelden bij.
  7. Vraag of je zelf het verslag mag maken. Je maakt dan alleen een lijst met actiepunten en de data waarop deze actiepunten  (en door wie) uitgevoerd moeten zijn. Een uitgebreid verslag schrijven is zonde van je tijd!

 

Heb jij ook nog goede tips?

Zet ze in het commentaarveld 🙂

Heb jij je nog niet opgegeven voor het gratis webinar Timemanagement? Dat kan hier

Nog meer lezen over functioneringsgesprekken in het onderwijs? Dat kan hier

Zeven tips voor het omgaan met verdriet in het onderwijs

Omgaan met verdriet in het onderwijs

Verdriet hoort bij het leven. Verdriet in het onderwijs komt dus dagelijks voor in allerlei soorten en maten. Voor sommige tranen helpt een pleister, een knuffel of een lief woordje, maar helaas zijn er ook tranen die zich niet zo makkelijk laten drogen.

Leerlingen met verdriet

Leerlingen tonen hun verdriet op veel verschillende manieren. Sommigen lijden in stilte – daar merk je helemaal niks van. Andere leerlingen huilen bij het minste of geringste – vanwege gevoeligheid óf dramagedrag. Veel leerlingen worden alleen maar boos. Verdriet slaat bij hen om in onmacht en die onmacht uit zich door boos te worden op de boodschapper. Vaak is dat de leraar.

Collega's met verdriet

Het gebeurt wel eens dat een collega plotseling onderuit gaat. Figuurlijk, bedoel ik. In tranen uitbarsten tijdens een overleg of studiedag. Een woedeuitbarsting na een vervelend bericht van een ouder of deskundige. Zich terugtrekken in het eigen lokaal of niet meer verschijnen bij de koffie of een borrel. Voor collega’s geldt hetzelfde als voor leerlingen: iedereen uit verdriet op andere wijze. En dat kan heel anders zijn dan jouw manier.

Ouders met verdriet

In het onderwijs zijn ouders vaker boos dan verdrietig. Dat komt omdat in onze cultuur boosheid meer geaccepteerd is dan verdriet. Wij noemen iemand die verdrietig is wel eens een huilebalk of aansteller; iemand die we vervolgens negeren vanwege het gesnotter. Iemand die boos is – een schreeuwlelijk, is moeilijk te negeren. Je moet er iets mee, want woede neemt een berg negatieve energie mee en veroorzaakt onrust. Op boze ouders reageer je. Huilende ouders worden echter niet altijd serieus genomen. 

Zeven manieren om te reageren op verdriet

  1. Laat een oordeel achterwege
  2. Luister – en laat zien dat je luistert
  3. Toon begrip in houding, toon en stemgebruik
  4. Vraag door, maar nooit met Waarom?
  5. Stel je grens duidelijk en beslist
  6. Laat de ander zelf het probleem oplossen
  7. Spreek het vertrouwen uit dat de ander dat ook kan – geef eventueel een kleine hint

Het grootste verdriet in het onderwijs

Het overlijden van een leerling is een van de naarste dingen die je kan overkomen als school, als leerkracht. Net als het overlijden van een ouder van een leerling of collega. Verdriet gaat geen enkele  school voorbij, en hoe naar het ook klinkt, als je goed voorbereid bent, voorkom je paniek en kijk je later met een goed gevoel terug op een dergelijk heftige periode.

Daarom deze zeven tips:

1. Zorg voor een rouwprotocol. Je kunt deze downloaden van internet en aanpassen aan jouw school.

2. Zorg dat er één aanspreekpunt is, zowel voor de school als voor het getroffen gezin. Alle informatie loopt alleen via deze twee mensen. Dat voorkomt heel veel ruis.

3. Geef dagelijks ruimte voor het uiten van verdriet, maar stel kaders vast. Maak duidelijke afspraken over de tijdsduur en de vorm.

4. Leg op een centrale plek in de school een herdenkingsboek neer waar men in kan schrijven, met een foto, een kaars, een bloem, etc.

5. Wees duidelijk naar de familie toe hoe de school kan bijdragen en wanneer niet. In dit grote verdriet kunnen er (onbewust) enerzijds onredelijke eisen gesteld worden en anderzijds te grote toezeggingen gedaan worden.

6. Jongens uiten hun verdriet anders dan meisjes. Jongens maken wel eens ongepaste opmerkingen, meisjes kunnen in hun verdriet blijven hangen. Houd hier rekening mee en communiceer dit ook naar anderen.

