fbpx

Waarom je criteria mee moet geven aan leerlingen

leraar 1 zw

Waarom je criteria mee moet geven aan leerlingen

 

Als je wilt dat leerlingen serieus hun opdrachten maken, moet je eisen aan de opdrachten stellen. Zoals Doug Lemov zegt: leg de lat hoog. Daarom vertel ik in dit blog waarom je criteria mee moet geven aan leerlingen en krijg je zeven criteriapunten mee.

Als leraar denken we dat onze leerlingen wel weten wat ze precies moeten doen

Natuurlijk weten ze het wel. Maar goed leraarschap begint bij goed klassenmanagement en goed klassenmanagement begint bij duidelijkheid.

Als de leerlingen niet precies weten wat ze moeten doen krijg je zulke vragen:

  • Wat moet je doen als je klaar bent?
  • Moet het vandaag af?
  • Mag ik het thuis afmaken?
  • Hoeveel mag je fout hebben?
  • Mag ik het op mijn tablet maken?
  • Mogen we samenwerken?

Als de leerlingen wél precies weten wat ze moeten doen krijg je zulke vragen:

  • Wat moet je doen als je klaar bent?
  • Moet het vandaag af?
  • Mag ik het thuis afmaken?
  • Hoeveel mag je fout hebben?
  • Mag ik het op mijn tablet maken?
  • Mogen we samenwerken?

Niet omdat ze het niet weten, maar omdat ze geen zin hebben om aan het werk te gaan, zin hebben om erover in discussie te gaan, of omdat ze iets anders willen dan jij.

De meeste leerlingen zijn gewoon lui

Criteria aangeven heeft veel voordelen:

  1. Je houdt het tempo van je les hoog
  2. Je voorkomt discussies omdat je duidelijk bent
  3. Het niveau van het gemaakte werk is hoger
  4. De leerlingen doen beter hun best
  5. Het leerrendement wordt hoger

Hier zijn ze dan: Zeven criteriapunten waar iedere opdracht aan moet voldoen:

  1. De exacte opdracht in één zin

Bijvoorbeeld: Maak in je werkboek H4 opdracht 1 t/m 7

  1. Hoe er gewerkt moet worden

Alleen/ in stilte/ in groepen van drie/ met of zonder lopen

  1. Waar er gewerkt moet worden

Alleen en op je plaat/, in de klas of op de gang/ gezellig bij een ander

  1. Wanneer het af moet zijn

Bijvoorbeeld: aan het eind van de les inleveren in de bak

  1. Waar het gemaakte werk aan moet voldoen

Leesbaar schrijven, zonder foute antwoorden (alle antwoorden kun je vinden in je leesboek op bladzijde 45-52), correcte spelling

  1. Wat men mag gebruiken

Bijvoorbeeld: pen, werkboek, leesboek, woordenboek, kladblok

  1. Wat je moet doen als je klaar bent

Bijvoorbeeld: maak een mindmap van H4 ter voorbereiding op de toets

En hoe organiseer ik de feedback?

Je geeft feedback op zowel het proces (welke criteriapunten gingen goed en waar zitten de verbeterpunten?) als op het gemaakte werk zelf. Laat ze hun eigen werk nakijken en beloon de leerlingen die goed hebben nagekeken, ongeacht hoeveel fouten ze hadden.

Je kunt sommige opdrachten ook organiseren met rubrics

Wil je in de klas aan de slag met rubrics? Klik dan HIER.

Wil je een filmpje zien over rubrics in de klas? Klik dan HIER.

Share on facebook
Facebook
Share on google
Google+
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Share on pinterest
Pinterest
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *