Dat doen wij zo niet

Dat doen wij zo niet

Dat doen wij zo niet

‘Dat doen wij zo niet.’ Een opmerking die veel starters (en vooral zij-instromers) op een nieuwe  school te horen krijgen. Jij hebt misschien ook wel die ervaring. Je neemt je eigen kennis en ervaring mee, hebt een frisse blik en hebt goede ideeën over hoe dingen anders zouden kunnen. Dus je brengt een idee in. En dan hoor je: ‘dat doen wij zo niet’. Alsof zij jouw idee al jaren geleden hebben bedacht en uitgeprobeerd. 

Wij doen het al jaren zus en zo en dat bevalt prima

Nog zo’n opmerking waar je niks mee kunt als je een verandering voorstelt. Alsof ze niet wíllen veranderen. Wat voor hen werkt, moeten anderen precies hetzelfde doen en als die anderen het liever anders doen omdat die manier voor hen niet werkt, dan hebben ze pech. 

Toen ik pas begon had ik ook van die wilde plannen

…is ook zo’n opmerking, gevolgd door ‘maar je zult zien dat dat vanzelf overgaat’. Eigenlijk vind ik die opmerking nog de ergste van de drie. Ik heb dan meteen het idee dat ik terecht ben gekomen in een werkomgeving zonder enig perspectief. Een tredmolen waarin iedereen alleen maar bezig is met de volgende vakantie. ‘Nog maar 119 dagen, 4 uur en 23 minuten, jongens!’ 

Laten we eerlijk zijn

Het is niet leuk om dergelijke opmerkingen te horen. En gelukkig worden ze steeds minder gemaakt. Maar als je op een school zit waar je wel zulke opmerkingen te horen krijgt, kun je natuurlijk ontslag nemen en een andere school zoeken. Of je gaat tactisch manoeuvreren. In ieder geval is het belangrijk dat je alle opmerkingen niet persoonlijk aantrekt. Ze hebben namelijk niets met jou te maken. Opmerkingen als ‘zo doen wij dat niet’ zijn symptomen van een systeem dat goed werkt voor de mensen die er al in zitten. Ze hebben geen enkele reden om het bestaande systeem te veranderen of aan te passen.

Alle opmerkingen zijn goed bedoeld

1. Het komt misschien anders over, maar in de grond zijn het allemaal welwillende adviezen met het doel om jou te beschermen. Tegen teleurstellingen of tegen negatieve reacties van anderen. Het is belangrijk dat je alle opmerkingen in dat licht ziet. Heel lief eigenlijk, van je nieuwe collega’s.
2. Jij mag dan namelijk ook welwillend en begrijpend reageren. ‘Ik begrijp het’, zeg je dan. Of ‘natuurlijk, het werkt voor jou en dan zal het voor mij vast ook werken’. Daarna kun je vragen naar de bezwaren die er zijn. Zoek de weerstand op, vraag door. Uit nieuwsgierigheid. Misschien heeft diegene wel een punt. 
3. Vervolgens vraag je of je jouw plan toch mag uitproberen. Bij wijze van pilot. Bijvoorbeeld in jouw klas. In de meeste gevallen wordt daar positief op gereageerd.
4. Je gaat aan de slag.
5. En je vertelt iedere keer enthousiast over de vorderingen die je maakt.
6. Als je ergens tegenaan loopt, dan vraag je om hulp aan iemand die (min of meer) positief t.o.v. jouw ‘nieuwe idee’ staat.
7. Je houdt vol. Grote kans dat iemand jouw plan adopteert.

Veel succes!

Wil je meedoen aan het webinar voor invallers in het PO? Klik dan HIER

Wil je meer weten over verandermanagament? Klik dan HIER

Kennis of kunde?

Kennis of Kunde?

Kennis of kunde?

Wat is belangrijker: kennis of kunde?
Wat moeten wij onze leerlingen leren om ze goed voorbereid af te kunnen leveren op de volgende school of opleiding?

Ik heb een hoop kreten gehoord, de afgelopen jaren:
* Scholen bereiden leerlingen slecht voor op het bedrijfsleven.
* Leerlingen struikelen op HBO of Universiteit door gebrek aan kennis en vaardigheden.
* Onze leerlingen gaan beroepen uitvoeren die nu nog niet bestaan.
* Het lees-, taal- en rekenniveau van leerlingen is bedroevend slecht.
* Je kunt alle kennis vinden op internet.
* Kinderen en jongeren zijn handiger op de computer dan volwassenen.
* Het huidige onderwijs is verkeerd ingericht: het systeem moet anders.

