Tag Archief van: leerlingen

Ouderwets = uit de tijd … dus weg ermee!

Ouderwets = uit de tijd … dus weg ermee!

Als ik naar het onderwijs kijk vandaag de dag, dan vind ik eigenlijk dat er weinig is veranderd. Meer dan 100 jaar geleden zaten er veel te veel kinderen in een lokaal en er stond een leraar voor die erg zijn best deed om zo goed mogelijk les te geven.
Wat is er dan veranderd?

Nou, oké dan

Techniek is de school ingekomen, met het digibord, de computer en de tablet. We weten meer; er is zoveel meer kennis over leren en onderwijzen. Kinderen hebben een andere rol in het gezin dan 100 jaar geleden. Iedereen heeft een mobieltje. De zaterdag is tegenwoordig een vrije dag. Er zijn meer juffen dan meesters; meisjes hebben iets meer kansen dan toen. AI-ontwikkelingen gaan hard. De maatschappij is veranderd. En gelukkig maar; ik moet er niet aan denken dat alles nog steeds hetzelfde zou zijn als 100 jaar geleden.

Lijfstraffen, ezelskoppen, aparte opdrachten voor meisjes en jongens…

Maar als je nog eens kijkt naar de schoolklassen van toen en van nu…? Op de meeste scholen doen we nog steeds ontzettend ons best om zo goed mogelijk les te geven aan een (te grote) groep leerlingen in een klaslokaal. Betekent dat dan dat het meeste onderwijs per definitie ouderwets is?
Ouderwets vinden we toch een beetje een “vies woord”. Uit de tijd. Achterhaald. Verleden tijd. 

Baanbrekende onderwijsvernieuwingen

  • Onderwijs is niet meer van deze tijd
  • Leraren moeten niet lesgeven maar coachen
  • Leerlingen weten zelf wat goed voor ze is

Het klinkt zo ideaal, vriendelijk, respectvol. Wat zou het toch fijn zijn als dergelijk onderwijs zou werken voor alle leerlingen, ongeacht hun achtergrond en het beroep van hun ouders. Maar helaas… dat is niet zo. 

Er zijn veel te veel leerlingen die te weinig kennis meekrijgen – van huis uit –  om te kunnen weten wat ze zouden willen leren. Deze leerlingen verzuipen op deze vernieuwingsscholen. Net als leerlingen die structuur, helderheid en een goede band met een leraar nodig hebben. Deze vernieuwingsscholen zorgen ervoor dat de kansenongelijkheid alleen maar groter wordt.

Ze mogen van mij wel blijven hoor

Maar kom niet aan met ouderwets. Er zijn echt heel veel ouderwetse dingen die van mij gewoon terug mogen in het onderwijs. En verbeterd mogen worden; want dat kunnen we met de kennis van nu.

Ik pleit er voor om een paar ouderwetse zaken terug te halen in onze klassen. Ouderwets kan dan wel vies klinken, maar deze ouderwetse technieken werken. Ze zorgen ervoor dat onze leerlingen de dingen leren die ze moeten leren. En ik pleit er ook voor om een aantal nieuwe technieken te behouden. Omdat ze goed zijn voor onze leerlingen. Omdat onze leerlingen goed moeten leren lezen, schrijven en rekenen. Juist nu.

Aan welke zaken kun je zo denken?

  1. Leerlingen zijn geen volwassenen. Hun hersenen zijn nog niet volgroeid, dus ze kunnen die nog niet volledig benutten. Ze zijn nog niet in staat om goed-doordachte beslissingen te nemen. Het is de taak van een leraar om ze daar bij te helpen. Een leraar moet heel goed weten wat een leerling wel niet zelf kan beslissen. Een leraar moet duidelijke keuzes bieden.
  2. Het digibord is fantastisch en het moet blijven. Maar hang er alsjeblieft een krijtbord naast; haal dat whiteboard weg. Krijtborden zijn een must voor degelijk schrijfonderwijs en het maken van duidelijke schema’s. Want iedere leerling kan op een krijtbord zie wat er staat; ook de leerlingen die achterin het lokaal zitten. Dat heb ik op een whiteboard nog niemand voor elkaar zien krijgen.
  3. Zorg dat je goed weet wat de leerlingen moeten weten en kunnen: ken je leerlijnen. Leg daar de methode naast. Gebruik de methode als handreiking en nooit als wet. Vertel verhalen.
  4. Leraar zijn is een vak. Er wordt veel van je verwacht en je hebt een enorme verantwoordelijkheid. Gedraag je daar ook naar. Ga terug op je voetstuk; profileer je als deskundig en laat je ook als zodanig betalen.
  5. Tafels stampen. Rijtjes opzeggen. Gemaakte fouten verbeteren. We weten precies op elke manier – en waarom – leerlingen basiskennis het beste opslaan.
  6. Kleuters leren door spelen. Liedjes zingen. Rijmpjes. Bewegen. Voordoen – meedoen – nadoen. Rituelen!
  7. Het is goed om iedere dag te zingen. Ja: met alle leeftijden. Voor mijn part met YouTube en ondertitels, maar zing met je klas minimaal één lied per dag. En zing zelf mee!
  8. Leerlingen hebben knuffels nodig. Geen pandaberen, maar op schoot zitten en een troostende arm horen erbij. Een beetje meer vertrouwen in onze mannelijke collega’s mag best.
  9. Jongens moeten kunnen stoeien en flinke competities houden. Rennen. Duwen. Vechten. Hun kracht en uithoudingsvermogen testen. Spreek wel goed af waar, wanneer en met welke regels.
  10. Leerlingen (en hun ouders) zijn niet van suiker. Je mag ze altijd aanspreken op hun gedrag. Je hoeft je niet te verdedigen; soms heb je gewoon gelijk omdat jij de leraar bent. En als je geen gelijk hebt, geef je dat gewoon toe.

