Hoe je kunt zien of je leerlingen opletten

Hoe je kunt zien of je leerlingen opletten

Priscilla hangt op haar stoel. Lange benen steken zover uit, dat haar trendy enkellaarsjes in het gangpad liggen. Schouders hangen naar voren. Haar armen liggen languit over de tafel. Een Engels boek staat rechtop tussen haar handen. Let Priscilla nu op of niet? Kun je wel zien of je leerlingen opletten?

Ken je deze discussie:

‘Doe je ook mee, Priscilla?’
‘Ik let toch op.’
‘Ik heb toch de indruk dat je niet helemaal meedoet.’
‘Hoezo dan? Ik doe toch mee? Ik heb m’n boek toch?’
‘Ja, maar lees je ook in je boek?’
‘Mens, doe niet zo moeilijk. Ik lees toch.’

Vaak eindigt deze discussie in een nog grotere mond van Priscilla, waarna de leraar Priscilla de klas uitzet en de rest van de klas boos is op de leraar. Want: ‘Ze deed toch niks?’

Soms eindigt de discussie in winst voor de leraar. Die maakt dan een leuke opmerking of grap, waardoor de spanning wegvloeit en Priscilla rechtop kan gaan zitten zonder gezichtsverlies te lijden.

Hier gaat het om: pubers doen alles om geen gezichtsverlies te lijden tegenover hun klasgenoten

En jij als leraar moet daar mee dealen. De beste oplossing is dus om ervoor te zorgen dat jouw leerlingen nooit met jou in discussie kunnen. Dan voorkom je ieder gezichtsverlies.

De eerste stap is het aanleren van een luisterhouding

Als je leerlingen er actief en betrokken uitzien, heeft dat drie voordelen:

  1. Het beeld is prettig om naar te kijken. Een leraar kijkt liever naar een stel actieve ogen dan naar een klas vol onderuitgezakte vuilniszakken.
  2. Als een leerling rechtop zit en zich gedwongen voelt om actief mee te doen met de les, is de kans groter dat hij/ zij iets leert. Bovendien gaat de tijd sneller voorbij.
  3. Je kunt sneller met je les beginnen en dat zorgt voor meer effectieve lestijd.

Het gaat om gewenst zichtbaar gedrag

  1. Als jij de leerlingen duidelijk maakt wat jij wilt zien om te geloven dat zij opletten, is er nooit discussie.
  2. Maak er een routine van. Bouw terugkerende momenten in je les in waar je altijd een luisterhouding wil zien.
  3. Spreek een teken af en tel af van drie naar nul. Oefen dit teken en de houding die je wilt zien.
  4. Accepteer dat er in het begin veel weerstand is. Heb begrip voor je leerlingen: het is best moeilijk om je gedrag te moeten veranderen. Houd ook voet bij stuk: jij bepaalt wat er gebeurt in jouw klas.
  5. Wees blij met ieder klein stapje. Complimenteer. Maak steeds opnieuw duidelijk dat goed opletten beloond wordt.
  6. Het is natuurlijk het beste als je hier meteen na de zomervakantie begint. Desnoods na een andere vakantie. Als dat niet kan: begin gewoon.
  7. Leg altijd uit waarom je dingen zo wilt. Maak er een win-winsituatie van.

Welke luisterhoudingen zijn er?

  • Voor groep 1 t/m 4: SARK
    • Stil
    • Armen over elkaar
    • Rechtop zitten
    • Kijk naar de juf (meester)
  • Voor groep 5 t/m bejaard: VLORK
    • Vragen stellen en beantwoorden
    • Luister naar de spreker
    • Ogen gericht op de spreker
    • Rechtop zitten
    • Knik als je iets begrijpt of herkent
  • Er is ook een stilteteken, maar dat is nogal onhandig als je het tijdens je instructie wilt gebruiken. Bovendien is het vermoeiend om de hele tijd je arm omhoog te houden.