Mijn vraag aan jou:

Waar draait het in het onderwijs echt om?

Gaat het er om leerlingen kennis bij te brengen? Of moeten we ze coachen bij het dingen kunnen? En wat moeten leerlingen eigenlijk allemaal kunnen en weten als ze klaar zijn met leren? En wie bepaalt wat ze allemaal moeten kunnen en weten? Scholen met een ander onderwijsconcept schieten als paddestoelen uit de grond. En allemaal hebben ze een duidelijke visie en een mooi verhaal. De leerling staat centraal, de leraar is coach en de leerling geeft zelf “sturing aan zijn of haar leerproces”. Maar ik heb er wel wat vragen over.

Wat is dan precies “gepersonaliseerd leren?” Hoe ziet “samen ontdekken” eruit? Welke ICT-vaardigheden en andere “21th centuryskills” moeten leerlingen beheersen? Hoeven leerlingen niet meer netjes te schrijven omdat toch alles op computer gaat? En wanneer zijn leerlingen eigenlijk “eigenaar” van hun eigen leren? Wanneer is een school “ontwikkelingsgericht”? Wordt er echt gekozen tussen “kennis of kunde”?

Ik heb geen tips voor je deze week

Ik heb alleen een opdracht:
Denk er eens over na. Wat wil jij jouw leerlingen meegeven? Wat wil jij dat ze kunnen en weten aan het eind van dit schooljaar? Wat vind jij het meest belangrijk?
Ik denk dat ik het antwoord weet. In zoverre… ik kan heel veel mogelijke antwoorden bedenken. En waar het om gaat is dat jouw antwoord verschilt van het antwoord van een andere leraar.

Het maakt nogal uit waar je lesgeeft

Op een zelfstandig gymnasium mag je ervan uit gaan dat de leerlingen een aardige algemene ontwikkeling hebben, over veel ICT-vaardigheden beschikken en op een redelijk niveau met elkaar kunnen communiceren. Kritisch leren denken lijkt me daar een belangrijk doel. Maar je kunt pas kritisch denken als je meer dan voldoende kennis hebt.

In MBO niveau 1 stel je hele andere doelen. Op tijd komen. Gezond eten. Goed omgaan met geld. Een foutloos briefje schrijven.
En dat is dus mijn bezwaar tegen die zogenaamde 21th Century Skills. Hartstikke leuk op een school waar “leerlingen met een flinke bagage” zitten. Maar het overgrote deel van onze leerlingen zit op het VMBO en gaat daarna naar het MBO. En daar kom je om een beroep te leren. Vaardigheden. Met ook hier: kennis als basis. VMBO-leerlingen in de Rotterdam-Zuid kun je natuurlijk in een open ruimte zetten om daar “hun eigen gepersonaliseerd leren vorm te geven”. 

Wat denk jij dat er dan gebeurt?

Wij willen in Nederland steeds weer dat iedereen hetzelfde kan en weet, dat iedereen dezelfde kennis heeft en dezelfde vaardigheden beheerst. Iedereen moet naar het VWO. Iedereen moet studeren. Iedereen moet zelfstandig kunnen werken. Iedereen moet samen kunnen werken. Waarom? Van wie? Worden we daar met ons allen gelukkiger van?

Als we nou gewoon eens alle Skills en Bla Bla van curriculum.nu ergens dumpen en gewoon kijken naar iedere leerling kan en wat hij nodig heeft om nog meer te kunnen. Met als basis: taal, rekenen, lezen, spelling en algemene kennis. Die ICT-vaardigheden komen vanzelf. Ik heb ook gewoon geleerd op welke knopjes ik moet drukken om mijn blogs te plaatsen. Voor die tijd ontbeerde ik die kennis en kunde en dat was geen probleem. Ik had het namelijk niet nodig. En met mijn uitgebreide basiskennis, kon ik op zoek naar de hoe, wat en waarom van de kunde. Wat bij betreft is het niet: kennis of kunde? Maar eerst kennis en daarna kunde.

Ik denk dat we tijd genoeg hebben. De hersenen van onze leerlingen zijn pas volgroeid als ze rond de 25 zijn. Dus we hebben tijd genoeg om onze kinderen voor te bereiden op de toekomst. Waarom zo’n haast? Laat ze lekker groeien, leren, spelen, puberen, feesten en de tijd nemen om na te denken over wat ze willen met hun leven. Ze worden vanzelf groot. En het is onze taak om ze tot die tijd te steunen. En daarna ook, als het even mee zit.

