Vertraging

Een pleidooi voor vertraging

Een pleidooi voor vertraging

Dit is een pleidooi voor vertraging. We hebben het druk en we hebben haast. Onze to-do-list wordt maar langer er langer. Zeker zo vlak voor de zomervakantie hebben we de hele dag door het gevoel dat we achter de feiten aanrennen: we moeten nog zoveel. Het is de hoogste tijd: tijd om te vertragen in het onderwijs.

Realiseer je je dit wel eens?

Als jij gehaast bent, dan hebben jouw leerlingen daar last van. Onbewust voelen ze aan dat jij onder druk staat. Leerlingen worden daar onrustig van. En druk. Dus als jij je altijd al afvroeg waarom leerlingen altijd druk zijn voor de vakantie – het antwoord is simpel:

Jij staat onder druk en jij geeft die druk door

Zonder dat je het merkt, ben je zelf de oorzaak van de onrust. En er is maar één oplossing: vertragen. Ik denk trouwens dat dat goed is voor iedereen. Niet alleen voor je leerlingen, maar vooral voor jou, je omgeving en het hele onderwijs.

Hoe dat moet?

Het is een kwestie van keuzes maken en je aan die keuzes houden. De truc is natuurlijk ook vooral om allereerst de tijd te nemen om die keuzes te maken. Ja. Een open deur. Maar wat als je het ook echt zou doen? Wat zou jou dat opleveren? Ik maak het je makkelijk.

Een stappenplan om te vertragen

  1. Ga zitten met papier en pen, zet een rustig muziekje op en doe een paar minuten je ogen dicht
  2. Pak je agenda erbij
  3. Kijk hoeveel to-do’s je de komende weken hebt. Eigenlijk is drie to-do’s meer dan genoeg voor een gewone werkdag. Dus als je er meer dan drie hebt:
    1. Wat kun je in ieder geval schrappen of uitstellen?
    2. Welke dingen doe je voor een ander? Welke to-do’s kun je teruggeven?
  4. Pak je rooster erbij. Welke lessen of vakken kun je schrappen of vervangen door een opdracht waar je weinig tijd aan kwijt bent? Zorg ervoor dat je (zeker) die laatste weken weinig tot geen tijd kwijt bent aan voorbereiden en nakijken
  5. Ga naar buiten met je leerlingen. Wandelen, tekenen, fotograferen, lezen,  picknicken, enzovoort. Als het maar traag is en rust oplevert
  6. Stap je lokaal pas in als je rustig bent. Houd je hoofd leeg door alles wat je bedenkt meteen ergens te noteren Later kun je beslissen wat je met die notities gaat doen. Weggooien is ook een optie
  7. Dwing jezelf om pauzes te nemen. Zonder telefoon
  8. Slaap je slecht? Zet een uur voor je naar bed gaat alle schermen uit en leg een notitieboekje naast je bed
  9. Begin de dag met een korte yogaoefening en sluit je dag daar weer mee af. Je kunt de leerlingen natuurlijk mee laten doen
  10. Zet zachte, rustgevende muziek op als de leerlingen aan het werk zijn. Net zacht genoeg om niet te storen. Dit verhoogt zowel de sfeer als de rust. Sommige leerlingen moeten hier aan wennen…

Heb je behoefte aan een cursus Timemanagement voor het onderwijs? In onze webshop vind je een online cursus, die redelijk goedkoop is, weinig tijd kost en effectief tijdwinst oplevert. Zo begin je het nieuwe schooljaar zeker goed.

Wil je meer weten over vertraging in het onderwijs? Luister dan naar deze podcast

Wil je leren hoe je je grenzen kunt bewaken, als leraar en collega? Je kunt nu vroege vogel-korting krijgen voor de online dagtraining Sterk voor de Klas op zaterdag 4 september a.s. 

Een geweldig vak

Een geweldig vak

Leraar: een geweldig vak

Veel leraren worden leraar omdat ze uit een onderwijsfamilie komen (wie heeft er niet bij zijn vader of moeder in de klas gezeten?), omdat de lerarenopleiding tweede keus was (eigenlijk wilde ik acteur worden) of omdat de vele vakanties lonkten (en helaas blijken die nog steeds te kort). Maar in deze tijd van grote tekorten noem ik graag nog meer goede redenen om leraar te worden. Je weet tenslotte nooit wie dit leest (soms vangt een koe een haas).

