Zeven manieren om je les leuk te starten!

De begintaak

Als leraar begin je het best met een begintaak. Dan kun jij bij de deur staan en alle leerlingen persoonlijk welkom heten en alvast een praatje en compliment maken. De leerlingengaan rustig op hun plaats zitten en beginnen met hun begintaak. Dat voorkomt onrust en onnodig geloop door de klas. Ik geef je zeven manieren om je les leuk te starten

Een begintaak moet voldoen aan zes eisen

  1. De instructies staan op het bord
  2. Er staat een timer ingesteld, zodat men weet hoelang er aan gewerkt moet worden
  3. Het benodigde materiaal ligt op de tafels of in jouw buurt, waar leerlingen de taak pakken voor ze gaan zitten
  4. De leerlingen moeten de taak zelfstandig en zonder hulp kunnen uitvoeren
  5. Het is (bij voorkeur) een schriftelijke taak
  6. De taak is een terugblik op de vorige les óf een opwarmer voor de komende les

Zeven tips om je les leuk te starten

  1. Begin met een breinbreker, rebus of puzzel
  2. Zet een kijkplaat of foto op het digibord en geef daar een gerichte opdracht bij
  3. Geef een korte, schriftelijke toets waarin je één lesdoel toetst
  4. Laat de leerlingen reflecteren op een gebeurtenis van de vorige les – met open én gesloten vragen
  5. Laat de leerlingen een stuk lezen en daar vragen over beantwoorden
  6. Begin met een origami-opdracht; bijvoorbeeld een kikker of een kraanvogel
  7. Laat de leerlingen een mindmap maken over een bepaald onderwerp

Veel plezier!

Wil je meedoen met de gratis online workshop Sterk starten voor de klas? Klik dan hier.

Wil je meer weten over het online jaarprogramma? Klik dan hier.

De zeven dingen die wél op jouw bureau mogen liggen

Het bureau van de leraar

‘Is jouw lokaal al leeg?’ Simone steekt haar hoofd om de deurpost.
Ik knik. ‘Alles zit in dozen, ik moet alleen nog mijn bureau leeghalen. Wordt dit jouw lokaal volgend jaar?’
‘Ja. Kan ik er zo in? Ik wil graag alles klaar hebben voor de vakantie. Dan is het niet zo druk straks in de inloopweek.’
Ik twijfel. Eigenlijk wil ik afscheid nemen in een leeg lokaal. Ik besluit tot een compromis. ‘Vijf minuten.’
Aan het einde van de dag loop ik nog even langs – voor de laatste keer. Simone is druk bezig met het uitpakken van een grote actiontas. Ze schuift met haar arm een stapel plastic verpakkingen in de prullenbak.
‘Stickers, pennen, wisbordjes, stiften… ik kan bijna niet wachten om weer te beginnen.’
Ik lach haar toe. ‘Fijne vakantie.’

Simone is, wat ik noem, een verzamelaar

Mijn bureau was altijd zo leeg mogelijk. Op een vol bureau kan ik niks vinden. Ik ben een opruimer.

Hoe ziet jouw bureau eruit?

Nu is het leeg, hoop ik.

Maar als je straks weer gaat beginnen… maar hoe ziet het eruit na de eerste schoolweek?
Een laptop, pennen, stickers, een plantje, stapels schriften, de boeken en handleidingen die je die dag nodig hebt en natuurlijk je kopje thee en de resten van een traktatie van gisteren.

Maar als je het goede voorbeeld wilt geven...

Houd je je bureau straks zo leeg mogelijk.
Eigenlijk mogen er maar zeven dingen liggen.De dingen die je nodig hebt voor je lessen (zoals de klassenmap, handleidingen en je nakijkpen), liggen op een aparte plank of op een lage kast. 

1. Een spreekstok. Wie de spreekstok vast heeft mag spreken. Alle anderen luisteren.
2. Hele bijzondere plaatjes (of een stempel) voor de leerlingen die iets speciaals hebben gepresteerd. 
3. Een to-do-lijstje in blokvorm. Hier staan dingen op die je vandaag moet onthouden.
4. Een boek. Om uit voor te lezen of om energizers of moppen in op te zoeken.
5. Water, thee of koffie.
6. Drie hele speciale pennen, waar je niet zomaar mee mag schrijven. Daar moet een leerling eerst iets voor doen.
7. Een envelop met de naam van een collega erop en een briefje met een nonsensvraag erin. Dan heb je altijd een loopje voor een leerling die niet meer op zijn stoel kan blijven zitten.