Meedoen met het webinar over invallen? Klik hier

Meer weten over Curriculum.nu? Klik hier

Klaagverhaal

Een klaagverhaal

Een klaagverhaal

Het laatste wat ik wil is het schrijven van een klaagverhaal; daar wordt niemand vrolijk van. Daarom zal ik bij ieder klaagpuntje ook een lichtpuntje beschrijven. Dat houdt de boel in evenwicht 🙂

Er wordt al zoveel geklaagd in het onderwijs

Zeker nu, in Corona-tijd, is er ook een hoop te klagen. Opgelopen leerachterstanden, tochtige lokalen, klassen in quarantaine, onvermijdelijk schuldgevoel, een nog hogere werkdruk en tot slot: het lerarentekort en het daarbij behorende onvermogen om startende leraren binnen te houden.

Hoe is het eigenlijk met de leerachterstanden?

Laten we eerlijk zijn: met de meeste leerlingen gaat het gewoon goed; zelfs beter dan verwacht. Geen achterstanden, grote sprongen zijn zelfs gemaakt en iedereen is blij dat ze weer op school rondhuppelen. En de leerlingen die in de knel zitten… echt waar: die zaten dat al. Het achterstandenprobleem is boven komen drijven in de snelkookpan die Corona heet. En joepie: met de verkiezingen in zicht hebben we een enorme bak geld gekregen om iets aan die achterstanden te doen. Ik vertrouw erop dat scholen het juiste doen met hún bak geld. Is het genoeg? Zeker niet. Maar laten we blij zijn met iedere druppel op de gloeiende plaat.

Corona blijkt nog meer positieve bijkomstigheden mee te nemen

Zonder Corona hadden we dat geld nooit gekregen, waren de meeste achterstanden ongezien gebleven en maakten de meeste leraren nog steeds bezwaren tegen online contact. En er zijn dingen aan het verschuiven. Er wordt steeds meer nagedacht over hoe we ons onderwijs willen vorm geven. Er circuleren interessante discussies over EDI en gepersonaliseerd leren en alle standpunten daartussen. Laten we vooral van gedachten blijven wisselen en naar elkaar blijven luisteren. Ik weet zéker dat dit mooie initiatieven op gaat leveren. Ik geloof in een nieuwe onderwijsvorm met ‘best of both worlds’. Ik noem het Hartvaardig onderwijs.

Maar het lerarentekort blijft groot

Zijinstromers zijn steeds minder welkom op scholen omdat ze veel begeleiding vergen, er is een enorm tekort aan goede IB-ers en startende leraren stoppen er sneller mee dan ooit. En dat terwijl alle besturen ook geld hebben gekregen om schoolopleiders aan te stellen en begeleidingstrajecten in te richten. Maar ja: we weten allemaal wat er met dat geld is gebeurd. Het geld is op een plank gelegd en men heeft taakuren gegeven aan de zittende, ervaren leraren om nieuwe collega’s te coachen. Alle goede bedoelingen ten spijt: coaching en begeleiding van leraren is gewoon een vak. En het goede nieuws is dat men daar zo langzamerhand achter begint te komen. Steeds meer besturen zetten in op goed personeelsbeleid en goede trajecten – ook van zijinstromers –  begeleid door externe deskundigen. Niet omdat intern niet deugt, integendeel. Maar omdat intern en extern elkaar enorm kunnen versterken en samen het beste naar boven halen in elke starter en zij-instromer. Daar liggen zoveel kansen…

Ja. We kunnen eindeloos klagen over corona en alles wat er mis is in het onderwijs. Maar laten we deze tijd vooral gebruiken om te kijken wat wel goed gaat en hoe we samen creatief vooruit kunnen denken. Zonder klaagverhaal.

Ben jij ook onderwijscoach en wil je meepraten over betere begeleiding van startende leraren? Zoek ons op op Linkedin. Wij hebben een actiegroep opgericht en willen een netwerk oprichten.

Wil je meedoen met het volgende webinar op 21 april met Handige tips voor invallers? Klik dan hier

Wil je meedoen met het initiatief ‘Breng het hart terug in het onderwijs‘? Neem dan contact op.

