Berichten

Afspraken met leerlingen

Afspraken met leerlingen

De sfeer in de klas en de wijze waarop je als leraar de orde kunt bewaren hangen af van de regels die er in de klas zijn. Natuurlijk zijn er schoolregels waar zowel leraren als leerlingen zich aan moeten houden, maar in je eigen (klas) is het belangrijk om te weten waar iedereen zich aan moet houden. Daarom moet je duidelijke afspraken met leerlingen maken.

Die afspraken gaan over drie gebieden:

  1. De wijze waarop je met elkaar omgaat en met elkaar spreekt
  2. De manier waarop je je gedraagt
  3. Welke consequenties er volgen als een regel wordt overtreden

Als leraar moet je eerst zelf bedenken wat jij belangrijk vindt. Welke regels wil jij dat er gelden? Die moet je eerst bedenken en opschrijven.

Hoe creëer je vervolgens draagvlak voor jouw afspraken?

Als je wilt dat leerlingen zich aan afspraken houden, moet je zorgen dat je daar draagvlak voor creëert. Dat doe je in drie stappen:

  1. Je vraagt aan de leerlingen waarom er afspraken gemaakt moeten worden.
  2. Je laat de leerlingen met (bijvoorbeeld) de placematmethode zelf afspraken bedenken.
  3. Bij de klassikale inventarisatie zorg je dat de afspraken die de leerlingen bedacht worden, door ze in jouw woorden (passend bij jouw afspraken) te herhalen. Hierbij herhaal je de woorden van de leerlingen, eventueel in een andere context.

Hierna moet je nog vijf dingen doen:

  1. Afspraken van leerlingen bevatten vaak de woorden NIET en GEEN. Verander die afspraken zo, dat ze positief gesteld zijn: wat moeten ze WEL doen?
  2. Spreek consequenties af met de leerlingen. Ook hier kun je de leerlingen bij betrekken, maar je kun ook gewoon zelf een – redelijk – voorstel doen.
  3. Zorg dat alle afspraken en consequenties op posters in de klas – duidelijk zichtbaar – komen te hangen.
  4. Laat alle leerlingen zich committeren aan de afspraken door hand opsteken, een handtekening of een andere actie. Maak er een klein feestje van.
  5. Nu gaan leerlingen je testen: grijp dus meteen in, bij iedere (kleine) overtreding en verwijs naar de posters. Zet ook meteen een passende consequentie in. Als je vanaf het begin consequent bent, heb je daar de rest van de tijd plezier van.

Veel plezier!

Hulp nodig? Stuur me een bericht op mijn nieuwe website

Waarom je criteria mee moet geven aan leerlingen

Waarom je criteria mee moet geven aan leerlingen

 

Als je wilt dat leerlingen serieus hun opdrachten maken, moet je eisen aan de opdrachten stellen. Zoals Doug Lemov zegt: leg de lat hoog. Daarom vertel ik in dit blog waarom je criteria mee moet geven aan leerlingen en krijg je zeven criteriapunten mee.

Als leraar denken we dat onze leerlingen wel weten wat ze precies moeten doen

Natuurlijk weten ze het wel. Maar goed leraarschap begint bij goed klassenmanagement en goed klassenmanagement begint bij duidelijkheid.

Als de leerlingen niet precies weten wat ze moeten doen krijg je zulke vragen:

  • Wat moet je doen als je klaar bent?
  • Moet het vandaag af?
  • Mag ik het thuis afmaken?
  • Hoeveel mag je fout hebben?
  • Mag ik het op mijn tablet maken?
  • Mogen we samenwerken?

Als de leerlingen wél precies weten wat ze moeten doen krijg je zulke vragen:

  • Wat moet je doen als je klaar bent?
  • Moet het vandaag af?
  • Mag ik het thuis afmaken?
  • Hoeveel mag je fout hebben?
  • Mag ik het op mijn tablet maken?
  • Mogen we samenwerken?

Niet omdat ze het niet weten, maar omdat ze geen zin hebben om aan het werk te gaan, zin hebben om erover in discussie te gaan, of omdat ze iets anders willen dan jij.

