Tag Archief van: lesdoel

Goede les

Geef een hele goede les

Vlak voor toetsperiodes is het heel belangrijk dat je je lessen heel goed voorbereid. Iedere les die je geeft moet een goede les zijn. Alles moet erop gericht zijn dat alle leerlingen een 10 kunnen halen.

Nu kun je natuurlijk zo’n ouderwets lesvoorbereidingsformulier gebruiken, maar die zijn meestal veel te lang en onoverzichtelijk in de praktijk. Daarom geef ik je een stappenplan waarmee je in 7 stappen je les kunt voorbereiden en geven. Je hoeft alleen maar de antwoorden op te schrijven.

  1. Waar gaat de les over? Wat is het thema, het onderwerp? Hoe maak jij het ook een boeiende les?
  2. Waarom moeten jouw leerlingen dit leren? Wat moeten ze weten en/ of kunnen aan het eind van deze les? Wat is het doel van jouw les?
  3. Welke stappen moeten de leerlingen nemen (wat moeten ze precies doen en in welke volgorde) om het doel te bereiken?
  4. Hoe ziet jouw instructie eruit? Welke stappen moet jij nemen om ervoor te zorgen dat alle leerlingen precies doen (in de juiste volgorde) wat ze moeten doen om het doel te bereiken?
  5. Hoe ga je ervoor zorgen dat alle leerlingen betrokken worden én blijven bij jouw les? Hoe houd je ze bij de les?
  6. Welke voorbeelden geef jij zodat de leerlingen (begeleid) kunnen oefenen en welke opdrachten moeten de leerlingen maken om zelfstandig te kunnen oefenen (verwerken en zelfstandig werken)? Welke huiswerk hoort daarbij?
  7. Hoe ga je toetsen of de leerlingen het doel bereikt hebben en wanneer ga je dat doen?

Het is hierbij ook heel belangrijk dat je steeds aangeeft hoe de leerlingen het moeten doen. Zet op het bord aan welke eisen het werk (zowel tijdens de instructie als tijdens de verwerking en het zelfstandig werk) moet voldoen. Denk hierbij aan tijd, netjes werken, samen of alleen, wanneer moet het af zijn, in stilte of in overleg, enzovoort. Zo zorg je ervoor dat iedere les effectief is.

Belangrijk: Haal alle “flauwekulopdrachten” die de methode geeft eruit als ze niet tot het lesdoel leiden en vervang deze opdrachten door jouw eigen opdrachten die wél tot het doel leiden!

Kun je wel wat hulp gebruiken? Volg dan de spoedcursus klassenmanagement. Wil je liever lezen? Dat kan natuurlijk ook.

Sociaal onhandig

Sociaal onhandige leerlingen

Sociaal onhandige leerlingen

Het zou zo maar kunnen zijn dat je een aantal leerlingen in je klas hebt die zich sociaal wat onhandig gedragen in de klas: sociaal onhandige leerlingen.

Zo kan ik mij Patries heel goed herinneren. Blond kort haar, 10 jaar oud, lang en lijzig. Ze had geen vriendinnen, maar die wilde ze wel heel graag. Ze werd nooit uitgenodigd op partijtjes en werd altijd als laatste gekozen bij gym. Ze werd niet gepest, maar ze hoorde er ook niet bij.
Als er groepjes gemaakt moesten worden, dan keek ze een beetje afwachtend rond, tot een paar meiden oogcontact met elkaar maakten, naar haar keken en zachtjes gingen overleggen. Het meest sociale exemplaar zwaaide dan uiteindelijk naar Patries, die zich vervolgens opgelucht bij het groepje vervoegde.
Gelukkig hoefde ik bij deze groep nooit zelf in te grijpen. Het was een heel sociale groep.

Welke soorten sociaal onhandige leerlingen onderscheid ik? Welk gedrag zie je dan? En vooral: wat kun je er aan doen?

