Wanneer activerende of coöperatieve werkvormen effectief zijn in jouw onderwijs

Wanneer activerende of coöperatieve werkvormen effectief zijn in jouw onderwijs

Activerende of coöperatieve werkvormen zijn werkvormen die je inzet om jouw onderwijs effectiever te maken op de volgende drie vlakken:

1. Je leerlingen zijn meer gemotiveerd om mee te doen

2. De leerlingen onthouden de lesstof beter

3. Je hebt zelf meer plezier in het lesgeven

Eigenlijk is het heel logisch

1. Als leerlingen het leuk vinden om mee te doen met de les dan zijn er minder verstoringen

2. Als de lesstof actief verwerkt wordt dan blijft er meer hangen bij je leerlingen

3. Als je zelf meer plezier hebt dan komt er nóg meer aan bij de leerlingen

Wat is het verschil tussen activerende en coöperatieve werkvormen?

1. In de basis is er geen verschil; ze werken beide activerend

2. Coöperatief is: samen.

3. Activerend lijkt ook individueel te kunnen – maar een leerling zit nooit alleen in de klas

Daarom gebruik ik ze door elkaar

Wanneer werken activerende of coöperatieve werkvormen niet?

1. Als je niet precies uitlegt en voordoet wat de stappen zijn van de werkvorm
Als je dat wél doet, kun je het zelfs gebruiken in lastige klassen

2. Indien je verzuimt om 100% van je leerlingen te eisen qua inzet en resultaat
Als je dat wel doet, krijg je snel hogere opbrengsten

3. Veel leraren praten zelf 85% van de lestijd, dus alsjeblieft: draai dat om
Als je dat niet doet, heeft je werkvorm te weinig effect

Wat zijn er voor werkvormen?

1. Energizers: werkvormen om actief te leren of om de zinnen even te verzetten

2. Verwerkingsoefeningen: om de leerstof te in te slijpen en te oefenen

3. Brainstormoefeningen: om op basis van aanwezige kennis tot nieuwe inzichten te komen

En ja, dit is echt waar:

1. Het kost jouzelf weinig tijd en energie – je laat de leerlingen het werk doen

2. Jouw inzet bestaat uit het goed uitleggen en oefenen van een werkvorm

3. Een goed ingeoefende werkvorm bespaart jou veel voorbereidingstijd

Waar vind je de verschillende werkvormen?

1. Op internet

2. In boeken

3. Bij collega’s

Wanneer doe je mee aan mijn online workshop?

Als je:

1. Vijf werkvormen wilt leren waarvan het effect wetenschappelijk is bewezen

2. Wilt weten hoe je de leerlingen deze werkvormen aanleert

3. Toch niks te doen hebt op 3 juni om 14.00 uur

4. Wel wat te doen hebt op 3 juni om 14.00 uur – want je kunt ook later kijken

5. Daar €15,- voor over hebt – dat is de investering (en misschien wil je directeur wel betalen)

Klik hier voor meer informatie of om je alvast op te geven

Afspraken met leerlingen

Afspraken met leerlingen

De sfeer in de klas en de wijze waarop je als leraar de orde kunt bewaren hangen af van de regels die er in de klas zijn. Natuurlijk zijn er schoolregels waar zowel leraren als leerlingen zich aan moeten houden, maar in je eigen (klas) is het belangrijk om te weten waar iedereen zich aan moet houden. Daarom moet je duidelijke afspraken met leerlingen maken.

Die afspraken gaan over drie gebieden:

  1. De wijze waarop je met elkaar omgaat en met elkaar spreekt
  2. De manier waarop je je gedraagt
  3. Welke consequenties er volgen als een regel wordt overtreden

Als leraar moet je eerst zelf bedenken wat jij belangrijk vindt. Welke regels wil jij dat er gelden? Die moet je eerst bedenken en opschrijven.

Hoe creëer je vervolgens draagvlak voor jouw afspraken?