7. Het kost sommige mensen veel moeite om zijn of haar emoties op een sociaal gewenste wijze uiten en/of onder woorden te brengen. Help deze leerlingen, ouders, collega’s.

Wil je meer lezen over verdriet in het onderwijs? Kijk dan hier.

Wil je meedoen aan de eerstvolgende gratis (online) workshop van Sterke School? Kijk dan hier.

digibord

Doe mee met de grote digibord test!

Doe mee met de grote digibord test!

Heerlijk hè, zo’n digibord. Ik vind het echt een van de meest fijne uitvindingen voor het onderwijs:
* Je kunt er filmpjes en plaatjes op laten zien.
* Je kunt steeds de achtergrond kiezen die jij nodig hebt (regels, ruiten, leeg).
* Je heb alle mogelijke tools en andere handige dingen (zandlopers, verjaardagstaarten, afstanden, karaoke, enzovoort).
Maar het meest blij was ik toch wel met de “schrijflettertoepassing”. Je typt het woord op je toetsenbord en hetzelfde woord verschijnt in perfecte schrijfletters op het digibord! En ook nog eens precies tussen de lijntjes! Voor iemand die drie maal is gezakt voor het vak “bordschrijven” op de Pabo (zoals ik…) is dat echt heel fijn. Nu sta ik zelf nog maar weinig voor de klas, maar ik zit wel heel vaak achter in een klas. En er valt me dan wel erg vaak hetzelfde op:

De leerlingen achterin kunnen het bord vaak slecht zien

• Het zicht op het bord is echt heel slecht op sommige plekken in het lokaal. Dat heeft soms te maken met zonlicht (tegenlicht) en soms ook met de verlichting in het lokaal. Filmpjes, ondertitels… alles wordt “flitserig” en veel te wit.

• Er staan vaak dingen geschreven op het whiteboard. Stift schrijft echter aanmerkelijk kleiner dan een krijtje… het programma van de dag is meestal onleesbaar. Ik vraag dan aan een leerling wat er staat, maar die kan het ook niet lezen. Het ligt dus echt niet aan mijn slechte ogen.

• Leerlingen melden vaak niet dat het bord onleesbaar is. Dat doen ze wel als er een som wordt uitgelegd, maar niet als er naar een filmpje gekeken wordt of als het om de informatie op een van de whiteboards gaat.

Dus eigenlijk… ik snap nu wel waarom het oude schoolbord donker was en krijtjes wit; het zicht vanuit alle hoeken in het lokaal was aanmerkelijk beter. Betekent dit dat ik hier naar terug wil? Nee, beslist niet – er zijn zelfs steeds meer scholen die zowel een krijtbord als een digibord hebben. Maar ik nodig je wel uit om zelf eens te testen hoe het zicht op alle plekken in jouw lokaal is, en dan ook nog eens bij alle soorten licht en tegenlicht. Je kunt dit alleen of met een collega doen, maar samen met de leerlingen is nog leuker:

 

Doe de digibordtest

1. Vertel de leerlingen dat jullie een test gaan doen waar je hun hulp absoluut bij nodig hebt: de Grote Bord Test
2. Van te voren heb je verschillende soorten beeld klaar gezet:
a. Filmpje (uit een methode);
b. Instructie;
c. PowerPointpresentatie of Prezi;
d. Plaatje;
e. Journaal of jeugdjournaal;
f. Oefenprogramma uit een methode;
g. …
3. Je whiteboard(s) is (of zijn) leeg.
4. Je spreekt met de leerlingen verschillende tekens af, bijvoorbeeld:
a. Linkerhand omhoog als je het kunt zien met je linkeroog (rechteroog dicht);
b. Linkerhand omhoog als je het kunt zien met je linkeroog (rechteroog dicht);
c. Twee handen omhoog als het met 2 ogen open goed te zien is;
d. Opstaan als je het kunt zien met beide ogen dicht.
5. Voor je neus liggen meerdere exemplaren van de plattegrond van jouw lokaal; eventueel met de namen van de leerlingen. Op iedere plattegrond heb je opgeschreven welke test er bij hoort; wat op het (digi)bord staat in combinatie met het soort licht.
6. Vervolgens noteer jij (of een leerling of een stagiaire) welke leerlingen hun vinger(s) opsteken bij iedere test.
7. Na het digibord komt het whiteboard (of komen de whiteboards) aan de beurt. Kies verschillende kleuren (is bij het digibord trouwens ook handig), verschillende groottes en verschillende plaatsen op het bord.
8. Het is meteen ook een test welke leerlingen misschien wel een bril nodig hebben…

Ik heb mijn coachingpagina aangepast (behalve de foto’s – die komen nog…). Neem eens een kijkje
En de SchoolTV-beeldbank is onmisbaar op jouw digibord.

