Drie situaties waarin je als startende leraar een grens moet trekken

Drie situaties bij de deur van het klaslokaal

‘Waarom heb je de notulen nog niet af?’ Ria, de directeur, staat met haar armen over elkaar in de opening van de deur van het klaslokaal. ‘Ik wil ze voor vijven hebben.’ Ze draait zich om en beent met grote passen weg. ‘Vandáág’, klinkt het in de verte.
Berend haalt zijn schouders op en gaat verder met nakijken. Als hij zin heeft doet hij het vanavond thuis en anders niet. Met excuses.

‘Goedemorgen.’ Petra staat bij de deur en kijkt haar leerlingen één voor één in de ogen bij het binnenkomen. Daarna maakt ze een Japanse Buiging.
‘Goedemorgen juf.’ De meeste leerlingen kijken en buigen terug.
Chris stapt zonder boe of ba de klas in. Als hij bij zijn tafel is, kijkt hij achterom.
Petra staat in de deur en wenkt hem met een strenge vinger terug.
Schoorvoetend schuifelt Chris terug naar de deur. ‘Goedemorgen, juf Petra.’
‘Je vergeet iets.’ Petra is onverbiddelijk. Ze buigt opnieuw.
Chris buigt terug. Zuchtend.
Petra glimlacht. ‘Goedemorgen Chris, fijn dat je er nu ook bent.’

‘Selena is weer geslagen vandaag en jij hebt er niks aan gedaan. Wéér niet.’ De moeder van Selena staat met haar armen in haar zij op de drempel.
Gerda legt haar bordpen op haar bureau en loopt rustig naar moeder toe. ‘Komt u even zitten, dan kunnen we even rustig praten.’
Moeder maakt een wegwerpgebaar. ‘Ik wil niet praten, ik wil dat je er iets aan doet.’
‘Ik kan er alleen iets aan doen als u me eerst vertelt wat Selena u heeft verteld.’ Gerda haalt twee stoelen van de tafels af en zet ze – op gepaste afstand – neer. ‘Komt u zitten, dan gaan we samen een oplossing bedenken.’
Moeder gaat zitten.

Als startende leraar is het makkelijk om in bovenstaande situaties anders te reageren dan Berend, Petra en Gerda deden.

Bedenk eens wat er dan gebeurd zou (kunnen) zijn:

Berend roept een verontschuldiging naar Ria en begint meteen aan het uitwerken van de notulen. Dat kost hem meer tijd dan hij dacht. Als Berend eindelijk naar huis gaat, is het nakijkwerk niet af is en heeft hij nog niet alle lessen voorbereid. Hij weet nu niet hoe de leerlingen gewerkt hebben en wat hij morgen nog een keer moet uitleggen.

Petra laat toe dat Chris niet groet en geen buiging maakt. Misschien zegt ze: ‘Morgen wel doen, hè Chris…’ Misschien zegt ze niks en gaat ze door met de andere leerlingen. In ieder geval kun je nu voorspellen dat Petra nu dagelijks strijd zal hebben met Chris. En niet alleen om het groeten bij de deur. Chris weet nu dat hij niet hoeft te doen wat de juf van hem vraagt.

Gerda heeft eigenlijk geen tijd om met de moeder van Selena te praten. Ze weet precies wat er gebeurd is: Selena heeft in de pauze een opmerking gemaakt over de kleren van een klasgenootje. Iets met Zeeman. Het klasgenootje haalde uit.
Gerda vertelt moeder dat de ruzie al is opgelost. Ze heeft nu helaas geen tijd voor moeder, maar binnenkort is het ouderavond en dan kunnen ze verder spreken.
Moeder voelt zich afgescheept en zal ten alle tijden de kant van haar dochter kiezen – tegen Gerda. De volgende keer stapt ze rechtstreeks naar de directeur.

Als startende leraar moet je bij situaties bij de deur van het klaslokaal even nadenken wat op dit moment een handige actie is.

Daar zijn drie denkstappen voor:

1. Wat wil diegene precies van mij?
2. Wat gebeurt er als ik geen tijd voor de ander maak?
3. Wat is op dit moment belangrijker?

Voor het bepalen van wat belangrijker is, kun je deze drie criteria hanteren:

1. Veiligheid (zowel fysiek als emotioneel) gaat vóór alles
2. Het belang van de leraar staat op twee
3. Het belang van de leerling (zowel groep als individueel) komt daarna

Bewaak je grenzen op drie manieren:

1. Je laat merken dat je de ander hebt gehoord en gezien
2. Je vertelt hoe je wilt dat het gaat – oplossingsgericht
3. Je blijft consequent

Ga jij volgend schooljaar starten als leraar of zij-instromer? Dan is het online jaarprogramma misschien wel iets voor jou. Klik hier voor meer informatie

Wil je meer weten over communiceren met ouders? Kijk dan eens hier

Tien praktische tips voor startende leraren en zij-instromers

Tien praktische tips voor startende leraren en zij-instromers

1. Bereid je goed voor

Laat je rondleiden door de school, maak met iedereen contact en als je een eigen lokaal krijgt, denk dan vast na over de inrichting.
Maak je eigen onderwijsboek, met daarin:
* schoolregels
* klassenregels
* routines
* consequentieladder
* leerlijnen

2. Zorg voor een sterke start

Organiseer de eerste dag/les en de eerste week strak. Bedenk leuke activiteiten om kennis te maken en weet goed wat jouw leerlingen straks van- en over jou mogen weten – en wat niet.

3. Wordt vrienden met het OOP

Als je goed overweg kunt met de conciërge, krijg je altijd hulp als het kopieerapparaat vastloopt. Ook kan je, met enig geluk, zo nu en dan een kopje koffie of thee verwachten.

4. Sta sterk

Stel duidelijke grenzen. Praat vriendelijk met al je collega’s, maar ga niet in op roddel en achterklap. Wees ook vriendelijk voor je leerlingen, maar grijp wél meteen in bij overtredingen.

5. Besef dat je (nog) niet alles kunt

Je hoeft ook nog niet alles te kunnen, en zeker niet alles tegelijk. Iedereen heeft zijn sterke en zwakke punten, jij ook. Kies wat belangrijk is en focus daar op.

6. Zorg dat je plezier hebt

Heb lol in het houden van orde – zie het als een spelletje. Geef je lessen enthousiast en met passie. Verzamel leuke werkvormen en activiteiten.

7. Neem de tijd

Laat je niet opjagen, voorkom dat je wordt overvallen door de waan van de dag. Wat vandaag niet kan dat komt morgen wel. De school loopt niet weg.

8. Maak een jaarkalender

Zorg dat je een goed overzicht hebt van alles wat er moet gebeuren komend schooljaar. Toetsen, feesten, oudercontacten, rapporten, overleggen, excursies… zet alles erop.

9. Vraag om hulp

Als je ergens niet uitkomt vraag je om hulp. Het is handig als dat een vast persoon is. Spaar je vragen op; je collega heeft het óók druk. Spreek een wekelijks vragenuurtje af.

10. Doe het voor de leerlingen

Bouw met al je leerlingen zo snel mogelijk een goede relatie op. Onthoudt hun namen en hobby’s zo snel mogelijk. Wordt géén vriend, maar wel een betrouwbare en duidelijke leraar.

In onze online workshop krijg je nog meer praktische tips en krijg je handige invulformulieren om mee aan de slag te gaan. Klik hier voor meer informatie en opgeven

Wil je aan de slag in jouw klas met de Gouden Weken? Klik dan hier