Als je wilt dat leerlingen zich aan afspraken houden, moet je zorgen dat je daar draagvlak voor creëert. Dat doe je in drie stappen:

  1. Je vraagt aan de leerlingen waarom er afspraken gemaakt moeten worden.
  2. Je laat de leerlingen met (bijvoorbeeld) de placematmethode zelf afspraken bedenken.
  3. Bij de klassikale inventarisatie zorg je dat de afspraken die de leerlingen bedacht worden, door ze in jouw woorden (passend bij jouw afspraken) te herhalen. Hierbij herhaal je de woorden van de leerlingen, eventueel in een andere context.

Hierna moet je nog vijf dingen doen:

  1. Afspraken van leerlingen bevatten vaak de woorden NIET en GEEN. Verander die afspraken zo, dat ze positief gesteld zijn: wat moeten ze WEL doen?
  2. Spreek consequenties af met de leerlingen. Ook hier kun je de leerlingen bij betrekken, maar je kun ook gewoon zelf een – redelijk – voorstel doen.
  3. Zorg dat alle afspraken en consequenties op posters in de klas – duidelijk zichtbaar – komen te hangen.
  4. Laat alle leerlingen zich committeren aan de afspraken door hand opsteken, een handtekening of een andere actie. Maak er een klein feestje van.
  5. Nu gaan leerlingen je testen: grijp dus meteen in, bij iedere (kleine) overtreding en verwijs naar de posters. Zet ook meteen een passende consequentie in. Als je vanaf het begin consequent bent, heb je daar de rest van de tijd plezier van.

Veel plezier!

Hulp nodig? Stuur me een bericht op mijn nieuwe website

Feedback

De komende maanden ga ik alle blogs – dat zijn er in totaal meer dan 150 – categoriseren en ergens op deze website plaatsen.
In de tussentijd komt er iedere zondag een nieuw blog op deze pagina. 
Ze zijn niet mooi opgemaakt, er staan geen plaatjes bij en alles staat onder elkaar. Als je iets speciaals zoekt moet je éven scrollen…
De opmaak komt later, ik beloof je dat het mooi wordt.

Je weet waar een nieuw blog begint door de opmaak: het woord Blog en het Onderwerp staan – tijdelijk – in VETROOD.
Het nieuwste blog staat altijd bovenaan.
Veel leesplezier 🙂

Blog – Feedback

Goed onderwijs staat of valt bij het vermogen van een leraar om op de juiste wijze feedback te geven op wat leerlingen doen en zeggen. Er is veel te melden over feedback.

Het begint bij de juiste houding:

  1. De leraar moet een warm/strenge houding aannemen
  2. De zinnen moeten duidelijk en positief geformuleerd worden
  3. De criteria moeten helder en zichtbaar zijn
  4. Taal en houding van de leraar moeten congruent en consequent zijn

Ten tweede moet een leraar beseffen dat hij (of zij) de hele dag door feedback geeft. Zodra leerlingen het lokaal binnenkomen, reageert de leraar op alles wat een leerling doet.

De leerlingen die grenzen opzoeken worden gecorrigeerd en bijgestuurd. Dat werkt alleen als de leraar een relatie heeft met de leerling.  Als er een relatie is, is een leerling bereid te luisteren en zijn gedrag of taalgebruik aan te passen.

Een leraar moet bij het corrigeren van taal of gedrag denken aan:

  1. Het benoemen van het gewenste zichtbare (of hoorbare) gedrag
  2. Het uitspreken van de verwachting dat de leerling hiertoe in staat is
  3. Het vertellen hoe de leerling kan voldoen aan die verwachting
  4. Het bedanken van de leerling voor de geleverde inspanning – ongeacht of de leerling dat ook heeft gedaan
  5. Het duidelijk maken aan alle leerlingen dat de zaak hiermee is afgedaan: de relatie is weer hersteld en de les kan door

Dit alles moet in focus: kort en in een hoog tempo

Leerlingen dienen de gehele dag (of les) door te horen wat zij goed doen. Het geven van complimenten bevordert de goede sfeer, versterkt het zelfvertrouwen van leerlingen en houdt een goede relatie in stand. Tegenover één correctie geeft een leraar minimaal vijf complimenten.