Wil je weten wat de visie van een school voor invloed heeft op het onderwijs en de ontwikkeling van leerlingen?

Lees dan dit boek: Klaskit van Pedro de Bruyckere

Hulp nodig?

Je kunt hulp vragen aan een collega, duo-partner, leidinggevende, je schoolopleider of je maatje. 

Als dat er niet inzit, kun je natuurlijk altijd terecht bij de beste site voor startende leraren: Sterke School

Vraag een vrijblijvend adviesgesprek aan en ga voor de strippenkaart, een spoedcursus klassenmanagement of een online cursus.

Een schoon schoolplein

Een schoon schoolplein

Een schoon schoolplein zorgt voor rust in de omgeving van de school, helpt tegen vervuiling en is prettiger om op te spelen.

Een beter milieu begint bij jezelf

Sinds een jaar of zes speur ik, iedere keer als ik buiten loop, de grond af op zoek naar zwerfvuil. Lege blikjes, plastic zakken, wikkels van snoeprepen… en iedere keer raap ik minimaal twee dingen op. Ik gooi ze weg in de dichtstbijzijnde vuilnisbak. Dat geeft mij het idee dat ik ook een bijdrage lever aan de vermindering van afval en een beter milieu.
Ik heb het niet zelf bedacht; het stond op Facebook, maar het kost me weinig moeite. Ik denk er ook makkelijk aan.

Vooral bij stadsscholen is het een zooitje

Niet speciaal op het schoolplein, maar wel vaak in de straten er omheen. Het valt me op hoe weinig vuilnisbakken er op straat staan. Rondom die scholen raap ik zoveel afval op dat ik voor zeker een maand mijn taks haal. Ik heb een zak waar ik het zwerfafval in verzamel voor de dichtstbijzijnde vuilnisbak – die niet uitpuilt en waar je geen pasje voor nodig hebt.

Ik zie leerlingen op het plein naar mij kijken

Ze stoten elkaar aan. “Die is gek… dat is toch vies…”  

Dat snap ik niet; ik dacht dat leerlingen het milieu belangrijk vinden. Ze weten ons volwassenen altijd precies te vertellen hoe het moet. Waar zit het pijnpunt? 

Zien leerlingen het verband tussen afval en het milieu?

Is het geen idee om onze leerlingen (ook die van VO en MBO) aan te leren om twee keer per dag – op vrijwillige basis – een paar minuten zwerfvuil te rapen rondom het schoolplein? Het kost geen lestijd en kan gewoon in de pauzes. Prikstokken en vuilniszakken halen bij de conciërge, muziekje aan en gaan. Zo moeilijk is dat toch niet? Alles voor een beter milieu. Ik geloof in druppels op een gloeiende plaat. Gewoon doen.

Hulp nodig?

Je kunt hulp vragen aan een collega, duo-partner, leidinggevende, je schoolopleider of je maatje. 

Als dat er niet inzit, kun je natuurlijk altijd terecht bij de beste site voor startende leraren: Sterke School

Vraag een vrijblijvend adviesgesprek aan en ga voor de strippenkaart, een spoedcursus klassenmanagement of een online cursus.

Leer je klas “klaar af” te zitten!

Leer je klas "klaar af" te zitten

Klaar Af! is een zeer effectieve techniek uit “Teach like a Champion 2.0” waarmee je ervoor zorgt dat je snel kunt beginnen met je les.
Het is van belang dat je deze techniek iedere les op dezelfde wijze toepast. En daar heel consequent in bent.
Bovendien is deze techniek een soort spel, eventueel zelfs een wedstrijd: leerlingen vinden het leuk en zien het als een uitdaging. En omdat je “klaar af” inzet als leswissel, is er ook nog even de tijd om te kletsen en te lachen.

