Tien tips voor Invallers in het Basisonderwijs

Tien Tips Voor Invallers In Het Basisonderwijs

Ik heb meer dan tien jaar ingevallen op heel veel verschillende scholen, omdat er in de tijd dat ik mijn Pabo-diploma kreeg (1988) nauwelijks werk was; zelfs niet voor mannen. Mijn mannelijke klasgenoten vertrokken de ICT in, dat was toen een geweldig ontwikkelgebied.
In die tien jaar heb ik heel veel geleerd en ben ik door schade en schande (onder)wijzer geworden.
Soms had ik weken achtereen geen werk; als ik een half jaar op dezelfde school werkte had ik geluk, maar regelmatig zag ik in één week zes verschillende scholen.
In de meeste gevallen lag alles klaar met een keurig overzicht van de dag. Een enkele keer lag er helemaal niets. En heel soms probeerden de leerlingen me weg te pesten.
Dat lukte ze nooit… daarvoor had ik teveel lol. Maar ik had heel graag tips gewild voor invallers.

Invallen kan heel leuk zijn

Het doel is vooral om ervoor te zorgen dat zowel jij als de leerlingen een goede en gezellige dag hebben. Directeuren zijn vaak al tevreden als ouders niet klagen. Als er geen overlast is, zijn de collega’s blij. Als de leerlingen ook nog iets nieuws geleerd hebben, is de eigen juf of meester ook nog blij. Maar niet alle invallers scoren goed op alle scholen.

Invallen is in ieder geval heel erg leerzaam

Je leert in een soort snelkookpan belangrijke vaardigheden:

  1. In no-time een band opbouwen met leerlingen die je niet kent
  2. Orde houden in zowel moeilijke als makkelijke klassen
  3. Lesgeven zonder methodes, zonder digibord, zonder schriften
  4. Flexibiliteit in alle omstandigheden
  5. De enorme verschillen tussen scholen en leerlingen

Tien tips voor invallers in het basisonderwijs

1. Zorg dat je er netjes uitziet!
2. Geef iedereen een hand. Collega’s, OOP, leerlingen en ouders.
3. Neem een invalkoffer mee met lessen en activiteiten.
4. Houdt een logboek bij per school/ klas met dingen die je moet onthouden voor de volgende keer dat je daar komt.
5. Sta op twee benen, drink genoeg en maak lol.
6. Neem je eigen regels mee (letterlijk) en houd je leerlingen daar aan.
7. Maak met de leerlingen leuke naamstickers.
8. Houd een quiz over jezelf.
9. Neem een beker met ijslollystokjes mee, zet daar de namen op en trek namen om beurten te geven.
10. Kijk alles meteen na afloop van de les samen met de leerlingen na. Dan weet je meteen hoe je les is gegaan en je hoeft niet na schooltijd na te kijken.

Extra tip voor invallers: Zorg voor een hele leuke activiteit aan het einde van de dag, zodat iedereen vrolijk naar huis gaat. Jij vooral!

Wil je goed voorbereid kunnen invallen op alle scholen? Koop dan onze online les Invallen in het PO in de webshop.

Drie situaties waarin je als startende leraar een grens moet trekken

Drie situaties bij de deur van het klaslokaal

‘Waarom heb je de notulen nog niet af?’ Ria, de directeur, staat met haar armen over elkaar in de opening van de deur van het klaslokaal. ‘Ik wil ze voor vijven hebben.’ Ze draait zich om en beent met grote passen weg. ‘Vandáág’, klinkt het in de verte.
Berend haalt zijn schouders op en gaat verder met nakijken. Als hij zin heeft doet hij het vanavond thuis en anders niet. Met excuses.

‘Goedemorgen.’ Petra staat bij de deur en kijkt haar leerlingen één voor één in de ogen bij het binnenkomen. Daarna maakt ze een Japanse Buiging.
‘Goedemorgen juf.’ De meeste leerlingen kijken en buigen terug.
Chris stapt zonder boe of ba de klas in. Als hij bij zijn tafel is, kijkt hij achterom.
Petra staat in de deur en wenkt hem met een strenge vinger terug.
Schoorvoetend schuifelt Chris terug naar de deur. ‘Goedemorgen, juf Petra.’
‘Je vergeet iets.’ Petra is onverbiddelijk. Ze buigt opnieuw.
Chris buigt terug. Zuchtend.
Petra glimlacht. ‘Goedemorgen Chris, fijn dat je er nu ook bent.’