Tien redenen om het vak van leraar te kiezen

  1. Werken in het onderwijs is afwisselend. Geen dag is hetzelfde. Als je ’s morgens de school binnenstapt, weet je nooit wat er die dag allemaal gaat gebeuren.
  2. Het vak van leraar zorgt ervoor dat je voortdurend bezig bent met jouw eigen persoonlijke ontwikkeling. Je leert iedere dag bij. Ontwikkelingen volgen elkaar in hoog tempo op. De verschillende visies zorgen ervoor dat je scherp blijft en blijft nadenken.
  3. Je hebt iets uitgelegd en plotseling branden er lampjes boven de hoofden van je leerlingen. ‘Ik snap het!” Die momenten zijn onbetaalbaar en vervelen nooit.
  4. De humor is specifiek en onbetaalbaar. Lachen met de leerlingen om een mopje. Dubbel liggen met je collega’s omdat één van hen een leerling nadoet. Genieten met ouders omdat vader dezelfde grappen maakt als zijn zoon; jouw leerling. Lachen om jezelf omdat je weer de inlogcode van het digibord kwijt bent.
  5. De momenten van ontspanning in de klas. Alle momenten dat 30 leerlingen én jijzelf gelukkig zijn in een klaslokaal zorgen voor energie die verslavend werkt.
  6. Je leert ‘nee’ zeggen en je grenzen bewaken. Want iedereen trekt de hele dag aan je. Leerlingen proberen je uit, ouders stellen hoge eisen en je leidinggevende zeurt ook. Alles went. Als je om kunt gaan met dergelijke weerstanden heb je daar ook buiten school plezier van.
  7. Als je van feesten houdt: de meeste scholen grijpen iedere kans aan om een feestje te bouwen met of voor de leerlingen. In de bijbehorende commissies kun je meteen al je creatieve ideeën kwijt.
  8. Nergens heb je zoveel vrijheid om je eigen creativiteit te kunnen botvieren. Je kunt je eindeloos uitleven in projecten, thema’s, digitale tools, knutsels, lesideeën, aankleding van je lokaal, lesvoorbereidingen, enzovoort.
  9. Je bent altijd verzekerd van werk en hebt de beste rechtszekerheid van alle beroepen in Nederland.
  10. En ja oké: je hebt vaak vakantie en het verdient niet heel erg slecht.

Wil je ook leraar worden en zoek je meer informatie? Klik dan hier

Je kunt je nog opgeven voor het webinar ‘Vijf tips voor het lesgeven in combinatieklassen?’ op 9 juni a.s. Klik dan hier

Dat doen wij zo niet

Dat doen wij zo niet

Dat doen wij zo niet

‘Dat doen wij zo niet.’ Een opmerking die veel starters (en vooral zij-instromers) op een nieuwe  school te horen krijgen. Jij hebt misschien ook wel die ervaring. Je neemt je eigen kennis en ervaring mee, hebt een frisse blik en hebt goede ideeën over hoe dingen anders zouden kunnen. Dus je brengt een idee in. En dan hoor je: ‘dat doen wij zo niet’. Alsof zij jouw idee al jaren geleden hebben bedacht en uitgeprobeerd. 

Wij doen het al jaren zus en zo en dat bevalt prima

Nog zo’n opmerking waar je niks mee kunt als je een verandering voorstelt. Alsof ze niet wíllen veranderen. Wat voor hen werkt, moeten anderen precies hetzelfde doen en als die anderen het liever anders doen omdat die manier voor hen niet werkt, dan hebben ze pech

Toen ik pas begon had ik ook van die wilde plannen

…is ook zo’n opmerking, gevolgd door ‘maar je zult zien dat dat vanzelf overgaat’. Eigenlijk vind ik die opmerking nog de ergste van de drie. Ik heb dan meteen het idee dat ik terecht ben gekomen in een werkomgeving zonder enig perspectief. Een tredmolen waarin iedereen alleen maar bezig is met de volgende vakantie. ‘Nog maar 119 dagen, 4 uur en 23 minuten, jongens!’ 

Laten we eerlijk zijn

Het is niet leuk om dergelijke opmerkingen te horen. En gelukkig worden ze steeds minder gemaakt. Maar als je op een school zit waar je wel zulke opmerkingen te horen krijgt, kun je natuurlijk ontslag nemen en een andere school zoeken. Of je gaat tactisch manoeuvreren. In ieder geval is het belangrijk dat je alle opmerkingen niet persoonlijk aantrekt. Ze hebben namelijk niets met jou te maken. Opmerkingen als ‘zo doen wij dat niet’ zijn symptomen van een systeem dat goed werkt voor de mensen die er al in zitten. Ze hebben geen enkele reden om het bestaande systeem te veranderen of aan te passen.

Alle opmerkingen zijn goed bedoeld

1. Het komt misschien anders over, maar in de grond zijn het allemaal welwillende adviezen met het doel om jou te beschermen. Tegen teleurstellingen of tegen negatieve reacties van anderen. Het is belangrijk dat je alle opmerkingen in dat licht ziet. Heel lief eigenlijk, van je nieuwe collega’s.
2. Jij mag dan namelijk ook welwillend en begrijpend reageren. ‘Ik begrijp het’, zeg je dan. Of ‘natuurlijk, het werkt voor jou en dan zal het voor mij vast ook werken’. Daarna kun je vragen naar de bezwaren die er zijn. Zoek de weerstand op, vraag door. Uit nieuwsgierigheid. Misschien heeft diegene wel een punt. 
3. Vervolgens vraag je of je jouw plan toch mag uitproberen. Bij wijze van pilot. Bijvoorbeeld in jouw klas. In de meeste gevallen wordt daar positief op gereageerd.
4. Je gaat aan de slag.
5. En je vertelt iedere keer enthousiast over de vorderingen die je maakt.
6. Als je ergens tegenaan loopt, dan vraag je om hulp aan iemand die (min of meer) positief t.o.v. jouw ‘nieuwe idee’ staat.
7. Je houdt vol. Grote kans dat iemand jouw plan adopteert.