Een verkeerd advies

Een verkeerd advies

Een verkeerd advies

Op vrijdag 12 februari is dit artikel ‘Een verkeerd advies’ in de Komenskypost geplaatst. Ik kreeg er veel positieve reacties op; daarom plaats ik mijn artikel ook hier. Want ja: als je in het onderwijs werkt, deel je regelmatig adviezen uit. En wij leraren, wij zijn ook maar mensen. En mensen maken fouten. In het verleden heb ik een verkeerd advies gegeven, maar ik vermoed dat:

  1. ik niet de enige ben
  2. daarvoor en daarna ik ook foute adviezen heb gegeven – maar dat weet ik dan niet
  3. anderen ook wel eens een fout advies hebben gegeven – of zullen geven
  4. niet iedereen dat wil, of durft, toegeven

En dat is allemaal prima – het mag, een verkeerd advies hoort bij het leven. 

Ik werkte al een tijdje in het Praktijkonderwijs

En toen ik op de lijst zag dat ik Floris in de klas zou krijgen, baalde ik. En dat is nog zacht uitgedrukt. Ik weet dat ik bij de afdelingsleider langs ben gegaan om te vragen of Floris écht niet in een parallelklas geplaatst kon worden. Maar nee. De afdelingsleider weigerde om hem van klas te laten veranderen. ‘Hij was inmiddels bevriend met zijn klasgenoten’, was het argument. Dat betwijfelde ik ten zeerste. Maar goed. Ik ging me er geestelijk op voorbereiden om een heel schooljaar lang Floris voor mijn neus te hebben. Letterlijk. Want Floris zat altijd vooraan. In elk lokaal.

Ik gaf les aan de tweedejaars

In dat tweede jaar draaide alles om de schifting die aan het eind van het jaar gemaakt zou worden. En als mentor was ik de persoon die die schifting ging maken. Weliswaar in overleg met de zorgcoördinator, maar toch. Ik nam mijn taak zeer serieus. 

Drie richtingen

Onze derde jaar had drie richtingen. De basisgroep, die één dag per week buiten de deur stage mocht gaan lopen. De arbeidsgroep, die één dag per week intern stage zou gaan lopen: op de afdeling ‘arbeidstraining’. Stel je rijen tafels voor waar 15-jarigen onderdelen van een deurklink of headset in een zakje stoppen. En dan hadden we nog de steungroep. Dat waren de leerlingen die, onder begeleiding van de mentor, een paar uur per week arbeidstraining mochten doen, maar verder eigenlijk alleen maar leerden hoe ze 1) ergens op tijd moesten komen, 2) hun eigen lunchpakket konden klaarmaken en 3) hun veters zelf konden strikken. Die steungroep was de kwetsbare groep. In die groep heb ik nooit lesgegeven. Wel in de andere twee groepen.

Kwetsbare leerlingen

Ik schaam me om het te bekennen, maar ik was allergisch voor kwetsbare leerlingen. Gaf mij maar drie ADHD’ers, een club meiden met een grote bek en een autist in de klas… en ik had ze allemaal binnen een jaar op stage. Extern. Want dat was natuurlijk het uiteindelijke doel van de zogenaamde arbeidstraining. En toen ik een basisgroep had? Die liepen binnen het jaar twee dagen stage. Omdat hun stagebegeleider dat aan hen had gevraagd. Maar die kwetsbare groep… die konden met een beetje mazzel een extra jaar arbeidstraining doen en daarna rechtstreeks naar de sociale werkplaats. Ja: die waren er toen nog. En ik vond er niks an.

Terug naar Floris

Floris had wat mij betreft alle kenmerken van een leerling voor de steungroep. Hij was eenzaam. Hij had geen enkele aansluiting bij zijn klasgenoten; die vonden hem raar. Hij zat op schoonspringen en een spelletjesclub. Zijn klasgenoten lachten hem uit. Hij zag er kwetsbaar uit. Mocht zich bij gym omkleden in het invalidentoilet. Floris keek me nooit aan en praatte altijd met een zielig klein stemmetje. En wat ik het ergste vond: zijn leerlingdossier was verzegeld. Ik wist helemaal niets van hem. Niet eens een geboortedatum. ‘Op verzoek van de ouders en Floris zelf’, volgens de zorgcoördinator. Ik dacht er het mijne van, maar vooral: ik was geschokt en boos door zoveel wantrouwen. En daardoor deed ik geen enkele poging om Floris beter te leren kennen. Eigenlijk ging ik alleen maar -steeds opnieuw- in discussie met moeder over het verzegelde dossier.