1. Afhankelijke leerlingen
Ze kunnen niets alleen. Zelfs als jij zeker weet dat ze de stof begrepen hebben, komen ze nog een keer om uitleg vragen. In de meeste gevallen zijn ze afhankelijk van jou: de leraar. Ze blijven vaak na schooltijd (of op het plein) nog even hangen met een onduidelijke boodschap of vraag. In het voortgezet zijn ze afhankelijk van een klasgenoot; ze doen dan niets zonder diens goedkeuring.

2. Zelf-kleinerende leerlingen
Deze leerlingen geloven het oprecht niet als je ze een compliment geeft. Ze duiken weg, weten niet wat te zeggen of geven de credits aan een ander. Ze kunnen zich echt niet voorstellen dat ze iets goed(s) hebben gedaan.

3. Perfectionisten
Deze leerlingen leggen de lat zo hoog, dat ze alleen maar kunnen falen. Omdat ze dat eigenlijk al weten, gaan ze er ook vanuit dat ze gaan falen. En erger nog: ze gaan ook falen, omdat ze niet de juiste stappen volgen om een opdracht goed uit te kunnen voeren, maar zich verliezen in onzinnige details.

4. Hopeloze leerlingen
Dit zijn de leerlingen die er van uitgaan dat er niets te bereiken of te winnen is. Wat er ook gebeurt; zij zien alleen de donkere kant en gaan er bij voorbaat al vanuit dat zij geen enkele invloed kunnen uitoefenen om de situatie positief te veranderen.

5. Vergelijkers
Als je deze leerlingen ergens op aanspreekt (positief dan wel negatief) gaan zij aan jou bewijzen dat het niet aan hen lag, maar aan een ander. Dit zijn mondige leerlingen die het gedrag van anderen gebruiken om zichzelf groter of kleiner te maken. Bij alles wat ze doen zoeken ze bewijzen bij anderen om hun eigen gedrag te rechtvaardigen.

Waarschijnlijk hebben de meeste leerlingen wel iets van alle vijf de soorten in meerdere of mindere mate; gelukkig is het niet zo zwart-wit. Patries was een duidelijk voorbeeld van nummer 2, met een beetje nummer 1 en een piepklein beetje 4. Doordat zij in een hele leuke klas zat, kreeg zij in de loop van het schooljaar steeds meer zelfvertrouwen en gingen de scherpe randjes er vanaf. In de loop van het jaar mocht ze gewoon meedoen met de andere meiden op het plein.

Maar de grote vraag is natuurlijk: Wat doe je eraan? Welke invloed heb jij als leraar?

1. Zorg ervoor dat je doelen altijd duidelijk zijn en haalbaar voor iedereen. Ik bedoel lesdoelen, maar ook gedragsdoelen en sociale doelen. Maak ze zichtbaar voor de leerlingen; schrijf ze op en laat ze zichtbaar blijven.

2. Geef voor ieder doel duidelijke, genummerde stappenplannen. Niet alle leerlingen zullen deze nodig hebben, maar je helpt hiermee de leerlingen die eigenlijk niet zonder kunnen. Door deze stappenplannen aan iedereen te geven (als voorbeeld van de juiste werkwijze) zet je de sociaal onhandige leerlingen niet in een uitzonderingspositie.

3. Accepteer nooit gedrag dat tegen jouw doelen of stappenplannen in gaat. Wees duidelijk en consequent.

4. Herhaal steeds opnieuw welke gedrag je wilt zien, leg uit waarom en vertel steeds opnieuw hoe de leerlingen dat moeten doen. Vooral bij de hoe is het erg belangrijk om ook duidelijke voorbeelden te geven.

5. Geef complimenten en erkenning aan iedere stap die een leerling heeft gemaakt. Preken tegen leerlingen dat ze hun gedrag moeten veranderen of iets anders moeten denken, helpt namelijk niet. ‘Goed gedaan; je hebt je taak af’ zeggen tegen de leerling die zijn werk af heeft helpt wel. Verder hoef je er geen woorden aan vuil te maken. Als je gaat overdrijven werkt het namelijk averechts.

Succes! 

Wil je meer weten? Anton weet alles over leerlingen en hun gedrag.