Veel succes!

Wil je meedoen aan het webinar voor invallers in het PO? Klik dan HIER

Wil je meer weten over verandermanagament? Klik dan HIER

Kennis of kunde?

Kennis of Kunde?

Kennis of kunde?

Wat is belangrijker: kennis of kunde?
Wat moeten wij onze leerlingen leren om ze goed voorbereid af te kunnen leveren op de volgende school of opleiding?

Ik heb een hoop kreten gehoord, de afgelopen jaren:
* Scholen bereiden leerlingen slecht voor op het bedrijfsleven.
* Leerlingen struikelen op HBO of Universiteit door gebrek aan kennis en vaardigheden.
* Onze leerlingen gaan beroepen uitvoeren die nu nog niet bestaan.
* Het lees-, taal- en rekenniveau van leerlingen is bedroevend slecht.
* Je kunt alle kennis vinden op internet.
* Kinderen en jongeren zijn handiger op de computer dan volwassenen.
* Het huidige onderwijs is verkeerd ingericht: het systeem moet anders.

Mijn vraag aan jou:

Waar draait het in het onderwijs echt om?

Gaat het er om leerlingen kennis bij te brengen? Of moeten we ze coachen bij het dingen kunnen? En wat moeten leerlingen eigenlijk allemaal kunnen en weten als ze klaar zijn met leren? En wie bepaalt wat ze allemaal moeten kunnen en weten? Scholen met een ander onderwijsconcept schieten als paddestoelen uit de grond. En allemaal hebben ze een duidelijke visie en een mooi verhaal. De leerling staat centraal, de leraar is coach en de leerling geeft zelf “sturing aan zijn of haar leerproces”. Maar ik heb er wel wat vragen over.

Wat is dan precies “gepersonaliseerd leren?” Hoe ziet “samen ontdekken” eruit? Welke ICT-vaardigheden en andere “21th centuryskills” moeten leerlingen beheersen? Hoeven leerlingen niet meer netjes te schrijven omdat toch alles op computer gaat? En wanneer zijn leerlingen eigenlijk “eigenaar” van hun eigen leren? Wanneer is een school “ontwikkelingsgericht”? Wordt er echt gekozen tussen “kennis of kunde”?

Ik heb geen tips voor je deze week

Ik heb alleen een opdracht:
Denk er eens over na. Wat wil jij jouw leerlingen meegeven? Wat wil jij dat ze kunnen en weten aan het eind van dit schooljaar? Wat vind jij het meest belangrijk?
Ik denk dat ik het antwoord weet. In zoverre… ik kan heel veel mogelijke antwoorden bedenken. En waar het om gaat is dat jouw antwoord verschilt van het antwoord van een andere leraar.

Het maakt nogal uit waar je lesgeeft

Op een zelfstandig gymnasium mag je ervan uit gaan dat de leerlingen een aardige algemene ontwikkeling hebben, over veel ICT-vaardigheden beschikken en op een redelijk niveau met elkaar kunnen communiceren. Kritisch leren denken lijkt me daar een belangrijk doel. Maar je kunt pas kritisch denken als je meer dan voldoende kennis hebt.

In MBO niveau 1 stel je hele andere doelen. Op tijd komen. Gezond eten. Goed omgaan met geld. Een foutloos briefje schrijven.
En dat is dus mijn bezwaar tegen die zogenaamde 21th Century Skills. Hartstikke leuk op een school waar “leerlingen met een flinke bagage” zitten. Maar het overgrote deel van onze leerlingen zit op het VMBO en gaat daarna naar het MBO. En daar kom je om een beroep te leren. Vaardigheden. Met ook hier: kennis als basis. VMBO-leerlingen in de Rotterdam-Zuid kun je natuurlijk in een open ruimte zetten om daar “hun eigen gepersonaliseerd leren vorm te geven”. 

Wat denk jij dat er dan gebeurt?

Wij willen in Nederland steeds weer dat iedereen hetzelfde kan en weet, dat iedereen dezelfde kennis heeft en dezelfde vaardigheden beheerst. Iedereen moet naar het VWO. Iedereen moet studeren. Iedereen moet zelfstandig kunnen werken. Iedereen moet samen kunnen werken. Waarom? Van wie? Worden we daar met ons allen gelukkiger van?