Pak de orde terug in vijf stappen

Pak de orde terug in vijf stappen

Pak de orde terug in vijf stappen. Dat heb je soms nodig. Omdat iedere leraar ook mens is.

Herken je dit?

Dat je een klas hebt waar het wel aardig loopt. Er zitten wel wat stoorzenders tussen de lieverdjes van leerlingen, maar die weet je over het algemeen best in het gareel te houden. Meestal gaat het prima met de orde in jouw klas.

Maar dan gebeurt het. HET. Je bent moe of sacherijnig of wat dan ook en in ieder geval niet alert. En dan kun je verkeerd op een leerling reageren. En met een beetje pech begint de hele klas zich er mee te bemoeien en PATS – 

Ik weet nog precies hoe dat voelde...

Ik maakte per ongeluk een vervelende opmerking, keek de verkeerde kant op waardoor ik iets niet zag, of mijn hele houding was gewoon FOUT. Onzeker, niet-overtuigd. Ik stond niet op twee benen. En ik voelde de orde als zand tussen mijn vingers wegglippen.

Meestal probeerde ik dan nog krampachtig te redden wat er te redden valt, maar in het begin lukte dat nooit. Het bleek – steeds weer – een kwestie van de les uitzitten en volgende les opnieuw proberen. Het fijne is wel dat dat altijd lukt, omdat leerlingen je altijd weer een nieuwe kans geven. En als je dan zelf alert bent (en uitgeslapen en vrolijk) dan is het net alsof die vorige les nooit geweest is.

En toen viel het kwartje

Eén keer deed ik iets compleet anders dan anders. En dat werkte echt supersnel; ik had de orde binnen no time terug. Ik heb er vijf stappen van gemaakt die ik hier met jou deel.

Pak de orde terug in vijf stappen

1. Ga op een andere plek staan; achter in het lokaal en vraag de leerlingen op zachte toon om hun spullen op te ruimen en even naar je te luisteren. Kijk daar heel ernstig en bezorgd bij. Omdat je iets onverwachts doet, luistert iedereen redelijk snel. De leerlingen moeten zich omdraaien en zijn daardoor met jou bezig en niet meer met elkaar.
2. Ga heel stevig staan: beide benen op de grond. Haal een paar keer diep adem en kijk omhoog – dat geeft nieuwe energie. Kijk alle leerlingen één voor één aan. Snel.
3. Bied in één zin je excuses aan voor het verstoren van de orde en zeg dat je deze les een andere keer gaat geven, als je deze beter hebt voorbereid. Vandaag is blijkbaar niet het goede moment.
4. Geef de leerlingen een simpele zelfstandige opdracht (individueel & schriftelijk). Bijvoorbeeld het maken van een lesje. Zodra de leerlingen allemaal bezig zijn heb je de orde terug: binnen tien minuten doet iedereen weer mee met de les. Leerlingen die niet meteen beginnen, die kijk je aan en glimlach je toe. Leerlingen die hun mond open doen, daar ga je achter staan. Zonder iets te zeggen. Loop door de klas zonder de leerlingen te storen.
5. Na afloop bedank je de leerlingen voor hun coöperatie.

Wil je nog meer tips voor het houden van orde?

Woensdag 11 november geef ik weer het gratis webinar De drie wetten van Orde. Je kunt je opgeven via deze pagina.

Tien tips voor Invallers in het Basisonderwijs

Tien Tips Voor Invallers In Het Basisonderwijs

Ik heb meer dan tien jaar ingevallen op heel veel verschillende scholen, omdat er in de tijd dat ik mijn Pabo-diploma kreeg (1988) nauwelijks werk was; zelfs niet voor mannen. Mijn mannelijke klasgenoten vertrokken de ICT in, dat was toen een geweldig ontwikkelgebied.
In die tien jaar heb ik heel veel geleerd en ben ik door schade en schande (onder)wijzer geworden.
Soms had ik weken achtereen geen werk; als ik een half jaar op dezelfde school werkte had ik geluk, maar regelmatig zag ik in één week zes verschillende scholen.
In de meeste gevallen lag alles klaar met een keurig overzicht van de dag. Een enkele keer lag er helemaal niets. En heel soms probeerden de leerlingen me weg te pesten.
Dat lukte ze nooit… daarvoor had ik teveel lol. Maar ik had heel graag tips gewild voor invallers.