Het maakt helemaal niet uit wat voor acroniem of naam je gebruikt. Als je het maar ergens op een bord zet en omschrijft als zichtbaar gedrag. Je kunt het controleren omdat je het kunt zien. Zo simpel is het.

Ik wens je veel plezier en succes!

Wil jij leren hoe je orde moet houden? Volg dan de het minitraject Orde Houden.

Wil je een filmpje zien over luisterhouding? Klik dan HIER

Waarom je criteria mee moet geven aan leerlingen

Waarom je criteria mee moet geven aan leerlingen

 

Als je wilt dat leerlingen serieus hun opdrachten maken, moet je eisen aan de opdrachten stellen. Zoals Doug Lemov zegt: leg de lat hoog. Daarom vertel ik in dit blog waarom je criteria mee moet geven aan leerlingen en krijg je zeven criteriapunten mee.

Als leraar denken we dat onze leerlingen wel weten wat ze precies moeten doen

Natuurlijk weten ze het wel. Maar goed leraarschap begint bij goed klassenmanagement en goed klassenmanagement begint bij duidelijkheid.

Als de leerlingen niet precies weten wat ze moeten doen krijg je zulke vragen:

  • Wat moet je doen als je klaar bent?
  • Moet het vandaag af?
  • Mag ik het thuis afmaken?
  • Hoeveel mag je fout hebben?
  • Mag ik het op mijn tablet maken?
  • Mogen we samenwerken?

Als de leerlingen wél precies weten wat ze moeten doen krijg je zulke vragen:

  • Wat moet je doen als je klaar bent?
  • Moet het vandaag af?
  • Mag ik het thuis afmaken?
  • Hoeveel mag je fout hebben?
  • Mag ik het op mijn tablet maken?
  • Mogen we samenwerken?

Niet omdat ze het niet weten, maar omdat ze geen zin hebben om aan het werk te gaan, zin hebben om erover in discussie te gaan, of omdat ze iets anders willen dan jij.

De meeste leerlingen zijn gewoon lui

Criteria aangeven heeft veel voordelen:

  1. Je houdt het tempo van je les hoog
  2. Je voorkomt discussies omdat je duidelijk bent
  3. Het niveau van het gemaakte werk is hoger
  4. De leerlingen doen beter hun best
  5. Het leerrendement wordt hoger

Hier zijn ze dan: Zeven criteriapunten waar iedere opdracht aan moet voldoen:

  1. De exacte opdracht in één zin

Bijvoorbeeld: Maak in je werkboek H4 opdracht 1 t/m 7

  1. Hoe er gewerkt moet worden

Alleen/ in stilte/ in groepen van drie/ met of zonder lopen

  1. Waar er gewerkt moet worden

Alleen en op je plaat/, in de klas of op de gang/ gezellig bij een ander

  1. Wanneer het af moet zijn

Bijvoorbeeld: aan het eind van de les inleveren in de bak

  1. Waar het gemaakte werk aan moet voldoen

Leesbaar schrijven, zonder foute antwoorden (alle antwoorden kun je vinden in je leesboek op bladzijde 45-52), correcte spelling

  1. Wat men mag gebruiken

Bijvoorbeeld: pen, werkboek, leesboek, woordenboek, kladblok

  1. Wat je moet doen als je klaar bent

Bijvoorbeeld: maak een mindmap van H4 ter voorbereiding op de toets

En hoe organiseer ik de feedback?

Je geeft feedback op zowel het proces (welke criteriapunten gingen goed en waar zitten de verbeterpunten?) als op het gemaakte werk zelf. Laat ze hun eigen werk nakijken en beloon de leerlingen die goed hebben nagekeken, ongeacht hoeveel fouten ze hadden.

Je kunt sommige opdrachten ook organiseren met rubrics

Wil je in de klas aan de slag met rubrics? Klik dan HIER.

Wil je een filmpje zien over rubrics in de klas? Klik dan HIER.