Voel je je nog wat onzeker in jouw klas? Zet dan een achtste item op je bureau: een anker. Iets waar je zelfvertrouwen aan kunt ontlenen. Een foto, een plantje of een beeldje. 

Heb je al gekeken naar het online jaarprogramma van Sterke School? 

Fijne vakantie!

Ik wil het kunnen: orde houden

Maar... waar begin ik als ik orde wil kunnen houden? Wat is het geheim?

Het geheim zit ‘m in de houding die je uitstraalt. Als je laat zien dat je orde kunt houden, dan kun je orde houden.
Als je laat zien dat je het niet altijd kunt, dan kun je het ook niet altijd.

Hoe komt dat?

Dat komt omdat leerlingen speciale, onzichtbare voelhorens hebben. Hiermee vangen ze al jouw non-verbale signalen op. Signalen als: Help, hoe moet ik hier op reageren? pikken leerlingen onmiddellijk op. Vervolgens gaan ze testen of het signaal dat ze hebben opgevangen klopt.

Ze lijkt onzeker, even kijken of ze dat ook echt is

Als jij vervolgens niet-adequaat op de test reageert, dan ben je de orde kwijt. Dat is namelijk een signaal voor andere leerlingen om jou ook te testen.

Mag ik nooit onzeker zijn?

Je mag zeker wel onzeker zijn. De hele tijd, als je dat wilt. Maar je mag het niet laten merken aan je leerlingen. Je zeker voelen en orde kunnen houden zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden.

Hoe doe ik dat – me zeker voelen?

De eerste stap is het bedenken van wetten die voor jou belangrijk zijn. Wetten zijn géén regels en geen richtlijnen, maar duidelijke grenzen voor wat wél en voor wat niet mag in een klas. Ik noem dat: Wetten van Orde. Drie wetten zijn voldoende.

De eerste wet van orde: Een Leraar zet de Trias Politica buiten spel

In een democratie kennen wij de trias politica, dat is de scheiding der machten. Regering, politie en rechter staan los van elkaar en controleren elkaar – zoals bij ons in Nederland.

  1. In een klaslokaal is géén democratie. Er is géén scheiding der machten. Een leraar is koning in zijn eigen lokaal. Hij bepaalt wat wél en niet mag in zijn lokaal, hij staat bij de deur en heet zijn onderdanen iedere dag opnieuw hartelijk welkom. Een goede koning is geen tiran maar wél een autoriteit met gezag; vriendelijk doch beslist. Hij heeft het beste voor met zijn onderdanen, maar ze moeten wel doen wat hij zegt. Zonder autoritair te zijn.

  2. Naast koning is de leraar ook politieagent. Hij heeft immers de macht om leerlingen aan te houden en op de bon te slingeren. Als een agent dreigt om je op de bon te slingeren maar hij doet het niet, dan haalt hij zijn eigen gezag onderuit. Je neemt die agent niet meer serieus.

  3. Tot slot is een leraar ook rechter, want hij beslist wie uiteindelijk welke straf krijgt en omkleedt de straf met redenen. Een rechter moet altijd goed uitleggen waarom hij een bepaalde straf geeft, anders komt iedereen in opstand. En dat is terecht: iedere boef heeft rechten en daarmee recht op uitleg. Dat wordt in een klaslokaal wel eens vergeten.

    Realiseer je deze eerste Wet van Orde goed: in een klaslokaal kent men geen Trias Politica.

De tweede wet van orde: Een Leraar blijft buiten het grijze gebied

Dat betekent: een leraar is altijd consequent. Ik heb het ook vaak meegemaakt: het grijze gebied. De leerlingen waren druk en bleven maar door me heen praten. Mijn geduld was op en ik zei: ‘degene die nu zijn mond nog open doet, die vliegt eruit!’ En de eerste die haar mond open deed, was natuurlijk het liefste meisje van de klas. In zo’n geval moet je consequent zijn en haar eruit sturen, terwijl je weet dat de rest van de klas in opstand komt. De truc is om dan uit te leggen dat je haar er wel uit moet sturen: het meisje heeft gewoon stomme pech. Dat gebeurt. Iedereen heeft wel eens pech. Een leraar die niet consequent is, krijgt problemen met gezag en orde. Je moet consequent zijn, ook als je dat niet wilt. Ook als een leerling smoesjes heeft en in discussie gaat. Iedere discussie kap je af – leg uit waarom en ga door met je les. Blijf vriendelijk, dat noemen we warm-streng. Na schooltijd heb je tijd voor klachten en discussies, maar nu moet de les verder.

Als je twijfelt of je in moet grijpen: denk dan: Er is één leerling die X doet, vind ik het nog steeds goed als 20 leerlingen X ook doen? Ik denk het niet en daarom moet je altijd ingrijpen. Meteen.