Invallen kan heel leuk zijn

Het doel is vooral om ervoor te zorgen dat zowel jij als de leerlingen een goede en gezellige dag hebben. Directeuren zijn vaak al tevreden als ouders niet klagen. Als er geen overlast is, zijn de collega’s blij. Als de leerlingen ook nog iets nieuws geleerd hebben, is de eigen juf of meester ook nog blij. Maar niet alle invallers scoren goed op alle scholen.

Invallen is in ieder geval heel erg leerzaam

Je leert in een soort snelkookpan belangrijke vaardigheden:

  1. In no-time een band opbouwen met leerlingen die je niet kent
  2. Orde houden in zowel moeilijke als makkelijke klassen
  3. Lesgeven zonder methodes, zonder digibord, zonder schriften
  4. Flexibiliteit in alle omstandigheden
  5. De enorme verschillen tussen scholen en leerlingen

Tien tips voor invallers in het basisonderwijs

1. Zorg dat je er netjes uitziet!
2. Geef iedereen een hand. Collega’s, OOP, leerlingen en ouders.
3. Neem een invalkoffer mee met lessen en activiteiten.
4. Houdt een logboek bij per school/ klas met dingen die je moet onthouden voor de volgende keer dat je daar komt.
5. Sta op twee benen, drink genoeg en maak lol.
6. Neem je eigen regels mee (letterlijk) en houd je leerlingen daar aan.
7. Maak met de leerlingen leuke naamstickers.
8. Houd een quiz over jezelf.
9. Neem een beker met ijslollystokjes mee, zet daar de namen op en trek namen om beurten te geven.
10. Kijk alles meteen na afloop van de les samen met de leerlingen na. Dan weet je meteen hoe je les is gegaan en je hoeft niet na schooltijd na te kijken.

Extra tip voor invallers: Zorg voor een hele leuke activiteit aan het einde van de dag, zodat iedereen vrolijk naar huis gaat. Jij vooral!

Wil je goed voorbereid kunnen invallen op alle scholen? Koop dan onze online les Invallen in het PO in de webshop.

Drie tips voor het motiveren van ongemotiveerde leerlingen

Drie tips voor het motiveren van ongemotiveerde leerlingen

Je kent ze wel: ongemotiveerde leerlingen. Ze vinden school maar niks, staan onverschillig t.o.v. leraren, leerstof en cijfers en ze lopen de kantjes er van af.

Waarschijnlijk heb je al vaker gesprekken met ze gehad. In die gesprekken gaven ze toe dat ze niet gemotiveerd zijn. En vervolgens legden ze de schuld buiten zichzelf:

  • School is saai
  • Ik leer hier toch niks nuttigs
  • Alle leraren zijn stom/ jij bent stom

Wiens probleem is het?

Is het ’t probleem van de ongemotiveerde leerling? Of is het jouw probleem omdat je er last van hebt? Zijn er anderen die er last van hebben? Ouders? Collega’s? Klasgenoten? 

Begin bij het begin

Je kunt eindeloos gesprekken voeren met ongemotiveerde leerlingen, zonder dat er iets verandert. Het is helaas een feit dat je als leraar niet zoveel invloed hebt als je wel zou willen. Een mens kan alleen invloed uitoefenen op een ander mens als aan bepaalde voorwaarden is voldaan:

  1. De relatie tussen beide mensen is uitstekend
  2. De ander heeft een goede reden om zijn gedrag (of houding) te veranderen
  3. De ander neemt de informatie die hij krijgt voor waar aan

Tip 1: Verbeter de relatie

  • Laat iedere keer opnieuw merken dat je blij bent om de leerling te zien
  • Geef complimenten voor iedere positieve (re)actie
  • Vertel zo nu en dan een leuk weetje over jezelf in de klas