Hoe werkt de techniek?

  1. Zeg duidelijk en precies wat de leerlingen nodig hebben voor de les – of maak een lijstje met maximaal vijf zaken en gebruik altijd hetzelfde lijstje.
  2. Stel een tijdslimiet in. Je kunt deze tijdslimiet in kleine stapjes verlagen: ‘Top! Kunnen jullie nog sneller?’
  3. Als de tijd om is, zit iedereen klaar: in de gewenste houding en met de benodigde spullen.
  4. Gebruik een kleine standaardstraf – voor leerlingen die niet meewerken. Maak daar weinig gedoe over; geef vooral pluimen aan de leerlingen die wel meewerken.
  5. Geef leerlingen die er tijdig achter komen dat ze iets nodig hebben (pennen/ papier) vervangend materiaal, zonder dat je daar verder consequenties aan verbindt. Gebruik daarbij geen woorden; doe dit terloops.

Belangrijk

Leer de techniek stap voor stap aan; maar begin liever niet op vrijdag.
Op vrijdag toets je hoever de leerlingen zijn met de techniek; een mooi evaluatiemoment.
Als je deze techniek dagelijks toepast op verschillende momenten wordt het vanzelf een routine.
Routines zorgen ervoor dat je beter en effectiever les kunt geven. 

Variaties

  • Een andere optie is om te timen en samen de tijd steeds te verbeteren.
  • Het is leuk om er een competitie van te maken; eventueel met andere klassen.
  • Zorg voor een beloning bij het behalen van een streeftijd of het winnen van een competitie.
  • Zet de techniek ook in bij opruimen.
  • Deze techniek is ook goed te gebruiken voor het controleren en nakijken van (al dan niet) gemaakt huiswerk.
  • Het werkt ook bij het snel veranderen van je klas naar toetsopstelling.

Wil je een voorbeeld zien?

Je ziet een basisschoolklas, maar deze techniek werkt in alle klassen, met leerlingen van 4 tot 99 jaar.

Hulp nodig?

Je kunt hulp vragen aan een collega, duo-partner, leidinggevende, je schoolopleider of je maatje. 

Als dat er niet inzit, kun je natuurlijk altijd terecht bij de beste site voor startende leraren: Sterke School

Vraag een vrijblijvend adviesgesprek aan en ga voor de strippenkaart, een spoedcursus klassenmanagement of een online cursus.

Goede les

Geef een hele goede les

Vlak voor toetsperiodes is het heel belangrijk dat je je lessen heel goed voorbereid. Iedere les die je geeft moet een goede les zijn. Alles moet erop gericht zijn dat alle leerlingen een 10 kunnen halen.

Nu kun je natuurlijk zo’n ouderwets lesvoorbereidingsformulier gebruiken, maar die zijn meestal veel te lang en onoverzichtelijk in de praktijk. Daarom geef ik je een stappenplan waarmee je in 7 stappen je les kunt voorbereiden en geven. Je hoeft alleen maar de antwoorden op te schrijven.

  1. Waar gaat de les over? Wat is het thema, het onderwerp? Hoe maak jij het ook een boeiende les?
  2. Waarom moeten jouw leerlingen dit leren? Wat moeten ze weten en/ of kunnen aan het eind van deze les? Wat is het doel van jouw les?
  3. Welke stappen moeten de leerlingen nemen (wat moeten ze precies doen en in welke volgorde) om het doel te bereiken?
  4. Hoe ziet jouw instructie eruit? Welke stappen moet jij nemen om ervoor te zorgen dat alle leerlingen precies doen (in de juiste volgorde) wat ze moeten doen om het doel te bereiken?
  5. Hoe ga je ervoor zorgen dat alle leerlingen betrokken worden én blijven bij jouw les? Hoe houd je ze bij de les?
  6. Welke voorbeelden geef jij zodat de leerlingen (begeleid) kunnen oefenen en welke opdrachten moeten de leerlingen maken om zelfstandig te kunnen oefenen (verwerken en zelfstandig werken)? Welke huiswerk hoort daarbij?
  7. Hoe ga je toetsen of de leerlingen het doel bereikt hebben en wanneer ga je dat doen?

Het is hierbij ook heel belangrijk dat je steeds aangeeft hoe de leerlingen het moeten doen. Zet op het bord aan welke eisen het werk (zowel tijdens de instructie als tijdens de verwerking en het zelfstandig werk) moet voldoen. Denk hierbij aan tijd, netjes werken, samen of alleen, wanneer moet het af zijn, in stilte of in overleg, enzovoort. Zo zorg je ervoor dat iedere les effectief is.