De meeste leerlingen zijn gewoon lui

Criteria aangeven heeft veel voordelen:

  1. Je houdt het tempo van je les hoog
  2. Je voorkomt discussies omdat je duidelijk bent
  3. Het niveau van het gemaakte werk is hoger
  4. De leerlingen doen beter hun best
  5. Het leerrendement wordt hoger

Hier zijn ze dan: Zeven criteriapunten waar iedere opdracht aan moet voldoen:

  1. De exacte opdracht in één zin

Bijvoorbeeld: Maak in je werkboek H4 opdracht 1 t/m 7

  1. Hoe er gewerkt moet worden

Alleen/ in stilte/ in groepen van drie/ met of zonder lopen

  1. Waar er gewerkt moet worden

Alleen en op je plaat/, in de klas of op de gang/ gezellig bij een ander

  1. Wanneer het af moet zijn

Bijvoorbeeld: aan het eind van de les inleveren in de bak

  1. Waar het gemaakte werk aan moet voldoen

Leesbaar schrijven, zonder foute antwoorden (alle antwoorden kun je vinden in je leesboek op bladzijde 45-52), correcte spelling

  1. Wat men mag gebruiken

Bijvoorbeeld: pen, werkboek, leesboek, woordenboek, kladblok

  1. Wat je moet doen als je klaar bent

Bijvoorbeeld: maak een mindmap van H4 ter voorbereiding op de toets

En hoe organiseer ik de feedback?

Je geeft feedback op zowel het proces (welke criteriapunten gingen goed en waar zitten de verbeterpunten?) als op het gemaakte werk zelf. Laat ze hun eigen werk nakijken en beloon de leerlingen die goed hebben nagekeken, ongeacht hoeveel fouten ze hadden.

Je kunt sommige opdrachten ook organiseren met rubrics

Wil je in de klas aan de slag met rubrics? Klik dan HIER.

Wil je een filmpje zien over rubrics in de klas? Klik dan HIER.

Tien kleine ingrepen om je lessen te verbeteren

Tien kleine ingrepen om je lessen te verbeteren

Als je je lessen wilt verbeteren, zijn er tien onderdelen waar je dat op kunt doen. Wanneer je deze tien kleine ingrepen structureel uitprobeert, aanpast en invoert, zul je al snel resultaten zien:

  1. De leerlingen zijn meer gemotiveerd
  2. De verwachtingen zijn duidelijk uitgesproken
  3. De leerlingen weten hoe ze de opdrachten moeten uitvoeren
  4. Iedere leerling is gedwongen om mee te doen
  5. De klas wordt eerder stil
  6. De sfeer in de klas verbetert
  7. Jij hebt het makkelijker als leraar
  8. Het tempo van je lessen gaat omhoog
  9. De kaders en regels zijn onbetwistbaar
  10. De leerlingen onthouden de lesstof beter

1. Motivatie

Maak van iedere les een spannend verhaal

2. Criteria

Zet op een poster waar de uitvoering van een opdracht altijd aan moet voldoen

3. Stappenplan

Zet de stappen van de uitvoering (van de instructie) genummerd op het bord en laat de leerlingen deze stappen volgen

4. Taalgebruik – leerlingen

Eis van iedere leerling dat zij antwoorden op vragen in correcte, volledige zinnen

5. Luisterhouding

Spreek met de leerlingen een houding af die zij altijd moeten laten zien als jij iets gaat vertellen waar zij naar moeten luisteren

6. Taalgebruik – leraar

Let op je woorden: volledige, directe zinnen op gebiedende wijs, zonder gebiedende toon: spreek altijd Klare Taal

7. Routines

Bedenk routines voor herhalend voorkomende handelingen en leer die handelingen aan de leerlingen: houd ze eraan

8. Tijd

Gebruik de timer voor ieder onderdeel van je les

9. Afspraken

Zet de klassenafspraken op een poster en (ver)wijs ernaar als je ingrijpt

10. Werkvormen

Verzamel een aantal verschillende werkvormen en laat die regelmatig terugkomen in je lessen

De komende tien weken zal ik alle tien de kleine ingrepen verder uitwerken in handige stappenplannen.
Houd de SterkNieuws en mijn blog in de gaten.

Meer lezen over klassenmanagement? Dat kan HIER

Wil je een PDF downloaden over taakgericht werken? Dat kan HIER

Wil je de online workshop Orde Houden volgen? Ik maak hem helemaal op maat voor jou en jouw klas(sen). Meer informatie vind je HIER