Als we nou gewoon eens alle Skills en Bla Bla van curriculum.nu ergens dumpen en gewoon kijken naar iedere leerling kan en wat hij nodig heeft om nog meer te kunnen. Met als basis: taal, rekenen, lezen, spelling en algemene kennis. Die ICT-vaardigheden komen vanzelf. Ik heb ook gewoon geleerd op welke knopjes ik moet drukken om mijn blogs te plaatsen. Voor die tijd ontbeerde ik die kennis en kunde en dat was geen probleem. Ik had het namelijk niet nodig. En met mijn uitgebreide basiskennis, kon ik op zoek naar de hoe, wat en waarom van de kunde. Wat bij betreft is het niet: kennis of kunde? Maar eerst kennis en daarna kunde.

Ik denk dat we tijd genoeg hebben. De hersenen van onze leerlingen zijn pas volgroeid als ze rond de 25 zijn. Dus we hebben tijd genoeg om onze kinderen voor te bereiden op de toekomst. Waarom zo’n haast? Laat ze lekker groeien, leren, spelen, puberen, feesten en de tijd nemen om na te denken over wat ze willen met hun leven. Ze worden vanzelf groot. En het is onze taak om ze tot die tijd te steunen. En daarna ook, als het even mee zit.

Meedoen met het webinar over invallen? Klik hier

Meer weten over Curriculum.nu? Klik hier

Klaagverhaal

Een klaagverhaal

Een klaagverhaal

Het laatste wat ik wil is het schrijven van een klaagverhaal; daar wordt niemand vrolijk van. Daarom zal ik bij ieder klaagpuntje ook een lichtpuntje beschrijven. Dat houdt de boel in evenwicht 🙂

Er wordt al zoveel geklaagd in het onderwijs

Zeker nu, in Corona-tijd, is er ook een hoop te klagen. Opgelopen leerachterstanden, tochtige lokalen, klassen in quarantaine, onvermijdelijk schuldgevoel, een nog hogere werkdruk en tot slot: het lerarentekort en het daarbij behorende onvermogen om startende leraren binnen te houden.

Hoe is het eigenlijk met de leerachterstanden?

Laten we eerlijk zijn: met de meeste leerlingen gaat het gewoon goed; zelfs beter dan verwacht. Geen achterstanden, grote sprongen zijn zelfs gemaakt en iedereen is blij dat ze weer op school rondhuppelen. En de leerlingen die in de knel zitten… echt waar: die zaten dat al. Het achterstandenprobleem is boven komen drijven in de snelkookpan die Corona heet. En joepie: met de verkiezingen in zicht hebben we een enorme bak geld gekregen om iets aan die achterstanden te doen. Ik vertrouw erop dat scholen het juiste doen met hún bak geld. Is het genoeg? Zeker niet. Maar laten we blij zijn met iedere druppel op de gloeiende plaat.

Corona blijkt nog meer positieve bijkomstigheden mee te nemen

Zonder Corona hadden we dat geld nooit gekregen, waren de meeste achterstanden ongezien gebleven en maakten de meeste leraren nog steeds bezwaren tegen online contact. En er zijn dingen aan het verschuiven. Er wordt steeds meer nagedacht over hoe we ons onderwijs willen vorm geven. Er circuleren interessante discussies over EDI en gepersonaliseerd leren en alle standpunten daartussen. Laten we vooral van gedachten blijven wisselen en naar elkaar blijven luisteren. Ik weet zéker dat dit mooie initiatieven op gaat leveren. Ik geloof in een nieuwe onderwijsvorm met ‘best of both worlds’. Ik noem het Hartvaardig onderwijs.

Maar het lerarentekort blijft groot

Zijinstromers zijn steeds minder welkom op scholen omdat ze veel begeleiding vergen, er is een enorm tekort aan goede IB-ers en startende leraren stoppen er sneller mee dan ooit. En dat terwijl alle besturen ook geld hebben gekregen om schoolopleiders aan te stellen en begeleidingstrajecten in te richten. Maar ja: we weten allemaal wat er met dat geld is gebeurd. Het geld is op een plank gelegd en men heeft taakuren gegeven aan de zittende, ervaren leraren om nieuwe collega’s te coachen. Alle goede bedoelingen ten spijt: coaching en begeleiding van leraren is gewoon een vak. En het goede nieuws is dat men daar zo langzamerhand achter begint te komen. Steeds meer besturen zetten in op goed personeelsbeleid en goede trajecten – ook van zijinstromers –  begeleid door externe deskundigen. Niet omdat intern niet deugt, integendeel. Maar omdat intern en extern elkaar enorm kunnen versterken en samen het beste naar boven halen in elke starter en zij-instromer. Daar liggen zoveel kansen…

Ja. We kunnen eindeloos klagen over corona en alles wat er mis is in het onderwijs. Maar laten we deze tijd vooral gebruiken om te kijken wat wel goed gaat en hoe we samen creatief vooruit kunnen denken. Zonder klaagverhaal.

Ben jij ook onderwijscoach en wil je meepraten over betere begeleiding van startende leraren? Zoek ons op op Linkedin. Wij hebben een actiegroep opgericht en willen een netwerk oprichten.