Ten derde geeft de leraar feedback op het onderwijsgebeuren

Feedback op het leren van de leerling:

  1. Wat moet de leerling weten of kunnen?
  2. Waar is de leerling nu?
  3. Welke stap moet de leerling vervolgens zetten?

Feedback op de vier fasen van leren:

  1. Taakniveau: is de taak goed uitgevoerd?
  2. Procesniveau: welke strategieën zijn gebruikt?
  3. Zelfregulatie: welke andere strategieën zijn nog meer mogelijk?
  4. Zelf: heeft de leerling zelfvertrouwen en plezier in het leren?

Feedback geven op zich is niet moeilijk. Feedback geven op precies het juiste moment is de crux. Er zijn veel leerlingen, in een klaslokaal gebeurt veel tegelijk en als leraar kom je ogen en oren tekort. De oplossing is:

Kies vaste momenten om feedback te geven en maak er een routine van:

  1. Als leerlingen binnenkomen en afscheid nemen geef je feedback op het zelf van de leerling en bouw je aan de relatie
  2. Als één leerling voldoet aan jouw verwachting, geef je een compliment en spreek je de algemene verwachting uit dat de rest van de klas dat óók kan
  3. Als een leerling moeite heeft met jouw criteria, geef je onmiddellijk hulpstappen: laat leerlingen nooit raden of aanmodderen
  4. Fouten juich je altijd toe: als iemand een fout heeft gemaakt is dat de eerste stap naar het leren van iets nieuws en geeft de mogelijkheid tot analyse van een strategie
  5. Evalueer en verbeter jezelf: als leerlingen iets niet begrijpen, moet jij het nog een keer uitleggen – op een manier die wél werkt

Hoe geef ik feedback bij een online les?

Online doe je in feite hetzelfde als in de klas. Het is even oefenen en puzzelen, maar ook hier geldt dat de truc ‘m zit in het maken van een eigen feedbackroutine:

  1. Spreek altijd uit dat je heel erg blij bent dat de leerlingen ingelogd hebben. Ook als ze te laat zijn, hun opdrachten niet gemaakt hebben of ongewassen, slaperig en in pyjama in beeld zijn. Daar schenk je géén aandacht aan, dat is zonde van je tijd en energie.
  2. Maak bij iedere opdracht duidelijk dat dingen misschien wel moeilijk zijn, maar dat het jouw taak is om het makkelijk voor ze te maken.
  3. Zodra je merkt dat meerdere leerlingen ergens niet uitkomen, roep je de hulp in van een leerling die het wel snapt. Maak er een tweegesprek van dat alle andere leerlingen kunnen volgen. Jij stelt een vraag, de leerling laat het zien en jij (of de leerling) vertelt wat de te volgen stap is. Alle andere leerlingen doen dan diezelfde stap. Geef ook aandacht aan de onjuiste Zo structureer je de opdracht én bouw je meteen feedback en extra uitleg in. Een voorbeeld:
    1. Hoe ben je begonnen?
    2. Heel goed, dat werkt. Is er ook iemand die iets heeft gedaan wat niet werkte?
    3. Ja, dat is een mooi voorbeeld. We weten nu allemaal dat dat niet werkt, dank je wel.
    4. Even terug naar de juiste stap. Die noemen we stap 1. Schrijf nu allemaal stap 1 op.
    5. Enzovoort
  4. Bij het afsluiten van je les geef je natuurlijk een compliment voor het harde werken (zelf), het goed volgen van de stappen (procesniveau) en spreek je de verwachting uit dat de leerlingen de juiste stappen gaan volgen bij het maken van de thuisopdrachten (taakniveau).