Ik was dus een beetje dom...

Maar goed. Floris en ik worstelden ons dat schooljaar door en in juni vertelde ik Floris en zijn moeder dat ik Floris had verwezen naar de steungroep. Ze waren woedend, maar niet verrast. Ik had van het begin af aan duidelijk gemaakt wat ik van Floris vond. Moeder en Floris dienden een klacht in. Hun klacht werd afgewezen vanwege dossiervorming.

Zoveel jaren later schaam ik mij nog steeds dood:

Ik had een verkeerd advies gegeven

Het pleit voor mijn zorgcoördinator en de schoolleiding dat ze mij gesteund hebben (nog steeds: dank daarvoor) maar ik zat natuurlijk helemaal fout. Ik had de eerste regel geschonden: de regel van relatie. Mijn vooringenomenheid heeft Floris (en zijn moeder) verdriet berokkend. Zinloos geweld.

Gelukkig hebben mijn collega’s van het derde jaar het toentertijd allemaal snel opgelost. De kerstvakantie was een ijkpunt voor leerlingen die tot dan hadden laten zien dat zij een stapje hoger mochten. Of twee, zoals in Floris’ geval. In januari ging hij extern stage lopen en binnen een jaar was hij uitgestroomd naar het MBO. Uiteindelijk hebben docenten daar ervoor gezorgd dat hij kon doorstromen naar het niveau waar hij hoorde.

Floris heeft nu een eigen bedrijf

Als gediplomeerd maatschappelijk verzorgende zorgt hij ervoor dat ouderen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen. Dit alles weet ik pas sinds een jaar of tien. Ik kreeg een vriendelijk mailtje van Floris, met de link naar de website van zijn bedrijf…

Ik ben natuurlijk hartstikke trots op hem – met terugwerkende kracht. Maar als we het over blunders en advisering hebben…. Au.

Wil je meer weten over de online training op 27 januari? Klik dan hier

Wil je dit artikel lezen op KomenskyPost? Klik dan hier

goede voornemens voor leraren 2021

Zeven goede voornemens voor leraren

Zeven goede voornemens voor leraren

Ook in dit nieuwe jaar horen ze erbij: goede voornemens. Dit jaar heb ik er alvast zeven voor je bedacht… Je hoeft ze alleen uit te printen, ergens op te hangen en uit te voeren: Zeven goede voornemens voor leraren 🙂

  1. Geef je klas(sen) iedere dag minimaal één (klassikaal) compliment.
  2. Delegeer een (terugkomende) klus die je vervelend vindt.
  3. Maak (met je leerlingen) een to-do lijst van drie leuke dingen die jullie de laatste maanden gaan doen, als…..
  4. Organiseer een online quiz of Kahoot, waarin vragen gesteld worden over jou (als leraar) en ook over je leerlingen. Denk aan lievelingskleuren, favoriete hobby, muzieksmaak, enzovoort.
  5. Maak regelmatig een (gratis) sociogram van je klas(sen) op Stoeltjesdans
  6. Ga iedere dag op tijd naar huis.
  7. Doe alleen leuke (werkklussen) thuis; ’s avonds of in het weekend.

Succes enneh… Gelukkig Nieuwjaar!

Doe op woensdag 13 januari om 19.30 uur mee met de gratis online training Timemanagement voor het onderwijs

Heb jij al eens in onze webshop gekeken? 

functioneringsgesprek

Functioneringsgesprek

Functioneringsgesprek? Ga ervoor!

Op de meeste scholen worden functioneringsgesprekken gevoerd. Op alle scholen wordt dat anders geregeld.
Een functioneringsgesprek heeft een andere functie dan een beoordelingsgesprek. Het is zaak om daar alert op te zijn.

Vraag naar het doel van jouw functioneringsgesprek

Er bestaat veel onduidelijkheid over het verschil tussen een functioneringsgesprek en een beoordelingsgesprek. Beide gesprekken horen onderdeel te zijn van een cyclus en vinden jaarlijks plaats, maar ze hebben iedere een ander doel. Een functioneringsgesprek is een gestructureerd tweerichtingsverkeer-gesprek tussen jou en je leidinggevende. Jullie bespreken de huidige werkpraktijk om knelpunten op te sporen. Voor de geconstateerde problemen bedenk je samen oplossingen en daarover maak je afspraken. Het functioneringsgesprek is dus toekomstgericht. De verbetering (van beide kanten) staat centraal.