Wil je meedoen met het volgende webinar op 21 april met Handige tips voor invallers? Klik dan hier

Wil je meedoen met het initiatief ‘Breng het hart terug in het onderwijs‘? Neem dan contact op.

Geen zin

Geen zin

Geen zin

Ik heb geen zin. 

Het gebeurt me wel eens dat ik geen zin heb om een blog te schrijven. Niet vaak, maar nu dus wel.
Ik heb zin om vakantie te houden.
Lekker niets doen.
Heb jij dat ook wel eens?
Ik heb het vandaag.

Morgen gaan we allemaal weer fris en fit aan het werk

Heb jij zin om morgen weer aan het werk te gaan? Je leerlingen weer te zien? Je collega’s? Ik denk dat ik er morgen ook weer klaar voor ben. Maar vandaag? Vandaag doe ik liever niets.
Toch schrijf ik. Je leest deze regels en ik schrijf tot ik iets heb geschreven waar drie tips in zitten.
Heb ik dan geen lijstje met onderwerpen liggen?
Jawel hoor. Ideeën genoeg, maar zoals ik al zei: vandaag even niet. Dan maar even drie tips bedenken.

Drie tips voor als jij of jouw leerlingen geen zin hebben:

1. Dit is weerstand. Weerstand is er en het heeft geen zin om er tegen te vechten of het te negeren. Benoem het. Erken het! Jij hebt geen zin. Ik heb geen zin. Dat geeft niks, er komt vanzelf weer een moment dat je wel zin hebt. Je kunt het gewoon hardop zeggen, tegen jezelf of tegen een leerling. Meer hoeft niet.

2. Doe een energizer. Ga pinkelen (ook wel tokkelen genoemd), maak een dansje, kijk wie het langste op één been kan staan… Beweeg als een boom in de wind… maakt niet uit. Doe iets waardoor je even uitstel van executie hebt. Het werkt het beste als het een energizer is waar je bij moet lachen. Lachen geeft energie.

3. Je kunt ook nog proberen er achter te komen waarom. Maar eigenlijk is dit een tip van niks, behalve als er echt een goede reden is, die je zou moeten kennen. Maar twee tips in mijn blog, dat kan natuurlijk niet. Misschien heb jij wel een goede derde tip? Zet hem in het commentaarveld hieronder.

En dan ga ik nu weer verder met niets doen.

Oh... nog even reclame maken

  1. Ik heb afgelopen week aan mijn website gewerkt. Misschien vind je het leuk om even rond te kijken.
  2. Aanstaande woensdagavond: gratis webinar De drie wetten van orde
  3. Het volgende webinar gaat over invallen in het PO. Zet 21 april maar vast in je agenda, als je invaller bent (of wordt)
  4. In de webshop van Sterke Aap staat een gratis les Solliciteren in het onderwijs. Heb je die al gevolgd?
Een verkeerd advies

Een verkeerd advies

Een verkeerd advies

Op vrijdag 12 februari is dit artikel ‘Een verkeerd advies’ in de Komenskypost geplaatst. Ik kreeg er veel positieve reacties op; daarom plaats ik mijn artikel ook hier. Want ja: als je in het onderwijs werkt, deel je regelmatig adviezen uit. En wij leraren, wij zijn ook maar mensen. En mensen maken fouten. In het verleden heb ik een verkeerd advies gegeven, maar ik vermoed dat:

  1. ik niet de enige ben
  2. daarvoor en daarna ik ook foute adviezen heb gegeven – maar dat weet ik dan niet
  3. anderen ook wel eens een fout advies hebben gegeven – of zullen geven
  4. niet iedereen dat wil, of durft, toegeven

En dat is allemaal prima – het mag, een verkeerd advies hoort bij het leven. 

Ik werkte al een tijdje in het Praktijkonderwijs

En toen ik op de lijst zag dat ik Floris in de klas zou krijgen, baalde ik. En dat is nog zacht uitgedrukt. Ik weet dat ik bij de afdelingsleider langs ben gegaan om te vragen of Floris écht niet in een parallelklas geplaatst kon worden. Maar nee. De afdelingsleider weigerde om hem van klas te laten veranderen. ‘Hij was inmiddels bevriend met zijn klasgenoten’, was het argument. Dat betwijfelde ik ten zeerste. Maar goed. Ik ging me er geestelijk op voorbereiden om een heel schooljaar lang Floris voor mijn neus te hebben. Letterlijk. Want Floris zat altijd vooraan. In elk lokaal.

Ik gaf les aan de tweedejaars

In dat tweede jaar draaide alles om de schifting die aan het eind van het jaar gemaakt zou worden. En als mentor was ik de persoon die die schifting ging maken. Weliswaar in overleg met de zorgcoördinator, maar toch. Ik nam mijn taak zeer serieus. 