Tip 2: Laat zien wat consequenties van gedrag zijn

  • Vertel terloops verhalen over (oud)leerlingen die dromen hadden en doelen bereikten
  • Bespreek regelmatig met je klas de gestelde doelen; bespreek ook vooral de waarom
  • Weiger de toegang van leerlingen – die het onmogelijk maken voor andere leerlingen om te leren – in jouw les(sen)

Tip 3: Stel de juiste vragen

  • Stop met het houden van zinloze preken; daarmee voorkom je sociaal gewenste antwoorden
  • Sluit in gesprekken aan bij wat de leerling bezighoudt
  • Vraag door op wat de leerling vertelt… zonder waarom; zonder hem ter verantwoording te roepen
  • Blijf nieuwsgierig

Tijdens de tweedaagse training voor startende leraren besteed ik veel aandacht aan het beïnvloeden van gedrag van anderen. Overweeg je om mee te doen? Klik dan hier

Wil je meer weten invloed en betrokkenheid? Klik dan hier

Een stappenplan om je leerlingen te leren samenwerken

Een stappenplan om je leerlingen te leren samenwerken

Samenwerken is een vaardigheid die niet alle leerlingen vanzelf kunnen. Jij als leraar moet ze die vaardigheid aanleren. Samenwerken kan voor iedereen wat anders zijn. Voor sommige leerlingen betekent het dat ze mogen praten. En dat hoeft niet per se te zijn over het bedoelde onderwerp. Andere leerlingen gebruiken de mogelijkheid om zelf niets te hoeven doen; dan schrijven ze alles over van hun buur. Of ze werken tegen, door geen enkele bijdrage te leveren. 

Het begint dus met een plan

Een stappenplan waarin je de leerlingen leert hoe samenwerken er in jouw klas uit moet zien. Wat je ziet, wat je hoort en wat de leerlingen precies moeten doen. Het gaat altijd over zichtbaar gedrag.

Stap 1: Wat is samenwerken eigenlijk?

Vraag het eens aan je leerlingen: wat is samenwerken eigenlijk? Wat doen ze? Met wie? Wat is het doel? Hoe ziet het eruit?
Zet de uitkomsten op het bord. Denk ook aan afspraken m.b.t. luisterhouding, lopen door de klas en stemvolume.

Stap 2: Hoe ziet samenwerken eruit in onze klas?

Schrijf samen met de leerlingen alle stappen op die je moet zetten om goed samen te kunnen werken:

a. Wat moet er allemaal gebeuren?

b. Welke taken zijn er nog meer?

c. Wie heeft welke rol of taak?

d. Wat doe je als je het niet met elkaar eens bent?

e. Wat doe je als je klaar bent met je taak?

f. Hoe gaan jullie de gedane taken controleren?

g. Wanneer, aan wie en op welke manier gaan jullie hulp vragen?

Stap 3: Wat is samenwerken niet?

Ook dit is een een leuke vraag om samen met de leerlingen te beantwoorden. Waarschijnlijk komen de volgende punten dan aan de orde:

a. Welke ongeschreven regels gelden er?

b. Is het erg als één iemand meer doet dan de rest?

c. Is het erg als iemand helemaal niets doet?

d. Hoe moet je samenwerken met iemand die geen vriend van jou is?

Zorg ervoor dat je een mooie lijst maakt van alle afspraken. Hang de afspraken zichtbaar in de klas.

Stap 4: Aan welke eisen moet het eindproduct voldoen en hoe wordt het beoordeeld?

Dit is natuurlijk een vraag aan jou, als leraar. De eisen kunnen per opdracht verschillen. Geef hierbij ook aan wanneer een taak af moet zijn en hoeveel tijd de duo’s of groepjes per keer hebben om de opdracht te maken.
Zorg ervoor dat alle eisen en de procedure duidelijk en transparant zijn.
Zorg ervoor dat deze afspraken ergens na te lezen zijn voor de leerlingen. Op het bord of op een poster.

Veel plezier en succes.

Wil je meer informatie over de tweedaagse training voor startende leraren in de herfstvakantie? Klik dan hier

Wil je meer weten over samenwerken in de klas? Klik hier

Leer je leerlingen een goede studiehouding aan: leer ze leren

Je geeft les omdat je wilt dat jouw leerlingen dingen leren. 