Soms krijg je van te voren een formulier met vragen, of een lijstje met onderwerpen.
Soms is er van te voren een klassenbezoek waar je wordt geobserveerd.
Soms krijg je alleen een datum en een tijd door en moet je maar afwachten wat de onderwerpen zullen zijn.

Soms is degene waar je het gesprek mee hebt ook degene die jou (als je starter of invaller bent) begeleidt. Dat is eigenlijk geen goede zaak; jullie hebben dan allebei twee petten op. In dat geval zou je kunnen vragen of je je functioneringsgesprek met iemand anders mag hebben.

In alle gevallen: ga ervoor!

Of je nu invaller bent of vaste kracht, de volgende tips kunnen je helpen

  1. Maak van te voren twee lijstjes. Een met dingen die je heel erg leuk vindt in je werk en een met zaken waar je niet blij mee bent. Als je tweede lijstje langer is dan het eerste, zal je je moeten afvragen of je hier wel wilt blijven werken. De uitkomst daarvan is van invloed op het gesprek dat je hebt.
  2. De dingen die je leuk vindt, kan je allemaal noemen. Doe dat met enthousiasme!
  3. De zaken die je niet leuk vindt, kun je omzetten in “wensen”. Tijdens je gesprek vraag je dan of er mogelijkheden zijn om die wensen te vervullen. Zo zorg je voor een positieve insteek.
  4. Spreek vanuit jezelf en niet over, of namens anderen.
  5. Je mag je kwetsbaar opstellen, zolang je er een leerdoel aan koppelt. Zo laat je zien dat je je bewust bent van je tekortkomingen, maar dat je er aan werkt.
  6. Alles waar je goed in bent, mag je ook zeker benoemen. Geef daar ook voorbeelden bij.
  7. Vraag of je zelf het verslag mag maken. Je maakt dan alleen een lijst met actiepunten en de data waarop deze actiepunten  (en door wie) uitgevoerd moeten zijn. Een uitgebreid verslag schrijven is zonde van je tijd!

 

Heb jij ook nog goede tips?

Zet ze in het commentaarveld 🙂

Heb jij het webinar over Timemanagement in het onderwijs nog niet bekeken? Dat kan hier

Nog meer lezen over functioneringsgesprekken in het onderwijs? Dat kan hier

Invallen in het primair onderwijs

Tien tips voor Invallers in het Basisonderwijs

Tien Tips Voor Invallers In Het Basisonderwijs

Ik heb meer dan tien jaar ingevallen op heel veel verschillende scholen, omdat er in de tijd dat ik mijn Pabo-diploma kreeg (1988) nauwelijks werk was; zelfs niet voor mannen. Mijn mannelijke klasgenoten vertrokken de ICT in, dat was toen een geweldig ontwikkelgebied.
In die tien jaar heb ik heel veel geleerd en ben ik door schade en schande (onder)wijzer geworden.
Soms had ik weken achtereen geen werk; als ik een half jaar op dezelfde school werkte had ik geluk, maar regelmatig zag ik in één week zes verschillende scholen.
In de meeste gevallen lag alles klaar met een keurig overzicht van de dag. Een enkele keer lag er helemaal niets. En heel soms probeerden de leerlingen me weg te pesten.
Dat lukte ze nooit… daarvoor had ik teveel lol. Maar ik had heel graag tips gewild voor invallers.

Invallen kan heel leuk zijn

Het doel is vooral om ervoor te zorgen dat zowel jij als de leerlingen een goede en gezellige dag hebben. Directeuren zijn vaak al tevreden als ouders niet klagen. Als er geen overlast is, zijn de collega’s blij. Als de leerlingen ook nog iets nieuws geleerd hebben, is de eigen juf of meester ook nog blij. Maar niet alle invallers scoren goed op alle scholen.

Invallen is in ieder geval heel erg leerzaam

Je leert in een soort snelkookpan belangrijke vaardigheden:

  1. In no-time een band opbouwen met leerlingen die je niet kent
  2. Orde houden in zowel moeilijke als makkelijke klassen
  3. Lesgeven zonder methodes, zonder digibord, zonder schriften
  4. Flexibiliteit in alle omstandigheden
  5. De enorme verschillen tussen scholen en leerlingen