Drie richtingen

Onze derde jaar had drie richtingen. De basisgroep, die één dag per week buiten de deur stage mocht gaan lopen. De arbeidsgroep, die één dag per week intern stage zou gaan lopen: op de afdeling ‘arbeidstraining’. Stel je rijen tafels voor waar 15-jarigen onderdelen van een deurklink of headset in een zakje stoppen. En dan hadden we nog de steungroep. Dat waren de leerlingen die, onder begeleiding van de mentor, een paar uur per week arbeidstraining mochten doen, maar verder eigenlijk alleen maar leerden hoe ze 1) ergens op tijd moesten komen, 2) hun eigen lunchpakket konden klaarmaken en 3) hun veters zelf konden strikken. Die steungroep was de kwetsbare groep. In die groep heb ik nooit lesgegeven. Wel in de andere twee groepen.

Kwetsbare leerlingen

Ik schaam me om het te bekennen, maar ik was allergisch voor kwetsbare leerlingen. Gaf mij maar drie ADHD’ers, een club meiden met een grote bek en een autist in de klas… en ik had ze allemaal binnen een jaar op stage. Extern. Want dat was natuurlijk het uiteindelijke doel van de zogenaamde arbeidstraining. En toen ik een basisgroep had? Die liepen binnen het jaar twee dagen stage. Omdat hun stagebegeleider dat aan hen had gevraagd. Maar die kwetsbare groep… die konden met een beetje mazzel een extra jaar arbeidstraining doen en daarna rechtstreeks naar de sociale werkplaats. Ja: die waren er toen nog. En ik vond er niks an.

Terug naar Floris

Floris had wat mij betreft alle kenmerken van een leerling voor de steungroep. Hij was eenzaam. Hij had geen enkele aansluiting bij zijn klasgenoten; die vonden hem raar. Hij zat op schoonspringen en een spelletjesclub. Zijn klasgenoten lachten hem uit. Hij zag er kwetsbaar uit. Mocht zich bij gym omkleden in het invalidentoilet. Floris keek me nooit aan en praatte altijd met een zielig klein stemmetje. En wat ik het ergste vond: zijn leerlingdossier was verzegeld. Ik wist helemaal niets van hem. Niet eens een geboortedatum. ‘Op verzoek van de ouders en Floris zelf’, volgens de zorgcoördinator. Ik dacht er het mijne van, maar vooral: ik was geschokt en boos door zoveel wantrouwen. En daardoor deed ik geen enkele poging om Floris beter te leren kennen. Eigenlijk ging ik alleen maar -steeds opnieuw- in discussie met moeder over het verzegelde dossier.

Ik was dus een beetje dom...

Maar goed. Floris en ik worstelden ons dat schooljaar door en in juni vertelde ik Floris en zijn moeder dat ik Floris had verwezen naar de steungroep. Ze waren woedend, maar niet verrast. Ik had van het begin af aan duidelijk gemaakt wat ik van Floris vond. Moeder en Floris dienden een klacht in. Hun klacht werd afgewezen vanwege dossiervorming.

Zoveel jaren later schaam ik mij nog steeds dood:

Ik had een verkeerd advies gegeven

Het pleit voor mijn zorgcoördinator en de schoolleiding dat ze mij gesteund hebben (nog steeds: dank daarvoor) maar ik zat natuurlijk helemaal fout. Ik had de eerste regel geschonden: de regel van relatie. Mijn vooringenomenheid heeft Floris (en zijn moeder) verdriet berokkend. Zinloos geweld.

Gelukkig hebben mijn collega’s van het derde jaar het toentertijd allemaal snel opgelost. De kerstvakantie was een ijkpunt voor leerlingen die tot dan hadden laten zien dat zij een stapje hoger mochten. Of twee, zoals in Floris’ geval. In januari ging hij extern stage lopen en binnen een jaar was hij uitgestroomd naar het MBO. Uiteindelijk hebben docenten daar ervoor gezorgd dat hij kon doorstromen naar het niveau waar hij hoorde.

Floris heeft nu een eigen bedrijf

Als gediplomeerd maatschappelijk verzorgende zorgt hij ervoor dat ouderen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen. Dit alles weet ik pas sinds een jaar of tien. Ik kreeg een vriendelijk mailtje van Floris, met de link naar de website van zijn bedrijf…

Ik ben natuurlijk hartstikke trots op hem – met terugwerkende kracht. Maar als we het over blunders en advisering hebben…. Au.

Wil je meer weten over de online training op 27 januari? Klik dan hier

Wil je dit artikel lezen op KomenskyPost? Klik dan hier

goede voornemens voor leraren 2021

Zeven goede voornemens voor leraren

Zeven goede voornemens voor leraren

Ook in dit nieuwe jaar horen ze erbij: goede voornemens. Dit jaar heb ik er alvast zeven voor je bedacht… Je hoeft ze alleen uit te printen, ergens op te hangen en uit te voeren: Zeven goede voornemens voor leraren 🙂

  1. Geef je klas(sen) iedere dag minimaal één (klassikaal) compliment.
  2. Delegeer een (terugkomende) klus die je vervelend vindt.
  3. Maak (met je leerlingen) een to-do lijst van drie leuke dingen die jullie de laatste maanden gaan doen, als…..
  4. Organiseer een online quiz of Kahoot, waarin vragen gesteld worden over jou (als leraar) en ook over je leerlingen. Denk aan lievelingskleuren, favoriete hobby, muzieksmaak, enzovoort.
  5. Maak regelmatig een (gratis) sociogram van je klas(sen) op Stoeltjesdans
  6. Ga iedere dag op tijd naar huis.
  7. Doe alleen leuke (werkklussen) thuis; ’s avonds of in het weekend.