‘Selena is weer geslagen vandaag en jij hebt er niks aan gedaan. Wéér niet.’ De moeder van Selena staat met haar armen in haar zij op de drempel.
Gerda legt haar bordpen op haar bureau en loopt rustig naar moeder toe. ‘Komt u even zitten, dan kunnen we even rustig praten.’
Moeder maakt een wegwerpgebaar. ‘Ik wil niet praten, ik wil dat je er iets aan doet.’
‘Ik kan er alleen iets aan doen als u me eerst vertelt wat Selena u heeft verteld.’ Gerda haalt twee stoelen van de tafels af en zet ze – op gepaste afstand – neer. ‘Komt u zitten, dan gaan we samen een oplossing bedenken.’
Moeder gaat zitten.

Als startende leraar is het makkelijk om in bovenstaande situaties anders te reageren dan Berend, Petra en Gerda deden.

Bedenk eens wat er dan gebeurd zou (kunnen) zijn:

Berend roept een verontschuldiging naar Ria en begint meteen aan het uitwerken van de notulen. Dat kost hem meer tijd dan hij dacht. Als Berend eindelijk naar huis gaat, is het nakijkwerk niet af is en heeft hij nog niet alle lessen voorbereid. Hij weet nu niet hoe de leerlingen gewerkt hebben en wat hij morgen nog een keer moet uitleggen.

Petra laat toe dat Chris niet groet en geen buiging maakt. Misschien zegt ze: ‘Morgen wel doen, hè Chris…’ Misschien zegt ze niks en gaat ze door met de andere leerlingen. In ieder geval kun je nu voorspellen dat Petra nu dagelijks strijd zal hebben met Chris. En niet alleen om het groeten bij de deur. Chris weet nu dat hij niet hoeft te doen wat de juf van hem vraagt.

Gerda heeft eigenlijk geen tijd om met de moeder van Selena te praten. Ze weet precies wat er gebeurd is: Selena heeft in de pauze een opmerking gemaakt over de kleren van een klasgenootje. Iets met Zeeman. Het klasgenootje haalde uit.
Gerda vertelt moeder dat de ruzie al is opgelost. Ze heeft nu helaas geen tijd voor moeder, maar binnenkort is het ouderavond en dan kunnen ze verder spreken.
Moeder voelt zich afgescheept en zal ten alle tijden de kant van haar dochter kiezen – tegen Gerda. De volgende keer stapt ze rechtstreeks naar de directeur.

Als startende leraar moet je bij situaties bij de deur van het klaslokaal even nadenken wat op dit moment een handige actie is.

Daar zijn drie denkstappen voor:

1. Wat wil diegene precies van mij?
2. Wat gebeurt er als ik geen tijd voor de ander maak?
3. Wat is op dit moment belangrijker?

Voor het bepalen van wat belangrijker is, kun je deze drie criteria hanteren:

1. Veiligheid (zowel fysiek als emotioneel) gaat vóór alles
2. Het belang van de leraar staat op twee
3. Het belang van de leerling (zowel groep als individueel) komt daarna

Bewaak je grenzen op drie manieren:

1. Je laat merken dat je de ander hebt gehoord en gezien
2. Je vertelt hoe je wilt dat het gaat – oplossingsgericht
3. Je blijft consequent

Ga jij volgend schooljaar starten als leraar of zij-instromer? Dan is het online jaarprogramma misschien wel iets voor jou. Klik hier voor meer informatie

Wil je meer weten over communiceren met ouders? Kijk dan eens hier

Helemaal geen tijd

Helemaal geen tijd

Trudie plukt nerveus aan haar trui. ‘Ik heb eigenlijk helemaal geen tijd om met je te zitten’.
Ik zet mijn tas op een tafeltje en kijk Trudie aan. ‘Vertel.’
Trudie haalt haar schouders op en gebaart naar de stapels op haar bureau. ‘Ik heb nog voor minstens drie uur nakijkwerk. De klas is een puinhoop, de rapporten zijn niet klaar, ik moet nog twee moeders bellen en ik heb nog niks voorbereid voor morgen.’
Ik knik. ‘Je bent moe’.
Ik zie tranen. ‘Ga even zitten. We gaan het samen regelen. Het komt goed.’
Trudie gaat zitten. ‘De kinderen zijn hartstikke druk, maar ik word vooral gestoord van alle administratie. Ik heb daar helemaal geen tijd voor.’

Ja, díe ken ik: de administratie

Door de waan van de dag kom je er eigenlijk nooit aan toe, waardoor het zich opstapelt. En na een tijdje zie je door de bomen het bos niet meer.

Hoe zorg je ervoor dat het volgend schooljaar beter gaat?

Door meteen goed te beginnen. Of liever nog: door vlak voor de vakantie te beginnen. Beter laat dan nooit. Hiermee voorkom je stress.