Tien tips voor invallers in het basisonderwijs

1. Zorg dat je er netjes uitziet!
2. Geef iedereen een hand. Collega’s, OOP, leerlingen en ouders.
3. Neem een invalkoffer mee met lessen en activiteiten.
4. Houdt een logboek bij per school/ klas met dingen die je moet onthouden voor de volgende keer dat je daar komt.
5. Sta op twee benen, drink genoeg en maak lol.
6. Neem je eigen regels mee (letterlijk) en houd je leerlingen daar aan.
7. Maak met de leerlingen leuke naamstickers.
8. Houd een quiz over jezelf.
9. Neem een beker met ijslollystokjes mee, zet daar de namen op en trek namen om beurten te geven.
10. Kijk alles meteen na afloop van de les samen met de leerlingen na. Dan weet je meteen hoe je les is gegaan en je hoeft niet na schooltijd na te kijken.

Extra tip voor invallers: Zorg voor een hele leuke activiteit aan het einde van de dag, zodat iedereen vrolijk naar huis gaat. Jij vooral!

Wil je goed voorbereid kunnen invallen op alle scholen? Koop dan onze online les Invallen in het PO in de webshop.

Helemaal geen tijd

Helemaal geen tijd

Trudie plukt nerveus aan haar trui. ‘Ik heb eigenlijk helemaal geen tijd om met je te zitten’.
Ik zet mijn tas op een tafeltje en kijk Trudie aan. ‘Vertel.’
Trudie haalt haar schouders op en gebaart naar de stapels op haar bureau. ‘Ik heb nog voor minstens drie uur nakijkwerk. De klas is een puinhoop, de rapporten zijn niet klaar, ik moet nog twee moeders bellen en ik heb nog niks voorbereid voor morgen.’
Ik knik. ‘Je bent moe’.
Ik zie tranen. ‘Ga even zitten. We gaan het samen regelen. Het komt goed.’
Trudie gaat zitten. ‘De kinderen zijn hartstikke druk, maar ik word vooral gestoord van alle administratie. Ik heb daar helemaal geen tijd voor.’

Ja, díe ken ik: de administratie

Door de waan van de dag kom je er eigenlijk nooit aan toe, waardoor het zich opstapelt. En na een tijdje zie je door de bomen het bos niet meer.

Hoe zorg je ervoor dat het volgend schooljaar beter gaat?

Door meteen goed te beginnen. Of liever nog: door vlak voor de vakantie te beginnen. Beter laat dan nooit. Hiermee voorkom je stress.

Tien tips als je helemaal geen tijd wilt besteden aan teveel administratie

  1. Deel je PC handig in 
    Pak pen en papier en maak een schema van hoe jij jouw mappen wilt hebben en wat je erin wilt hebben. Gooi de rest weg. Ruim je PC op en gebruik een opschoonprogramma.

  2. Maak overal (digitaal en/of op papier, indien nodig) formulieren voor
    Gesprekken, leerlingverslagen, plannen, voor alles wat teveel tijd kost. Zorg ervoor dat ze niet langer zijn dan één A4. Bij voorkeur korter. Dit werkt schoolbreed ook heel goed.

  3. Begin je administratie in een opgeruimd lokaal
    Eindig iedere dag met het opruimen van het lokaal, waarbij alle leerlingen een taak hebben. Maak er een race van, met een klok en een vrolijk muziekje (Hawaï Five-O).

  4. Maak drie to-do-lijstjes
    Eén voor de dag, één voor de week en één voor de maand. De zaken voor de nóg langere termijn plan je alvast in je agenda.

  5. Houd je agenda zo leeg mogelijk
    Plan de dagelijkse dingetjes regulier in je agenda: nakijken, voorbereiden, oudercontacten enzovoort. Daarnaast mag er nog één klus per dag bij. Een overleg, iets administratiefs of iets vakinhoudelijks. Beperk het tot één.

  6. Plan twee uur per week in voor je administratie en doe het in die tijd
    Maak er een sport van om steeds binnen de tijd te blijven en beloon jezelf met iets leuks in de tijd die je overhoudt.

  7. Gooi dingen weg
    Bewaar geen onnodige papieren. Wat vandaag niet nuttig is, is het morgen ook niet. En als het later wél nuttig blijkt, dan heb je het zo weer gevonden en waarschijnlijk is dat een betere versie.

  8. Zeg NEE
    Zeg minimaal één keer per dag nee tegen iets wat jou teveel tijd gaat kosten.

  9. Leer je leerlingen nakijken
    In het begin kost dit veel tijd en energie en natuurlijk moet je dagelijks steekproeven houden, maar dit levert uiteindelijk een enorme tijdwinst op.