Succes enneh… Gelukkig Nieuwjaar!

Doe op woensdag 13 januari om 19.30 uur mee met de gratis online training Timemanagement voor het onderwijs

Heb jij al eens in onze webshop gekeken? 

schoolplein

Geen gedonder op het schoolplein

Geen gedonder op het schoolplein

Op de meeste scholen wordt er in de pauzes lekker gespeeld. Leerlingen rennen over het schoolplein, doen spelletjes of hangen heerlijk rond. De pleinwachten hebben tijd voor kletspraatjes en kunnen zelfs even koffie halen.

Op sommige scholen gaat het anders. Ruzies en vechtpartijen. Kinderen mogen niet meedoen van andere kinderen. Ballen vliegen alle kanten op. Spullen worden afgepakt. Schreeuwen en schelden. Boze gezichten. Tranen. De pleinwacht heeft het druk met observeren, ingrijpen en preken. Geen tijd voor koffie of kletspraatjes. Eigenlijk heeft niemand écht pauze.

Hoe los je dat op?

Er zijn veel programma’s op de markt die leerlingen kunnen leren hoe ze beter met elkaar kunnen omgaan. Meestal zijn dit programma’s die uitgevoerd worden in de klas. Maar de transitie naar het schoolplein (laat staan naar “na schooltijd”) wordt niet door alle leerlingen gemaakt.

Er zijn ook trainingen waarbij leerlingen geleerd wordt om als (peer)mediator op te treden tijdens conflicten op het plein. Ze zijn vaak herkenbaar aan hesjes of T-shirts en doordat ze hebben geleerd hoe ze om kunnen gaan met conflicten, is het veel leuker op het plein dan daarvoor.

Maar stel nou dat het opleiden van leerlingen tot mediator schoolbreed geen optie is? Wat kan je doen als individuele leraar?

Een schoolpleinplan in negen stappen

Het maakt echt niet uit hoe oud jouw leerlingen zijn. Deze aanpak werkt zowel bij 4- als bij 16-jarigen; alleen je taalgebruik pas je aan). Je kunt met jouw (mentor)klas het goede voorbeeld geven en je eigen “mediators” opleiden. De implementatie van jouw plan duurt vier – zes weken en kan makkelijk tussen twee vakanties ingevoerd worden. Het enige wat je hoeft te doen is even te recetten na de vakantie: weet iedereen nog hoe het ook alweer moest?

1. Je vertelt dat het doel van de komende maand is dat men zich “positief gedraagt” op het schoolplein (op de gang, onderweg naar de gymzaal, na schooltijd, enzovoort). Samen bespreek je wat positief gedrag is, hoe dat er uit ziet, wat je dan zegt en doet.

2. Je vraagt aan de leerlingen hoe zij willen dat men buiten de klas (op de gang, op het schoolplein en na schooltijd) met elkaar omgaat. Je laat iedereen drie (positief gestelde) afspraken opschrijven. Je vraagt alle leerlingen hun belangrijkste afspraak te noemen.
a. De leerlingen die positief gedrag benoemen, complimenteer en versterk je.
b. De leerlingen die negatief gedrag benoemen of dwars gaan liggen, negeer je.
Bij sociaal gewenste uitlatingen vraag je door. Hoe ziet het eruit? Wat doe je precies? Waarom?

Maak een werkwijze van regels, afspraken, acties en reacties

3. Uit alle genoemde afspraken destilleer je drie tot vijf (positief geformuleerde) regels. Deze schrijf je op het bord. Je laat twee vrijwilligers deze regels overnemen op een groot vel papier en je hangt deze poster in het lokaal.

4. Je vraagt aan de leerlingen hoe het mogelijk wordt dat iedereen (in deze klas) zich aan deze regels gaat houden. Benadruk dat het niet voor alle leerlingen even makkelijk is, maar dat iedereen het kan leren.
a. Het noemen van consequenties wuif je niet weg; je vertelt dat dit op een later moment aan de orde komt.
b. Alle suggesties die in de richting van “helpen door….” wijzen, beaam je en noteer je.
c. Je mag sturen in de richting van mediation. Als jullie ergens anders uit komen, dan is dat ook prima.

5. Verzamel alle suggesties en probeer ze allemaal met de leerlingen uit. Dat kan met rollenspelen en dat doen jullie het best buiten, op het schoolplein. Per keer probeer je een suggestie en je bespreekt het rollenspel meteen na: Wat werkte wel en wat werkte niet? En hoe kwam dat? Alles dat effectief is wordt onderdeel van de werkwijze.