Belangrijk: Haal alle “flauwekulopdrachten” die de methode geeft eruit als ze niet tot het lesdoel leiden en vervang deze opdrachten door jouw eigen opdrachten die wél tot het doel leiden!

Kun je wel wat hulp gebruiken? Volg dan de spoedcursus klassenmanagement. Wil je liever lezen? Dat kan natuurlijk ook.

Tien tips

Tien tips voor leraren in het VO en het MBO – uit het PO

Tien handige tips

In het PO worden veel technieken gebruikt om klassenmanagement en orde goed te kunnen regelen. Tien tips die altijd werken. Waarom worden die veel minder gebruikt bij scholieren en studenten?

Ik zie het zo vaak en ik hoor het zo vaak: “Dat werkt alleen in het PO. Bij ons op school kan dat niet.”
O ja? Waarom niet? Wie zegt dat? Waarom zijn er dan zoveel leraren in VO en MBO die wel deze technieken beheersen en uitvoeren? Leraren bij wie het wel werkt?
“Mijn leerlingen vinden dat kinderachtig.”
Of vind jij het kinderachtig en nemen jouw leerlingen dat idee van jou over?

Probeer deze tien tips gewoon eens uit

  1. Geef een hand als de leerlingen binnenkomen. Maak een praatje, maak verbinding. Eindig je les ook bij de deur en deel complimenten uit.
  2. Vertel verhalen. Maak de leerstof leuk, boeiend, spannend… met anekdotes, illustraties en verhalen uit jouw eigen leven.
  3. Focus op het lesdoel: weten en kunnen. Begin de les met dat wat de leerlingen aan het eind van de les moeten weten en kunnen. En kom daar aan het eind van de les op terug en toets het lesdoel. Evalueer pas daarna het proces.
  4. Gebruik wisbordjes op alle leerlingen actief meer te laten doen met de les. Spreek exact af op welke wijze leerlingen hier mee moeten werken. Maak er een routine van.
  5. Gebruik stappenplannen. Leerlingen kunnen niet alles in één keer; jij moet ze alles stap voor stap leren. Een stappenplan is gewoon een handig hulpmiddel. Laat de leerlingen deze stappenplannen ook opschrijven; maak aantekeningen en laat deze overnemen. Controleer in het begin.
  6. Geef eerst klassikaal instructie; max 18 minuten en geef daarna verschillende soorten opdrachten; op zowel niveau als soort verwerking. Laat de leerlingen zelf kiezen welke opdracht ze willen uitvoeren. Dat helpt de motivatie.
  7. Beweeg eens wat meer. Doe tussendoor energizers, gekke bewegingsspellen. Dat is leuk! En als je het regelmatig doet, wordt de onrust vanzelf minder. En als jij het met enthousiasme voordoet, nemen de leerlingen jouw enthousiasme vanzelf over.
  8. Gebruik ijslollystokjes om beurten te geven (of een andere tool).
  9. Toon begrip. Sommige leerlingen hebben meer tijd, hulp of geduld nodig om tot hetzelfde resultaat te komen.
  10. Hoe ouder leerlingen zijn, hoe meer ze als volwassenen aangesproken wensen te worden. Het gaat dus echt om de manier waarop je leerlingen aanspreekt en meeneemt in jouw routines en werkvormen. Want laten we eerlijk zijn: ze denken dat ze heel volwassen zijn… maar….

Hulp nodig bij het organiseren van jouw klassenmanagement? Volg de spoedcursus. Of bekijk de filmpjes Zeven geheimen voor een superles.

Juf is te lief

Waarom Juf te lief is

Waarom Juf te lief is – voor anderen (en wat ze daar aan kan doen)

Hoezo is Juf te lief?

Juffen moeten lief zijn. Alle leerlingen moeten van Juf houden en Juf moet van alle leerlingen houden. Met haar verjaardag geven kleuters zeepjes en chocolade. En met een beetje geluk komt er ook nog een plakkerige kus bij. Als Juf niet jarig is krijgt ze een tekening. Of een ingekraste kleurplaat.

Juf is blij met iedere blijk van liefde. Ze bedankt stralend en geeft misschien wel een knuffel terug. Zij zal nooit laten merken dat zij Mariette liever vindt dan Sheila. Juf maakt geen onderscheid. Zij houdt van alle kinderen.

Vreemd eigenlijk. We vragen onze kinderen: ‘Is jouw juf lief?’, maar we vragen nooit aan Juf: Zijn jouw leerlingen lief?’. We vragen: ‘Heb je een leuke klas?’