De derde wet van orde: Een Leraar geeft een aap altijd terug aan de leerling

De leerling is zelf verantwoordelijk voor zijn gedrag, Ook als hij ADHD heeft of niet wordt opgevoed. De leraar is NOOIT verantwoordelijk voor het gedrag van een leerling. Maar: een leerling zal wel altijd proberen de verantwoordelijkheid bij de leraar te leggen. Dat is menselijk, dat is wat mensen doen: de verantwoordelijkheid afschuiven: Ze zetten hun aap op andermans schouder. Geef die AAP altijd terug aan de eigenaar, die aap is niet van jou.

Dat doe je door leerlingen altijd een keus te geven, zonder waarschuwing: Je mag kiezen: je doet dit of je doet dat. De leerling kiest, jij beslist waartussen. Zo houd je de regie.

Denk even na over hoe consequent jij bent

Voel jij je vaak een politieagent?
Zie  je vaak iets door de vingers?
Raak je vaak in discussie verzeild met leerlingen?
Hoevaak schiet je in de verdediging als een leerling je van repliek dient?

Dit zijn allemaal tekenen van onduidelijkheid. Er ontbreken duidelijke wetten.

Ik was vroeger vaak veel te lief. Ik vond het moeilijk om  meteen in te grijpen. Tot het te ver ging, dan werd ik zo boos dat ik bijna iedereen straf gaf. Dan ging ik dus weer te ver – de andere kant op.

Pas toen ik duidelijke wetten voor mijzelf had opgesteld, kon ik mijn leerlingen daar aan houden. Vanaf dat moment kon ik het: orde houden.

Wil jij ook orde kunnen houden?

Deze training volg je in je eigen tijd en in je eigen tempo.
De training kost € 149,-, maar met deze kortingscode krijg je € 50,- korting:

IKGAORDEHOUDEN

Wil je eerst een voorproefje?
Je kunt ons webinar De Drie wetten van Orde hier terugkijken

Afspraken met leerlingen

Afspraken met leerlingen

De sfeer in de klas en de wijze waarop je als leraar de orde kunt bewaren hangen af van de regels die er in de klas zijn. Natuurlijk zijn er schoolregels waar zowel leraren als leerlingen zich aan moeten houden, maar in je eigen (klas) is het belangrijk om te weten waar iedereen zich aan moet houden. Daarom moet je duidelijke afspraken met leerlingen maken.

Die afspraken gaan over drie gebieden:

  1. De wijze waarop je met elkaar omgaat en met elkaar spreekt
  2. De manier waarop je je gedraagt
  3. Welke consequenties er volgen als een regel wordt overtreden

Als leraar moet je eerst zelf bedenken wat jij belangrijk vindt. Welke regels wil jij dat er gelden? Die moet je eerst bedenken en opschrijven.

Hoe creëer je vervolgens draagvlak voor jouw afspraken?

Als je wilt dat leerlingen zich aan afspraken houden, moet je zorgen dat je daar draagvlak voor creëert. Dat doe je in drie stappen:

  1. Je vraagt aan de leerlingen waarom er afspraken gemaakt moeten worden.
  2. Je laat de leerlingen met (bijvoorbeeld) de placematmethode zelf afspraken bedenken.
  3. Bij de klassikale inventarisatie zorg je dat de afspraken die de leerlingen bedacht worden, door ze in jouw woorden (passend bij jouw afspraken) te herhalen. Hierbij herhaal je de woorden van de leerlingen, eventueel in een andere context.

Hierna moet je nog vijf dingen doen:

  1. Afspraken van leerlingen bevatten vaak de woorden NIET en GEEN. Verander die afspraken zo, dat ze positief gesteld zijn: wat moeten ze WEL doen?
  2. Spreek consequenties af met de leerlingen. Ook hier kun je de leerlingen bij betrekken, maar je kun ook gewoon zelf een – redelijk – voorstel doen.
  3. Zorg dat alle afspraken en consequenties op posters in de klas – duidelijk zichtbaar – komen te hangen.
  4. Laat alle leerlingen zich committeren aan de afspraken door hand opsteken, een handtekening of een andere actie. Maak er een klein feestje van.
  5. Nu gaan leerlingen je testen: grijp dus meteen in, bij iedere (kleine) overtreding en verwijs naar de posters. Zet ook meteen een passende consequentie in. Als je vanaf het begin consequent bent, heb je daar de rest van de tijd plezier van.

Veel plezier!