Tot slot: Vergeet niet om een hulplijn aan te zetten voor diegenen die extra hulp nodig hebben

Coronapaniek op scholen?

Coronapaniek op scholen?

Is er sprake van Coronapaniek op scholen?
* De wereld ligt plat
* Nederland ligt plat
* De scholen liggen plat
* Leraren werken zich drie slagen in de rondte – zoals altijd

Wat ik hoor en zie:

  1. Scholen zetten zo snel mogelijk lesmateriaal online
  2. Leraren helpen hun leerlingen zo goed als ze kunnen, hebben werk op laten halen, delen knutselopdrachten, puzzels en spelletjes
  3. Juffen en meesters delen hun creatieve oplossingen en ideeën.
  4. Uitgeverijen helpen mee door lesstof beschikbaar te stellen
  5. Er worden veel schoolgebouwen opgeruimd en (eindelijk goed) schoongemaakt

Loopt het overal uitstekend?

Niet alle scholen hebben een gedegen plan gemaakt voordat leraren online gingen. Ze zijn gewoon begonnen. Dat heeft voor sommige leerlingen ernstige gevolgen:

  1. Er ontbreekt structuur in het aanbod waardoor leerlingen door de bomen het bos niet meer zien
  2. Leidinggevenden houden geen supervisie, waardoor leerlingen veel te veel werk tegelijk krijgen
  3. Ouders willen hun kind(eren) helpen, maar ze weten niet hoe
  4. Leerlingen zonder steun of motivatie haken af

Werk jij op zo’n school en wil je weten wat je zelf kunt doen om iedereen bij de les te houden?

Lees deze drie tips – en voer ze uit:

  1. Zorg voor een overzicht/ afvinklijst van wat leerlingen af moeten hebben – met tijd én criteria (dagtaak of weektaak)
  2. Regel iedere dag een spreekuur (online of telefoon) voor leerlingen met vragen
  3. Organiseer iedere dag een spreekuur (online of telefoon) voor ouders met vragen

Is dat alles? Nee! Er is nog meer

Nog drie tips voor iedereen:

  1. Laat ouders weten dat jonge kinderen vooral moeten spelen; voorkom dat zij hun kinderen de hele dag – zittend aan tafel – schooltaken laten doen
  2. Als je online communiceert met je leerlingen, doe er dan alles aan om je leerlingen actief te houden. Laat ze met elkaar over de lesstof praten en praat zelf zo min mogelijk en stel vooral vragen
  3. Online communicatie kan chaotisch verlopen. Organiseer bijeenkomsten goed. Spreek tekens af om het proces te sturen: zet alle (communicatie) afspraken op papier en stuur ze naar de leerlingen (of hun ouders)
  4. Gebruik deze weken om met leerlingen achterstanden weg te werken, stof te verdiepen of extra oefenstof te geven. Blijf hoge verwachtingen houden
  5. Zorg ervoor dat je iedere dag -al is het maar kort- contact hebt met jouw (mentor)leerlingen:
    1. Vraag hoe het met ze gaat
    2. Laat ze vertellen over wat ze doen de hele dag
    3. Motiveer ze, spreek je vertrouwen uit: houd de relatie in stand
  6. Organiseer online meetings voor groepjes leerlingen, zodat zij ook hun relaties in stand kunnen houden
  7. Er zijn leerlingen waarvoor school de enige veilige plek is. Zoek een manier om meteen actie te kunnen ondernemen als er zaken in hun thuissituatie ontsporen. Onderhoud contact met de familie en eventuele hulpverleners

En o ja: denk aan de jarige leerlingen!

Voor nu: blijf gezond en Sta Sterk in jouw Online Klaslokaal

Hulp nodig? Mail me op info@sterkeschool.nl

Filmpje zien? Drie scenario’s en tips voor online lesgeven