Ze moeten vaardigheden leren
Feitjes onthouden
Competenties ontwikkelen
Goede zinnen maken
Informatie opzoeken en vinden
De beste manier is om dingen te onthouden
Hoe ze zich horen te gedragen
Verbanden leggen tussen verschillende informatie
Effectief huiswerk maken
Toetsen leren en planningen maken
En nog veel meer…

De meeste leerlingen kunnen dat niet vanzelf

Het is jouw taak om ze al die dingen te leren. Daarom krijg je 15 tips die je je leerlingen mee kunt geven bij het maken van huiswerk en het leren van proefwerken en toetsen. Voorwaarde is dat jij duidelijke instructies geeft over:
* Hoe ze een opdracht moeten maken
* Welke informatie belangrijk is
* Waar het eindresultaat aan moet voldoen

De 15 tips die je meegeeft aan jouw leerlingen

1. Zorg voor een goede planning. Wissel vakken af en neem voldoende pauzes tussendoor.

2. Zet een duidelijk doel voor jezelf voor je begint met leren. Dan weet je waarom je het doet.

3. Voor je begint met leren: zet je mindset op uitdaging en je focus op leren.

4. Afleiding en prikkels zijn funest. Je telefoon zet je even uit.

5. Muziek luisteren kan helpen. Kies dan voor muziek in hetzelfde ritme als je hart klopt.

6. Zorg voor licht, frisse lucht en water. In de pauzes mag je wat eten en ga je even bewegen. Laat je telefoon nog steeds uit.

7. Multitasken is slecht voor je hersens.

8. Sport en beweeg regelmatig.

9. Eet gezond en vermijd energiedrankjes.

10. Leer snellezen. Als je sneller leest ben je ook eerder klaar.

11. Als je iets wilt onthouden dan moet je het zeven keer herhalen.

12. Optimaal herhalen = na 10 minuten, na 1 uur, na 1 dag, na 3 dagen, na 7 dagen, na een maand en na een jaar.

13. Werk met kleuren en kaartjes om woorden en begrippen te onthouden en jezelf te overhoren. Dansjes en liedjes werken ook.

14. Maak mindmaps in plaats van samenvattingen. Je brein onthoudt een mindmap beter omdat je je hersenen dan beter benut.

15. Pas als je iets 21 keer gedaan hebt, kan iets een automatisme worden.

Extra tip: Oefening baart kunst & de aanhouder wint!

Heb je moeite met het overtuigen van jouw leerlingen? De tweedaagse training Sterk voor de Klas kan je helpen. Klik hier voor meer informatie

Wil je meer weten over leren en onthouden door leerlingen? Kijk dan hier eens

Een presentatie houden… hoe leer je dat?

Een presentatie houden… hoe leer je dat?

Wij vragen onze leerlingen regelmatig om een presentatie te houden. Of een spreekbeurt. En ik kan me herinneren dat ik, toen ik pas voor de klas stond, vond dat mijn leerlingen “dat maar gewoon moesten kunnen”. Ik had geen idee dat, of hoe, ik ze dat zou kunnen leren. Maar nu weten we dat we onze leerlingen alles moeten leren.. ook het houden van een presentatie. 

Presenteren kun je leren

Ik las in een oude “Juf” (Malmberg) een artikel met als titel “Presenteren kun je leren” Dat artikel heb ik gebruikt om een stappenplan te maken. Een stappenplan dat ik vroeger graag had willen hebben om de leerlingen beter te kunnen helpen.

Een stappenplan

1. Actief en respectvol luisteren.

Allereerst moeten de leerlingen leren hoe ze actief en respectvol luisteren:

  • Zit rechtop en kijk naar de presentator.
  • Schrijf eventuele vragen op, het liefst in een daarvoor speciaal bestemd schrift.
  • Praat er niet doorheen. (Stel je voor dat je daar zelf staat.)
    Fouten maken mag.

2. Hoe kies je het juiste onderwerp?

Soms krijgen leerlingen een onderwerp toegewezen, soms mogen ze zelf kiezen. In het eerste geval is het belangrijk om duidelijk aan te geven welke onderdelen bij het onderwerp horen, en welke beslist niet.

In het tweede geval moeten de leerlingen hun onderwerp afbakenen als het te groot is. “Voetbal” is zo’n voorbeeld. Het is dan beter als een leerling zijn of haar favoriete speler of club kiest.

3. Maak een mindmap of woordenweb.

Zet het onderwerp in het midden en laat de leerlingen er een maximaal aantal takken (subonderdelen) bij schrijven. Je kunt ook een voorgedrukte mindmap uitdelen, waarin de namen van de takken alvast staan ingevuld. Zorg ervoor dat iedere tak zijn eigen kleur krijgt. Maak eerst klassikaal een mindmap; doe het voor. Mindmappen werkt ook goed bij het maken van een verslag of werkstuk. 