Tien tips als je helemaal geen tijd wilt besteden aan teveel administratie

  1. Deel je PC handig in 
    Pak pen en papier en maak een schema van hoe jij jouw mappen wilt hebben en wat je erin wilt hebben. Gooi de rest weg. Ruim je PC op en gebruik een opschoonprogramma.

  2. Maak overal (digitaal en/of op papier, indien nodig) formulieren voor
    Gesprekken, leerlingverslagen, plannen, voor alles wat teveel tijd kost. Zorg ervoor dat ze niet langer zijn dan één A4. Bij voorkeur korter. Dit werkt schoolbreed ook heel goed.

  3. Begin je administratie in een opgeruimd lokaal
    Eindig iedere dag met het opruimen van het lokaal, waarbij alle leerlingen een taak hebben. Maak er een race van, met een klok en een vrolijk muziekje (Hawaï Five-O).

  4. Maak drie to-do-lijstjes
    Eén voor de dag, één voor de week en één voor de maand. De zaken voor de nóg langere termijn plan je alvast in je agenda.

  5. Houd je agenda zo leeg mogelijk
    Plan de dagelijkse dingetjes regulier in je agenda: nakijken, voorbereiden, oudercontacten enzovoort. Daarnaast mag er nog één klus per dag bij. Een overleg, iets administratiefs of iets vakinhoudelijks. Beperk het tot één.

  6. Plan twee uur per week in voor je administratie en doe het in die tijd
    Maak er een sport van om steeds binnen de tijd te blijven en beloon jezelf met iets leuks in de tijd die je overhoudt.

  7. Gooi dingen weg
    Bewaar geen onnodige papieren. Wat vandaag niet nuttig is, is het morgen ook niet. En als het later wél nuttig blijkt, dan heb je het zo weer gevonden en waarschijnlijk is dat een betere versie.

  8. Zeg NEE
    Zeg minimaal één keer per dag nee tegen iets wat jou teveel tijd gaat kosten.

  9. Leer je leerlingen nakijken
    In het begin kost dit veel tijd en energie en natuurlijk moet je dagelijks steekproeven houden, maar dit levert uiteindelijk een enorme tijdwinst op.

  10. Delegeer
    Bedenk bij alles wat je gaat doen of jij werkelijk de juiste persoon bent om dit te doen. Zo niet, dan delegeer je de klus naar een collega, ouder of leerling. Of je doet het níet. Maak weloverwogen keuzes.

Wat Trudie betreft, natúúrlijk kwam het goed

Ik heb haar bovenstaande tips gegeven, maar daar had ze natuurlijk niet zoveel aan op donderdagmiddag om half vier. Want tja: waar moet je beginnen?

Een oplossing in zes stappen

  1. Een lijst gemaakt van alles wat ze nog moet doen in deze week én in deze maand.
  2. Een planning gemaakt in haar agenda voor de laatste weken: Esis bijwerken, rapporten, overdracht, opruimwerkzaamheden én voorbereidingen voor het nieuwe schooljaar.
  3. Ruimte gecreëerd in de planning van vrijdag, waardoor het programma minder vol werd en er tijd overbleef voor andere dingen.
  4. Opruimen en nakijken gedelegeerd naar de eerste twee uur op vrijdagochtend: samen met de leerlingen.
  5. Een script geschreven voor telefonische oudergesprekken, waarin Trudie betrokken en warm overkomt, maar het gesprek a) niet langer duurt dan 5 minuten en b) ze wel kan zeggen wat ze kwijt wil.
  6. Vervolgens konden wij een nieuwe afspraak maken. En ze had nog voldoende tijd over om haar lessen van vrijdag voor te bereiden.

 

Trudie blij, ik blij, moeders blij, iedereen blij.

Zoek je een goede coach? Klik hier.

Zoek je een goede agenda voor het nieuwe schooljaar? Kijk dan eens hier.

Tien praktische tips voor startende leraren en zij-instromers

Tien praktische tips voor startende leraren en zij-instromers

1. Bereid je goed voor

Laat je rondleiden door de school, maak met iedereen contact en als je een eigen lokaal krijgt, denk dan vast na over de inrichting.
Maak je eigen onderwijsboek, met daarin:
* schoolregels
* klassenregels
* routines
* consequentieladder
* leerlijnen

2. Zorg voor een sterke start

Organiseer de eerste dag/les en de eerste week strak. Bedenk leuke activiteiten om kennis te maken en weet goed wat jouw leerlingen straks van- en over jou mogen weten – en wat niet.