Een paar voetnoten...

  • Besteed veel aandacht aan gezichtsuitdrukkingen, nonverbaal gedrag en hoe iemand over komt.
  • Laat leerlingen op verschillende manieren reageren: maak ze bewust van hun eigen perspectief en dat van de ander.
  • Leg steeds opnieuw de nadruk op de vrije keuze: iedereen kiest er zelf voor om wel of niet te reageren en op welke manier.

Nu heb je een werkwijze die werkt - en dan?

6. Zodra jullie als groep iets hebben gevonden wat werkt, dan wordt de werkwijze (in een paar stappen) op een groot papier gezet en opgehangen.

7. Je vraagt wat een goede consequentie zou kunnen zijn voor het je niet houden aan deze werkwijze. Zijn er ook uitzonderingen mogelijk? Welke leerlingen hebben extra hulp nodig om geen consequenties op hun dak te hoeven krijgen? Hoe ziet die hulp eruit? En hoeveel waarschuwingen mogen gegeven worden? En door wie? Jij kiest de consequentie. Je zet de afspraken hierover op een kleiner papier en hangt deze op naast de andere poster.

8. Iedere leerling committeert zich aan de consequenties en de werkwijze, door handopsteking, handtekening, vingerafdruk, of iets anders.

9. Je evalueert dagelijks kort en past aan zodra dat nodig is.

Wil je nog meer doen op SEO-gebied? Probeer onze gratis Pilot Hartvaardigheden in de klas eens.

Wil je meer lezen over peermediation? Dat kan hier

functioneringsgesprek

Functioneringsgesprek

Functioneringsgesprek? Ga ervoor!

Op de meeste scholen worden functioneringsgesprekken gevoerd. Op alle scholen wordt dat anders geregeld.
Een functioneringsgesprek heeft een andere functie dan een beoordelingsgesprek. Het is zaak om daar alert op te zijn.

Vraag naar het doel van jouw functioneringsgesprek

Er bestaat veel onduidelijkheid over het verschil tussen een functioneringsgesprek en een beoordelingsgesprek. Beide gesprekken horen onderdeel te zijn van een cyclus en vinden jaarlijks plaats, maar ze hebben iedere een ander doel. Een functioneringsgesprek is een gestructureerd tweerichtingsverkeer-gesprek tussen jou en je leidinggevende. Jullie bespreken de huidige werkpraktijk om knelpunten op te sporen. Voor de geconstateerde problemen bedenk je samen oplossingen en daarover maak je afspraken. Het functioneringsgesprek is dus toekomstgericht. De verbetering (van beide kanten) staat centraal.

Soms krijg je van te voren een formulier met vragen, of een lijstje met onderwerpen.
Soms is er van te voren een klassenbezoek waar je wordt geobserveerd.
Soms krijg je alleen een datum en een tijd door en moet je maar afwachten wat de onderwerpen zullen zijn.

Soms is degene waar je het gesprek mee hebt ook degene die jou (als je starter of invaller bent) begeleidt. Dat is eigenlijk geen goede zaak; jullie hebben dan allebei twee petten op. In dat geval zou je kunnen vragen of je je functioneringsgesprek met iemand anders mag hebben.

In alle gevallen: ga ervoor!

Of je nu invaller bent of vaste kracht, de volgende tips kunnen je helpen

  1. Maak van te voren twee lijstjes. Een met dingen die je heel erg leuk vindt in je werk en een met zaken waar je niet blij mee bent. Als je tweede lijstje langer is dan het eerste, zal je je moeten afvragen of je hier wel wilt blijven werken. De uitkomst daarvan is van invloed op het gesprek dat je hebt.
  2. De dingen die je leuk vindt, kan je allemaal noemen. Doe dat met enthousiasme!
  3. De zaken die je niet leuk vindt, kun je omzetten in “wensen”. Tijdens je gesprek vraag je dan of er mogelijkheden zijn om die wensen te vervullen. Zo zorg je voor een positieve insteek.
  4. Spreek vanuit jezelf en niet over, of namens anderen.
  5. Je mag je kwetsbaar opstellen, zolang je er een leerdoel aan koppelt. Zo laat je zien dat je je bewust bent van je tekortkomingen, maar dat je er aan werkt.
  6. Alles waar je goed in bent, mag je ook zeker benoemen. Geef daar ook voorbeelden bij.
  7. Vraag of je zelf het verslag mag maken. Je maakt dan alleen een lijst met actiepunten en de data waarop deze actiepunten  (en door wie) uitgevoerd moeten zijn. Een uitgebreid verslag schrijven is zonde van je tijd!

 

Heb jij ook nog goede tips?

Zet ze in het commentaarveld 🙂

Heb jij je nog niet opgegeven voor het gratis webinar Timemanagement? Dat kan hier

Nog meer lezen over functioneringsgesprekken in het onderwijs? Dat kan hier