Oudere leerlingen knuffelen niet en ze geven geen tekeningen meer. Maar er staan wel lieve Juffen voor de klas. Ze kunnen hun grenzen moeilijk bewaken, ze zijn niet altijd consequent en ze willen vooral vriendelijk blijven. Ook als ze geen orde in de klas hebben.

Vraag aan Juf waarom ze voor de klas staat en één van de redenen is: Ik houd van kinderen. Juf zegt nooit: Ik houd van streng zijn en mijn grenzen bewaken.

Waarom is Juf te lief?

Op de één of andere manier is houden van gekoppeld aan lief zijn. Als je van iemand houdt, dan vind je hem of haar lief. En als je iemand lief vindt, dan wil je dat de ander jou ook lief vindt. Om er voor te zorgen dat de kans daarop groot is, doe (en zeg) je lieve dingen.

Juf wil aardig gevonden worden door de hele wereld. Daarom is zij vooral lief voor anderen.

Hoezo: voor anderen?

Ik zie veel Juffen die graag zorgen. Voor hun gezin, familie, kinderen. En dan willen ze ook nog zorgen voor de kinderen van anderen. Juf staat dag en nacht in de hulpstand. Ik ken een Juf met een gezin, een (parttime) baan, vrijwilligerswerk en dan is ze ook nog mantelzorger. Het zou me niet verbazen als ze ook nog de jaarlijkse familiedag organiseert en een kerstdiner kookt voor 12 personen. En natuurlijk gaat ze ook iedere week naar de Action om leuke dingetjes voor in de klas te kopen.

En Juf is blij met de complimentjes, ze voelt zich nuttig en gewaardeerd. Ze krijgt liefde door haar harde werken.

Juf bestaat vanwege de waardering van anderen. Ze ontleent daar haar gevoel van eigenwaarde aan. Zonder de waardering van anderen voelt ze zich niet goed genoeg.

En zo rent Juf maar door; ze denkt nooit aan zichzelf.

Waarom moet ze daar iets aan doen?

Juf brandt op als ze zo doorgaat. Juffen hebben de meeste burn-outs van iedereen. En altijd is de oorzaak teveel druk op Juf: zowel thuis als op school.

Wat moet ze daar aan doen?

Juf moet NEE zeggen:

  • Ingrijpen als leerlingen haar grenzen uitproberen
  • Consequent en duidelijk zijn in haar gedrag
  • Nadenken voordat ze JA zegt: Moet ik dit doen?
  • Vooral: eerst voor zichzelf zorgen en daarna, als het écht nodig is: voor anderen

Het is net als de instructies in het vliegtuig: eerst doe je je eigen zuurstofmasker voor en dáárna pas het zuurstofmasker van je kind.

Duo-partner

Tips voor een goede samenwerking met je duo-partner

Goed samenwerken met je duo-partner

Als je parttime op een school gaat werken, is het belangrijk om goed af te stemmen met je (toekomstige) duo-partner. Je kent elkaar (nog) niet, maar toch ben je samen verantwoordelijk voor het leren en welzijn van jullie leerlingen. Goede communicatie en afstemming zijn voorwaarden om er samen een leuk en succesvol schooljaar van te maken.

Van te voren:

– Organiseer een gesprek met je toekomstige duo-partner. Trek hier minimaal een uur voor uit.
– Zorg dat je al je vragen hebt opgeschreven.
– Wissel meteen telefoonnummers en e-mailadressen uit.
– Maak meteen een afspraak om bij je duo-partner in de klas te komen kijken – en hij/ zij bij jou.
– Plan samen een uitje (borrel, etentje, wandeling), waarin jullie samen de volgende onderwerpen bespreken:

  1. Wat vinden jullie belangrijk voor jullie leerlingen?
  2. Welke sterke punten en valkuilen hebben jullie?
  3. Wat moet de ander beslist over jou weten?
  4. Wanneer en hoe hebben jullie overleg?
  5. Wat willen jullie bereikt hebben aan het eind van het schooljaar?

Andere bespreekpunten:

Er gelden in het onderwijs veel ongeschreven regels en onuitgesproken verwachtingen. Maak meteen duidelijk dat je nieuw bent en dus helemaal niets weet. Stel je open op, stel vragen.