4. Teksten en plaatjes

Sommige leerlingen werken graag vanuit plaatjes, anderen beginnen liever met tekst. Laat de leerlingen daarom bewust kiezen. 
Schrijvende leerlingen laat je per subonderdeel een tekstje schrijven. Daarna gaan ze er plaatjes bij zoeken.
Visueel ingestelde leerlingen laat je per tak plaatjes zoeken en daarna bij ieder plaatje een tekstje schrijven.
Geef altijd het (minimaal) vereiste aantal pixels op, zodat er tijdens de presentatie geen wazig zoekplaatje op het digibord  staat.

5. Filmpjes

Vertel dat eventuele filmpjes niet langer dan 2 minuten mogen duren.

6. Voorlezen

Je voorkomt het voorlezen van teksten door de leerlingen in tweetallen van te voren te laten oefenen aan de hand van een blaadje met steekwoorden. Dat kan ook ook in de vorm van een woordenweb of mindmap. Op deze manier kun je leerlingen trouwens ook laten oefenen met het vertellen van “boekzinnen” in hun eigen woorden.

7. Presenteren voor de hele groep

Geef regelmatig opdrachten, waarbij leerlingen staand (eerst achter hun stoel en daarna voor de klas) iets moeten vertellen. Zo’n vertelling duurt eerst 30 seconden en dat kan je langzaam opbouwen.

Geef daar de volgende aandachtspunten bij en geef daar ook feedback op:

a. Sta op twee benen.
b. Bedenk wat je met je handen doet.
c. Kijk je medeleerlingen om de beurt aan, kijk niet naar een punt of over de hoofden heen.

8. Over het stellen van vragen na afloop van een presentatie

Leer je leerlingen vragen stellen met de volgende beginwoorden:
a. Hoe denk je dat…
b. Sinds wanneer…
c. Hoe zou jij…
d. Wat is het belangrijkste dat…
Zet deze zinnen op het bord, zodat ze kunnen spieken.

9. Een presentatie maken met Powerpoint

Ook dat moeten leerlingen leren. Geef als eerste oefening oefening alle leerlingen hetzelfde onderwerp en geef ook aan hoeveel dia’s er minimaal en maximaal getoond mogen worden. Vertel ook welke eisen je stelt aan spelling, stijl, zinsbouw en illustraties.

10. De beoordeling van een presentatie

Het is meestal zo dat zowel jij als leraar als de leerlingen de presentatie mogen beoordelen. Ik vind dat altijd een moeilijk punt, omdat vriendjespolitiek en/ of affiniteit met het onderwerp vaak een rol spelen.

Het is beter om bijvoorbeeld 10 punten aan te geven, waar een presentatie aan moet voldoen. Dan is jouw beoordeling in ieder geval duidelijk en transparant:
Je: 
a. bent goed goed te verstaan.
b. staat op twee benen.
c. vertelt met passie over het onderwerp.
d. leest niet voor, je gebruikt je eigen woorden.
e. spreekt foutloos Nederlands qua grammatica
f. zegt maximaal 25 keer “..eh..”.
g. presentatie heeft ongeveer 10 dia’s.
h. weet duidelijk meer van het onderwerp dan hetgeen je gepresenteerd hebt.
i. je hebt 8 duidelijke plaatjes, die iets toevoegen aan je verhaal.
j. powerpointpresentatie voldoet aan de gestelde eisen
Je kunt ook nog eventueel een bonuspunt geven: 
k. Je hebt iets verrassends ingevoegd. Een filmpje, een quiz, een anekdote, een spel. Leuk voorbeeld: bij een spreekbeurt over “de Olifant” heeft de leerling een olifantendrol meegenomen…

Leerlingen kunnen feedback geven met de volgende hulpzinnen:

a. Het meest interessante wat ik gehoord heb was…
b. Wat ik nog niet wist was…
c. Wat ik erg goed vond was…
d. De volgende keer kan je beter…
Ook deze zinnen kun je op het bord zetten.

Veel plezier!

Wil je meedoen met mijn gratis webinar over De drie wetten van orde? Klik dan hier.

Wil je meer weten over digitale presentatievormen voor het onderwijs? Klik dan hier.