Hulp nodig? Stuur me een bericht op mijn nieuwe website

Routines in de klas als basis van goed onderwijs

Routines in de klas als basis van goed onderwijs

Routines in de klas zijn erg belangrijk. Een klas zonder routines heeft de volgende symptomen:

  1. De leerlingen zijn onrustig
  2. Leerlingen roepen en lopen door de klas (en naar de gang)
  3. Het duurt lang voordat de groep stil is
  4. Er zijn veel discussies tussen leraar en leerlingen
  5. Lestijd wordt verspild door lange leswisselingen en veel gepraat

Gebrek aan routines (en daarmee: onrust in de klas) ontstaan door:

  1. De leraar denkt dat leerlingen als vanzelf weten hoe ze de dingen moeten doen
  2. Leerlingen doen de dingen zoals zij zelf bedenken en niemand stopt ze
  3. Er zijn teveel wisselingen geweest van leraren
  4. Twee duo-partners hebben verschillende (of één van de twee: géén) routines ingesteld
  5. Alles routines worden ondermijnd door collega’s of de directie op de school

Wat zijn routines precies?

Routines zijn een systeem van afspraken hoe de dingen in een klas moeten gaan – volgens de leraar. Alle handelingen die regelmatig voorkomen zijn routines.

  1. De klas binnenkomen
  2. Huiswerk inleveren
  3. Op je plaats gaan zitten
  4. Je spullen pakken
  5. Stil worden en luisteren (luisterhouding)
  6. Vragen stellen
  7. Vragen beantwoorden
  8. Naar het toilet
  9. Water drinken
  10. Spullen opruimen
  11. Spullen uitdelen
  12. In de rij gaan staan
  13. Omkleden
  14. Dingen ophalen
  15. ICT-gedrag
  16. Samenwerken in duo’s
  17. Samenwerken in groepjes
  18. Aantekeningen maken
  19. Opdrachten uitvoeren
  20. Toetsen maken
  21. Geen spullen bij hebben, of spullen vergeten zijn
  22. Reageren op consequenties
  23. Naar huis gaan
  24. Huiswerk maken
  25. Enzovoort…

In het algemeen geldt: hoe meer onrust in een klas, hoe meer routines je als leraar in moet stellen

Hoe doe ik dat?

  1. Je maakt een lijst van alle routines
  2. Alle routines krijgen een nummer
  3. Je voert de routines één voor één in:
    1. Zet de routine op het bord, met nummer
    2. Vertel het belang van deze routine
    3. Nummer de stappen van de routine
    4. Je oefent de routine
    5. Complimenteer wie de routine volgt
    6. Bedenk de consequentie voor het verbreken van de routine
    7. Een consequentie volgt na een (duidelijk afgesproken) proefperiode en na één of géén waarschuwing

Let op: Sommige routines volgen op een teken van jou, andere routines moeten de leerlingen zelf initiëren. Je kunt twee verschillende lijsten maken als je dat wilt. Maak dan een A-lijst en een B-lijst.

Waarom is dat nodig? We zitten toch niet in het leger?

Op de meeste scholen en in de meeste klassen gaat alles als vanzelf goed. Maar in de klassen waar ik kom, gaat het zelden goed. Er is teveel onrust en de leerlingen leren onvoldoende. Je kunt een hoop over het leger zeggen, maar feit is wel dat het een organisatie is met duidelijke richtlijnen. En duidelijke richtlijnen is wat onze leerlingen nodig hebben:

  1. Leerlingen komen op school om te leren
  2. Leren kun je alleen als je je veilig voelt
  3. De leraar is verantwoordelijk voor de veiligheid van leerlingen
  4. Een leraar creëert veiligheid door duidelijke regels in te stellen en de leerlingen daar consequent aan te houden

Bij dat laatste punt gaat het vaak mis: consequent zijn

Leerlingen testen de regels (en de routines) onbewust om te testen of de leraar wel echt veilig is.

Consequent reageren is namelijk het moeilijkste wat er is. Daarom is het makkelijker om routines in te stellen en te oefenen. Dan hoef je alleen in het begin flink te oefenen, een paar keer flink in te grijpen en daarna loopt je klas op rolletjes. Stormachtige dagen daargelaten.

Je spreekt je leerlingen altijd aan op vriendelijke toon met een warme houding. Zo voorkom je een militair regime.

Ik wens je veel plezier en succes!

Hulp nodig bij het instellen van routines in jouw klas?  Dat kan met e-coaching. Ik ben gecertificeerd e-coach en help je graag. Stuur me een e-mail en ik neem contact met je op.

Wil je een filmpje zien over goed klassenmanagement? Klik dan HIER