  10. Delegeer
    Bedenk bij alles wat je gaat doen of jij werkelijk de juiste persoon bent om dit te doen. Zo niet, dan delegeer je de klus naar een collega, ouder of leerling. Of je doet het níet. Maak weloverwogen keuzes.

Wat Trudie betreft, natúúrlijk kwam het goed

Ik heb haar bovenstaande tips gegeven, maar daar had ze natuurlijk niet zoveel aan op donderdagmiddag om half vier. Want tja: waar moet je beginnen?

Een oplossing in zes stappen

  1. Een lijst gemaakt van alles wat ze nog moet doen in deze week én in deze maand.
  2. Een planning gemaakt in haar agenda voor de laatste weken: Esis bijwerken, rapporten, overdracht, opruimwerkzaamheden én voorbereidingen voor het nieuwe schooljaar.
  3. Ruimte gecreëerd in de planning van vrijdag, waardoor het programma minder vol werd en er tijd overbleef voor andere dingen.
  4. Opruimen en nakijken gedelegeerd naar de eerste twee uur op vrijdagochtend: samen met de leerlingen.
  5. Een script geschreven voor telefonische oudergesprekken, waarin Trudie betrokken en warm overkomt, maar het gesprek a) niet langer duurt dan 5 minuten en b) ze wel kan zeggen wat ze kwijt wil.
  6. Vervolgens konden wij een nieuwe afspraak maken. En ze had nog voldoende tijd over om haar lessen van vrijdag voor te bereiden.

 

Trudie blij, ik blij, moeders blij, iedereen blij.

Zoek je een goede coach? Klik hier.

Zoek je een goede agenda voor het nieuwe schooljaar? Kijk dan eens hier.

Tien praktische tips voor startende leraren en zij-instromers

Tien praktische tips voor startende leraren en zij-instromers

1. Bereid je goed voor

Laat je rondleiden door de school, maak met iedereen contact en als je een eigen lokaal krijgt, denk dan vast na over de inrichting.
Maak je eigen onderwijsboek, met daarin:
* schoolregels
* klassenregels
* routines
* consequentieladder
* leerlijnen

2. Zorg voor een sterke start

Organiseer de eerste dag/les en de eerste week strak. Bedenk leuke activiteiten om kennis te maken en weet goed wat jouw leerlingen straks van- en over jou mogen weten – en wat niet.

3. Wordt vrienden met het OOP

Als je goed overweg kunt met de conciërge, krijg je altijd hulp als het kopieerapparaat vastloopt. Ook kan je, met enig geluk, zo nu en dan een kopje koffie of thee verwachten.

4. Sta sterk

Stel duidelijke grenzen. Praat vriendelijk met al je collega’s, maar ga niet in op roddel en achterklap. Wees ook vriendelijk voor je leerlingen, maar grijp wél meteen in bij overtredingen.

5. Besef dat je (nog) niet alles kunt

Je hoeft ook nog niet alles te kunnen, en zeker niet alles tegelijk. Iedereen heeft zijn sterke en zwakke punten, jij ook. Kies wat belangrijk is en focus daar op.

6. Zorg dat je plezier hebt

Heb lol in het houden van orde – zie het als een spelletje. Geef je lessen enthousiast en met passie. Verzamel leuke werkvormen en activiteiten.

7. Neem de tijd

Laat je niet opjagen, voorkom dat je wordt overvallen door de waan van de dag. Wat vandaag niet kan dat komt morgen wel. De school loopt niet weg.

8. Maak een jaarkalender

Zorg dat je een goed overzicht hebt van alles wat er moet gebeuren komend schooljaar. Toetsen, feesten, oudercontacten, rapporten, overleggen, excursies… zet alles erop.

9. Vraag om hulp

Als je ergens niet uitkomt vraag je om hulp. Het is handig als dat een vast persoon is. Spaar je vragen op; je collega heeft het óók druk. Spreek een wekelijks vragenuurtje af.

10. Doe het voor de leerlingen

Bouw met al je leerlingen zo snel mogelijk een goede relatie op. Onthoudt hun namen en hobby’s zo snel mogelijk. Wordt géén vriend, maar wel een betrouwbare en duidelijke leraar.

In onze online workshop krijg je nog meer praktische tips en krijg je handige invulformulieren om mee aan de slag te gaan. Klik hier voor meer informatie en opgeven

Wil je aan de slag in jouw klas met de Gouden Weken? Klik dan hier