    • Vraag ook naar:
      – De verwachtingen die jouw nieuwe collega van jou heeft
      – Gebruik van methodes
      – Afnemen van toetsen
      – Communicatie naar ouders en externen
    • – Registratie in Parnassys/ Magister/ Esis (en andere programma’s)

Vergeet deze zaken niet:

  • – Afspraken over roosters en lessen
  • – Het opruimen en netjes houden van het lokaal
  • – Pleinwacht lopen – hoe en wat
  • – Excursies en uitjes
  • – Rapporten
  • – De school- en klassenregels en de consequenties van overtreding
  • – Toiletgebruik
  • – Omgaan met materialen en spullen
  • – Gewenst gedrag (lokaal – gang – plein)
  • – Gebruik digitale middelen
  • – Taken van leerlingen
  • – Plattegrond van het lokaal

En tot slot... heel belangrijk:

Leerlingen en de communicatie met ouders en externen:
o T.a.v. zorg
o Niveauverschillen & differentiëren
o Instructiegroepen

Routines in de klas:
o Luisterhouding
o Instructie
o Leswisselingen
o Nakijken
o Hulpmiddelen

Succes!

Wil je één van onze webinars on demand bekijken? Klik dan HIER

Zoek je een goede coach? Ik heb weer tijd voor een paar nieuwe trajecten. Mail naar judith@sterkeschool.nl en we maken een afspraak voor een gratis en vrijblijvend kennismakingsgesprek.

Heb je al een coach, maar kun je zo nu en dan best wel een steuntje in de rug gebruiken van een externe? Kies dan voor de strippenkaart.

Praten tegen leerlingen

Hoe praat jij tegen je leerlingen?

Hoe praat jij tegen je leerlingen?

Ik kom wel eens in klassen waar de leraar op een bepaalde manier tegen de leerlingen praat. Op een manier waarvan mijn nekhaar onmiddellijk recht overeind gaat staan. Of mijn tenen zicht spontaan naar beneden krullen.

Fout leerkrachtgedrag

Foute taal. Het doet pijn. Bij de leerlingen. Bij mij – als ik achter in de klas zit en het hoor.

Waarom kan ik er niet tegen?

Ik moet er altijd iets van zeggen omdat ik in het verleden ook regelmatig fout taalgebruik bezigde tegen mijn leerlingen. Ik had een collega nodig die tegen mij zei dat mijn manier van praten verkeerd was. “Fout?” Riep ik beledigd uit. “Waar heb je het over?” Ik was me er gewoon niet van bewust hoe ik overkwam op de leerlingen, ik deed het niet expres. Ik had iemand nodig die het hardop tegen me zei, hoe confronterend het ook was.

Over wat voor taal heb ik het eigenlijk?

 Ik geef zeven voorbeeldzinnen. De bijbehorende houding én de beledigende c.q. gekwelde blik in de ogen van de leraar mag je er zelf bij bedenken.

1. Waarom zijn wij wat anders aan het doen?
2. Jij bent echt heel erg dom.
3. Ik heb het nu al twee keer uitgelegd. Als jullie het nu nog niet begrijpen…
4. Zit!
5. Tja, dat krijg je als je uit zo’n gezin komt als jij.
6. Ach, dat kan jij toch niet.
7. Hoe komt het toch dat jij…?

En nu zeg ik niet dat jij dat ook doet. Waarschijnlijk praat jij altijd op de juiste manier. Dan is mijn opgeheven vingertje niet voor jou bedoeld. Maar misschien wel voor een van jouw collega’s. Want je kent er vast wel één. Spreek diegene er alsjeblieft op aan. Dat scheelt een berg rechtopstaand nekhaar.

Heb je zin om mee te doen met ons eerstvolgende webinar of wil je een webinar on demand bekijken? Klik dan HIER

Zoek je een goede coach? Ik heb weer tijd voor een paar nieuwe trajecten. Mail naar judith@sterkeschool.nl en we maken een afspraak voor een gratis en vrijblijvend kennismakingsgesprek.

Heb je geen behoefte aan een coach, maar kun je zo nu en dan een steuntje in de rug gebruiken? Kies dan voor de strippenkaart.

Stoppen of doorgaan

Een vraag van startende leraren en zijinstromers: stoppen of doorgaan?

Stoppen of doorgaan?

Is stoppen of doorgaan de belangrijkste vraag in het leven van een startende leraar of zijinstromer? Geen idee. Ik weet wel dat de uitval groot is; ik zag een getal van 31% langskomen. Dat was schrkken. Het is toch niet waar dat bijna één op de drie starters er binnen vijf jaar weer mee stopt? Hoe moeten we dán het lerarentekort oplossen?

Na een rondje langs de velden weet ik dat het waar is: bijna alle starters en zijinstromers vragen het zich minimaal één keer per maand af:

Zal ik er mee stoppen?

Omdat je verschrikkelijk moe bent, geen zin meer hebt in het dagelijkse gezeur van de moeder van Bo, de opleiding teveel is (nee, de opleiding is niet moeilijk, maar het is zóveel), het eindeloze gebemoei met elkaar, het geroep door de klas, de vechtpartijen op het plein, de grote mond van Idriss, de stapel nakijkwerk die alleen maar groeit, die collega die je boos aankijkt omdat je iets niet hebt gedaan – maar je hebt geen idee wat.