3. Wordt vrienden met het OOP

Als je goed overweg kunt met de conciërge, krijg je altijd hulp als het kopieerapparaat vastloopt. Ook kan je, met enig geluk, zo nu en dan een kopje koffie of thee verwachten.

4. Sta sterk

Stel duidelijke grenzen. Praat vriendelijk met al je collega’s, maar ga niet in op roddel en achterklap. Wees ook vriendelijk voor je leerlingen, maar grijp wél meteen in bij overtredingen.

5. Besef dat je (nog) niet alles kunt

Je hoeft ook nog niet alles te kunnen, en zeker niet alles tegelijk. Iedereen heeft zijn sterke en zwakke punten, jij ook. Kies wat belangrijk is en focus daar op.

6. Zorg dat je plezier hebt

Heb lol in het houden van orde – zie het als een spelletje. Geef je lessen enthousiast en met passie. Verzamel leuke werkvormen en activiteiten.

7. Neem de tijd

Laat je niet opjagen, voorkom dat je wordt overvallen door de waan van de dag. Wat vandaag niet kan dat komt morgen wel. De school loopt niet weg.

8. Maak een jaarkalender

Zorg dat je een goed overzicht hebt van alles wat er moet gebeuren komend schooljaar. Toetsen, feesten, oudercontacten, rapporten, overleggen, excursies… zet alles erop.

9. Vraag om hulp

Als je ergens niet uitkomt vraag je om hulp. Het is handig als dat een vast persoon is. Spaar je vragen op; je collega heeft het óók druk. Spreek een wekelijks vragenuurtje af.

10. Doe het voor de leerlingen

Bouw met al je leerlingen zo snel mogelijk een goede relatie op. Onthoudt hun namen en hobby’s zo snel mogelijk. Wordt géén vriend, maar wel een betrouwbare en duidelijke leraar.

In onze online workshop krijg je nog meer praktische tips en krijg je handige invulformulieren om mee aan de slag te gaan. Klik hier voor meer informatie en opgeven

Wil je aan de slag in jouw klas met de Gouden Weken? Klik dan hier

Tien kleine ingrepen om je lessen te verbeteren

Tien kleine ingrepen om je lessen te verbeteren

Als je je lessen wilt verbeteren, zijn er tien onderdelen waar je dat op kunt doen. Wanneer je deze tien kleine ingrepen structureel uitprobeert, aanpast en invoert, zul je al snel resultaten zien:

  1. De leerlingen zijn meer gemotiveerd
  2. De verwachtingen zijn duidelijk uitgesproken
  3. De leerlingen weten hoe ze de opdrachten moeten uitvoeren
  4. Iedere leerling is gedwongen om mee te doen
  5. De klas wordt eerder stil
  6. De sfeer in de klas verbetert
  7. Jij hebt het makkelijker als leraar
  8. Het tempo van je lessen gaat omhoog
  9. De kaders en regels zijn onbetwistbaar
  10. De leerlingen onthouden de lesstof beter

1. Motivatie

Maak van iedere les een spannend verhaal

2. Criteria

Zet op een poster waar de uitvoering van een opdracht altijd aan moet voldoen

3. Stappenplan

Zet de stappen van de uitvoering (van de instructie) genummerd op het bord en laat de leerlingen deze stappen volgen

4. Taalgebruik – leerlingen

Eis van iedere leerling dat zij antwoorden op vragen in correcte, volledige zinnen

5. Luisterhouding

Spreek met de leerlingen een houding af die zij altijd moeten laten zien als jij iets gaat vertellen waar zij naar moeten luisteren

6. Taalgebruik – leraar

Let op je woorden: volledige, directe zinnen op gebiedende wijs, zonder gebiedende toon: spreek altijd Klare Taal

7. Routines

Bedenk routines voor herhalend voorkomende handelingen en leer die handelingen aan de leerlingen: houd ze eraan

8. Tijd

Gebruik de timer voor ieder onderdeel van je les

9. Afspraken

Zet de klassenafspraken op een poster en (ver)wijs ernaar als je ingrijpt

10. Werkvormen

Verzamel een aantal verschillende werkvormen en laat die regelmatig terugkomen in je lessen

De komende tien weken zal ik alle tien de kleine ingrepen verder uitwerken in handige stappenplannen.
Houd de SterkNieuws en mijn blog in de gaten.

Meer lezen over klassenmanagement? Dat kan HIER

Wil je een PDF downloaden over taakgericht werken? Dat kan HIER

Wil je de online workshop Orde Houden volgen? Ik maak hem helemaal op maat voor jou en jouw klas(sen). Meer informatie vind je HIER