Froukje die na 500 keer uitleggen nog steeds alle sommen onder de 100 fout maakt, de methode waarvan de handleiding weg is en je doet maar wat en niemand heeft tijd om je te vertellen wat je dan moet doen en vooral hóe, de digibordpen die je al maanden kwijt bent en de begeleider van de opleiding die alleen maar reflectievragen stelt, in plaats van je te vertellen hoe je iets moet doen, die saaie vergadering over de nieuwe formulering van de visie van het bestuur waar je voor spek en bonen bijzit, terwijl je in die tijd die enorme stapel rekenwerk had kunnen nakijken… en zo kan ik nog wel even doorgaan.

Want vooral: hoe moet je alles doen in zo weinig tijd?

Kan ik niet beter stoppen? Moet ik wel doorgaan?

Heb jij dat óók gedacht, afgelopen tijd? Dacht je dat rond Sinterklaas, toen het dak er bijna afvloog? Of plopte het idee pas in je hoofd vlak voor kerst, toen de leerlingen helemáál geen oren meer leken te hebben? En wat dacht je tijdens de vakantie, toen je eindelijk vrij was, maar tussen de kalkoen en de oliebollen tóch bezig was met opdrachten voor de opleiding, het nakijken van werkstukken en het maken van to-do-lijstjes voor ná de vakantie?

Als ik eind november aan mijn starters en zijinstromers vertel dat de zwaarste tijd van het jaar er aan komt (ja, heel leuk, maar ook chaotisch en gewoon zwaar), dan kijken ze me aan met een scheve blik: Het zal wel…

En na de kerstvakantie zeggen ze: ‘Wat ben ik blij dat je dat toen gezegd had, anders had ik de kerstvakantie niet gehaald. Dan had ik gedacht dat ik de enige was en ik denk dat ik er dan mee gestopt was.’

Ik snap dat niet

Je werkt op een school waar iedereen twee keer per jaar op zijn tandvlees loopt en er is niemand die jou dat heeft verteld? Waarom? Is het een geheim? Moet je iets bewijzen? Is het een niet-officiële geheime ontgroening?

Dit hoor ik te vaak: Ik heb gewoon te weinig tijd voor alle starters bij ons op school. Hopelijk houden ze het vol.

Deze zinnen horen zij-instromers vaak:

  • Als jij denkt dat jij dat zo moet doen… ga je gang, ik houd je niet tegen.
  • Het is toch eigenlijk raar dat jij gewoon meteen voor de klas mag terwijl ik daar vier jaar voor heb moeten leren?
  • Waarom snap je dat niet? In de methode staat toch wat je moet doen?
  • Die arme kinderen, dat ze een meester hebben die alles nog moet leren.
  • Ach, vorig jaar was het ook al niks, dus er is weinig te verpesten aan die klas.
  • Ik snap jouw probleem niet, ik heb dat nooit.

Als ik al die opmerkingen achter elkaar lees dan denk ik: ja, waarom zou je blijven? Zulke collega’s wil je toch niet? En dat brengt me op de volgende vraag:

Is het waar dat alleen startende leraren met collega’s die zulke opmerkingen maken ermee stoppen?

Of:

Is het zo dat startende leraren er alleen mee stoppen als ze zich dergelijke opmerkingen van hun collega’s persoonlijk aantrekken?

Stoppen of doorgaan? Ik zeg: Blijf en ga door. Houd vol. Ik ben ervan overtuigd dat iedereen het kan leren, dus jij ook. Weet dat je niet de enige bent.

Tien tips waardoor je kunt doorgaan

  1. Onderwijs is zwaar omdat het zoveel is. Doe niet alles. Kies. Schrap. Doe alleen wat ECHT moet. De rest hoeft niet. Zeg ‘nee’.
  2. Wees tevreden met wat je wel kunt doen. Perfectionisme is mooi, maar in het onderwijs werkt het contraproductief.
  3. Focus op wat goed gaat. Blunders en fouten maak je om te kunnen groeien.
  4. Schrijf iedere dag alleen díe dingen op die goed zijn gegaan. Noteer ze in een mooi boekje.
  5. Realiseer je dat er regelmatig een overlevingsdag voorbij komt als je in het onderwijs werkt. Dat blijft, ook na 35 jaar – dat weet ik uit ervaring. Het goede nieuws is dat het er steeds minder worden.
  6. Leerlingen geven je iedere dag weer een nieuwe kans. Vertel ze dat je iets nieuws wilt uitproberen en je zult zien dat ze je daar graag mee willen helpen. Beloon ze daar voor.
  7. Vier ieder succesje. Eet een veel te grote reep chocolade, geef jezelf een dagje sauna cadeau, neem je beste vriendin mee uit eten.
  8. Een goede leraar leren worden is hetzelfde als leren fietsen: zo nu en dan val je om. Opstaan, vuil van je knieën vegen, opstappen en opnieuw proberen.
  9. Leraar worden is ook hetzelfde als leren zwemmen: je hebt iemand nodig die je voorziet van bandjes, plankjes, een haak en een reddingsboei. Een goede begeleider leert je de technieken aan, zodat je leert om zónder hulpmiddelen goed te zwemmen. Zoek zo iemand. Je hebt niets aan iemand die jou alleen maar vragen stelt of algemene opmerkingen maakt.
  10. Als je op een school zit waar je ongelukkig wordt van de opmerkingen van je collega’s: zoek een andere school. Je kunt kiezen. Er is ergens een school waar ze om jou zitten te springen.

Zoek je een goede begeleider? Ik heb momenteel tijd voor twee nieuwe trajecten. Mail naar judith@sterkeschool.nl en we maken een afspraak voor een gratis kennismakingsgesprek.

Heb je moeite met orde houden? Volg ons webinar De drie wetten van orde.

Een heel praktisch e-boek voor startende leraren is Een sterke start voor de klas

Zoek je tips voor goed klassenmanagement? Lees mijn blogs.

Veilig klassenklimaat

Een veilig klassenklimaat

Hoe zorg je voor een goed klassenklimaat?

Het zijn onrustige tijden. Leerlingen hebben er moeite mee om in het gareel te blijven nu er steeds onzekerheid is over opening danwel sluiting van scholen. Iedere keer als de leerlingen weer fysiek met elkaar in een klaslokaal zitten, moet de sociale orde weer opnieuw ingericht worden. Het is de taak van de leraar om ervoor te zorgen dat dat binnen kaders gebeurt, zodat het klassenklimaat veilig blijft… of wordt. 

Leerlingen hebben in onrustige periodes vijf vragen

  1. Is de leraar nog steeds dezelfde? Kan ik hem of haar (nog steeds) vertrouwen? Liggen zijn/ haar grenzen nog op dezelfde plek?
  2. Wie is nu de (informele) leider van de klas en wat vind ik daarvan?
  3. Welke regels gelden er nu en wil ik mij daaraan conformeren?
  4. Bij wie kan ik terecht als ik een probleem heb?
  5. Hoe gaan we met ons allen dit schooljaar leuk afmaken?

Als leraar zou je eigenlijk in ieder geval zo snel mogelijk een antwoord moeten hebben op al deze vragen.

Wat je kunt doen voor een veilig klassenklimaat

Daarnaast zijn er zeven dingen die je moet doen om ervoor te zorgen dat al je leerlingen zich veilig voelen in jouw klas.

  1. Iedere leerling wil erbij horen. Maak vanaf begin af aan duidelijk dat iedereen erbij hoort, ongeacht gedrag, houding of taalgebruik.
  2. Iedereen is wel eens boos. Boos zijn mag. De manier waarop je je boosheid uit is aan regels gebonden.
  3. Onbekend maakt onbemind. Praat met elkaar over wat men heeft meegemaakt afgelopen weken. Is er iets veranderd in onze levens?
  4. Er is een verschil tussen waarnemen en interpreteren. Een interpretatie is (bijvoorbeeld) een mening en kan dus per mens verschillen. Een waarneming is objectief en daar valt niet over te discussiëren (behalve tijdens de filosofieles).
  5. Mediation is een mooie manier om conflicten op te lossen in de klas. Mediation moet je organiseren en instrueren.
  6. Filosoferen over dingen, gevoelens en gebeurtenissen schept een band en kweekt begrip.
  7. Veiligheid is superbelangrijk, zowel fysiek als emotioneel. Iedereen moet kunnen leren en werken zonder ongelukken. Iedereen moet kunnen zeggen wat ie wil zonder daarop afgerekend te worden. 

Je zult er dus in gesprekken en/ of met werkvormen aan moeten blijven werken met je leerlingen.

Als je deze twaalf punten in je achterhoofd houdt en steeds checkt of er nog aan wordt voldaan, dan wordt de rest van dit schooljaar ongetwijfeld goed te doen met z’n allen. Met en zonder lockdowns.

Ik wens je veel plezier en succes!

Krijg je het in je eentje niet voor elkaar om een veilig klassenklimaat te organiseren? Vraag dan een gratis adviesgesprek aan.

Heb je zin om mee te doen met ons eerstvolgende webinar of wil je een webinar on demand bekijken? Klik dan HIER